Skip to main content

Full text of "Handleiding tot de kennis en het gebruik der hemel- en aard-globen, bevattende tevens de ..."

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



H A N DL £ï'iliiNQ 

/^ . - 

TOT DE 

« 

KENNIS EN HET GEBRUIK 

OER 

HEMEL- EN AARD-GLOBEN, 

BEVATTENDE TEVENS DE BESCHRYVÏNO VAN 

DE CONSTRUCTIE, EN HET GEBRUIK VAN 

EENE GEHEEL NIEUWE 

AAR D^G L O B E, 

I^LKfe IN ZlCtt HET GEBRUIK DER ti£MÊL« 

»w AARn.oi-Oi\E.^a vf.reénigt; 

DOOR 

CORNËLIS CÓVENS» 






MET PLAAÏEN. 



Te AM S T e L D AM, Bif 

MORTIER* CÓVÈNS iii aöö«. 

1 ft 0A4 



"toIIE'.".- roKK 

I pcïUO UBRARf 







AAN DEN 

t 

L E Z E R. 

Sedert eenigen tyd bezitters geworden zynde van 
de in om Vaderland zeer bekende Globsnmakery van 
L. Valk, waren wy al ras bedacht om deze Glo^ 
ben met de nieuwere ontdekkingen ^ welken in de 
laat/Ie ^aaren in de Aardryks'^ en Sterrekunde ge^^ 
daan , zyn te vermeerderen , en de nieuwe ConftruEtic 

y/in fh'.n IJccr A. rv /v ^-i f. oj» rJ/'r'oI'v^n tr\r'ti>pnij}»n : dit 

denkbee/d ontwikkelende ^ de d onsein overweging ne* 
mende , we/ke verbazende veranderingen de kennis 
van onzen Aardbol^ door de reizen van eenen Cook^ 
LA Pérouse en anderen , ondergaan had , bejlüi* 
ten tot het doen vervaardigen van eene geheel nieu* 
:ve Aard-( jlobe , //; eene grootte , welke niet te klein 
was om met de vereischt wordende naauwkeurigheid 
de nieuw ontdekte Landen^ Eilanden^ enz* op de^ 
zelve te bunnen brengen , en ook niet te groot om 
door dcrzelver omjlagtigheid het gewoone gebruik te 
kunnen hinderen ; wy verkozen daartoe eene dia* 
meter van ia duim Rhynlandfche maat^ de gewoone 
waat van de Globen van Valk, en zyn thans met 
dezen onzen arbeid zoo verre gevorderd ^ dat 'wy ht 

^ 2 fiaat 



IV 



AAN DB N, LEZER. 



fltua zuBen zyn binnen weinig tyd deze onze memfs 
Aard- Globe ome Landgenooten aantebieden : Vf 
mogen dan oordeekn of wy in om oogmerk om de- 
zelve dien graad van naauwkeurigheid en uitvoe- 
righeid te geeyen , ali derzelyer befiek maar eenig- 
zint vorderde , .gejiaagd zyn; zoo veel is zeker , wy 
hebben ons in het vervaardigen dcrzelve van alle 
die hulpmiddelen heJietit , welkai de nïeuwfle ont- 
dekkingen in alle de deelen van onzen jiardhol ont 
aan de hand gaven , en ten opzichte der gravure ge- 
zorgd, dat wy, dtiidelykheid <« netheid te zamen 
paarende , eeti geheel leverden , dat , zoo wy vertrou- 
wen , tegen de in andere landen nieuwst uitgegeeven 
deben veilig kan moiifleren- 

Schoon de Globen van Valk allen in het Latyn 
zyn uitgegeeven , verkozen wy dit echter niet naarte- 
volgen , maar deeden dïze nieuwe Aard Globe i» 
ds Franfche taal vervaardigen , welke by het zich 
in de Aardrykskunde oefenende gedeelte onzer Land- 
genooien vry algemeen bekend is, en welke hei gcm 
hruik dtzer Globe elders meer algemeen kon maa- 
ien ; daarenboven kan het hen , welke deze taal al 
niet magsig zyn , weinig moeite haaren , daar de 
meeste figen naamen yeelal dezelyde blyven , en zo 




aaneenLEZBR. V 

êoi dt Meridiaan van Amfteldam op dojtht aati" 
geteekend: het is van dezen laat ft en dat de telling der 
JL engte in tyd een^ aanvang neemt ^ '/ geen in het 
gebruik der Globe voor ons Land veel gemak ver^ 
Jthaft. 

Ook de Ijemel* Globe had eene verbetering no» 

dig ; dan deze was van een^ geheel anderen aart , 

alle de Sterreheelden , van welken de ouden zich reeds 

bedienden^ ten einde de vaste Sterren te onder fchei^ 

J^n 9 zyn dezelvde gebleven ; eene vermeerdering van 

Sterrenbeelden^ door de meerdere vorderingen in de 

isnnis van den fiand der vaste Sterren , was flechts 

noodzaakelyk geworden ; en het was om deze reden 9 

gevoegd by de naauwkeurigheid waarmede de Hemel" 

Globen van Valk vervaardigd zyn 9 dat wy be* 

floten alle de nieuwere Sterrenbeelden op dezelve te 

brengen , die Sterren welke op dezelve ontbraken 

Vr bytevoe^eny en tevens de letters van het Grtek- 

fche Alphabet, door hetwelk men gewocfn is de hy* 

zondere Sterren van elk beeld te onderfcHeiden , op de 

flaaten te laaten brengen 9 om alzoo ook de Hemel- 

Globe in dien ftaat te brengen , welken de meerdere 

vorderingen in de Sterrekunde thans vorderen* IVy 

leveren dan door dezen weg een paar Globen ^welken 

in alles naar de nieuwfte waarnemingen vervaardif^d 

zyn^ en die ^ van dezelvde grootte zynde als de ou^ 

den 9 gelegenheid geeven aan hen 9 welke bezitters 

zyn van oude Globen van Valk van denzelvden 

diameter^ (van ia duim namelyk^^ door het doen 

overplakken van de hunnen met deze nieuwe kaarten 9 

zich op eene niet zeer kostbaare wyze in V be^Jt van 

dezelven te fielUn. 

♦ 3 Mo^ 



'1. < 



VI aakdehLEZËRa 

Mogelyk zou het nuttig kunnen zyn , ter beiwde^ 
ring van de kennis des Sterrenhemels , eene Hemel- 
Ciobe te vervaardigen , sp welke ia V ge/teel geene 
Slerrebeelden tvaare afgeteekend > maar op v/elke 
alleen de voste Sterren , met de liemieten vatt elk . 
beeld , waren aangewezen, eene zaak waaromtrent 
wy mogelyk nog een nader voorfici aan de Uefheb- 
ben der SterreünUde doen zullen. 

Ka het verbeteren der Globe zelve kwam nu ooh- 
d^rzelver Conftruifne in aanmerking ; natuurlyker 
Wfze moesten wy aan die van A d a m s de voorkeur 
geeven: de algemeene hyval, welken dezelve gevonden 
heeft ^ /ut gemak en voordeel^ 'ï welk dezelve boven 
de oude heeft, u-as ons hieromtrent ter verzekering 
dat ook dit de goedkeuring van het algemeen zoi* 
wegdragen; dan, voldoet deze Conftruftie in alles 
aan het oogmerk waartoe men de Globen behoort te 
gebruiken ? wai eene vraag , welke wy oitsztlven doeip- 
de , bevonden dat hieromtrent nog wel iets onders- 
te wrnfchen overbleef. 

Men onderfiheid te recht de fcliyiibnare hcwcging 
des Hemels van de waare bcwegüig onzer Aarde ^ 
y^elke de oorzaak der eerfte is : dne wortk zttr goed 
door de Hcuicl-Clobc afi^elecld; dan wordt nu ook de 




KXn t é 19 LEZER.^- TU 

lAr Aarde geplaatst h , zoo is het zeker ^ dat hj iH 
^t geval niet de fchynbaare beweging des He- 
mels , maar de waare beweging der Aarde zou 
Waarnemen ; dan V is meer : V is een natuur Ijk 
verband tusfchen de Aardryhs- en SterrekuHde , maar . 
waar wordt dit verband op de Globe vertoond? bei^ 
den zyn afgefckeiden ^ en de verééniging der beide 
Globen alleen , tot de ophsfing van hetzeivde Praags 
ftuk^y kan ons dit verband keren kennen. 

Dit een en ander deed ons befluiten , te beproe^ 
ven , of het niet mogeljk waare de Aard-Globe zoih 
danig eene inrichting te geeven ^ dat alle de Pro- 
blema*s op dezelve wierden opgelost , niet zo als ze 
€n5 toe/chynen plaats te hebben , maar zo als ze werk-' 
lyk voorvallen , en of niet even daardoor het gebruik 
der Hemel" en Aard^ Globen in één werktuig te ver- 
éénigen ware. fFy flaagden in deze onze poging zoo 
gelukkig , dat dezelve de goedkeuring van verfcheidéH 
Liefhebbers der Sterrekuhde wegdroeg , en dat wy , 
daar wy oordeelden dat dezelve ter bevordering dezer 
fchoone wetenfchap firekken kon , beflofen dezelve by de 
vit gave onzer nieuwe Aticd^Glohe publiek te maakeri.- 

Het wierdt dtis nodig eefie befchryving van déze 
vnze nieuwe ConftruSlie der Aard- Globe te vervaar* 
digcn^ en zie daar de eerfle aanleidende oorzaak vdh 
dit ons gefchryf; eene voorJeezing over dit zelvde on* 
derwerp , door ons in den winter van het voorige ^aat 
in de Maatfchappy Felix Meritis gedaan , wierdt 
daartoe ten grondflage gelegd i dan wy veranderden^ 
ender het fchiH*en van deze Befchryving voor dé 
drukpers , in zoo verre van Plan , dat wy bejloten , niet 
enkel eene Befchryving van deze onze nieuwe Cön^ 

* 4 flruC'» 



VBI AAN DBN LEZEA» 

firuHie der Aard Ghhe te vervaardigen, mmt een* 
Handleiding tot de kennis cq het gebruik der He- 
md- en Aard-Giübi;n in het algemeen uitlegeevem 
daardoor toch kregen wy gelegenheid over veelt 
zaaien te fpieeken , v.lken anders minder tot em 
doel konde gerekend worden te l/ehoor^; ivy honden 
daf^door almede het voor- en nadeel van dt oude 
<jf nieuwe Couftructie teler leeren kennen , en ver^ 
iregen aanleiding om het gebruik der Globen uit 
eert ander oogpunt, dan wel in andae nerken, over 
4it onderwerp ultgegeeven gefchiedde, te leeren be- 
Jchettwen; gevende wj, door fieeds het verband van 
^•fid'yks- en Sterrekunde in het oog te houden tenc 
Handleiding lot de gcmecnfchappetyke beoefening vaa 
fwee wet,'i:f.fiiippen ^ welken eikanderen altoos onder- 
ling den f[i'joijhn dienst bejt'czen hebben. 

fVy zeidin , -m even , dat wy het gebruik der Globe 
fiif een ander oogpunt, dan wel gewoon/yk, wilden 
heren befchouwen : immers is het niet genoeg dat men 
4e Cloben weete te gebruiken tot de oplospng vaa 
4fze of geejie voorjiellen ; neen , maar s^ moeten oei 
^ieaeij om ons de betrekking, in welke onze Aardt 
^ch tot andere Hemel' ligchaaoien bevindt, en die, 
Vtlhe andere Hemellichlen tot onze Aarde hebben, te 




aandknLEZER. IX 

de aïgemeene beginfelen van den loop der Planeeten 
hevat , reeds was afgedrukt , kwam de ontdekking 
eener zedert lang door de Sterrekundige vermoedde 
JPlaneet^ tusfchen Mars en Jupiter, eerst ter onzer 
kennis : dit is de reden dat wy van deze Planeet 
in dat Hoofdftuk niet gejpraken hebben ; zie hier 
iJuSj ter verbetering van dit gebrek , het geene mem 
tot hiertoe van deze nieuw ontdekte Planeet zeg- 

m 

gen kan0 « 

Deze tusfchen Mars en Jupiter zich bewegende 
Planeet, Hera genaamd, (laat op ongeveer 60 mil- 
Jioenen Duitfchen Mylen van de Zon af, en vol- 
brengt baaren loop om de Zon in 5 jaar en 138 
dagen , in eene loopbaan , welke ruim 7i^ op 
het vlak der Ecliptica helt; den afftand der Aarde 
van de Zon dus gelyk 10 (lellende , is de aflland 
van Hera van de Zon 08. 

Mogeïyk verwondert zich deze of geeve dat wy 
in deze Handleiding eenen aanvang maaken met dt 
waare beweging der jiarde , daar toch de fchyn- 
baare beweging des Hemels het esrfle is , dat zich 
aan onze zinnen voordoet; dan dezulke bedenke , dat 
het eerfle oogmerk van dit gefc/iryf was, onzen Lezer 
met de nieuwe inrichting onzer Aard- Globe bekend 
te maaken , en dat deze natuurlyker nyze eene be- 
fchouwing van de waare beweging der Aarde vor^ 
derde; ten anderen is het by ons nog niet bewezen y 
4at het beter zy eenen Leerling te doen aanvangen 
met hem de fchynbaarc beweging des Hemels te 
verklaar en , vooral dan wanneer men niet in de ge* 
legenheid is dadelyke waarnemingen aan den Hemel- 
zelven te doen , maar :;ich bepaalt iai het ondervys 

* S door 



K AANOBNLEZEa. 

tloor niiHdtl eetur Glebe ; want hy moet in dat ge- 
vat toch alieos yetronderffetlingen tp het gezag va* 
zynen Ltermeeiter tannemtni en waarom hem dan 
niet terfiond gezegd, zoo en zoo heeft de ondervin- 
ding y door menigvuldige waarnemingen beyestigdy 
ent geleiraard dat de gefieldheid van ont Zonne- 
fielzel is ? dezen en die zyn de wetten , naar welken alle 
Jcze tlemelligchaameh zich bewegen f en welken de 
verfchynfelen veroorzaaken , welken wy dagelykt kun- 
nen waarnemen? dat hy dit niet terfiond zal bevat' 
ten , Remmen -wy zeer gaarne toe ; maar zal hem 
ook defland, dien wy aan de Hemel-Globe geeyen om 
JM met onzen ftattd ^ deza Aarde te doen overeen- 
l-oment by voorbeeld ^ terfiond duideljk zyn? en h 
het dan niet veel beter hem waarheden te zeggen , 
die hy op het gezag zynt Meester gaarne zal aan- 
neme» , dan hem fchynhaare verfchynfelen voortehott- 
den , die hy even-op dat zeMe gezag moet aanne- 
men, en die hem dikwyls, daar toch dt eerfie denk- 
beelden , welken 'er door de voorftellingen van andereti 
in omen geest gevormd narden , den meesten indruk 
9p denzelven maken , naderhand zouden kunnen hi^ 
Uinineren ? 




^* 



AAN DKN L£Z£1L. ^ 

ftandyastig vlak y dat altoos dezelvde betreWingtat de 
yaste Sterren behoud , dan van het vlak van den 
iloTiIbn, dat geduurig verandert y zodra men maar 
ééi.en ftap verder op onze Aardt doet^ hefchouw? zoo 
veel althans is zeker dat de verwarde denkbeelden ^ 
^ welken veele hebben , by voorb. 9 van de verwisfeling 
der Saifoenen , van het lengen en korten der Dagen , 
^nz* , onzes erachtens , hunnen oorfprotig daarin vin^ 
ilen dat ze dezciven uit de fchynbaare beweging dei 
Iletne/s^ waarmede hun onder yv^s begonnen is 9 verr 
klaaren willen. 

Heeft men eenig denkbeeld verkregen van de 
waare beweging onzer Aarde ^ en wil men ook den 
fiand der vaste Sterren aan den Hemel keren ken* 
nen^ het is zeker dat men zich dan in de vrye lucht 
vioet oefenen , dat men den Sterrenhemel zelvcn in 
syne fchoonheid moet befvhomven , wanneer men van 
zclven de fchynbaare beiveging waarneemt ; en vraagt 
fnen dan : hoe zjn nu die waarheden , welken ik te 
voren geleerd heb 9 uit de verfchynfelen ^ die ik thans 
ziej afteleiden j te ver klaaren? dan vertrottwett wy 
dat 9 zo eene kundige hnnd hem geleid^ hy geen vcr^ 
geeffche pogingen zal doen om in de waarheid van 
het eer/ie geleerde bevestigd te worden 9 en uit eigen 
overtuiging ie geloven V geen hy eerst op het ge^ 
zag van een* ander* aannam : hiertoe hebben wy eens 
Handleiding wlHen geven in het IF Hoofd jï tik van 
het H Boek ; en het is by deze Befchotnving dat men 
niet van de Aard-Globe, maar van de Ilemel-Globc 
alleen zich bedienen moet; iniusfaien daar het zeker 
is dat liet zyn- grootjie nuttigheid heeft alle zaaken^ 
die cenigzi'.is inocijdyk zyn^ ran verfchillende kan- 
ten 



til aaNdbnLEZER. , 

f en te bezien , vertrouwen wy althans dh^ dat mett 
fut ons niet betwisten zal als wy beweeren , dat het 
neodzaakelyk zj , syne leerlingen zoo wet de waare 
als de fchynbaare beweging te keren kennen j wf 
vermeesen ont niet hier wetten voortefchryven , en laa" 
ten het daarom gaarne een' teder* aan zyne eigen keus 
zich van die order te bedienen , welke hy goedvind, 
iannende hj^zich van deze Handleiding bedienende^ 
dat Hoofdftuk den voorrang geeven, 'f welk hem tot 
den aanvang zyner tesfen het gefchikfie voorkomt. 

Tot meerder gemak in het gebruik dezer Handlei' 
ding, en van onze nieuwe Aard-Globe zelve , welke 
toch , wat het gebruik betreft , Hemel- en Aard- 
Globe in zjch veriinigt , hebben wy achter dit IVerkje 
eene Catalogus gevoegd, van de Ascentio retta en 
Declinatie der Öoo voomaamde Sterrea , welken te 
Parys, en dus eek te Amfleldam, voor het grootfie 
gedeelte zigtbaar zyn ; gelyk wy , tot dat zehde 
einde, behahe eene jflphabetifche Bladwyzer achter 
aan , den geheelen Inhoud van dit werk achter deze 
feorrede laaien volgen , V welk laasfiè wy daarom 
des te méér verkozen hebben , omdat alle de op de 
Cloben optelosfen voor/lellen zich niet gemaikelyk 
»p het Alphabet laaten brengen. 




INHOUD. 

!• Boek. Algemeens voorbereidende Begin* 

SBLBN. . • • • • § 1-68 

I. Hoofdstuk, jilgemeene beginfelen der 
Spheer. • • • $ I-45 

n. HooFDST. jfigemeene beginfelen van den 

loop der Planeeten* . § 46-68 

IL Boek. Beschryving derxConstructie van 

peGlob£N£nSpil£RaArmillaris. $ 69-266 

I. Hoofdst. Befchryving van de nieuwe Con^ 
ftruQie der jiard- Globe , afgeleid uit de 
waar e beweging der Aarde. % 69-132 

Van de Ecliptica en de Jaarlykfche be- 
weging der Aarde, • % 6$^86 
Over de dagelykfc|ie beweging der 
Aarde. . • -• 87- 9a 
Van den Equator en , Declinatie - Cir- 
kel. . , , 93-Ï05 
Van den Horifon. # io6-n6 
Van den Meridiaan. • 117-108 
Van den Uurcirkel. . 129-130 
Van den Uurwyzer. • 131-132 

II. Hoofdst. Algemeene beginfelen van den 
loop der Maan. . % 133-200 

Over den loop der Maan. $ 133-142 
Van den Almanak. • 143-1^7 

Van de Ecllpfen. . • 168-193 

Van de Eb en Vloed der Zee. 194-200 

nr. Hoofdst. Fergelyking van de nieuwe 
Confiruêlie der Aard* Globe met 
de oude% • m % stoi'OoJ! 

IV, 



W H 



U . p. 



IV. HoOFDST. Befihryving van ds Hemel-Glo- 
i>f » afgeleid ait de fckynbeare btweging 
des Hemels. . . % ao3-fl6o 

V. HooFDST. Jiefchryving van de ■ Sph^ra 
jiftmUayis- . • ■ % aöl-OÖS 

lil. Boek. Gebruik der Glouen. % s/S^-546 
I. lIooFDST. Gebruik der Aard'Ghbe naar 
de nieuwe Conftruüie. , % 367-4!» 
NB. Daar de Problema's in dit en het vol- 
gentieHoofdHiik ilczelvde zyn,wyst 
de ecrltc % nan de oplusAngeii zoo als 
dezelve iii dit Hoofdft. zyit opgege- 
ven , cti de tweede die van liet vol- 
gende Hoofdftuk. 

I. Problema. Den. Meridiaan, Uurctrftel en Uur- 

■ . wyzer te flellcu overeenkoinllig een' gegeevcii 

■ Plaats en Dag. . • ' S 269-423 

II. Prob. Te vindcm hoc laat het op eene gegce- 
ven plaats -zy , als ïiet op cene andere 'Mid- 

■ dag is. - . . . 275424 
IB. Prob. H«e Iaat is- het te R;l(ing , als het te 

■ Weenen 7 u. 30' vowniiddag is? 177-4^6 
IV.' Prob. Waai is het Middcrrtacht ^ als- iet te 




. N HO U D^ ^v 

VIII4 Pro». Oen Horifoa te ftcllen op eene be- 
paalde Bteedte • . $ 091-431 - 

IX. Prob. De Geographifchc Lengte en Breed- 
te eener plaats op de Globe te 
vinden. • • • 293-432 

X. Prob^ Den beweegbaaren Meridiaan en Hori- 
fon te ftellen overeenkomffig de Lengte en 
Breedte van eene zekere plaats. 294-433 

XI. Prob. D^ Tyd .van den Op- en Onder- 
gang der Zon , voor eene gegeeven plaats , 
op zekeren Dag des Jaars te 
vinden. . • 295-434 

XII. Prob. De (Ireek des Windis te vinden in 
dewelke de Zon Op* of Ondergaat , als- 
mede derzelver Azimuth by baaren Op- Qi 
Ondergang. . . . 297-435 

XIII. Prob. Door middel van den Breedte- Cir- 
kel den T'vd w\ den Op- en Ondergang 
der Zon voor een* zekereu Dag en PJaats 
te vinden. . • 298-43^ 

XIV. Prob. Te vinden welke plaatfen de Zon 
te gelyk met Amfteldam zien Opgaan op 
den 5 May. . . 301-437. 

XV# Proé. Te vinden voor welke plaatfen de 

Zon Ondergaat , als op den 5 May te 

Amfteldam de Zon Opgaat. . 302-438 

XVL Prob. Te vinden voor welke plaatfen de 

Zon Op- en Ondergaat, als het Middag is 

te Amfteldam op den 5 May. 303-439 

I)CVII. Prob. Te vinden voor welke plaatfen de 

Zon Op- en Ondergaat , op een' gegeven . 

Dag ea Tyd buiten d^n Middig. 304-440 

xvm. 



XVI INHOUD. 

XVÜI. PROB. Te vinden hoe Iaat het is te Aiii» 
fteWam , als den 24 Aug. te Mexico de 
Zon Opgaat. . , 3o:i^44i 

XK. Pbob. De Lengte van Dag en Nacht te 
vinden op een' zekeren datum voOr eene 
gegeeven Plaiits. . . 307-441 

XX. Prob. De Aard-Globe als eeti Tellurium 
te gebniilien , om de verwisfdling der Sai- 
foenen , eu het lengen en korten der da- 
gen aan te wyzen. . . 308-443 

XXI. Pkob TevindendcIidagjOpwelken deZoa 
het eerst Op- en voor het laatst Ondergaat 
voor elke plaats. weL.er Noorder Breedte 
grooter dan (Ai** is . 315 446 

XXU. Prob.. Den dag te Vinden, op welken de 
Zon voor het eerst niet Ondergaat, bene- 
vens den tyd dat dezilve betlendigbovea 
den Horifon blyft, voor elke plaats wier 
N. Breedte grooter is dan ÓÖJ"* 333-44/ 
XXin. PnoB. De Hoogte der Zon boven den 
Horiron op, en buiten den Middag te 
vinden. • • * 333-443 

XXIV. Prob. Het begin en einde der Morgen- en 




.f N ^ ft V. ».• *«i 

Zou, Rfwn ep.yfl^ ^ dePlapettföyjjojr 
cene gegeéven Pjaat;? en D^g te vinden; 
of den ftand dpi^Z^ü ,,MMn ^n van alle 
i^ Pl^ueeten voor eenen gp)i^elen Dag , 
Óp eené gegeéven plaats , door middel 
der Globe te ki^jtpeaaamvy^n^jg^ 
XXVni. Pkob. ^Ten allej^Tty^e.W ^^n Dag te 
yiüdejiL .de plas^s in ; weikef^ Zenit h de 
Zon'ftait. ; ♦: ^ . .. 335-45» 

XXJXp ErOTj Den juisten ^tfd van c^enr^p- en 

On^ejrg^g der MWL Jte Mt^tï , op den 

jj Ayè^ist^s i«c^-ji te^A«ft€M^m 337*454 

XXX. Paois'. De Plaats eeni^ mu Ster op de 

Globe aantewyzen. J; ...^ . 339-455 

XXXi. Paoili Den Op- qn Ondergang eencr vaste 
. Ster op de Gldbêie vv^den* ^ . ^H56 

3pCXn. ,PRopr Te yindea aUf j&eiren ,diq jjrccne 

. gegeéven P|laa^ 1^^ 343-457 

XXXin. .l^c^vmden'allc Sxêwpii,.^welken op esne 

zekere Plaats nooit 0|>gaaa , of altoos 

onzigtbaajT zyn^ - r ..rr .. -^ ii3flr-457 

XXXIV. 'PR03. Den Tyd ..van *!; Jaar te vinden, 

'op wélken eene Ster Gosmice of Acro- 

nice Op- of Ondei^gaat- • 347-458 
XXXV: Prob. ben Ty4 . v^aa' den Hcliafchen 

Op- en Ondergang eeaec. Ster 

te vinden . .-. ; - .^ 350 459 

XXXVL Prob. De Plaats te .vindea ^ welke cene 

Ster in 't ^^nith heeft » : op . een' gegee- 

ven Dag en Uur^ ,...;• ^ ., . 353 460 

XXXVit Pb.01..' D«n* qpjrjippi^ dent.wn eej?^ 7e- 

kwrc plf^ts fc yip4c(i* . .- 354-463 

■■■"'•♦ YYYVIIT 



i.i 



. XXXVUL 






fXA 



•tti^&ui. 



XSCVfiL' pROs. Tè vindeti hoe tut liet is te 

' Amdeldam, als, eene der 5 '355 opge- 

' noemde-- Sterren in 'het ZeriÜh is der 

. .:-v- .1 ■ Plaats jVaü' Welke zy Correspondent 

■'■ 'is. ■ ■-' ; ' ■ , . ■; 358-464 

-XSXDC. pRfOs. Welke 'Ster ftut 'er boven de 

'-jfa^t vao Gibraltar, 'als het5 uilteh 35' 

-'- 's ïTOilds ; op den 15 ï^ovraiber , te 

' : '.£ Amfleldam is? . * ' * S59-405 

^''- XI&'. Prob. Het 'plint des Hemèis't^ f fhdetr, 

•' ■'' ■'." ï oflder^liet welk eene zek'^'plaats op 

i-'i-jt' - ■- efii' gegeewn'Dag'en tyd gelegen zy, 

■ ' 'l ' dft'is dat punt des Heüitls ; *t welk 

■r-.i- '-"" op den bepaalden Tyd inèt fiet Zenith 

■"'■ ' ■ .van de gegeeven Plaat^ '"■ 

ir. ■>-" overeenkomt. . . 3^466 

'' ■ ■ XLI: PitoB.'fienc Ster te vinden, welke op 

^ ':i- '■ ï-' ■ edi' gefeéévett' tyd in Aetizèivden Verii- 

'•' ' ':' "caslen'Bo^inet eene zèkére'Pla'at^ vaii 

■• oAs gtftgtó is: • , /.- 361-466 

"t'-lBai. Prob. De Hoogte tè vinden, .>oven 

(*■■•■' ■■ ^iimSón, van 'een zéker piintiiï'es" 

-■--.1:', -.i - Hemds , dat "iDet eene zekere plaats 

'• overdénkotnt. . 364 466 




I ÏJ IJ. o,: U D. . 

XLV« P&OB. Door nudd(^ van de DectUnaji^ cl^r 
Zon, of van eenige Ster, de Breedte 4er 
plaats te vindep. . _ r. ; .;• 3^9*469 
yOUVL P&QB* Den tyd ^te xipden y$in deaidopff 
, gang eener Ster 4oor den Meridiaan op 
een* zekeren Dag. • •• 37^*470 

XLVIl. £&0B« Te vinden dei^tj^ van 4en.'dopr- 
gang van heviepuoxvm 4n^ door den 
Merid/aan* • „ 375'47i 

XLVIII« I?K.0B. Te vipden. l\oe .hat U opi^ejkere 
plaats, wanneer .eene bekende/ Ster eene 
. .bepaalde hoogte bereikt heeft^r 377-479 
XLÏX. P&OB.peLengteeénerP}aatff door Sterre- 
kundige waameniingeiitfs vinden. 379i|.73 
L. Prob. De Amplitudo d^ 2k>n of Sterren 
te vinden. • : • 384*474 

hh Prob. De Ascenfioen Descenfio Obli- 
qua, en deDifFerentiaA^cenfionalis eener 
Ster te vinden. . 3^^474 

, Lil. Prob. Den aflfand te vinden tusfchen 
twee gegeeven Plaatfèn. • 3^7*475 
LUI. Prob. Den Angulus Pofitionis te vin- 
den. • « .« .39^:476 
LIV. Prob, De Rechte , Schuine en Paralelle 
Spheer door middel df r Globe te^ ver- 

toone^. • : • ,, 392-477 

LV« Prob. Die twee dagen te vinden , op welken 
de Zon loodlynig 2al 23^1.. boy en zekere 
i PlaatSr» tusfchen de keerkringen. 397-478 
XrVI. Prob< Te vinden de .Lengte van den 
kortden en l;ingften Dag» op eene be- 
paalde Breedte. • 401-479 
^* a tVII. 



■ 



jlV IN H" O- Ü D. 

lüVil. PkOïi Te VHiaén'de Breedte - vin «ene 
"■■! --'■ Wi(lHtiï,'tliróitfSe^ Langde Dag van eene 
o- :■ .gegecven lengte-tei . . 404-480 
DViH. Pkiih:' Dië'Weï'Dagtti ttvinéèa^, -óp-wêl- 
"' '"- k(irf''<ié'-Zo}fïi^ eeivgcgecTeiilJurop eene 
'">-"! zekere-PIaats ópigaaf. ' . ' ' 405-481 
■- 'Lföl.^rioB. iïé Aaitenflo rcfta van 't miAlcir des 

" ■ 'HeittfelSi'tó»' eeii' zekeren Dag en Uur 

■ ;;■■ ■ te vinden. ■ . . 4o6-48^ 

'• ■' LKj; Pk*». Te vinden* hoe laat het ii tcï>arjs-, 

-■---• '■' WWrtieèIrnKn'öpAinjSeptemtJtr dehoog- 

-■"f-r:; té -der Zon 'aWaar voordemiddag heeft 

- I ■'■ ■' Waüfgeiiomeftttüynsognadcn.- 407*483 

'Ca;XE l^tfï/Deft^Tya-te vindtn, dat de Zon 

: :.^eiï zeker' Aztmutfï 'moet hebben', op een* 

gegeewn Dagen Plaats, .'' 408-484 

-XXH.' PROB. De ■ DecKn&tie der Zon-gégceven 

ïynde tè 2y(fï3*>NóordHyVi te vinden 

ï'J--"'- de Lengte der Zon lit de Ecliptica , en 

1- -: ■ den Dag viii 't Jaa*. ; ■ '-^09.485 

. LXIIL Prob. Tt' 'ti^èéri -ef de PWcet Venns 

MÓrgeiif- of'AvóndRer ia, ; -410-486 

<"L3HV. PROB.-De Tegenvoeters v« 'eene zekere 

; vindeiT. 




1 N H o U D. xxr 

LXVII. PROB. Den Tyd van het Hoogfte Water 
voor eene zekere Plaats op een' gegee- 
ven Dag te vinden. • 4n*4SK> 

tXVin. pROB. Te toonen het groote nut , dat 
dé Bewooners der Noorder Poollanden 
van de Maan trekken ktmnen. 400-491 
LXDC. Prob. Uuren en Minuten tyds te bren- 
gen tot Cïraaden en Minuten van den 
Equator ; of Graaden en Minuten van 
den Equator te brengen tot Unren en 
Minuten tyds« . • 421-492 
n. Hoofdstuk. Gehruit def Hemel- en 
Aard'Globen naar de CönfiruEhe van 
Adams; . • ' S 40^-491 

De Problema's in dit Hodfdftuk vervat 
zyn dezelvde als in het vorige, waar ook 
de S S , alwaar dezelve in dit Hoofdft. te 

'V\ndeT\ zyn , zyn aangeteeketid \ dan , 

behalven dezen , worden nóg de drie vol- 
genden alhier verklaard. 
ï. Den'Uurwyzer te ftellen voor een' ge- 
geeven Dag. . . 5 43^ 

n. De Globe te ftellen op de Poolshoogte 
v^ eene zekere Plaats. • 433 

HL Öe Ascenfio ReAa en Declinatie Atr 
Sterren door middel der .Hemel -Globe 
te irtnden. . . 455 

in. Hoofdstuk. Gebruik der Sahara Ar- 

millaris. . . S 493-499 

W0 HooFDSttJK. De Toepasfing van de 

Klootfche Driehoeksmeting' op de Sterre^ 
. kunde gemakkèlyk gemaakt 9 door het 

gebruik der Globen. . % 500-519 

^ ♦ 3 L VccR- 



xxu ï N, H o U D. 

. I. VooRST£L. Den tyd te vinden van den Opgang 
en Ondergang van eenigHemellicht, op eene 
. gegeeven Breedte. . . $ 501 

. II. Voorstal. De Amplitudo van eenig He> 
mellicht te vinden. . , • 503 

III. Voons. Te vinden wetke de Lengte zy 
eenet Plaats op eepe gegecveo Breedte^ op 
welke de Zon op een* zekereo D^ te ge- 
lyk opgaat met eene andere plaats op eene 
gegeeven Lengte ep Breedte geleegen. 504 

. IV. Voors. De Breedte der Plaats — de Decli- 
natie det Zon — en de Hoogte der Zon 
gegeeven, itynde — te vinden het Uur van 
den Dag. , . , . 505 

V. VooRS. Gegeeven synde : De Breedte der 
Plaats — de Declinatie der Zon — en der- 
' zelver Azimuth — te vinden het Uur van 
den Dag. . . . 507 

. VI. Voors. De Declinatie en Ascenfio reAa der 
Zon gegeeven zynde , derzelver Lengte te 
wMi^n ; of omgekeerd. . . , 508 

Vn. VooRS. Ten allen tyd« den hoek te vinden , 
welken de Ecliptica roet den Meridiaan 
maakt, . . . 509 




ï N H OUD. ttui 

Ecliptica^ '4» welken"' de ^on ftarr als zy 
een zeker getal graaden ondef den Horlfon 
(laat , terwyl de Ster 0{v 'of Oirfergaat » ^ 4 

X. Voorstel. Gegeeven zyn^t: De 13reedte der 
PhtiKs -^ de hoek, welken eèh zekere Vèrtf* 
r 2 caal met den Meridiaan maakt '^ en de Dag 
«n lietU«r -^ te W/yd<fii : de Ascenfio ttöa 
en DecUnatie van! alle dé Sterren, welken in 
dien VerticaalAaaaw . « .' .^ S'^^S 
3Q. VooR^. (%3^v^ji»p s^/vi^: De Ascenfio te&a 

' en Dé6lidtöe van tVvtee l^ef i«eii , walkeii A) p 
hetzelfde obgenl^k m denzelfden Verticaal 
waargenpmen zyn ^-^ièvirubïi: éüt Bi^dre 
der Pkutts. .. . . • --^6 

Xn. Voor. Gegeeven zynde : De Ascenfio refta en 
Decllnatie van twee Sterren , in denzelvden 
Verticaal ftaande «- en de Breedte der 
Plaats — het Uur hoe laat het is te vinden. 518 
Xill* VooRS. Ten allen tyde den graad des Equa- 
tors, welke in de Meridiaan (laat, door be* 
rekening te vinden ; of, deze gegeeven zyn- 
de , het Uur hoe l^at het is te vinden. 519 

V. Hoofdstuk. Gebruik der Globe in de Zonne» 
wyzerskunde. • . § 5^0-546 

Grondbeginfelen waarop de famenftelling der 
Zonnewyzers rusten. • • S 522 
Byzondere foorten van Zonnewyzers. 525 
Een' Equinoftiaalen Zonnewyzer te befchry- 
ven. • • • w 526 

Horifontaale Zonnewyzers te befchryven. 539 
Verticaale Zonnewyzers tegen 't Noorden 
of [Zuiden te befchryven. • 533 

Van 



xziv INHOUD. 

Vin Iiec Zuiden afwylcaide Venicule Zoonewy. 

%en te befchrywn. , , :,:;,, 531 

Agter* of vooroverheUende Verticule Zonnewy- 

zers te befthryven, ... t _ 533 

Veiticaale Zonnewyzert door Hor^mUaU te 
' befchryven. . . - . ,.. 534 

Agter of Toorovertiangende ZoQuewyzers door 

BorifontMle vt befchryven. - ^ . 538 

Meridiun Wyzers te miakfli. , . . 541 
Polaire Zoonewyzcrs te bert^^rei)* • 543 
Algemeene unm«lttngen,onitrat betnukenvan 

Zonnewy«z9 door wddel 4er iütobea» 543 
Catalogus VBO StemD. 
Bladwyzer. ...■-:■.■: 




HANDLEIDING 



TOT D & 



KENNIS BM BBT GËfiKUIK 

D & ft. 

HEMEL- BN AA&D-GLOBEN. 



h B o £ X 

AlOBMBBNB VoORrBEIt.BID£N]l>B Bb* 

\^ GINSELBN. 

f. HOOFDSTUK. 

AlCSMBBNB BEGINS&LSN DBlk 

SPHBBR. 

J t. JL^e doof kunit gemaakte HêmêL^ ëM 
Aard-Globbn vertonen ons op dttteWet op« 
pcrvlakte den betrekkelykctt ftand dèf Vaste Ster-» 
fcn in Ctmftêllatien of Sterrebeeldén afgedeèld — 
en de onderfcbeidene ligging der Landen, Eil^ti» 
éen , Zee£n en Rivieren op het oppervlak der 
Aarde; en wanneer deze Globeii behoorlyk gê* 
monteerd , dat is door zoodanige Cirkels omringd 
B3^ , van dewelken men zich in de Stefrëkündd 
pleeg te bedienen ^ dan vertoonen 2y on^ de waat é 
en fcbynbaare beweging der Aatdé iü des Sterrett- 

A l^f 



% AtaBHBKHjR BHGfMittEW 

hemels , en worden alzoo gefchikte werktuigCjj 
tot het oplosfen vao alle zulke Sterrekundige voor- 
fiellea, welkea ons de verfchynfelen , die wy 
omttdit dt Hemetfbhe LIgcbaimen óp onze Aar- 
de waarnemen, doen kennen, en vooraf bcreke^ 
oen.. 

a> Daar het ons oc^merk in deze Han(Uei<U>W 
bepaatdélyk is , onze Lezeren met de ketinh en 
het gebruik der Semel- en Aard-Globen bekend te 
maaken , en wd faiaypitef t e l d wet die Aard- 
Globe f welke, ingevolge eene door ons nieuw 
uitgedagte conftruOie vttvaardigd , dè Hemel- en 
Aard-Glebett als het waare vereenigd, gaan wy 
hi*r voocby over de verdeeling der byxoaitre 
Landen des Aardbodems , 't welk meer opzette- 
lyk tot de Aardrykskunde z^Ive , en over de tt 
zamenvoeging der Sterren in Sterrenbeelden, 't 
welk meer byzonder tot de Sterrekande behoort , 
te fpteefcen , en bepaalen ons dus alleen tot de 
Globen zelven,zoo alszy, metalIedeCiikelen,die 
dezelven omringen, voor het gebruik gefchikt zyn, 

3. Vooraf ^ter zal het aoodzakelyk cya, vaa 
die algemeene kundigheden, welken totdekcnnia 
der Spheer va de beweging der Plinetten betrek- 




4it bet middeniniiit O vaa den halven CitIkI hei 
BÜddenpUBt van den Bol is » en dat de omtrek vit 
den balMi Cirkel ABC de oppervlakte van den Ba 
bercèiyftt waarom dus ook alle de punten van dè 
oppervlakte van den J9a/ABC£A allen even verre 
van het middenpunt D verwyderd ayn, omdat de 
tëdien van den halven Cirkel ABC alleu evtt 
groot cyn» 

5. Elke refteiyn AC, BE, FG, die van de 
eene oppervlakte van den Ból tot de andere door 
het middenpont D getreden woidt» wordt mü^ 
4enljn van den Bol genaamd » en de é vaa dease 
auddenlyn AD, BD of DE noemt men ótradiÊêi 

offiraal. 

S. De middenlyn AC, rondom welke de | Cir* 
kei ABC verouderftelt wordt bewogen te wot« 
4eB , wordt de As des Bols , en de beide uitein» 
étnx van dezen /is , aan de oppervlakte A en C ^ 
worden de Fooien des Bols genaamd; •— alle de 
middenlynen eens Bols zyn dus even gfoot^ i^ 
gelyk aan den ^x, en kunnen derbahren voor dan 
jis genomen worden. 

7. De lynen Hl, KL, MN, OP, nchsboikig 
0p den As getrokken , worden êrdlffaêon genaamd^ 
en cft van deze ordinaaten befchryft , wanneer de 
Bol om zynen As ronddraait , een* Cirkel ; 200 iDé^ 
IchTTft de ordinaat Hl, den Cirkel HSITH^ 
de ordmaat KL den Cirkel KQLR.K, de ordl* 
naat MN den Cirkel MXNYM, de onHmMt OP 
éen Cirkel O Z P a O ; ^n daar men elke middenlyn 
¥Oor As kan neemen , en dus ook op elke derzel- 
ne wederom ordinaatm trekken, zoo vol^ bier 

Aa ute 



ft Algkhbihe BeaiirsBLBN 

CD Qhtt. Pig, !• *ya ev8a groac, oaittde boe- 
ken KbQ eo RbLv flrikfliiockeh synde , even 
groot ay>» en in JB'igiü. , sraar de ^Mr« Cirkel 
pCQIP'Jon jtA/«drABCDA en EBFDË fiiTd, 
derit deoelVe^CM Ueloé Gfrisd* BiiddcÉi4oor, ' 
^■lülat^e midde^jveo-AC ea ËP der^dekldu 
Cliksli ta het vlak vah denCirkal PGQIB sefege& 
zyn, en dus ook de Btlddeapnotm^tt Poolen dSet 
Uei»ef:iricd3; duzoodn iBtDegroMeCiifcBliiet 
4oor de Poolen viQ-etii' J(ÉGta«iClriKlgaiCyd*efe hy 
éemehBraook aietsüddett door^'felylEiMR'dete rede 
de giOoteCirkdPaQfF^eit.Ueioen EBiPBB niet 
Midden door deelt ^ enk fcWBcn tr t«eé o^ neer 
Ueine:ClrkeIs,'gelyk OHI'KGv LMNOL fï;ï 
jr^V'ln eene Sphser getr^keo wwrdeit ,' weBcen el^ 
böidiv in ^^elieel nlct-fn^n,: d«eh-t«eecroote 
eiricels fiiyden clkaodeF «Itooi In sww mi&t tqeo^ 
«Mrftainde puaten^ detlialn ktmnen-ookvMtwèfe 
gróote Qrkels'^^Ml^ iun elkander' getMUcii Vol- 
den; maar wel twee of meCt UeÏBftiOlifafc^j^aM/'jtr 
aan ééri' ^wmi of aam clkandfcri; ' . 
"■ 13. Alle Ciiiels^ 'zoo wel de itiMb«43£ftels als 
is'gfOitty ja .nten ^gewoon in 360^ té'Vetdeelen; 
tfan'-in de Stetrekahdige berelceBingên:tniakt nea 




die door de beide 1 Cirkelboogen A£ en BE in 
E gemaakt wordt ; de maat van den klootfchcft 
hoek £ urordt gemeeten op eenen Cirkel A B C D A» 
welke 90^ van den hoek E afllaat, en van welken 
Chtel dus £ de Pool is $ 6, zoo is dan de boog 
Afi de maat van den hoek E. 

15. Wy zeiden boven $• 6. dat de beide nlt» 
einden van den As eens B^h desaselvs Poolen ge- 
naamd worden : daar nu de As eens Cirkels ak» 
xoos loodregt of rechthoekig op zyne middenlyn 
ftaat 9 zoo zyn dan ook de beide uiteinden van 
de lyn , welke rechthoekig op de middenlyn een« 
grooten Cirkels getrokken wordt , deszelvs Poo-i 
kn ; de lyn A C is de middenlyn van den Cirkel 
ABC DA, derhalve is EIF zyn As ^ en E en F 
zyn de Poolen van denzelven CirkeU 

16. Wanneer de boog AB de. maat is van den 
klootfche hoek AEB, zoo zal de boog BC de 
maat zjrn van den hoek BE C, en deze boog BC 
wordt het fltpplemont van den boog A B genaamc^ 
omdat zy te zaamen \ Cirkel of iSo^ maaken ; 
dus is dan ook de hoek BEC het fupplemen$ 
van den hoek AEB. 

17. Wanneer op 90® aflland van het punt A 
door de beide Poolen E F van den Cirkel A B G IJ A 
de Cirkel EGFHE getrokken wordt, dan is de 
hoek BEG het compRment van den hoek AEB, 
tn de boog B G het compliment van den boog A B 9 
omdat deze beiden te zamen 90^ maaken. 

z8. Het compliment van een* boek, of boog f 
noemt men dos het getal der graadea , welken men 
^ dezelven moet tellen om 90° te makken » en 

A4 het 



f AteaUBiKK BeomsvLEH 

W ïet /kpplmeni vsn een* lioek of boog noem» 
nea het gecd graaden, het welke mea by dezel- 
V^D moet teUen om iSo*" te maaken. 
. 19. Een kkotfeht hoek van 90° noemt men een* 
{eckiea hoek, omdat de büde middenlyneader Cir- 
kels, die denzelren vormen , rechthoekig.op elkan> 
dtC' AuB , NI dus ook ctie Cirkels zelveo; elke hoek 
die mindcD dan 90° is , gelyk de hoek AE B Fig* 
1^. noamt men een fcherpe hoek ea elke hoek (Us 
Bie«- als 90° is, gdyk de boek A£D Ftg. 4., 
Bonitt men een* ftompen hoek ; even zoo noemt men 
ook de zyde AC van den driehoek AEB Fig. 3» 
Jbkerp, omdat zy minder als 90° is, en de zyde 
BC van dan dtiehoek B.EC fiomp, omdat zy 
peep als 93^ is. 

ao. Twee i/oot/che iioeken AEB en DEC, of 
A£E> en BEC :Fig. 4., welken regt tegen elkan- 
der overftaan , zyn altoos gelyk , wyl de midden^ 
lynent van depzelver Cirkels aan heide zyde van 
ien Grkal , op weHceo die hoek gemeetea wordt , 
^en gely4; getal graaden sflnyden .* dus is de hoek 
AEB. Fïg. 3. gclyk aan d<:tthoek C ED., omdat de- 
tooog AB gelyk is aan den boog CD, alzoo de 
hoeken A I B en D t C , die door derzeVver midden- 




Ax, Ne, Rd^gelykvormlg zyn, dat is,zy afuUen 
allen evenveel graaden bevatten , alzoo alle de mid* 
denlynen EG, IL, AC, NP en RT aHe paraldi 
2ya,en dus de hoeken EFa^IKh, AeX,NOc, 
RSd gelyk zyn. 

OA. Even gelyk in eene platte figuur elke Cirkel 
uit ayn middenpunt befchreven wordt , omdat het 
middenpunt overal even verre van deszelvs omtrek 
ftaat, zoo worcft in een' bol of kloot elke Cirkel 
uit zyne Pgolen befchreven, omdat de As VW 
des Cirkels, welks uiteinden V en W de Poolen 
zyn, rechthoekig op de middealyn ftaat, en dus 
ook de Poolen V en W overal even verre van 
den omtrek des Cirkels afftaan , waaruit verder 
volgt dat de Poolen V en W van den Cirkd 
ABC DA ook Poolen zyn van aUe de kleine 
Cirkels , welken paralel aan den grooteu Cirkel 
A B C D A getrokken worden , wyl de As V W 
mede regthoekig op de middcnlyn EG «n IL 
enz. ftaat, weshalve ook elke groote Cirkel, die 
regthoekig op een' kleinen Cirkel ftaat , dien 
kleinen Cirkel midden door deek. $. ia. 

^3. Twee kleine Cirkels, die even verre van het 
middenpunt des bols afllaan , zyn even groot , 
dewyl de koorden E G en R T , op een' gelykea 
tfftand e F en eS wn het middenpunt . E getrok* 
ken, even groot zyn. 

i24« AHc groote Cirkels ftg. 6. , die door da 
Poolen van een* anderen grooten Cirkel getrokken 
worden , ftaan rechthoekig op dezen laatften , omdat 
de punten V en W gemeen zijn aan alle deze Cir- 
kels, en dat de As VN W mede aan allen gemeea 

A 5 is* 



V> ALGBHBKHB BEfllH)BX.BM 

is, en alzoo de As VNW regtbo^ op AC 
ilut, zoo Baan ook de Cirkels VBWliV, 
VDWGV, VEWFV.regthoekigopdenClikd 
AICEA , en gevolgel^ alle Cirkels, die door de 
Poolen V en W getrokken worden, wuvit oib> 
gekeert volgt, dtt alleCi^ls, die Pander redit- 
lioek^doorfiiyden, door elkanders Poolen gaan. 

OS' Als twee groote Cirkels AICKA ca 
LIMKL elkander foyden, zal de Uootiche hoek 
MIC, dat is de hoek* dien deze Citkels met elktn- 
dsr maaken, gelyk zyn aan den boog NV, dat is 
lan den aHland van derzelver Fooien; want bet 
ptmt V is de Pooi van denCïH^el AICKA, en 
de WigVC ifi dus ==90°,— Zoo is N de JPool 
vanden Cirkel LIM KL, en de boog NM is dus 
ook 90^, derhalye is de boog NM :s de boog 
VC, nn is VM=VC — MC en NM — NV=» 
VM dus VC— MC=ïNM— NV, maar VC 
is=NM dus NM— MC = NM-NV en dei^ 
halve MC-NV. 

ati. Na dus in het algemeen de «genfchappen 
van de Cirkds.der Spheer behandeld te hebben, 
zullen ïvy overgaan, om meer in 't byzonder van 
die Cirkels te fpreeken , welken tot de Aardryks- 




\ 

l 

DBS S p wmMm. IS 

kcmen , sys di Horipm -^ i» -^Uriiiën ^«- Jt 
Béjuatür -^ d!r EeOpticM -^ ^ Qmlttreu itf» dif 
Naekt*£femngeu en $%». ir- Zmmtfiémien **-> it 
DidiMatie^ Cirkels ^ Grkeü van BreMe — 4(r 
Jütrkrimg luut de Kreeft — - ' Jtf Ketrkfing yan dem 
Steenbok — Je iVbt^ifer Pool -Cirkel ^ en Zvïiff* 

d8. Wanneer men deze Cirkels in faonoea fae* 
trekkelyken Auid , van koper of canon gemaakt 
xynde, plaatst, verkrygt men daardoor een werk» 
tuig 5 't welk men eene ^^ra armillaris of Rin^ 
fpbeer gewoon is te noemen : eene zoodanige Spheer 
ziet men op de II PI. afgebeeld , waamit men 
alle deze Cirkels , door de daar bygevoegde naa« 
men , in bunnen bètrekkeiyken ftand zeer gemakt 
kelyk zal leeren kennen, 

29. Wanneer men deze fignur naanwkeurig be^ 
ziet , en dezelve vetgelykt tnet onze boven opge* 
geevene algemeene beginfelen der Spheer, dan zal 
men daaruit ligt kunnen opmaken , welke de 
groete en welke de kUine Cirkete der Spheer 
zyn; de grootte Cirkels toch zyn, de Horifan -^ 
de Meridiaan — de Equator — de EcRptica -^ 
de beide Couturen — de Declinatie Cirkels en de 
Cirkels van Breette — kleine Cirkels zyn die allai^ 
welken Paralel aan den eenenof anderen der groot» 
Cirkeb getrokken worden, gelyk de beide Keer^ 
kringen -<• de beide PaotrCirkels ^ en tUea dit 
Paralel ann den Equator^ EcRptica of ifyrijm ge^ 
trokken worden. 

30. Paralellen aan den Equator , zyn de beide 
Keerkringen ^ ét Pod^Cirkils en alkn WQ vieeik^ 

als 



n ALOtUEBME BbOIRSBLBH 

lis *er tusrcbea dexen in op eiken graad \ 
getrokken worden ; dat gedeelte dezer ParaleUen, 
*t welk tusfchea den Harifon. en den Meridiaan 
gelegen is , no^t men i Dagbogen ; het andere 
gedeelte, onder den Hvrifon gelegen, tot aan den 
Mmiüaam, zyn { Nagtbogen. 

31. Paralellen aan den Ecliptica , ziet men ia 
deze Af b: twee getrukken , één benoorden en één 
bezuidm den Ecliptica, op 8 graden aflbnd van 
de Ecliptica, welke tusfcfaenwytte eene zoort van 
band vormt , die men deu Zodiak of Dia^et^int 
gewoon Is te noemen. 

3a> ParaMle Cirkels aan den Herijhn , noemt 
men jilmicantaratk ; van deze is *er ééa op deze 
Afbeelding getrokken — één Paralel getrokken 
aan den Horifon , op 18** afltand bezuiden den Ho- 
rifon , bepaalt het begin en einde der morgen- en 
avondfchem ering . 

33. Cirkels rechihoikig op den Horifon getiok- 
ken, noemt men fTerticaalen ; van dezen gebruikt 
men doorgaans maar j gedeelte of een quadrant : 
2y dknen ora de hoogte S A der Ster S boven 
den Horifon te bcpa'alen, 

34. Behatf en 'deze Cirkels , moet men nog ken* 




x> B ft 5 # V 8 'm K. 13 

tteene grondbegiiifelen , de navolgende geM* 
gen af. 

!• Dat de hoek BDC , Dolken de Equator me- 
de Hm fin maakt , gemeeten wordt door den boog 
BC op den Meridiaan $ 14. 

A. Dat deze hoek gelyk is aan den afftand van 
het Zenith tot de Noordpool j en dus de aflhnd 
van den Equator tot faet Zenith gel^ aan den 
afRand van de Noordpool tot den Horifon, % a6m 
en deze wederom het compliment van den hoek, 
ëien de Equator met den Horifon maakt. 

3* Dat de hoek F D £ » welken de Ecliptica met 
den Efnator maakt , gemeeten wordt op de Cou^ 
lure der Zonneftanden. $ 14. 

4* Dat deze hoek* wederom gelyk is aan den 
afïland van de Pool der Ecliptica tot de Pool 
der Waereld o( des Equator s^ en dus de aflbnd 
van de Pool der Ecliptica tot den Equator het 
compliment is van 4^n hoek, welken de Equator 
met de Ecliptica maaken. 

5. Dat de Meridiaan , door de Poolen des Equa* 
tors gaande, regthoekig op den Equator ftaat. 

6. Dat de Meridiaan , mede door het Zenith en 
Nadir , dat is door de Poolen van den Hprifin 
gaande, ook rechthoekig op den Horifon ftaat. 

7. Dat de Declinatie-CxtVeh^ door de Poofen 
des Equators gaande , ook rechthoekig op den Equa^ 
tor (laan. 

8. Dat de Breette • Cirkels ^ door de Poolen der 
Ecliptica gaande, rechthoekig op de Ecliptica 
ilaan. 

9, Dat 



14 ALGiittiwr-BEaia^i^EM 

<>. Dat ée PirmaMti, .éov/t bet 2Mi*v ^ ■• 

door de Pooi van dea Horifon gaande, ook. Rcln> 
hoekig op dca Horifon ftaan % 25. 

Ailk!- deee S^v*»)!*» btUUB aii ha te. voren 
|«rmit!dd« ymftttm «otdm, en moeten dm ook 
by het dadelyk ondeivyï door èm kcTling zA 
«M AottUlt VÖrdCH beOÓOgd. 

9^ De hoek, welkende Hatifiit mit óaa Eqm- 

MT' ifcaakt , fflo» egttr geCSKints als ftindvtstig 
ktfchoinrd worden 1 zy is groowr of kleiner , 
naarmau de afftand ^m, hn ZaïMt tot de Pool 
9tt W'Aetdi groocer is , dat 16 naannate de afOauid 
titon ddPocA toe den Horifon vcrichttt, ofwel naat^ 
mate de Poolshoogte grooc ia } de Podsboogte 
hangt ftf van den afTbmd eener plaats van den 
Ë«rOamr , en de Horifon is dus betrdd:e1yk tot 
de brektté der plaats ; want men noemt den afilind 
Wtec irints nn den Equator zyne hrmtte ; om 
tUW Rde ift oo4c in deze Af bedding de Spheer 
als hangende in den Meridiaan ea Horifon ver- 
bctld , omdat men zich dnelve als in deze kun* 
nende dria'fón moet voorftdlen. ^ 

37. Dc^e vcrfchOlende flaod Ton den Horifon « net 




t> tm S p B K M ikè tg 

Utdcend de CUkd ABCD de Hori/hn; iEQK 
de Equator; N de Noord en Z de Zuidpool^ ^ 
abc» def, ghi, kim zyn paralellen aan deft 

S9« De r^^6 5i»Atf0^9 dus genoemd omdat de 
Eqmê$9r en alle Cirkels, die aan dezelve paralel 
tf^^ in deaelve rechtkoeiig op den Horifonftaan» 
heeft plaats voor alle die hewoonets der Aarde , 
welken ónder den £fuator woonen ; de beide Poo« 
len N en Z leggen in derzelver Horifon ; dag en 
nacfat is altoos even hng , en derzelver bewooners 
2ien iêffe de Sterren op- en ondergaan ; het Zenith 
dezer Spbeer valt in Q in den Equator. 

40. De tweede zoort van Spheer 9 fchuine Spheer 
gienaamd» omdat éea Equator AQ^K^ een' zekeren 
hoek met den Horifhn maakende , fchuin op dezel» 
te ftaat 9 gdyk ook alle paraleUin aan den Equa- 
tor 9 heeft plaats voot alle Ivnden gelegen tus- 
fchen den 'Equator en Pool der Waertld; in de- 
zelve is altoos ééne der beide Poolen N, . zynde 
deze de Noordpool voor de bewooners der Aarde 
henoorden den Eqnator , en de Zuidpool voor dé 
bewooners bezuiden den Equator » een zeker getal 
graaden boven den Horifon verheven ; de dagen 
en nachten zyn in dezelve ongelyk van lengte; 
zpmmigen Sterren gaan in dezelve nooit onder , 
andere beurtelings op en onder ^ en andere nooit op 
en zyn dus geheel onzigtbaar; het Zenith van 
deze Spheer valt in Z op een' afïland ZN van de 
Pool , die gelyk is aan het complim'ent van den 
boog E N 5 35« — deze Spheer egter kan meer of 
miu fchuin zyn 9 naar dat dèr boog EN of dé 

Pools- 



ti Atq>UESM< Bia4HSILEll 

Poobhoogte meer of minder groot is ; is itt» 
hoog klein , dan Heeft de fehuine Spheer vabex 
mm de eigenfckappeo van de regte^ dat is d£ dfl^ 
gen zyn minder ongelyk vin lengte , 'er zyn mea 
eerren zigcbaar, enz. ; is deze boog E N groot , 
dan nadert de fehuine Spheer meer aaa de para^ 
lelUn, en tieeft dus meer van haare eigenfchappen} 
de dagen en nachten worden ongelyker van lengte » 
*er zyn minder Sterren zigtbaar , enz. ; dit moet 
bewezen worden uit 5 35, a gevolg. 
. 41. DsParjle/leit-i^egrFig. 10 wordt das ge- 
Moemd, omdat alle Cirkels, die Paralel aan 'den 
Equator zyn, ook Paralel aan den Herifoa zyn, 
w^ de Equator ^QR en Horifon ABCD coin- 
cideeren; in dezelve zyn de Dagen en Nagten zeer 
pngdyk, dat is 'er is maar één Dag en maar 
£éne Nagt in 't gelieele jaar, die elk | jaar duurt; 
de Sterren die hexoorden den Equator flaan , 
zyn altoos zigtbaar, die bezaiJen den Equator 
flaan , altons onzigtbaar, en het Zenith dezerSpheer 
is de Pool N zelve ; deze Sphew heeft plaats voor 
de bewooncrs der Aarde juist onder de Pool, zoo 
*«r eenlgen zyn. 

. "\Vy zt:IJ>?n (iat liet Zenith der ri:gte Spheer 




B ■ ft 'S » li E « m; * xf 

in Fig. 9* is NZ^dat is de afihiA van 
bet Zenith tot de Poei^ gelyk aan het complixBent 
van QZy dat is de aflfamd van het ZenitA tot dea 
Mfwafor^ welke de Bieeiitè eener plaats bepaald , 
gelyk iulks in 't vervolg nader zal aangetoondi 
worden* 

43«:Na deze algemeene denkbeelden van de 
Ci^éls der Spheer gegeven 'te hebbes, zuilen wy 
nog kortlyk aantoonen, welke.de namen zyn 46^ 
Cirkels , die men op de Hemei en )4ard' GMm 
gewoonlyk vindt afgetekend. 

44. In de II Fig. wordt eene Hemel- Glohè vi^ 
beeld 9 met alle die Cirkels , welken gewoonlyk op 
dezelve getrokken worden ; in dezelve is S de 
Noord en T de Zuidpool der Edfytica ^ N de 
Noordpool, en Z de Zuidpool der Aarde — £QP 
de Edipüca — SaT, SbT,ScT, SdT, SeT, 
SfT, SgT, ShT, SiT, SkT, SIT, SmT, 
SnT, zyn alle Cirkels van Breedte, rechthoekig 
Of ' dt Ecliptica getrokken — i, i5, 5^ — a, 
i5f ^3 — 3, 14, aa — 4, 13, at — 5, w, 
do — 6, 11, 19 — 7, 10, 18 — 8, 9, 17, 
alle paraleiïen aan de Ecliptica — SPTES de 
Coulure van de Zonneftanden — NQZ de Co%t^ 
bare van de Nacht- Eveningen — -ffiQR étEqua^ 
/0f .. £C de Keerkring van de Kreeft '^ DP 
de Keerkring van den Steenbok — AS de Noor der 
Pool 'Cirkel — en TB de Zuider Pool -Cirkel. 

45. De Aard 'Globe, met alle de Cirkels, die 
men gewoon is op dezelve te trekken , wordt in 
de ia Fig. afgebeeld : in dezelve zyn N en Z de 

Pookuder Aarde— >iEQR é^Equit^r^ZC At 

B Keer^' 



«0 ALgcVftBiVB £b«insclem 

le^Httii^ fM tb Kre^ — OP óeSderiHttg m» 
jltw StanMt — AS Öe TftW'der Potl'CMul ^ 

i«b-4B^N<Z,NdZ,NeZ,NfZ,N«Z,Nh2i, 
KiZ»y4ffkZ, NiLZ. NAiZ, NiiZ, No£,Np^ 
alle JftM<«fl«i«<— en 11,10,17 — 1,9., 16 -v^ 
flij, 8,' 15 — S-» 7> ,«4 — 4; *» «8 - 5f ". 
«Ue iAnr«/ABIw oin den Sqmtor, geiwoonlyk eei»- 
«oudig A«r«Mni'geBaamd — EQP de Ee/^Hett, 
«lie itDOKcr^yclgeittlyk niet tot de Aard-GMt 
behoort , echter gewoonlyfc op deisdve getekend 
wordi;. 



.11.. H 00 F D S T U K. 



ALGkttBSt^BÏEbkïfSBLEN VAM IV^BN 
LOO» Dk&PjLANKSTBÏV. 



46. Zal aifn io het legte flebruJk der Globfa 
eeniga vorderingen maakcn, dan is bet -nodig ien 
van de beweging deri*Ianeeten te kennen^ ui dit 
aen de kunsttemwD, welken men met betr^kinf 
tot haare "vofcheiden lUnden gebruikt, behoorlyk 




TAV PCM hP9^ pmWL Pl'AIIILKlBN* t§ 

«ielfd9 pbuus ea denselfdtti oiiderfiogen (land xlet 
|Miey4^» terwijl de huütften^ bec gantfche ruim 
<deB HepHjIs als dooiwattdeleade , dao op deze ^ 
(dan t^ gewe plaats dgiQr ons oog wordea waam' 
Cesoncft f lEerwijl sij door ons » daa Fan ét 
rêgür Mar de Unhr haad, dan yan de iSwibr 
AfW de ri^/fr hand zich bewegeiMtie^ be&houwd 
worden , waarom nea daa o^ i^aai' deo naam 
van Dwoêffiirr^ gegeeven heefi; hoewd na 
deze Aaape beweging voor ons oog zoo on- 
Rgefaaatig moge fcbynen , zoo ken ons egter 
de Sticrrekunde ^ dat niets minder da^ dit df 
•waare aait yan haaren loop zij ; door de Sterre* 
icande worden wij (Hiderrigt , dat zij haaren loop 
om de Zon in bepaalde tijdperken volbl^ngen ^ 
m loopkring^, welken eene EUiptifche gedaante 
hebben , en in het eene brandpunt van welkf 
£lUps de ZÓN zich bevindt. 

48. Wanneer wij op deze wijs den waaren loop 
der Planceten befcfaouwen , en ons met ox^zj^ vjer- 
beelding als buiten onze Aarde veiplaatzen, oqi 
den loop derHemelfche ligchaamen, tot ons Zovif 
neftelzel behoorende, te befpieden, dan moecea 
wij onze Aarde mede in den rtmg des* Planecf 
ten plaatzen , en het zelfde , dat wij zoo even vag 
de Planeeten zeiden en daar nog vervolgens van 
zuUeu zeggen, ook op onze Aarde toepasfen. 

49* De loopkringen der Planeeten zijn vlak^ 
ten 9 wdken allen door het middenpu;>t der Zon 
gaan , alfchoon zy nogthands verfchiUende het* 
Ungen tot elkander hebben , en zich naar verfehife 
lende gewesten des Hemels uitdrekkent 

Ba ^' 



ao AtAEHiBMK BEOIMIELEIt 

'50. Het denkbeeld vin een vlak tocteptsfen op 
de loopkriogen der Planeeten , en In 't gemeen 
op- alle die Ciikds , welken wy in het vorige 
Hoofdftak als Cirkels van , de Spheer hebben 
jeeren kennen , is zeer nood^akelyk j omdit men 
Tonder dit te doen zich geene juiste denkbeelden 
vin liet gebnUk derzelven , van derzelver grootte 
«1 VBQ dendver onderlinge betrekkingen kan 
vormen ; waarom het nodig zyn zal dit , duid»- 
-UJkheidsbalvef eenigzins nader te ontwikkelen. 

51. Een VLAK in 't algemeen is eene opper- 
vlakte, op welke men in allerlei richtingen eene 
-Techte lijn kan trekken ; dit is de naauwkeu- 
TÏgfte bepaaling , welke men van hetzelve kan 
geven; want eene oppervlakte 19 geen vlak meer, 
indien tene rechte lijn dezelve niet in aUe haare 
funten en in ^lerlei richtingen aanraakt , en zich 
met ^ezelve vereenigt. 

53. In de Sterrekunde verbeeld men zich alle 
-vlakken oneindig in de onbepaalde ruimte des 
hemels verlengd ; en daar men zich dezelven ïn 
de Spheer als Cirkels voorftelt, zoo beftaat dan 
het i^k van een* Cwkel in de verzameling aller 
middenlijnen van dien Cirkel , onbepaald buiten 




VAM DEM LOOF DER PlAMEETEM. M 

200 te fpieeken , de Sterren als zoo vcdt 
lichten fcfaitrereo 9 en in welke kloot men 
zich de Cirkels 9 waarvan men zich in de Sterre- 
kunde bedient 9 verbeeld getrokken te zyn; daar 
ondertusfchen de voorftelling des Sterrenhemels ^ 
onder de gedaante van eene kloot 9 louter denk- 
beeldig is 9 gemerkt de aflhmden der vaste Ster^ 
ren van ons zeer zeker verbazend onderfchèi- 
den zyn 9 zoo volgt daar uit tevens 9 dat zich de 
Cirkels der Spheer als bloote Cirkels voorte- 
(leUen een denkbeeld is 9 dat veel te bekrom- 
pen en geenzins overeenkomftig is met de ver- 
bazende uitgeftrektheid des Hemels ; een Cirkel 
toch heeft zyne. bepaalde diamer^r en dus zyne 
bepaalde uitgeffarektheid , maar zich geduurig het 
vlak der Cirkels als oneindig in de onbepaalde 
ruimte des hemels verlengd voortellellen 9 geeft 
ons het waare denkbeeld aan de hand 9 't geen 
JU et de verhevendheid dezer wetenfchap overeen- 
komftig is. 

54. Laat ons onderftellen, dat DB AH, IJg. 
13. de uitgeOrektfte zij van den Equator der 
Aarde, die door de grootte der Aarde zelve be- 
paald is, zoo moet men zich het vlak van den>» 
zelven zonder paaien verbeelden: een Ster O op 
eenigen aQland van de Aarde, welke ook, zal al- 
toos in het vlak van den Equator zyn, wanneer, 
fl^s ééue der middenlynen van den Equator door 
de Ster gaat, en men zegt alsdan, die Ster is in 
den Equator. —^ Indien men zich verbeeld dat 
die Ster O, in plaats van in de oppervlakte zelr 
ve van dit papier te zyn 9 een duim of meer 

B 3 bo^ 



• I 



Voren lieuel^e veriievea wire, dui êat dti aü- 
éealya O A O niet Ueer door deze 8ter kunnen 
gaan , en de Ster O niet taxtt g^gd kunnen 
ürorden i> het vlak van den Ëqnator te lyn. 

gg. Waniieer men dus in dê' Sterrtkunde üegt» 
dn eén HemeUicht in deii Eqttahr — tt de 'Eclips 
tica — lil den Horifon — in den Merididan is , 
Inoet men altooa de vlakken vsH die Cirkfls dstr 
doot TCrfttau; de Zo» en i^foaiti by voorbeeld » 
gezcgt wordende te gelyk in den Horifon te f jm , 
geefï men daar mede te kennen , dat' delEclven 
gelyktydig in htt relvde vlak zyö , «Ifthoon ook 
op eenen verbazenden afltand Tan elkander Ter- 

JVyderd zyndc, want zyii ry dit ntct, zyn 

Sy niet in het zetvde vlak , zoo kunnen zy ook 
hiet beiden tegelyk in de« Horifon zyö; eén Ster 
P dns , door welke eene der verlengde midden- 
lynen van dtn Cirkel ABDM kan gettokken 
worden , is in bet zelvde vlak met de Ster O , 
fchoon ook verre van dezelve verwyderd. 

g6' Van dezen regül moeten nogtbtns alte de 
l^eine Cirkels der Spheer v^ordeb Uitgezonderd, 
wiir vlaktien in de Stettcktindd akt op gelyke 
wyze kunnen verlengd wordeH « en Welken , in- 




▼AH IPBlt 1.001 ÜBR PLABEBtBH. ^ 

▼en dus door haaren loop om de Zon eene bonuM 
lyn gelyk «in de Ellips ABPC , ^/^. 14» (^ 
zeeker hier te fterk Elliptisch getrokken is ^ doch 
hetgeen ni^ wel anders kan zyn, omdat m(.n de 
juiste verhouding van de diameters der Ellips 
waarnemende ,- fai eene figuur als dez^» te m 
den Cirkel bykomen zou>; de Zon $ ftaat niet ia 
het middenpunt M der Ellips, maar ia het eene 
brandpunt derseJve in S ; de affiand A S .der 
Planeet van de Zon is niet gelyk aan den a& 
fhmd SP, en dus zyn de Planeeten , in haartt 
loop om de Zon , niet altoos even verre van de» 
zehie verwyderd. 

58. Het punt A van derzelver loopkring , het 

punt, dat het verfte«van de Zon afilaat, wordt 

het Aphelium , en het punt P , het naaste punt 

by de Zon , het Periphelium genaamd ; de lyn 

ASP noemt men de lyn der Jipfiiien^ en d^ 

punten B en C de middelbaare afRanden » «^ 

MS is de uit middelpuntigheid der Planeet; deze 

lyn der Apfidien is niet altoos nnar het zelvde 

gewest des Hemels gekeerd : dezelve beeft haaro 

eigen beweging , welke men by naauwkeurige b&« 

tekeningen behoort te kennen. 

. 59» De aflland der Planeet AH van derzelver 

ApheHum noemt men de Anomalie der Pfameet; 

deze onderfcheid men in eene waofe en middd^ 

kaêtre ; de middelbaare is die , welke de Planeet 

zou hebben , wanneer haare beweging eenpaarig*^ 

was, dat is, wanneer zy in gelyke tyden gelyke 

boogen doorliep; en de waare is die, welke zy 

werkelyk heeft ,' omdat de Planeeten 9 in haar 

B 4 jiphe^ 



«f ^LOBMBBHB Bbgi.MSBI.BN 

jlpMiam veel tzaager loopende dan-, in baar Pe^ 
ripheliu» , geene gelyke boogea in gel^e tyden 
dooriopeti. 

60. Laat otts oaderftetlen, dat Fig. 15. AKPQ 
wederom de loopkring van eene Planeet zy , en 
ABP CA een Cirkel om dezelve getrokken , io- 
dcDwelken wy zullen onderftellen dat eeoe zekere 
Planeet eene eenpaar^ beweging beefc, zoo dar 
zy iit denzelvdeu cyd even veel graaden van dezen 
Cirkel doorloopt ; wy zuUen deze Planeet de mii' 
dóba»e'9{mstt noemea, om dezelve te onderrchei- 
' dea vao de waart , die haaren omloop in de Ellips 
volbrengt; dan zal, wanneer de beide Planeetea 
(dat is de middelbaare , welke wy haaren loopkring 
in den Cirkel ABFCA voorouderftellen te vol- 
brengen , en de waart , welke haaren loop in de El- 
lips ARPQ heeft), haaren loop iaAoffaet^i^ 
Hum beginnen, de middtlbaare Plineet de wath 
rt Planeet vooruitlopen , wyl de bew^ng der 
ivaare Planeet in het ApheUum trager is ; d.<ax 
ailland tusrchen de waart en middelh»art Planeet 
zal gcfbidig toenemen , tot dat de -waart Planeet 
Hl R derzelver middelbaaren afttand gekomen zynde , 
ditverfchil het grootfte zynzal; vervolgends zullen 




▼AH Sin i^oof hnm FiAiitttvN. kf 

ioof hetwetic de Pla&eet gaan moet om lenN^&rden 
vaii bet vlak van den lodpkrifi^ def Atfdt te ka* 
mcff ^^ iibeiDt flien dé Noétder*kttêtipy m wotdt 
aldus gfbtëkend j;^, €d het {)uilt D^ door hetwelk 
pasfeerende de PlanééC Wèdef ten 2fii/fcii van bel 
vlak yfva den loopkiing der Aarde komt^ noemt 
men de Zmdtr-kfioóp 9 en tekend hetzelve aldui 
V; de afWyklng ef der Planeet van het vlak vftn 
den loopkring' der Aarde noemt men di Brndtê 
óer Planeet ^ Welke het grootfte h in g. op 90^ 
aflland van den knoop, wanneer de Breedte Afg 
gelyk is aatl den hoek ADE , welken de beide 
vlakken met elkander maaken ; de richting van de 
lyn der knoopen DB der byzondcre Planeeten ia 
zeer onderfcheiden , en zy hebben ieder weder haare 
afeondeflyke beweging. ' 

(J5. Men telt thands 7 Planeeten tot öns Zon- 
meftelfel "bdioorende , wawvan Comm\gen ééne of 

meer By- Planeeten of Maanen hebben: deze 7 
Planeeten loopcn ieder op bepaalde afllanden en 
in vastgeftelde tydperken rondom de Zon, welke 
aHlanden weder met de omloopstyden in verband 
ftaan^ zoo dat ik vierkanten der omloopstyden zyn 
Êlt de Teerlingen der afffanden. 

66. De Planeet Mercurius, welke de naaste 
lm de Zon haaren omloop volbrengt , ftaat in 
haaren middelbaaren afil>and 8,o73,7aa duitfche 
Mjlen Van de 2^n af, e;i volbrengt haaren gehee« 
]eo loop om de Zon in 87 dagen, 23 uuren, 15 
iiinuten^ 37 feconden. 
VB^'u!i , welke in haaren middelbaaren aflland 

15^086,550 



a8 AkOIKHHB fiBOINSlEIM 

15*086,550 duitfehê Mylen van de Zon afilut , 
loopt in 334 <!■ itf n. ^j)' II" om dezelve. 
' Hierop volgt onze Aarde op eenen aflUnd van. 
90,857,008 dmtfihe Mylen ^ in haare middelbaire 
. ftanden van de Zon . en volbrengt baaren om- 
' loop om dezelve, verzeld van éiat Byplueet, 
'de Maam, in 565 d. tf ■• 9' n" 
, Na deze komt Mars , wiens gemiddelde if- 
fland op 31)779*673 duitfehê Mylen berekent 
wordt ; zyn omloopstyd is i jaar , 331 a- oa^ 

Vervdgends Jüpiter , op den veel grooteren af- 
fitnd van 108,476,874 duUfcht Mjien , en loopt 
om de Zon, verzeld van vier Satellieten, in 11 
jaar, 315 i 8 «r 5» af' 

Voorts SaturHus, welke in zyncn middelbaaren 
afllaod i98,9lS9if7oa duitfehê Mylen van.de Zon 
aflbut, en zynen omloop in 39 jaar, 164 d. 7 ". 
31' sd", verzeld van zeven Maanen , volbrengt , 
omringd zynde van eenen Ring , die in eenen fcbui- 
oen ftand met betrekking tot den loopkring der 
Planeet (laar. 

Eindelyk vdbrengt de Planeet Herchbl of 
Uranus op den verbazenden aflbnd van 400 




deden— enHercAeli^oSlSoC^j waaruitmen, als 
men de vier hatfte cyffer- letteren weglaat, voor 
de eeuvouwigfte getallen , die ons de betrekkelyke 
aflbiiKlen der Planeeten Voor het geheugen gemak- 
kelyk maaken , deze getallen bekomt 4, 7 9 10» 
15, 5^, 95, 190. — Ons Zonneftelzel , met de 
betrekkelyke afllanden der Planeeten, zoo verreeene 
afbeelding van deze grootte dit toeUet , ziet men 
in de V Phat afgebeeld. 

68. Even gelyk de aflfamden der Planeeten van 
de Zon, en haare omloopstyden zeer onderfchei- 
den zyn, zoo zyn ook haare grootten onderUng 
zeer verfcheiden. — Men berekent de grootte der 
middenlynen aldus, die van de Zon op 319,397 
Ueues ieder , van 4083 Toifes of { Rhynlandfche 
Roeden — van Mercurius 1166 L. — van Fenus%7jfi 
L. — van de Jarde 21865 L. van de Maan Tf^ 
L. — van Mart 1899 L. — van yupiter 32964 
X. *— van Satumus 08600 i. — en van Herchel 
10410 L. — zoo dat de Zon veertfen honderd 
duizend maal grooter is dan onze Aarde -^ Mer^ 
cvrius het één v]^'ende deel der Aarde beflaat -^^ 
Fenus een negende deel kleiner is dan de Aarde — 
Mars het drie tiende deel van de Aarde bevat — 
Ji^iter veertien honderd maal grooter dan de Aar- 
de «- Satumus omtrent duizend maal grooter 
dan de Aarde -— en Herchel tachtig maal grooter 
dan de Aarde is «• terwyl de Maan maar het een 
vyftigfte deel der Aarde beflaat. 

m 

(*) De gradlen gevoegd agter deze opgave van de aflfamden 
der Planeeten in $ 67. fjn Secimtcah of tiende en faondeifte dee- 
Jen 9 zoo dat 3870^80 de afUand ?«D dftrfttnus zoo veel beteken^ 

n. BOEK. 



rt B O E K. 

tTfCSB.Tri!tG bk>. C0N4TJIVCTIS 
rax OS Clobk BM SPBAaA AK~ 

l HOOFDSTUK. 

&XSCHK.ÏV1JCC VJkX »B NIBtWB Coii- 

»E».VV'CLS DSK. AAB.0-Gl.OaEa AP> 

CSkUD CIT DB WAAKE SEWB- 

ci9« osB Aards. 

$4^. W T nnetcfi in dh HoofJlbik onze be> 
IJeMM<K»$ VSR «ka iMjp der PtaiweteD voorttet- 
Mftv «it«utku tbanJi, dar wy uzondertwid over 
<tet èm^ mttr Atri» tm ét Zm , en dcrs«lvec 
iHi«^'^w «onafMc^ •.>■ harea As okietcn (pre» 

MMtB, t» vuE." AhOc !ks:«ii, mr te gua, en 
^mKvt t>i.>at$. itir d»e!re nrzien, te bepulni, 
wt> fiwk ^iMxt-hKr «arlchynji^ en vtóer ver- 
woM> ons oog daar door bevittely!ier te 




bêwegfaig der Aiitlé %dve afj^leid iDoeten won 
éat. -^ Wyfiébbeft,^%èt I. Hoofdftuk van hét 
I. Boek, een algemeen deriMbceld ^rtn de Cirkck 
-èer S|Hieer gegeé^mi $ wy ttoeieii dezelyen tfaands 
'op ofttsè irieuwte Aard-Gtobe toepasfen : dcK 
toch vemenigt süa *t waase de Hemel- en jfarS' 
dobên^ en bevat dus 200 wel die Cirkels, die 
neer bepaald tot'de Hemd •Globe be&ooren , aib 
«(fie , welken wtdt AaHKUebe betrekkelyk zyn. — 
In de Vm PI. ziet men eene afbeehling der nieiN 
wt Aard^-^Globe , -en men móet in deze beTchry- 
ving dezelve geduurig vódr zich hebben , om onze 
befcbryving derzelver zoo veel te gemakkefyker 
te bevatten. 

Fan de Ecliptica. 

70. Even gêlyk alle de -andere Planeeten be- 
weegt zich dé Aarie om de Zon , in een vlak, 't 
welk door het middenpunt der 2^n gaat , en vol-* 
brengt haaren loop in een EUiptifche gedaante in 
den tyd van 365 dagen, 6 uuren , 9^ 11^ ; dit vlak 
noemt men de Ecliptica , omdat m en naar by 
hetzelve -de Zon en Maan- Eclipfin voorvallen ; 
men is gewoon in de Sterrekunde tot hetzelve 
de beweeging van alle de Planeeten over te bren* 
gen, en derzelvcr plaats op hetzelve te bepaalen 
J. 8:^, omdat de Zon dit vlak in een jaar fchyn- 
baar doorloopt % 72. , en deze het voor ons aan- 
merkelykfte Hemellicht is, om met hetzelve den 
ftand der overige Planeeten te vergelyken ; waar- 
om het vlak der Ecliptica , van alle de vlakken 
Tan de Cixkels der'Spheer^ het eerile is^ dat wy 

fiioe» 



irr^ten ktmtn^ als het ftandpunt onzer befchou- 
wing uitmaakendc, wanneer wy de waare beweging 
4i^ Aarde uaarfpooien» 

71. Het i$^om deze reden dat hetzelve in deze 
nieuwe Conftru^e der Aard-Globe Horiftmtaal ge- 
plaatst is ; het wordt doqr den breeden rand ABC 
PI. Vin., die de Globe omringt ^ verbeeld; wy 
moeien die vlak nader in derzelver verdeeling .en 
gebruik leeren kennen , om ons van hetzelve een 
recht denkbeeld te vormen. 

7a. Wanneer Fig. 18 PI. IV AB^D den 
loopkring der Aürde 9 ifi het vlak der Ecliptica , 
\ welk hier bet papier zelve is , getrokken , 
verbeeld , en S de Zon zy ^ dan zal , wanneer 
de Aarde, in baaren jaarlykfchen loop om de Zon, 
den Cirkel ABCD befchryft, dezelve de Zon 
den grooteren Cirkel EFGH zien befchryven, 
welken deze in een jaar fchynbaar zal doorlopen^ 
dezen grooten Cirkel EFGH moeten wy ons 
voorftellen te verbeelden den Sterrenhemel, die 
ons omringt en zich in de gedaante van eene 
holle kloot aan ons oog vertoont ; wy zullen 
jaarlyks de Zon tot elke Ster in denzelvcn ge- 
plaatst zien naderen , en na één jaar tot deu- 
zei ven weder keeren; laat A de plaats der Aarde 
zyn , op een' zeekeren tyd , wanneer zy de Zon 
langs de lyn ASZ ziet, en deze zich dus uit 
de Aarde gezien by Z vertoont , dan zal de Aar- 
de , tot in B in haaren loopkrmg gevorderd zyn- 
de, de Zon langs de lyn BSDW zien, en 
de Zon zal zich aan den Sterrenhemel by W 
vertoonen \ zy ;&al den boog Z W fcbyneii te heb- 
ben 



VAM DK Beweging dee Aa^de. $| 

^m doorlopen , in den tyd dat de Aarde vrctke* 
lyk den boog A B doorlopen heeft. 

73» Ten einde nu mee meer naauwkeurigheid 
de plaats der Zon in den Cirkel EFGH, dac 
16 in de EcUptiQa te kunnen bepaiQen ^ heeft 
men dezelve , even als men gewoon is alle Cir» 
kels te doen ^ in 360^ verdeeld , welken men egter 
niet van tin tot jóo graaden doortelt, maar 
flegts tot 50^ toe, zoo dat 30^» of een twaalvde 
deel van de Ecliptica » één Tek$n uitmaken ^ aan 
welke Tekens men ieder een* a&onderlyken naam « 
ontleend van dat Sterrenbeeld des Dierenriems^ 
dat ottdstyds aan het begin van elk dezer Tekens 
ftondt» gegeeven heeft; de namen dezer Tekens 
zyn : Het Teken van Aritt of den Bmm ~- van 
Tmütus of den Stier ^ van Gemini of den Twee»^ 
ii9g — van Cancer of idc Kreeft — van Leo of 
den Leeuw -^ van Firgo of de Maagd — van Librti 
of de Wtegfchaal — van Scharpius of de iScAor- 
pieen — van Sagittarius of den Beogfchutter — 
van Capricomius of den Steeubok — ' van Aquariut 
of den Waterman — en van Pisces of de Fit* 
fckcn; gemakshalve onderfcheid men deze Tekens 
met de volgende Caraders, met welken zij oojk 
in de 18 Fig, zyn aangetekend, V — ié ^ 

n — ® — Q— n»— soi-ni — 4^ — 

^ — « - X. 

74» Dan daar, door den teruggang der Nachh 
evemngen , van dewelken wy in de 95 $• (pre* 
ken zullen , de Sterrenbeelden , naar welken de 
twaalf Tekens der Ecliptica genoemd zyn, niet 
meer aan het begio van dici Tekens llaan^ vau 

C wd^ 



$4 ALaBHlIMB BEafX»BI.KK 

weifee Zf dra nun voeren , maar omtrent 90* 
verder ; ea daar de JSm dus niet meer in test 
ftg ff i w iiwtf vu den Ram; of Stier ftaxt , vtn- 
neer dezrive i» het Ttk^ vna den Rm ef 
Stier ftaat , (iMt Sterrmbttid «wi j^ JL*** Is 
eene verzimdtog «ui vaste Stenen, welke decen 
naam voert , daar bet Takt» yan den Ram niet 
anders ts , dian het l* twaalvde deel van de 
Ecliptica^ om deze jedeo » men thands gewoon 
de pladta der Zott hi dé Ecliptica, niet door dk 
AEmdw» der Tekens , maar door derzelver tal* 
letter I» bepaakn , te weeten : men begfnt de 
telling van hec 1* pnot van jtries ; dit pant 
Boemt men o en lelt van het «Ive 30 graaden 
tot aan het i« punt vin Tattruti alhier een Te< 
Iten vol zynAe, zegt men I. Teken, en telt vei> 
volgends weder by graaden, telleade vo<»t, tot 
het ie pnm va» GtmM, waar btt ft» Tdien vol 
zynde, men tek ïl Tekens i* — Il Tekens a* 
enz. , dus de Zo» by voorbeeld aan dra Sterrca* 
hemel by » Fig. 18. gezien wordende, zegtoMl 
dat haare Uitgtt is o' ao** , om dat de bo^ V • 
Juist ito*> bevat , — ftond de Zon by ] , meit 
sou teggen dat baare lengte was 9* 35^ omdat 




TAN OB BlWl«XNe 01& hik%^Z. JJ^ 

wêtt aan dea Sterrenhemel orereenkoait* $ tj^. 
75. £ven geijrk ate de Ciricel EPOH^ Fig. XS, 
de Eeüfiica verbeeld, soo verbeeld ode da }#mfo 
rtfWtfbr GMr ABC PL VIU, het vUc der JBr/^ 
l/or; hi} wordt van ou üooit iroor aenig aHdea 
üsk gebruftt; de verdceling, wdka man op de#* 
cdven aantreft, ia twoekdig, ayisde deeeuv^ef- 
ld verdeeling io^ een' breedea rwarten Ci0aH 
afg^cheidea$ de bmnenfie n voor deo loop det 
JZm^ en de bMenfie is voor die der Mêon; •<• 
de Unu€nP4 bevat i^« de verdeeling der EcUpiiem 
in TdLena en Graaden. n^, Ëene verdeeHng v» 
de 1% Msandtn des jaan , iedet van wdke wa** 
der in lop veek deelen is afgedeeld, als elke 
Maand dagen telt; deze verdeeling der üfnnifitoy 
welke overeenkomt met bet Tekm in het ^ydke 
ót'Zon ieder Maand ftaat, dieat, om de plaata 
der Zon voor cüken Dag des {aars gemakkelyk te 
faionea vinden , en ten einde dit met te meet 
ntaiiwkeurigbeid te doen, 200 treft men op deze 
M^ptica der Globe vier verfchiDende verdeelmgea 
voor de Dsgem der Maanden aaa , de ie. of 
Uanenfte , dient voor het i^ Jaar na het fchttk- 
hdfaar , de de. voor het ü^. Jaar na het (chrife- 
Wfaar, de y. voor het s^. jaar na het fchrikkd^ 
jaa^, ea de 4«* voor het fchrikkeljaar zelven; een 
asriDer Teikea , 't welk wy de ërtifieieek Zm zui« 
leo noemen , dus op tan' zekeren dag des Jaars op 
dereo l^reeden rand der Globe gepfauitst , wyst ofts ^ 
1% de correspcmdeerende verdeellng der Tekens en 
Groëéin ^ plaats der Zon in At Ecliptica op dien 
dig 7M. — De Buit0tiP^ verdeelisf ha^ meede 

C ft eeue 



36 . AVCTEHBBIM SeCIH4SC«I( 

Wie verdceling der Tekens en Gratden van de 
Eclipticft, en ttt tfederzyde van dezelve nog eene 
4B<)ae» zynde de eme gerchrkt voor de Bewtging 
tlar Mmh in Lgngte; of de Lengte éer Maan «p 
êlken dag tan Juur*. ouderdom i-èx, Lengte der Maan 
in het oogenblik der Conjunftie gefteld op ot o", 
CQ de TetdecUitg, ter indere zyde van de verdee- 
Ëng der Tekens ■sa Grtaden van de Ecliptica, is 
gefchikt voor Ak Breedte der Maan , op elkea 
graadafltands der'Maaavan hüTe klimmende ifusfi^ 
de lengte der knoop mede gefteld zyade te zyn 
€k O"; wy zullon van. deze laatOe verdeelisg van 
èea breeden. rand der Globe nader fpreeken , ris 
wy in het volgende Hoofdlhik over den Loop der 
Maan zullen handelen. 

' Ttf. Dan'diar de verdeeling van de EcUttiem 
der Globe op Cirktls getekend is , welken uff^et 
Biid(^enpiHit derzelve en dus uit het middenpuot 
der i\arde getrokken zyn , 'en de verdeeling der 
Tekens en Graaden in de i8 Fig. op eenen Cin- 
tet gefchied is, die uit het iniddenpunt der \Zm 
getrokken is, zou men welllgt zich kunnen ver- 
beelden, dat hier uit eenige verandering' in Itet 
Hnwyzen van de Lengte der- Zon op de Ecliptica 




TAK x>B B£wi€iNd Djrn Aakdb. yf 

Cirkel ef gh, welke ons de Ecliptica der Ghhe aan» 
wyst , en welken men zich dus even als de grooten 
Cirkel EFGH in Tekena en Graaden verdeeld , 
moet voordellen » dan zal de plaats der Zon , 
welke op den grooten CiriPei £FGH, door de lyn* 
ASZ, in Z of het i^. punt van ^ wordt aange^ 
wezen 9 ook op de kleine Cirkel cfgh» dat is op 
de Scliptica der Globe in ^ worden aangeweezen , 
de lyn AS, welke den draal der Zon verbeeld , djo 
loodrecht tot de Aarde komt^ zal zoo wel op de 
Ecliptica der Ghbe^ als aan den Sterrenhemel de^ 
zelvde plaats des Hemels aanwyzen ; dit zehrde 
heeft plaats in den dand B der* Aarde ; verheel* 
den wy.ons de Globe met óctzelvtT' Ecliptica in 
B verplaatst te zyn , dan zal immers de lyn B S W 
zoo wel in 'Am grooten Girkel EFGH als ih den 
kleine efgh het ie. pont van ^ voor de' p1aat| 
der Zon aanwyzen, omdat ^ fchoon de' Globe Ver- 
plaatst wordt ^ de vei deeling van de Tekens vaa 
^erzelver Ecliptica deeds dezelvde betrekking 't6t 
de vaste Sterren moet onderdeld worden te be* 
houden; dit zal ons duidelyker worden, wanneer 
tvy over het vinden van de plaats 'der Planêeten 
op de Ecliptica der Globe ^zullen fpreeken. 

77. Laat L de plaats van eene Planeet zyn , in 
haar* loopkring LM NO, Avelke üït de Zon ge^ 
xien wordt, langs de lyn SLE; hsare lengte uit 
de Zon gezien, zal gelyk zyil aan den boog V£^ 
welken-men dus de Helioceritri/che lengte gewoon 
is te noemen ; uit de Aarde daarentegen zal de* 
«Ivc Planeet gezien worden langs de lyn ALX; 
de boog 'hi^ op de Ecliptica der GMc^ drukt uit 

Cs de 



9B 



Alo'eMCSWS BB«IMil>LBM 



de Gtocemri/tAf Itngu der Planeet» doch deze Is 
wt niet meer gelyk ua deq boog VX, op de 
giootnCiiitelEFGH.eadeiE wyst oqs du ds 
CMcaitri/e^ Ungtt der Flaae^t wc» ua ; buk 
4e Géocmtri/bhe Imgtt der Pfauieet L wordt op 
dcagrooten Cirkel E FGH aaneeweezm door dea 
Wios VY, welke beptald wordt door de lya SV 
pindel getrokken aao de lyn AX; de bo(^ V*Y 
ep dea grooten Cirkel EFGU, is diu gelyk ua 
den boog hi op den kleinen Cirkel efgh, en het 
punt i wyat ons dus op de EcüpticM Jer GMt 
de pliats aan vxn den SterreDheiae* , wiu de Pk- 
aeet fu uit de Aarde gezien wordi. -~ De leden 
d«t io dea grooten Ciifcel EFGH die plaits niet 
ÜreA door ds lyn AX mnr door SY, die eaa 
AX pcraM gcttokken js , wordt aangeweezen , 
is, omdftt de alHand der v««e Sterren van onze 
A^J«, in vQ^lyking van den ainiiBd der Aardg 
tot de Zen zoo v^bauhd groot is , dat deze 
}aatfte in vergfslyking van de eerile byna gelyk aui 
vrordt, zoo dat de tusrchenwydte SA in de i8 
Fig. , indien desclve na proportie getekend was , 
fweiDdig: kleJn zou moeten zyn , wanneer dns de 
lynen AX en S Y voUeaakt dezdvdea zouden zyn , 




▼ AV J>E Bewicing vmr Aa&dc« 29 

Citkel PQRT aangeweezen, en wanneer zy zidi 
io haareh loopkjdng in T bevindt^ dan zal zy uit 
dte Aarde langs de lyn ATX gezien worden; 
haalt lengte op de Eelipiiea der Ghbe zal door 
den 1>oog he f gk worden aa^geweezen : k is dus bet 
piint van de Ecliptica der Globe , waarin de Maan 
Éa& den Sterrenhemel uit de Jarde gezien wordt» 
gelyk V het punt is , dat door de lyn S V pariN 
Iel aan A X getrokken is 9 wordt aangeweezen , at 
wiar dé Maan zich vertoont en de boog V' ^ 
A "^ V op den grooten Cirkel £FGH is dus 
weder gelyk aan den boog hefgk op den kleioea 
Cirkel efgh, zie S 77* 

79. Na dit alles gezegt te hebben , kan het . 
geene zwarigheid meer masdcea » dat wy den grooten 
Cirkel EFGH Fig. 1%. Ecliptica noemen, zoo 
wd als den breeden rand der Globe ; fcfaoon zy 
beiden eigebttyk gefproken geeu gemeen midden* 
punt hebben, zy moeteq beiden veronderfteld wpr* 
den, in 't ze/vde y/ak gelegen te zyh, en dragen 
dus beiden den naam van het vlak, hetwelk heu 
gemeen is. 

80. Hoe zeer ook de afllanden der Ilemelfche 
Ligchaamen van onze Aarde zeer aanmcrkelyk ver«. 
fchillen , zoo worden dezelven echter door ona 
alkn,als waaren zy op gelyken af (land van ons it 
tene holte kloot geplaatst , gezien , en bun (land kan 
daarom zeer gevoeglyk op eene kloot of Spheer 
worden a^dteeld: C Fig. 19. zy onze jiarde^ van 
welke op zeer verfchillende afllanden de Maan 
D, de Plaoeet F en de vaste Sterren £ en G ge« 
plutst zyn» 4«a zuUen dezen allen bngs de lynea 

C4 CE,^ 



40 AlGEHEEME BEÖIHiELBll' 

CE, CF, CD en CG, in de punten AHIR 
in den omtFck des Cirkels AB ,' dewelke bier een 
gedeelte van de hollen kloot des Hemels ver- 
beeld, van ons gzziAi Worden, zonder dat wy ifl 
dit opzicht eenig verrchil van aflland gewaar wor^ 
den, en onderfteld zynde dat deze Sterren allefi ia 
*t \ltk der Ecliptica geplaatst waaren , zoo zal 
bair ftand op het gedeelte AB van de Ècüpticm 
Jer Ghhtt dus ook door de punten AHI en K 
irorden aangeWeezen ; hetzelvde dat wy hieron- 
■trent de plaatzing der Sterren in de EcHptica ge» 
zegt hebben , is toepasrelyk op eiken anderen Cir< 
kei der Splieer; hoedanig ook de plaatzing der 
Sterren Is , zy worden alle van ons , als in boogea 
T«n groote Cirkels geplaatst, gezien, zonder op- 
xtcht van haaren nflland van ons. 

8l. Wy zeiden boven % 6% en (S4. dat de Zm>- 
èringm der Planeeten niet in hetzelvde vlak met 
den Loophing der Aarde vallen , maar op het- 
zelve met zekere hoeken hellen , waarom men 
dan ook de afwyking der Planeeten van de Eclip. 
tiea of den boog ef Fig. 17. de Sreedte eener 
Planeet gewoon is te noemen ; deze Breedte nu 
der Planeet verrdi'It even als de Lengt 




TAK DE BsWEGiNG DBR AaHDH. ^V 

den Loopkring der Aarde verbeeld} verheven i»^ 
en het gedeelte DFB beneden die Fig. geplaatst 
«y , dan^ zal D B de Ijn der Kn^open ; B de *//m- 
meffde en D de daalende KnoBp zjn ; ef zal de 
ireedte der Planeet, en de hoek f Se de HeUocéM" 
trifihe Breedte j en de hoek f Te de Geocentrifche 
Breedte zyn ; het is deze Geocentrifche Breedte wcW 
ke wy op de Globe moeten kunnen aanwyzen ^ 
om de juiste plaats eener Planeet te bepaalen. 

8a. Wy moeten ons verbeelden dat de Cirkel- 
boog ef regtboekig op de «o Fig. ftaat, want de^ 
Breedte eener Planeet , wordt gemeeten op een* 
Cirkel, welke regtboekig op At'EcUptica (laat, en 
dus door de « Poolen der Ecliptica gaat S 04. 
twee zoodanige Cirkels van Breedte ziet men op 
de nieuwe Aard-Globe : de eene is de breede kope- 
ren Cirkel FGHIF, PI. VIII. welke de geheele 
Globe draagt, en in welken de Poolen der Globe 
Tonddraaijen ; deze is te gelyk de Coulure der 
2onneJtanden ; LMNis een mAart Breedte - Cirkel 
van koperdraad , beweegbaar om de beide Poolen 
L en N der Ecliptica; dezelve kan dus op eiken 
graad van de Ecliptica geplaatst worden, en aan 
dezelren zyn twee bcweegbaare Sterretjes geplaatst, • 
welken men door verfchuiving op den bcgecrdci\ 
graad van Breedte kan plaatfen. 

83. De boog D f, dat is de aflland der Planeet 
van de knoop D gemeeten op den loopkring der 
Planeet^ is niet gelyk aan den boog De, dat is de 
aflland der Planeet van de knoop D, gemctten 
op de Ecliptica^ wyl de beide zyden fü en eD 
van den rechtbockigen Driehoek e f O niet eveu 

C 5 groot 



41 ALOCMEENE BEélMlELEM 

groot xyn, omdat de hoek e recht zynde, fD dfi 
Bjpttemffa is« weltec duB grooter i« als de recbt- 
boeks^de eD , eo bet is dk verfcbil » 't geen 
■en de ReAiQi» M 4t Bcüptica noemt, en w«ar> 
vtn nen de boe grootheid moet kennen, om de 
lengte def Plaoeeten, welken in de Astrononifcfae 
Tafelen , op bet vlak hxxas loopkringen bere- 
kend fys* toe het vlak AaEeliptUê over te breo 
gen, gelyfcmeD, zoo als wyS 70. zeiden gewoon 
ië te doen; De tot de Etliptka overgebtagte lengte 
€aur Plüneett is das de afihuid Ve, van het i. 
pont van V t(>t het punt e, het punt waarin de 
fterpendiculair f e , die rechthoekig op de Ecliptica 
flsande, door de Planeet f getroUtcn Is, te ftian 
komt. 

84. Men onderfcheid drieërlei flanden der Pla- 
neecen ten opzigte der Aarde; de OnijmBit , dê 
OpptfitU en de Quath-Mtuareu ; — de Ctnjun&ie 
ecner Planeet heeft plaats , wanneer dezelve in 
iamen/land met de Zon is , dat is wanneer de 
Aarde in haaren loopkring Fig. ai. in T ftaat en 
de Pfcineet in P ; zy (laat dan in eene rechte lyn 
net de Z«A, en d£ Zen fiaat tusfcfaen de Planeet 
en de Aarde in ; de Planeet gaat 's middags ten 




TAM DS BBWECIM O JTEtL Aa&DB.^ 4§ 

ten ift uuren door de Meridiaan. — Men zep 
^at eene Ffaneet in htare QjÊodtituurêm is , waa^ 
neer zy ia de ftinden C of D is , op 90^ afRand 
10 loigte van de Zm 9 ^ ^y gaat ^Man 'snüor* 
fans of *s avonds ten 6 muen door den Meridiaan* 

85. De OppBftüe der Planeeten heeft afletn plaatei 
voor die Pianeeten ^ welken verder daft mze AatSi 
van de Zm verwydeid zyn,en welken men bvm^ 
PlanêitiH noemt , in onderfcheiding van die , wetken ' 
tusfchen de Zm en onze yfank in, zich bewegen y 
en welken men beneden Pbmeeten noemt ; dez# 
laatften kunnen nooit agter onze Aarde komen , dac 
is de Aarde kan nooit tusfchen baar en de Zon 
'm te ftaan komen ; daarentegen hebben dezen W6» 
der tweeërlei foort van Conjun&ie : de beneden 
Planeeten zyn tn Conjunitie in de ftanden A en 
B; in beide gevallen hebben zy dezelvde Lengte 
met de Zan , doch tn de (land A,' welken n^u de 
beverse Cmjut^k noemt , ftaan zy veel verder van 
ons af; de Zon ftaat dan tusfchen haar en de 
Aarde in, daar in ét benedmfie ConjunSie ^ in B, 
de Planeet tusfchen de Zm en de Aarde in(laat« 

6^ De dubbele beweging der Aarde en der PAp. 
rmten om de Zm , is oorzaak van haare fchyn* 
baaie onregelmaatige beweging, die haar dan eens 
doet foorji^aards j dan weder agterwaards gaan, en 
fomts zdfs fcfaynbaar doet fislftaan; gclyk men dtt 
uit eene vergelyking van haare Geocentrifche Lengte 
4yf verfdiiltende Tyden zeer ligt kan nagaan ; laat 
T Fig. ai. de Aarde en O eene FUneet zyn, dfi ^ 
volgends het te vooren gezegde in haare O/>/>0* 
fiiie \% , en welke uit de Aarde langs de lyn T O 

in 



«4l 'ALQEMrEHB Beginselen 

in -y) gesien wordt; de Aarden welke nader by 
de Z>ff ftut , loopt fnclder dan de Planeet O , 
zy loopt dus de Planeet vooruit-, en tot in a in 
baaren looftong gevorderd zynde, zat de Planeet 
in b zyn, en de jUrde haar aan den Sterrenhe- 
aiel in c zien, $ 77. de Planeet is dio den boog 
*^C fchynbaar terug gegaan. — Vervolgends de 
jfarde van a tot in d gevorderd zynde , zal de 
Planeet den boog be doorlopen hebben, en uit de 
Jarde «an den Sterrenhemel in f gezien worden , 
ïoo. dat nu nog haare beweeging agterwaards is, 
wyl zy den boog c f weder fchynbaar is terug ge-, 
gaan *— Inat nu de Aarde verder tot in g en de ' 
Planeet tot in h gekomen zyn, dan zal de Planeet- 
uit de. Aarde aan den Sterreiihcmel in i gezien wor- 
den , haare beweging zal dus wed» voonvaards 
iqrn , wyl zy den boog f 1 Tebynbaar vooruit geloo- 
pen is; — voorts zy de Aarde tot in k en de 
jflaneet tot in 1 gevorderd , en zy zal, uit de Aarde 
gezien , weder dezelve lengte hebben , als toen zy 
ip Oppofitie met de Aarde was, naraemlyk zy zal 
uit de Aarde by ^ gezien worden; tusfchen het 
punt d en g in zal de Aarde in baaren loop de 
Planeet als nilflaande berchouwcn , voor zy 




TAH DS BlWIGIlM DIA A AVP E. Jf/g, 

i 

Over de dagefyi/cke beweging der Asrde. 

By. AUe de verfchybreleiiySKelken wy tot biertoe 
befcbouwd hebben , hangen af van de jMrfyt/cAe 
beweging der Aarde om de Zo» ; dan behalve 
dezen jaarlykfchen loop der Aarde ^ beeft dezelve 
nog eene andere beweeging, welke men moet ken« 
nen , omdat zy alle de verfchynfelen van betirte-' 
lingfchen Op^ en Ondergang der Hemelfcbe Lig» 
chaamen veroorzaakt, en die ona bijzonder dooc: 
de Globe wordt afgebeeld. 

88« Wanneer wy een* Bol tusfcben onze beide 
vingers aan twee recht tegen elkander overftaan» 
de punten van deszelfs oppervlakte vasthoudende 
ronddraaijen , noemt men deze punten de Pwden 
van den Bol , en een lyn denkbeeldig door den Bol 
van de eene Pool tot de andere getrokken, noemt 
men de As der Bol S 6; een* Bol dusdanig eene 
beweging gevende , wordt gezegd em zjff As te 
draajen , en het is zoodanig eene beweeging , wel- 
ke men ook aan onze Aarde moet toekennen, en 
welke men , omdat zy in één* dag of 04, uuren vol- 
bragt wordt , de dagelykfche beweging der Aarde 
noemt; dooj deze beweging is het dat men, ge- 
lyk wy zoo even zeiden , de Zon , Maan en Ster^ 
ren ziet Op' en Ondergaan , en na verloop van 
«H uuren ten naasten by weder aan dezelfde plaats 
des Hemels komen; deze beweging der jlarde 
gefcbied van het JVesten naar het Oosten^ en het 
is dezelfde beweging, welke men aan deze Aard'^ 
Qlebe geeft ^ als men dezelve vau.de linker naar 

de 



4ff ALOIKtSMI BCGIMSEIBM 

de rechte hind om haare Poolen FK PI. VHI. 
doet tonddnurfen. 

89. De Aarde draait zich van hei Wtsten naar 
hn Oha» id den tyd van 04 uuren eenmaal om 
ïyn' <A f da» , ivy kunnen vo]gaid9 % 6. dke mid- 
detityn 'eetis Bals voot As asnneemen ; ledere mid- 
denlyn heeft niet dexelfde betrekking mee faet vlak 
van dea jaarfi^feheA loopkring der A«rde , en 
hieruit volgt éuê van «elven, dat ook de At der 
AgrJe Mn' verTehlIlenden fiand met betrekking toe 
bu vidtt der Eeffptha hebben kan ; deze (land kan 
in 'c zei/Je ^ak va/h», mét de Ecliptica — zy kan 
nckt/MUg iyn op het vlak der Ecliptica — en 
fehiÊiiu ftaan op de Eeliptiêaf dat is met ^ezelv'e 
een* ccfceren hoek maakén. 

90. NRZiGN FIg. 8. zy het v1j& der Eclip- 
tkSf N en Z de beide Poolen der Aarde — NZ 
dcuelvar At , welke hier verbeeld wordt in hfcl 
vlak der Bcliptka te leggen; — NQZ de i om- 
tuk der Aarde. — Wanneer wy nu (Midcrftellen 
dtt de At dtr Aarde in dezen lUnd geplaatst was, 
zcu ie Ecliptica, de Aarde beflendig in fwee ge- 
lyke deelen doorlnyden, welke doorfnede door de 
heidc- Poolen der Aarde gaan zou , en daar de 




TAM ]>JI BeWEOIM^ DEM. Aa^DE, 47 

der Aarde Aad iEgkD de Zon fueeisjhétjk ki 
het tydverloop van één jaar in haar Zenith moe^ 
t^ hebben, en wanneer de Noord of Zuid -Pool 
de Zon beftendig in haar Zenith had 9 200 EOtt 
de ^eheele tegcnovergefteide helft ' der Aarde be* 
fiendig Nacht hebben , *t geen tegen de onder- 
mding rechtftreeks ftryd* 

91. Even roin voldoet een rechthoekigt (htnd 
van den As A^r Aarde op het vlak der Edtp* 
tica: laat iEBCRQiE» Fig. 10. wederom de 
Ecliptica en Nh den Js dtr Aarde rechthoekig 
op dezelve geplaatst verbeelden » dan zullen ^ 
welke, ook de (land der Zon in dé Ecliptica zyn 
flioge , 'de Dagtn en Nachten altoos even lang 
xyn 9 omdat de Zon , ahoos recht boven den 
Equator , welke in dit geval met de Ecliptica het 
zelfde vlak zou uitmaaken , ftaan zou $ 3^, 't 
geen wy niet zien gebeuren. 

99. '£r is dus geen ftand, welke voldoet aan 
de waarnemingen dan de fcbuine (land , welke in 
de 9« Fig. wordt afgebeeld ; de As der Aarde 
maakt met het vlak van de Ecliptica een* zekeren 
hoek , welke door naauwkeurige waarnemingen 
gebleken is nagenoeg te zyn van 66J^ , ^er zyn 
zeker kleine oneffenheden In denzelven, dan wy 
veronderftellen hier dat deze helling dezelvde 
zy; de As der Aarde maakt dus met de Eclips 
tica tcn^ hoek NRE, Fig. 9. van 66i^ en de 
Noord 'Pool N blyft beftendig naar het zelfde 
funt des Hemels , dat is naar het !«. punt van 
het Teken der gi-eefi gekeerd; wy zullen in t 
vervolg gelegendhcid hebben- te zien dat deze ftand 

van 






4^ AL9E1IBSM5 BeGI»4EI.BH 

van den As der Aarde oorzaak is vari de ver* 
wisreling der Saifoenen, en die lengte van Da- 
gen en Nachten voortbrengt, welke wy gewoon 
syu wAartenemen , en bet is deze ftand, welken 
vry ook op deze onze nieuwe conllriKfïie der 
Aard-Globe zien ïu acht genomen: du As RT 
PI. Vffl. der Globe, houd bcftendig dezelfde 
lichting ten opzichte van het vlak ABC deS 
^reeden rands , welke de Ecliptica verbeeld. 

f^att Jen B^uafor en Heclinaiie'CirkeU 

93. Wanneer men op de oppervlakte eeuer kloot 
op.gelykc afllanden van derzelvcr Poolen en recht- 
heeJiig op den ^t, een' Cirkel trekt, dan noemt 
men dezen Cirkel Equator ^ om dat bij den Bul in 
wee gelyke dcelen verdeelt ; zoodanig een* Cir- 
kel verbeeld men zich ook op de oppervlakte 
V*B ODze Aarde getrokken te zyn ; de Equator 
der Aarde verdeelt dus de jiarJe in twee gelyke 
deden, en ieder van deze deden beeft eene der 
poolen tot Centrum ; dat gedeelte waarin ds 
Nturd-Pooi gelegen is , noemt men het Noorder 
i^^ond, en het andere gedeelte waarin de Zuid- 




TAM ]>E BeW£01M6 DER AaEB^ïi 4f ^. 

94* Daar nu 5 9a. de As der Aarde met bet 
Mak der Ecliptica een' boek maakt van 661^ 9 en 
de Equator rechthoekig op den A) der Aarde 
ftaat, 200 moet de Eguator mtt ót EcBptica een' 
hoek maaken , die gelyk- is aan bet compliment 
van den hoek , dien de As der jtarde met de Ectip^ 
tica maakt 9 $ 35. 4e gevolg: en bet is deze boek» 
welken men de 'fchuinhüi der Ecliptica gewooa 
is te noemen. 

95* De Equator , als Cirkel befchouwd 9 behoort 
eigentlyk tot de Jardrykskunde : om deze reden 
vindt men denzelven op alle Aétrd- Gioten afget^ 
kend ; dan als een Vkik befchouwd , behoort hf 
ook tot de Sterrekunde , en wy zullen Weldrt 
zien welk gebruik men in dezelve van hem 
maakt, S lox. Hy wordt op onze nieuwe Globe 
door den dunnen koperen Cirkel DB E, afgebeeld; 
men ziet in PU VIII. en nog duidelyker op de 
Globe zelve, den hoek EBC, dien de Equator 
met de Ecliptica maakt , en dien wy 200 even 
aantoonde dat men de fchuinhtid der EcUptica gêe 
woon is te noemen. 

96* De Equator fnyd dus de Ecliptica in twee 
regt tegen elkander over fiaande punten , $ 64» 
en het zyn^ deze punten , welke men de Nacht- 
evenings» punten noemt , omdat de Zon in deze 
punten (hande , Dag en Nacht over de ge- 
beele Aarde even lang is , $ 91. het is van den 
doorgang der Zon door dezelven , dat men het 
begin der Lente en Herfit bepaalt. — Het Nackt^ 
evenings^punt van de Lente fnyd de Ecliptica 
in bet v. punt vao Jries , en v»n hetzelve be- 

P giot 



50 AteftuvBMi Bboim»(i,sii 

gitit men ds tdling der Lengte op de Eelipttem , 
$ 74- S^^ ™«n ook de graaden des EgtMttn , 
wat de Sterrekunde betreft,' van hetzsive begint 
te tellen ; Bet tegenoverftaande punt wordt bet 
NMh$'tpeutngs-pimt vmu den Herfst genaaisd , at 
fnyd de Ecliptica in bet v. pont van Liéra; deze 
poaten ondergaan door' de aantrekking^ragt der 
Zon en Maan ee'ne- kleiile verandering, $ 74, zoo 
dat zy niet attoos met liet zelfde punt dea Hemels 
overeenkomen, en bet is deze verandering, welke 
men de teruggang der Nacht -cveningett noemt , 
omdat deszelvs beweging tegen de orde der Te- 
kens van de Edïprica géfchiedt^ dezelve bedraagt 
5Qf'S in één Jaar. 

97. In deze beide punten der Nacht -eyeninge» 
gaat dus bet Vlak des Equaiors door de Zon, 
Dag en Nacbt zyn «Is dan even lang en de Zoa 
flaat in bet vlak Rif van den Equator ^ dat is, 
heeü geene Declinatie, dan in alle andere flandea 
wykt de Zon ten Noorden of ten Zuiden van den 
£^amra£t en bet is deze afwyking der Zon van 
den Equator , welke men de DtcUnatie der Zem 
noemt; deze Diditiatle der Zon wordt Noordtfyk, 
xoodrn de Zon bet ic punt van y gepasfeerd is. 




mm de Tekent des Dierennema onderlbheid in 
Um nwte nde en doétlende Tökens-t de klimmende 
Tekens cyn, die vio den Simniêk^ denWsiermanj 
4^ Fisfiiift 9, den Ram 9 den Sturen den Tmeling; 
men noemt >dezelven! kUwm^ndê ^ omdut db Zon 
in dezelton zyndevtxit de N^-Pool^^e voor onze 
gewesten de naaste is , nadert ; de daalende zyn , 
die ¥aü de Kreeft, 4en Lemm , de Maagd y de 
Weegfckaalj den Schorpioen j en den Béog/chutter; 
dooiende worden dezen genaamd , omdat de Zon , 
indezelvenzynde, zich meer en meer van de N* 
Pool verwydert; van deze^onderTcbéiding in klim- 
mende en daalende Tekens i maakt men veel ge- 
kruik in: de Sterrekunde; debefchouwing der Globe- 
zelve kan hier zeer veel duidelykheid byzetten ;- 
het is genoeg dat wy het hebben aangeweezen ^ ter 
meer, daar het gebruik der Globe dit alles veel zal 
moeten ophelderen. 

98. Even nu gelyk de Zon , in twee tegen el- 
kander overftaande punten van zynen Jaarlykfchen 
fchynbaaren loop , geen Declinotie heeft , zoo 
heeft zy ook in vwet andere recht tegen elkan-* 
der overftaande punten haare grootfte Declhatk^ 
deze twee punten, in dewelke zy haare grootflef 
Deelinatie heeft , noemt men de Zanneftanden , om«^ 
dat de 2ün als 't waare op dien tyd Tchynt V^^' 
tB ftaan , dat is weinig te vermeerderen of te ver** 
fliinderen van Deelinatie, en inderdaad wanneer 
JLB Flg. sa. de Equator en ACB de Ecliptica^ 
Tfj zoo zien wy duidelyk dat de boog df,naar- 
ky den Zonneftand C rechthoekig op den Equator 
getrokken , weinig hleinder is dan de boog Cg,' 

D % die 



f% . AL5ÏM&KNB BBGIN9BLSN 

die gelyk is aan de Dedinatie der Zon^ in de« 
Zonmjiand zdven ytn dat dus de Zon digt by de 
Zonneflanden weinig 'mDecKnatie toe- of afneemt, 
daar deze toeneming naarby de Nachf-evenin^m 
zeer aanmerkelyk is » gelyk men ziet , wanneer men 
de boogen ab en eb te zamen vergelykt ; de 
Zonnefianden vaUen Toor wanneer de Zon in bet 
ie. punt van ^ enf van ^ is; die in Cancer^ 
noemt men Zomer "Zoanêftand^ omdat voor onze 
Noordelyke gewesten als dan de Zomer begint, 
en die van Capricomius de fVinter^Zonnefiand^ 
om het begin- van den Winter op dien tyd. 

99; Het is door deze twee punten der 2^nne* 
ftanden , dat men zich twee evenwydig aan den 
Equator getrokkene Cirkels verbeeld, welken men 
de Keerkringen noemt , wyl de Zon tot den Equa- 
tor wederkeert , wanneer zy tot deze Cirkels 
ger.aderd is ; den Noordelyken keerkring noemt 
men de keerkring van de Kreeft , omdat dezel- 
ve door het i«. punt van het Teken van de 
Kreeft gaat , en den ZwdeJyken noemt men de keer^ 
kring van den Steenbok^ omdat dezelve door het 
xe. punt van den Steenbok gaat ; deze Keerkringen 
hebben wy in de onze nieuwe Aard -Globe om- 
ringende Cirkels weggelaaten , omdat zf in de 
Sterrekunde van weinig gebruik zyn ; op de Aard- 
Globe zelve zyn zy getrokken, en bepaalen aldaar 
de landen j boven welken de Zon één' of twee da- 
gen in het jaar op den Middag rechtlynig (laat , 
welke ilreek lands , tusfchen beide de Keerkringen 
gelegen ^ men om die reden de verzengde lucht'^ 
fireek noemt, uit hoofde van de hitte, welke al- 
daar 



V 



▼AH. DB Bewioimo dia Aaede* 53 

daar doorgaands ^ en vooral op dien dag, dat itZon 
door het 2nv/Mgaat, heerscht; denselver bewoo- 
ners noemt mea ScAadawf^azen (AsciQ» omdat zy 
op den Middag van dien dag, dat de Zm in hun 
Zem'tk (laat, geen fchaduw geeven, of ook wel 
Tweezyds fihêdttwgevenden ( Amphiscii) , omdat der* 
selver middagfchaduw sich dau eens naar bet 
Noorden j en dan weder naar het Zuiden ftrekt. 

100. Op a^i*^ aflhind van beide de Poolen der 
Aarde , ziet men op de Aard -Globe ook eenen 
Cirkel , paralel aan den Equator getrokken , welken 
men de Pookirkel noemt : deze bepaalt de lan* 
den « welker langde Dag langer is dan 124 uuren; 
de landen tusfchen dezen Cirkel en de Pool in ge- 
legen , ze^ men onder de heyntften lucfuflreek te 
zyn , wyl aldaar een eeu^nigdunrend ys gevonden 
wordt t en hunne bewooners worden genoemd 
Rondom fchaduwgevendenCfitxifcxï) , alzoo hunne 
ichaduw geduurende den Dag zich naar alle (Ireé* 
^en des Hemels uitftrekt. — De Luchtflreek tu»* 
fcben de Poolcirkeh en Keerkringen , noemt men 
de Gemaatigde Luchtfireek , en hunne bewooners 
Eenzyds fclmdywgevenden (Heteroscii)> wyl der- 
zelver fchaduw altoor van het IVeiitn door het 
Nowrden naar het Oosten gaat. 

10 1. Tot het vlak van den Equator \s men 
gewoon y in de Sterrekunde, den (land der vaste 
Sterren over te brengen , waarom wy haar Ster» 
rekundig gebruik in dezen wat nader moeten be« 
fchrjr\^en , het geen ons tevens nog eenen anderen 
Cirkel zal doen kennen , welke mede van veel 
gebruik in de Stenekunde is ; dan vooraf moeten 

Dg >vy 



f4> AlOBMEIKX ËCOIKS^tlM 

wynog sanmeiten ^ dit , :gelyk de iWm iesEqu»' 
têrt dezelnleii xyn met de Pooitn dtr AarAe^ i^> 
ken dU5 cigendylt tot de Atfdrykskuade beboo* 
reo, <oo ook de Pooleb de« Eqiutors tot de Ster- 
lekunde behodren, ea men dezdvni aan den Step. 
reohemel moet wgetea te ooderrehelden; -wy heb- 
bes $ 4Ï> gezegd, dat de PwAnr eens Cirkels de 
uiteinden zyn van derzdver ^, die gelyk is «aa 
den diameter des Cirkels , dan wanneer wy den 
Cirkei als een vlak befchouwen , welks diameter 
eene onbq>aalde uitgeftrektheid heeft, zoo wordt 
pok de At diens Ciikels onbepaald van groote; 
de As 'Vaa het vlak des E^uaton^ dus in de on- 
bepaalde ruimte des Sterrenhemels verlengt , wyst 
ons de plaats van dfszelvs. i^ooiEfif aan, en het 
is in dien zin, dat. men xie uiterlle Ster van den 
fê^i vsn des kleinen Beer, omdat zy de naatlle 
Ster by de Noord-Pool , du is het uiterfte pnnt 
yui dien verlengden As des Equaiors , is , en 
het kennelykst teken is, om dcnzelvente vinden» 
ik Pnijier noemt. 

loa. Men moet tnvte alïneetingen hebben, om 
de plaats van een zeker Hip der kloot te bepaa- 
]ei), maar deze zyn ook genoegzaam ^m door de- 




▼AM DB BEW^aiNG DER A/iRDE. f^ 

mtat is van déo hoek MIN zal de tot den Equm^ 
tor overgebrape plaats d^ Ster O zyn, en h^ 
is deze boog, welke men de Ascentio r^Qa der 
Ster O noemt ; dan daar die S^r O ook in elk 
ander punt van den $ Cirkel INL zou künnea 
flaan , moet men nog eene tweede afmeeting heb^ 
ben om deszelvs juiste (land te beftemmen , dal 
is, men moet de grootheid van den boog NO^ 
welke de afHand der Ster van den Equator is ^ 
kennen, en het is deze boog NO, gemeeten op 
den l Cirkel INL, dien men de Declinatib der 
Ster O fieet : deze DecUnatie der Sterren is Noor^ 
dehfk als de Ster O benoorden, en Zuidefyi zü 
de Ster bezuiden den Equator gelegen is« 

103. Dan welke is nu de halve Cirkel IML» 
welke het begin der telling van de AtcentU reÜM 
der Sterren bepaalt T deze is niet anders dan dat 
gedeelte van de Coulure der Nacht- evèningen^ het 
welk door het ie. punt van Artes gaat; alle de 
Sterren onder dezelve gelegen hebben du^ o* 
Ascentio re&a , en men begint derhalve de Ap- 
cêftth reBa op 'den Equator^ zoo wel van dit le.^ 
punt van V* te tellen , als de Lengte op de Eclips 
tica. Den halven Cirkel INL noemt men Declï* 
KATiE-ciRKEL ; men treft denzclvcn ook op onze 
nieuwe Globe aan; de kopere halve Cirkel OPQ 
PI. Vin. beweegbaar om de beide Poolen des 
Equaton ^ is zoodanig een Declinatie- cirkel in 
graaden verdeeld , welken men dus op eiken graad 
des Equaton kan (lellen, en alzoo de plaats van 
dke Ster bepaalen ; elk punt des Hemels , door 
Biddd van den Equator en den DecUnatie ' cirkel 

D 4 rond* 



5S ALaHEEHK BeöINSEL'SV 

rondom de»GIobe Icunncndc bepaalen, kannen wy 
ona dezelve als door een Hemel' Globe omringd 
ïeer gevoeglijk verbeelden. 

104. Na hrt boven gezegde omtrent de Deeli- 
MMtiw der Sterren , zyn wy ook beter in ftaat te 
bqwalen wtt men door de Declinatie <kr Zoh 
Tcribat; Iaat Fig. 33- MZR de Ecliptica en S 
de Zon zyn , dan is de boog S N de Declinatie 
dtr ZMt MN de Asceniio rtSta^ en MS de lengte 
der Zon ; de Declinatie der Zon neemt zigtbaar 
toe , dat is de boog N S wordt grooter , naarmate 
de Zon zich meer van het punt M venvydert ; hy 
is het grootfle in Z, alwaar de Ecliptica en Equator 
bet verst van elkander afdnan ; vervolgends neemt 
dezelve weder af ,en wordt nul in R S97. — Nog 
moeten wy in deze. figuur doen opmerken , dat 
de boog MN niet gelyk is aan den boog MS, 
dan alleen ingeval dezelve 90° is, en dat dus de 
aflVand der Zon op den Equator gemeten , van 
• ket naatfle Nacht -eveningspunt, uier gelyk i$ aaa 
dienzelvden aflUnd op de Ecliptica gemeten , d«n 
in de beide Zanneftanden, wanneer de beide boo- 
fCO MT des Ëquatcrt en MT Aci Ecliptica bei- 
de =r 90" zyn. 




▼ AN DE BEWiqiNC DEJl AaRBE. ff 

iteds leeren kennen ^ $ 8a. en het fpreekt du» 
Tan zelve dat men Üe plaats der Sterren ook 
door middel der Lengte en Breedte op dezdve 
kan bepaalen ; hetzelvde dus dat men Lengte 
noemt 9 op de Ecliptica geteld , noemt men j/p^ 
centio reöa^ op den Equator geteld, en 't geen 
men Breedte noemt op eenen op^ de EeUfticm 
rechthoekig (taanden Cirkel , noemt men Declimuk 
op eenen op den Equator rechthoekig fiaandea' 
Cirkel ; de Zon , die in het vlak der EcHptkét 
ftaat S 70. heeft dus wel Jscentio reSa en De^ 
eünatie^ maar geen Breedte. 

Pan den Hmfon. 

lo6. Na dus alle de Cirkels , welken deze nleuf* 
we Globe omringen, en, niet met dezelve rond- 
draaiende, cigentlyk tot de Hemel -Spheer behoo* 
ren , befchreven te hebben , gaan wy over van 
die te fpreeken , die met dezelve ronddraajen en 
meer bijzonder tot onze jfarde betrekking heb- 
ben. — 

Wanneer wy ons op het open veld bevinden» 
waar niets ons oog belemmert , zien wy dat op 
eenen verren aflhnd van ons de Lucht en Aarde 
elkander fchynen te naderen , en , in een zeker 
punt zich als *t waare vereenigende , ons alle 
ycrder zien belet ; keeren wy ons rechts of links 
wy ontdekken een oneindig aantal zulke punten, 
en ontwaaren weldra dat dezelven alle te zaamen 
r's 't waare «eu Cirkel rondom ons vormen , die 
de eindpaal van ons gedicht is, — Dezen Cirkel 

D 5 noemt 



MOU ■£■ de> HoKUOit, Geddüeiadtri a bet 
te Am «racgn iDoisaiftond , dan zien wy de 
2mm ab bcc Maijcfteit in dezen Ciifcel uit de 
Ubmcb loieo, aan dicnzelvden oord, wiar wy 
«MJBC miRB te TOOitn nog nieuwe Steiren voor 
«■ OQC safcn tffssmt gdyk wy *er, kort voor 
ZaïBtm opgug, anderea aan de tegenoverge- 
Aclife syde des Hemels zagen oodergian. LAt 
ABCD Fig. 95. onze Aarde verbedden , A 
eea zdccR plaats op derzelver oppervlakte , 
dan »d de lya £AF bet vlak van den Hori/hn 
voor de plaats^A zyn ; 200 lang de waameemer 
zich in A bevind , blyft dit vlak zyn Horifon , 
maar bcgeevt dcae zich van A naar G , dan is . 
niet meer het vlak E AF het vlak van zjnen Heri- 
. fin , maar het vlak IIGI ; elk punt der opper- 
vlakte heeft dus zynen byzonderen Horifm , en het 
i4ak vtin iitn Htrifon bepaalt zich derhalve naar 
de gdegeiiheid van de plaats des waarneemers op 
de oppervlakte der Aarde. 

107. Men onderfchdd iweederlei Htrifon, eene 
Natuurlyke en eene Artificieeky de Naluurljke is 
die welke wy zoo even befchrevcn hebben ; door 
de Ariifideele vcrtlnat men een vlafc LKM Fig. 




▼ AM DE^ BCWE6ill0 DEA Aa^DE. ^ 

tff H^rifm is ^ en deze eigtoifcfaap is het , welte 
ons de becnkkel^e ftand van den Horifon van een« 
zekeie plaats Jeert kennen; APMRpL Fi|« üS. 
zy de omtrek der Aarde, Pp de As de^ Aarde ^ 
A eene aekere plaats op derzelfer oppervlakte ge» 
legen, waarvan LM de Artificieek Horifin is^ 
dan seggen wy ftaat deze rechthoekig pp ^ { 
fliiddènlyn AK , die dóór de plaats A der Aarde 
gaat , omdat de aflland van de plaats. A tot dea 
Hmftn overal 90® moet zyn ; ipimers wanneet 
LM de Anificude J&rijhn is , dan is £AF de 
Néttmufijk^ Hmjin van die zelvde plaats ; de lyn 
KA, tot ió Z verlengd zynde, wyst ons het Top- 
punt (^Ztnitk) aan ,' en dit ftaat noodwendig even 
verre van den Horifon £ AF, maar L KM is para* 
kl aan £ AF, en het punt Z ftaat dus ook over* 
al^^sven veij^e van den Artifiüieelen Horifm LKM; 
nu is A Z de verlengde van KA, en derhalve 
ia A , dat is de ptaats des waameemers , ook overal 
even verre van den Artificieekn Hor^/hn LKM; de 
de plaats A is dus de Pool des Artificieekn Heri^ 
fansy % d3. en daar de hoek AKP, welken de | 
middenijrn AK met den As PK der Aarde maakt, 
gelyk is aan den boog A P , welke de afftand van 
de plaats A' van de Pool der Aarde is , zoo 
volgt daaruit dat de aflland van het Zenith (of 
de Pool vte den Horifon) , en de Pool der Aarde 
^lijk is aan den afftand van de plaats A der Aar^ 
de zelve, tot de Pool, en dus de afllond van de 
Pool der Aarde P tot den Horifon M gelyk aan 
de Breidu der Plaats , : welke men daarom ook 
m'el des:5elfs P^ohhcogu noemiy f gtf. Wanneer 
. . nu 



9 



tfO ALaXMEEMK BeOIMIILIM 

HU M KR. de Equator is , zoo zien wy dit daar 
AL es 90 = AM is ea VM ook = 90<' is» dn 
PM •= MA en hJE. = AP moet zyn, $ 35. 
^. gevolg, ea dat dos de hoogte L£ des Ëqus- 
ttrs boTcn den Horifon gelyk is aan het Compli- 
mmt Jtr Poêlshoegie. 

109* Men is gewoon hi de Steriekunde alle de 
Henielfche bewegingen ' tot het middenpunt der 
jttwée overtebreogen , ten einde dezelven regelma- 
tig zouden fchyneo « en de veifchillende uitwer- 
l3hg,weUce de verfchillende punten van de opper- 
vlakte der Aarde op derzelver (land te weeg 
brengt, geen invloed op onze bereekening zonde 
hebben, en daarom gebruikt men ook altoos den 
^tificittltn en Bimmtr den Natimrlyien Horifon y 
en het is nu nog onze taak aantetoonen , welk 
verfchil hierdoor in de oplosfing der verTchillende 
frobltmüta geboren wordt , ten einde hierdoor ge- 
legendheid te. hebben om van hct_ verfihilagt of 
de ParaUasis te fpre<.-ken. 

lio. Laat ABCD Fig. 34. de Aarde verbeet 
den, A eene zekere plaats op dezelve, waarvan 
PAH de Natuwhfkt en E TE de Artifieitele Ho^ 
rifin is; Itat S een zcbere Ster zyn, welke van 




▼ AM BE BbWSQINO DBR AaUDB. St 

Aarde gezien (of dat op 't zelvde uitkomt van 
den Artificieelen Horifon gezien) is bet , 't welk men 
de Horifüfitali ParaUaxis of het H&ijhntak ver» 
fchikigt noemt ; hetzelve is voor de Mam^ , die 
het naaste by onze Aarde (laat , in haaren naasten 
ftand 6cy aa^' en in haaren verften Rand 54' 5 %. 
voor de Z»n wérdt hetzelve by de laatfte voorby» 
gang van Venut over dezelve van ruim 8'^ gevon»' 
den 9 doch voor de vaste Sterren is hetzelve ön-' 
eindig klein ^ en komt dus in geen aanmerfciiq; , 
waarom med ook zeer wel zich zonder eenigen hin* 
der van den Artificieelen Hmfin kan bedienen , en 
dat vooral als men van de Horifentaak Parallaxis 
rekening houdt voor die Hemel Ligchaamen, waar- 
op dezelve eenigen invloed van belang heeft. 

III. De Horizantaale ParaUaxis is de grootfte 
van allen ; want wanneer de Ster S boven den 
Horifon klimt, zoo dat zy in S» te ftaan komt, 
dai^ wordt het verfchikigt kleinder ; van de opper- 
vlakte der Aarde 9 wordt de Ster dan aan den 
Sterrenhemel by K en uit het centrum T der 
Aarde by L gezien; de hoek LS K is kleinder 
dan de hoek ISH; nog hooger klimmende en in 
Sa te ftaan komende, wordt deze hoek nog klein- 
der, want de hoek OS'M is weder kLinder dan 
de hoek LS»K , en in liet TLcnith verdwynt het 
verfchildgt geheel , wyl de Ster in den ftand S* 
uit het centrum T der Aarde en van dcrzclver op-' 
pervlakte beiden langs de lyn TAZ gezien wordt; 
deze ParaUaxis^ dat is die welke boven de Hori- 
fon plaats heeft, of de hoeken LS*K en OS>M, 
noemt men de Parallaxis van hoogte , welke altoos 

in 



Ar . AxQYHBBNB BEctiia:n.Br - 

]d de ungekeeAltf rede' vaa. de hoogte: ier Ster 
boven den Hofifë» flaat. 

. 113. De HoRisoN der nieuwe Aard -Globe iv 
«en Cirkel VSW PI. VUI. welke de Globe om- 
ringt, en met dezelve ronddraait; hy is beweeg» 
baat op twee fpillujes , die aan eenen anderen Cir.| 
kei, waarran, Wy hierna $. 130. ipreken zullen, 
vasiveklonkeï syn ï, door middel van deze bewe- 
eg kan denztlven zync bepaiüde hellinf^ gegeeven 
wwden » en qp alle Breadttn oï Pooisfmgien ge- 
field wordea; deze Cirkel is verdeeld jn de 
mteêndenig fineken van het Compatf ■oxa de Iheek 
des winds aantewyxen, in welke eenigHcmellicbt 
<^tgaat , of ook wel de (treek van t Compas 
aantewyzen, boven welke hetzelve «w^rrM/ Haat; 
behalve deze verdeeling heeft dezelve nog eene 
andere in 360* , gefchikt om hst A^muth van 
eenige Ster te kunnen vinden. 

113. Het Anmuth noemt men de boog van de« 
Eorifin t welke 'er tusfchcn liet Nttrden of iZvr- 
deHf en de plaats des Herifont in gelegen is, al- 
waar eene Ster op- of ondergaat ; eene Ster dus b. T. 
wier ^zimutk by derzelvcr opgang 80° vaa het 
HoordeH af ia , komt 10° NoordWaards van hec 




VAM 1>I BSWICI NG DMr% Aa^IÊDE. ^ 

tm eene fchroef voorzien is , in het Toppunt vanr 
den Horifon vastgefchroefd te worden ; wanneet 
Fig. 03. MNR de Hors/m is ^ en I het Top» 
punt, dan is de Quartcirkei ION dtFerficaai^ 
welke over de Ster O gelegd rynéerj ons de hoogtet 
der Ster NO boven den Horifon en dc;szelfe 
Admuth MN aanwyst; de Ferticaal van de 
nieuwe Aard^ Globe bevat 18^ meer ala een* 
Quartcirkei , omdat men 18^ beneden den 'ffèri^ 
fm door denzelven kunnende meeten ^ bet he^ 
en einde der morgen en avond fchemering zout 
kunnen bepaalen. 

115. De Ferticaal is dus gefchikt om ons de 
hoogte van een Hemellicht te doen meeten ; op 
deze hoogte is bet, gelyk wy J iij. zagen, dit 
het Ferfchilzigt invloed heeft; het Ferfchiltdgi 
doet het Hemellicht laager fchynen als hetzelve^ 
van den Artificieeltn Horijbn gemeeten, zou zyn;: 
dan 'er is nog een ander verfchynfel , hetwelk der 
hoogte der Sterren boven den Horifon ook aan* 
doet, en het geen men daarom almede moet ken* 
ncn: het is de Dampkeffing of Refradie. 

116. Wanneer een lichtftraal van eene ylder 
in eene digtere vloeiftof overgaat, wordt dezelve 
gebroken , en komt niet in eene regte maar in eene 
gebogen lyn tot ons oog ; deze ftraalbuiging is^ 
oorzaak dat , het licht der Zon en der Sterren door 
den dampkring onzer Aarde doorgaande, die licht* 

' ftraal gebroken wordt , en onder een* zekeren hoefc 
tot ons komt , waardoor wy de Sterren hooger 
fchynen te zien als dezelven werkelyk zyn, — Laat 
Fig. af. AB CD wederom de Aarde zyn , omringd 

van 



d4 A1.CIUIBMB BEeiMSttiK 

Tair derzelver dampkring £FG ; B «ene zdure 
platts der Aarde, en OBI de Herify^ van die 
pluts, dan zal het licht, dat van de Ster H tot de 
plaats B Icomt, niet regtlynig door den dampkring 
dooi|;eIaatea worden , maar in a eene breeking 
ondergaan, waardoor die Stu in de richüng Bal 
zal fcbyncn te flaan , en dezelve dut in den Horifon 
OBI zal gezien worden, fchotm zy nog onder 
den Hmftn is; daar nu de hoek laH van ftraal- 
brec^g grooter is naarmate de Uchtltraalen 
fchuinder op de digtere vloeiftof vallen, zoo volgt 
bieruit dat de firaalbreking of damp}uffing in den 
Horijhn het grootfle is; de Uchtftraal, die van de 
Ster K, eene zekere hoogte boven den Horiftm 
hebbende, tot ons komt, ondergaat ook wel eene 
breeking in b , doch dezelve is zoo groot niet ; 
die Ster wordt dns ook niet in de lyn BbK maar 
in -de lyn BbLf van de Aarde i;ezien , doch dit 
Tcrfchil is zoo groot niet ; noch kleinder js dit 
verfchil VQpr de Ster M, en voor de Ster Z, jn 
bet Zenith ItAande, verdwynt h^zelve geheel; de 
StraMuiging is dus het grootfle in den Horifm^ 
en wordt o in het Zenith ^evea als de Parallaxiti 
naar het TerfchU tnsfchen deze beiden is , dat 




VAM DE BEWE6IM6 X)E& AjIUBE, tg 

Fan den Meridiaan» 

^ X17. De Meridiaan behoort, eigentlyk gezegd, 
mede tot de Aard^ Globe , dan by hecfc zoo wel 
een Aardrykskundig als Sterrekundig gebruik : in 
de Aardrykskunde is de Meridiaan een Cirkel^ en 
het is het vlak van dien zelvden Cirkel , dat in de 
.Sterrekunde gebruikt , en wel gekend behoort te 
wordqn. 

Ii8. De Meridiaan in de Aardrykskunde is 
eigentlyk een i Cirkel , welke van de *eene Pool 
tot de andere, en dus rechthoekig op den Equa- 
tor 5 H- ^P ^^^ P^^^ ^^^ ^^ Globe kan getrok- 
ken worden ; doorgaands vindt men op de Aard«- 
Globen verfcheiden van dezelve, afgetekend; op 
deze nieuM^e Aard -Globe zyn dezelven van 5 tot 
5 graaden getrokken ; hy dient om door middel 
van denzelven de liggïng van de onderfcheiden 
plaatfen des Aardbodems te bepaalen , en men 
noemt Meridiaan van eene zekere plaats zoodanig 
een' J Cirkel, welke, van de eene Pool tot de aa- 
dere getrokken, over deze plaats heen gaat; elk^ 
Hip van de Globe heeft dus zyn' Meridiaan^ en 
het getal der Meridiaanen is derhalven onbepaald; 
laat T\^. ia. NRZjEN de omtrek der ^rjfc 
verbeelden, N de Noord en Z de Zuidpool^ dan 
zyn alle de é Cirkels NaZ, NbZ, NcZ, tra. 
Meridiaanen; eene zekere plaats , Y by voorbeeld, 
waardoor de i Cirkel NbZ gaat, heeft die j 
Cirkel tot Meridiaan , de boog JE b van den 
Equator noemt men de Lengu der plaats Y, en 

E ' de 



igS AttBMSfeDB Btt«lMlfetkll 

de Meridiaan dient dus om de Lengte eener plaats 
op den £quat6t te b^aUèn. 

iip. Men behoort dus een* dezer MericUaanett 
vbot den éerjhn Mèrtlktmn StSmténeemeti, om "van 
éenzelven de teUing der Lengte te begtnnta ; in de 
iflt. Fig. onderfteUen wy den i CiAd NifiZ db 
feerfie Mtridièsn te zyti » dan Mr iN/h plaêfts 
dezen eeHten Meridiaan te tiekkefi , hierin vetfchft** 
lén de Aardrykskundigen zeer : PtóhméUs deed Y^ 
eerden Meridiaan over 't Eiland Juno gaah ; Mé^ 
tattnr over del Córro , efen Atv Flandrifche t Ban- 
den ; Hondius trok detizclven over 't Spaïfttïte 
Eiland St. ^agOy een der Caap ^ Férdijcht IKilan- 
den ; Ricchlus over de westèlyke kurt vWi \ Ei- 
land Palma; de Hsllanders zyn gewoon hunnen ttP^ 
ïlèn Meridiaan over den berg Pico , op het EiltnA 
Ttnériffkj doorgaands de Pk vun Ténertffe gb- 
intiamd 9 te trcikken ; dt Franfihen diaarentegoi tfek» 
ken dehzelven over het Eiland P^rro^ tnede e^ 
der Canarifche Eilanden ; of liever over een pont 
^s Aardbodems » 't welk Juist fX)^ ten westtsu 
l^h *t Obfinmtorhitn van Parys gelegen ift , 1t 
%i^lk nog 30' westelyker van Porjs gelegen is, 
San bet Eiland /itr^ ; de Engelfihen laaten linnbeii 
èerften Meridiaan mèeisftal over Londen of Oreen^ 
Wch gaan ; zomtyds trekken de I¥nnfcken ödt 
Aen hunne over het Obferfittwium fan Parys zel- 
ve; men ziet hieruit toe zeer vetfdifllende hetife, 
wdken Meridiaan toen voor den eerften aatmeefflt, 
tn •er is ook indedaad niets In de natuur *twA 
een vast punt kan geeVen , fthoöïi het adeft te 

l»tafthcli 'Wtafe dkt lata m^ramtmit tcne isig^^ 
^' mee« 



▼ AM D« BsWXCriHfl 91E AaBPV. tff^ 



«deae overeenkooist tuticben de 
gen voedt» Op onxe niouwe Aard -Globe ia de 
4M^e MirUiémn getrokkea » 30^ wescwatrds Tan 
't Ëilaad Ferro» zoodat Pary^ net op te* JLefigte 
yekgen ia, doa, welken men ook als emrfiin Mtri* 
dissm aanneemt » men begint altoos het it» punt 
vin telling van dien Meridiaan ^ welken men aicb 
voor de terfi$ verkiest; en den boog des Equii» 
tors in graaden uitgedrukt , welke tusfcben d^ 
welven en denAferidlaan eener plaats in gelegen ia, 
jjoemt men , gelyk wy boven zeiden , de Lengte dier 
f^s : dua legt ^eeueu op 34^ g' Lengte «^ 
Praag op 51^ ^'^Copenhague op 30^ 15^30^ --r 
Calre op 49^ 10' — Batavia op la*^ 33' 45' •-* 
Ptf^ar^ op 134^ 7' 30'; zomtyds telt men ook dt 
Lengte van den xe. Meridiaan Oost-^ en fyètt^ 
0aards ; in dat geval ontmoeten de beide ttUiii» 
gftu elkander op^ de 180^5 en men zegt daii, die 
Qf die plaats is soo veele graaden Oost'^ of i9^est^ 
waairds van deze gelegen ; dit doet men meestal 
dan wanneer men zyn* eerften Meridiaan over eene 
zektfe ilad deet gaan : zoo is Greenmich %^ m* 
IS' IVestelfk Van Parys gelegen — R-ankfort ligt, 
vdgends dezelve taling, tf^ 15' 45' Oestwaards 
msiParys^ enz. Zomtyds is mto ook gewoon de 
lieogte eencr plaats in Uuren , in plaats van io 
graaden 9 uittednikken : de reden hiervan zal ons 
ia, 't geWuft; der Globe nader Mykem 

XQO. Alle pltetfen, welken eeneen Meridiaan hdt* 
ben, of die .onder denzeMe» Meridiaan gelegMt 
;ayn, hebbe» iiok' dezelve Lengte^ en tegelyk 
dUUiag^ 'f tfecaiiet ^ooAjUtnémn^^ Mid- 



dB Al.a>lf«SHB B^«IMSILElt 

Oaglyn beteïeiit , zelf uitdrukt ; en men moet 
deihalve, om de verfcbUlende ligging dier plalt- 
feo» wellen dezelve Lengte hebben, nader te be- 
j)Uleii, eren als in de Sterrekonde , zich nog van 
eene andere afmeeting bedienen ; ten dien eind» 
tidtt men door de plaats Y Fig. ift. een* anderen 
Cirkel 3, Y, 7*14 paralel aan den Equator: de 
■flland van dezen Cirkel van den Equator of den 
boog bY des Maridiaans, bepaalt de Bruétt der 
plaats » welke Néordelyk is als de plaats benoor- 
den den Equator i en Zuideijk als de plaats bezui- 
den den Equator gelegen is ; men bepaalt dus 
de ligging der plaatfen op den Aardbodem door 
Lengte en Breedte ; hetzelve dat Ascenpo reSa 'm 
tic Sierrek^nde is , is Lengte in de Aardryks- 
fcunde \ en hetzelve dat Deelinatie in de Sterre- 
kunde is, is Breedte in de Aardrykskunde. Even . 
gelyk alle plaatfen , die onder denzelven Meridiaan 
gelegen zyn, dezelvde- /.enjY^ hebben, zoo heb- 
l^en ook alJe plaatfen , dfe op dezelvde Paralel ge- 
legen zyn , dezelvde Breedte % en de Ian0e en 
iertfie Pag des Jaars is voor plaatièn , onder de- 
. aelvde Paralel gelegen , altoos van dezelvde lengte ; 
by.voorb: Kiel in' Nedtr-Saxe , legt op aS" o' 




TAN DB BbWBGINO DBB AaILDB. 69 

Lengte verfcbilt 1$^ 38' 15^ ; want Falmmh Ug^ 
op ia** 37' go*, en F^ankfwrt op aó*^ 15^ 45'. 

lai. Van bet vlak nu van dezen Cirkel, welken 
wy aJs de Mmdiaam' in de Aardrykskunde heb« 
fcen leeien kennen , ia het , van hetwelk men fpreekt 
als men dea Meridiaan noemt in de Sterrekundef 
de Meridkum « in eenen Sierrektmdigen zin , is niet 
anders dan het vlak eens grooten Cirkels van de 
Spheer , die rechthoekig op den EqUator en te 
^lyfc ook rechthoekig op den Harifin ftaat » wel* 
ke de Aarde in twee gelyke deelen deelt , en met 
dezelve in 04 uuren moet begrepen worden rond 
te draajen, en alle punten des Hemels beurtellog 
te fnyden. 

ia3. Laat ERGiË Fig. 9. de Horifon zyn » 
dan is de Cirkel EZG de Meridiaan^ het punt 
£ is het Noorden , N de Noordpool voor onze 
Noordelyke Gewesten ^ X het Zenith en G het 
Zuiden ; des de Meridiaan van het Zuidpunt des 
Horifons recht opklimt tot in ons Zenith^ en ver- 
volgends door de Pool gaat 9 om in het Noorde* 
Jyifte punt des Horifons , dezelve weder te ont« 
moeten, waaruit wy dus befluiten, dat even ge« 
]yk in de Aardrykskunde de Meridiaan maar \ 
Cirkel is , in de Sterrekunde dezelve pok maar 
een | Ciikel is , doch wiens begin en einde eenig« 
zins anders bepaald wordt; te weeten in de 
Aardrykskunde begint At Meridiaan aan de eene^ 
en eindigt aan de andere Pool ^ en de andere 
lielft déizelvden Cirkels , is Meridiaan van eene 
phati , welke 180^ met de eerde in Lengte ver- 
IfUk t doch iB de Sterrekunde begint de Meri<« 

£ 3 diaaB 



fé ALaBMCIMB BBClMIBttll •* 

diuln iin den BiH/oii « en eindigt itn de tegan 
overftaande zyde. van denzdfden ffèri/Mi , «ut- 
om oen dus in de Sterrekonde* nn den Jfjrf- 
ilhMft fpFeekmde, dtardocr irerftut, dn gededw 
van het vUk des Meiiduns dn Aoiw» mcm fftfti 
fin mrfuvtH is. Het gedecfte NE, dtr, In een* 
Aardrjrkskundlgen cin,een gedeelte is vni deii M»» 
rtdiaan^éie 180° in lengte vctfctült metde ptam, 
Waarvan vy thands l^reeken, behoort, in een* 
Sterrekundigen zin tot den Meridiaan van de pliatt 
jelve, daar het gedeelte des Merldiaans, *t wdfc 
onder den Horipm is , in de Steirebunde niet in ata- 
Üeriiing kofltt. De Meridiaan gaat door bet Zm/fA 
der plaats , waarvan hy Meridiaan is , en ditt 
door de Pool des Hwiftns^ % 108. en flaat dei^ 
bsive rechthoekig op dezelve ; hy gaat ook door 
de Fotl N des EqMMorty en (laat dus mtAitrteht* 
htkig op deze $ A4, 

ta). Wy zeidea too ev^m dat' bet vlik vio 
d*n Miridi»M de Aarde In twee gelyke deelen 
deelt, en, met deselve zich hi 34 imren ronddnu^ 
jende , alle ponten des Hemels beunetings fnyd ; 
lut ABCD Fig. bT. de E^iuttr der Aarde, P 
ie Ntertfyt^l en G eene zekere plaate zyn , die 




Ikliddig te C ;sy 9 al9 d^ $ter J^ ia 4en Jfirri. 
ifi4^» is 9 dan z^d >yanneer a uurea verloopeti 
;siyn 9 CQ de pj[?AU G. du$ op haare par^^l tot ia 
a f evord^d 13 ^ d^t vlak van den Mendiaan dep 
jflsmu G de riQht;ing fVJA verkregen hébben , ei| 
f(m W^W^ Ster F ^4 alsdan ia den Mprldiaam 
vw G ^eaxgd worden t« zyn; nog % uuren ver« 
V^PpeP ^ynde, 2(4 het vlak van dieqzelvden Men**^ 
diaan de richting GPN veriuregrn hebben, en, 
de Ster Q ;e4) dui^ ten 4 uwreii door den Meridiaan 
SMQ i 90Q voortgaande zal t^ uureq de Ste^- 
)I -^ tm 8 uurcA da Ster J -^ ten ia uyren da 
Ster JC.^ teq ia uurep Middem: de Ster L -^. 
ttn % uuren '» Morgens 9 <le Ster M— ten 4uuren 
49 Sttr N -^ te9 6 uureQ de Ster O — ten 9 
lüWP da Ster P — ten 10 uuren de Ster Q^^ 
dl t^n ia umeu des Middags v^n den yolgepdeq^ 
dag weder de Stctr ^ Iq deu Meridiaan eyn. 

10^ Uit de befchouwing van deze Qguur ziet 
«CO» d4t de riicbfing Vfuf )}ec yjafc v^ den j]^^ 
éUun tweemaal, hegselvdp is in den tyd yan of 
mwn; wnn): de richf^ ^JPL duld ons zoo we| 
d^ jS^nd van het vla^ des ^eridiaam aav vpp^ 
li uuren d^s ^f/^^x, ada vopr xa uurien deji 
^ui^^nachi^l zpo is ^olt de lyuFPM de rifbting 
vim bet vlak de$^ Meridiojms , zoo wel voor 9 
Huxcn na dm middag, als voor i» um«p.na niid# 

d^acbt, eu {^eniit zou men nisCc^ien beQui^, 

dat de ^^n&x tweemaal ia de s^^ «wep jn doi 
Iferidijaan ^onien , 't geen egtgr zoo niet is, 

ia(i« XeA einde deze zwarigbejid w^ te uee-r 
«n^ «exllpep wy WW i'* M W i f<9- iKezegd, 

E 4 heb- 



■rykskiinde 

. ;s volgt dat 

■ _- -," (éne zytlc 

vTirjit vordiir 

; -■ -cïIafcEPL, 

-. . ■ -.-n den Hfi- 

-. . - . •. :a het vlak 

.:_ • •; 34 uuren 

- . .,-■-■ :.i de $ 133. 

■ - _-.■ j:.*a!lcn gcbcu- 

■ :'jMSt dat boren 

, -.■.■".lal in de 34 uuren 

•...[cn: wanneer de af- 

. c.'-.i boven den llori/hn 

- } n Ac bonff N E Fig. 9. 

' ƒ. 'S J/d.-iw behoort, § 133, 

■ . O-tior de Tv-liynbnare bcwe- 

\: paralel fed, welke de yf/r- 

• ;.:s in f fiiyd ; de Ster dus 

..■'-■ pegaan zynde , komt nnar 

/.■!! Meridiaan in d, en dei- 

; ;4 uuren , met dit omler- 




TAK r>% Bewbgiho der Aa'udc. 73 

tot het punt G des Horlpms , 't welk het Zuiden 
is, te fpreeken. 

12(5. Na dit alles zal het niet ongemakkel^k 

«yn te vatten , welken Cirkel wy voor den Meri* 

Haan tot het Sterrekundig gebruik op onze nieiï- 

we Globe bezigen : het is een koperen Cirkel 

RST, PK VIII. welke om de beide Pooltn der 

Globe beweegbaar is , om op elke 'plaats det 

Aarde gefield te kunnen worden, die in graaden 

verdeeld is , en op 90*^ aflland ten Westen en. 

Oosten^ van welke de Horifon op twee fpilletjes, 

die aan een' anderen Cirkel, van welken wy J 130. 

ïuUen fpreeken , vastgemaakt zyn , draaid. — ^ De 

verdeeling der graaden op dezen Cirkel is zooda* 

nig gefchikt , dat de graaden opden^elven aan den 

écnén kant der Pool van de Pool af met 10, so; 

enz. beginnen te tellen , terwyl aan de kndere 

zyde der Pool dezelven terugwaards gaan , zoo dtt 

de graaden aldaar van den Equator aftellen; deze 

laatfte zyde des Mertdiaans moet men (lellen op 

de plaats vnn dewelke men begeert dat hy ÜJerim 

diaan zyn zal , wanneer bet getal graadefi , dat de 

plaats zelve aanwyst , de Breedte der plaats is , 

op welken graad , (aan den anderen kant van dezen 

zelvden Cirkel) van de Pool afgeteld , men bet 

Noordpunt des Hort fins moet ftellen, om denzelven 

voor eene gegeeven plaats overeenkom (lig te does 

zyn. 

127. Deze Meridiaan aldus over cetie zt\ieTt 
plaats gefteld zynde , is die l Cirkel van denzel- 
ven , Meridiaan van die plaats , welke van de eene 
Pool over de Plaats zelve tot de andere Pool gaat; 

E 5 en 



•y 



f4 .- AtCEUKBMB Bt«IMfl«.«1l 

n wanneer hkd van dien Mnidiaén tan opcip* 
des Horifoits fpreekt , dan is dat gedeelte van de« 
;cen zelvden Cirkel de Meridiaan , *t welk van bet 
Seff^ffiimt van den Uo^oa af begint , dom de 
iWdie boven den Hoiiiba varheven U* en door 
|iet JKemti , dat i» dé fiaats uA», be«n gaat« 
€0 ia het Ztadtrpmt dn Horiibn» eindigt, 
% <aa, 104. 

, ia8. Laat NTZVN Fig. «9. deze MtriÜMm 
der Globe zyn; ADCD dtHmfi» van «ene eer 
kere plaats T, dan is de | Cirkel NT^ de MtH" 
diaoHdaz plaats Ti in een' jlardrfkskan^gm tiQ.'m 
en de I Cirkel ATC de Miridiaan der plaau T* 
in een* Starr'^tapdigeii sia^ dan de Cirkel ABCP 
yitSke de Herifol^ i»a van de plaats T, i« ook t« 
ge^rk ^ Serif^ vft^ de, plaats V, wclka op i8q* 
van. de plaat» T gelegen is » «n d« i CixVA 
AV Z C , we&e ondw den ibri/M ligt , ia de Mirf- 
4iMM van de pkuus V» waaruit volgt, dat nvw 
plaatTen, welken, op den JfirMrAM getald , iSfi* 
^oaden van elkander gele^n zyntdenmlvdenifor^ 
j9f> bebbo) , en dat Iware AAr/^mw* in het »/*^ 
y^bi plegen xya ; dR plaats V DocBit.men de Te- 
gtmnettr, /ttOip^ée van de plaats T, gelyk ouge^ 




TAM DE BlWXtftNG OKE AaA'DX. ^f^ 

fOor T het Oêsun is, vcXtf V bet ^^mi^ ttt 
omgekeerd, zoo dat het Oêsft en fFkstpma des 
Hemels betrekkdji;: zyn tot de plaats » van de» 
ivelke men fprcekt. 

Fi« den Uurcirièl* 

109. De Uiarririb/, welken men nodig heeft om, 
door middel van denzelven , deUnren van den JIbffr 
O^ en Ckukrgangj of tan den Op- en Ondeitgêmg 
van eenig ander Hemellicht te kunnen vinden , en 
andere Problema*s op de Glöbtn optetosfen ^ was 
men gewoon te plaatfen boven op den grooten ko* 
peren Cirkel, wwneer men op denzelven, door 
middel van een' wyzer aan de iW, o^ dezen Ciri^ 
kei de Uuren deed aanwyzen; deHr. Adams» 
XA lAndm^ verwierp, l>y zyne ver&tering van da 
Conftruftie der Globen , dezen Citkél , en gebruikte 
tot Uurtïrtel den Equator der Gk>be zdven; en 
inderdaad 'er ia zeer ved dat voor deze iBrich* 
thig pleit: de Bqtm^r omrii^ de gebe61e Gfor 
be| liy is dus de gro0ifie Cirkel^ wetkeu' om o^ 
dezdve trekken kan, en men geeft dos, dbor dezen 
lot Uttrcirkd te gebruiken , de meest mogelyke 
grootte aan deniehran, waardoor dan ook de 
Vuren zelven veel grooter tusfchenrpatie beko* 
men , en men gemakkdyk op eena Globe van 121 
duim £am. van 5' tot 5^ onderfcheiden kan ; vry 
iKbben dit gd>niik van den Bqui$er tot Uuniriel 
in deze ideuwe Conftmétie gevolgd , doch tffn^ 
met dit onderfcheid, dat wy niet den Bffmttr4er 
GMi as/ivMT daartoe bezigen, maar de Gkdie heb^ 
ben doen omringen deor een' koperen Giikiel X¥Z i^ 
' ./ PI. 



. I 



<fi" Al'eilCfSHB BEOINèELE» 

PI. VIII. welke aan^ den Meridiaan , op de hoog'- 
te des f^Mi/afj'is vastgemaakt, en, mee den A/*- 
ridoMH en HorifoH verbonden zynde, om de Voom 
]en der Globe ronddraait, en tevens met de GIo> 
be zelve zich rond beweegt; deze Cirkel, dus io 
34 uuren, en- vervolgends elk uur in minuten» 
wrAeeld, verfiidct dus ten Uurciriel aan deze 
Glo'be; het gemak van dezen Uurcirkel zal nader 
Uyken, wumeer wy in het III Boek bet gebruik 
ia Globe zullen verklaaren. 
; ijo. I)ez« gebeek toedel van Cirkels , welke 
onze nieuwe Aard 'Globe omringt, en met de- 
lelve ronddraait, wordt in de 30 Fig. afgebeeld: 
ANTQCZViEAis de Meridiaan; ABCD de 
ÜBrifen van eene zekere plaats T; ^BQD de 
Uurcirkel t op welken de Herifm , op twee ffHllet- 
)ens in de punten B en D geplaatst , beweegbaar 
is; N dé Noordpêol; Z de Zutdpeti; T het r<^ 
fuut of Zemtit en V het f^oetpunt of Nadir; de 
Meridiaan is in deze Fig. van ïo tot 10 gnadea 
sfgedeeld, en genomnierd,zoo als wy $ isS. h^ 
fchreven hebben , waarom men deze F[g. bezien- 
, de, en gemelde % ^0% eens herlezende alles (zoo 
f oordeelai) beter bevatren zal. 




frtag tnet eene andere vraag beantwoordende , 
xullen wy fpoedig ontdekken » wat wy voor onzen ^ 
UurwyziT op deze nieuwe Globe te houden heb* 
i>en; welke is^ afgefchtiden van alle Hoiolofies 
of Uurwerken , ome algemeene üurwjzer , waar* 
naar wj onze Uuren gewoon zyn te regelen? •— 
Deze is immers de Zom. — Zoo is dan op. He* 
ze Globe , op welke alle de VoorfieUen overeeai 
kom(Hg met den aart der zaak moeten opgelost 
worden , ook de Artificieele Zon de Uurwyzêr i 
hoedanig zy dit is, en wat daaromtrent is aantei^ 
merken 9 behoort tot het volgende Boek, > 

I3d* Laat ons nu , ten befluite van dit HoefS^ 
Jluk , alles , wat wy in hetzelve als eigentlyke ge* 
sugde Befchjving der Globe gezegd hebben , met 
weinige woorden herhaalen en te zamen vatten: 
-tde breede Cirkel ABC, PI. VIU. is de EcKp* 
tica , welke behalve zyne verdecling in Tekens en 
graaden , en eene andere in Maanden en Dagen 
nog eene afzonderlyke verdeeling voor de bewe^ 
ging der Maan S 75- bevat. — D B £ is de E^/ua* 
tor des Hemels in 360^ afgedeeld» en dt Eclips 
tica in beide de Nachts evenhgspunten fnydende. — « 
FGHKIF en LMN zyn beide Breedte* Cirkels^. 
waarvan de Cirkel LMN beweegbaar is om de 
Poefen L en M der Ecliptica — de J Cirkel 
OPQ is een Declinatie-Cirkel ^ mede beweegbaar^ 
doch om de Poo/en F en K des Eguators of dér 
j/arde — RST een beweegbaare Meridiaan •— 
VSW de Horifen - en XYZ de Uurcirkel ^ 
waarby men nog voegen kan den losfen J Cürkel, 
welke men de Ferticaal gemeenlyk. noemt, 

n. HOOFD. 



&LCï<i»sNm ■■•iNni.aii 



IL HOOFDSTUK. 

A&OBHXKNB BbGIMSBLBN VAH DStt 

LOOP DBR Maan. 

S*^ 'SS* ^' iKbben in het n Hoofdfhik van 
fea I Boek die Algeineeiie Grondbeginfèlen ;ops^ 
fDewD, wellua mm bekoort K kennen, om zich 
•eo deakbedd van den loop der PJaneecen tt 
vomeat wy hdiben dexelven in het I Hoofdftuk 
van dit Boefc aiKr byzeoder op den L»ofi m» 
éuat ^arée ttegepdtt , ten dnde daaruit de Be< 
feluyfiDg nn onse nieuwe ConflniAie der Aani> 
Ctobe sfteldden, dan wy hebben nog niets op- 
setoelyks aangaande den loop der Mium gezegd; 
«ditftitttu doet de kennis van derzelver loop 
leem af of toe tot de kennis van bet gebruik der 
Oobcn, ^aa daar de Maim zulk eene naauwe be> 
tsaUdng op onze Aarde heeft , en het ons oog- 
' mnA is het gebruik der Globeo door deze Hand* 
leidiag meer algemeen te maaken , zoo beb^rt 
flKn ikA iets meer byzondera aangaande haaren 
loop te «celen, waarom wy dit Hoofdieel beftea» 




¥Alf #«ll fti«» ftta^ M 1149. ^ 

wê^^üMSt dft JSmi, htt utHntfkdykfte Ucfat'» int 
hoofdó ^n hnrd Htbyheid by do ^mrJ$^ tn ot^- 
dftrvind, door htare ntbyfaeid, «ene xwr grootse 
kntgt vto aaittitkking v«i oue\^j;0nAr» goiyk 
wederkeerig de Amrdt door de ATm» wordt* aum 
fitrokken. 

f35. Uit hoofde van dexe atntiAkingsltniet éeir 
Affrêe en der Zm op 'do iMiM » is bttr loo]^ 
ottü üeer v^e oneffenheden ondtrlievig» en iMt 
is nit dien hoo^ seer noej^yk denzdven regt te 
kennen, en haaitn JuUtaa ftand ie beteteenen; wy 
«viUen ons , dt«r wy geen efg^tlyke geeegdb 
Sterrenkunde fcbryten , flegts met de fllgenveenè 
grondbeginTelen vna taaiein loop betighouden^om 
dsaniit een middel tfteldden , om btar«nr mü^ 
4dkuart kngte ten allen tyde te kurnien vimden» 

136. Den middelbasMn afftand, der 3tMan v^qsl 
•n2e Aardt berdient men op 85393 Lienes , van 
welke 'er 115 , één* graad uitmaakon , wordende de 
Uems geieekent op nsSs Toifei , des de aflland 
der Maan van onte Aarde nagenoeg 51^96 ÖuiP^ 
/th9 iiy/en is, haar groote wordt op her i^ deel van 
onxe Aarde gefield ; zy voBmngt baaren loop in af 
dagen 7 unren 43' 4^ om isnzeJlêrJ^^ en doorioopt 
dus in den tyd van 424 uuren nagenoeg 13^ la^ 
35* ; deze fncUe beweging der Mam is bet dit 
ons dexelve dezien Avond by eene Ster -doet j^en^ 
van dewdke zy den voorigen nog op een' grootei 
sfliand verwyderd was ; warmeer zy tasfchen 
wze jiarJi en de Zm inftaat, is hatfe verKehte 
zyde geheel vvn ons afgekeerd ; wy tümnen hao^ 
iMan «iot sfen^ zy is dan in CnvfjtmSHt met do 
'^ -en men noemt dezen baaren ftand Nietma 



/ 



MaoHy omdat men, vtn de ecne Conjun&ie tot de 
andere tellende, deze duuring van tyd voor éénen 
Ma^J^rpt rekent, en zy, in Conjunöie met de 
2«r zynde , voor ons als *t waare haaren loop' 
op nieuws b^nt; het tydsverloop egter van de 
«ene Ni*uwe Maan tot de andere , en dus van 
de lengte van éénea Maanefckjn , is niet gdyk 
jnet den boven opgegeeven emloopstyd der Maan 
'Tan &7 dagen en 7 uuren ; want laat Fig. 31. 
ABTC de loopkring der Aarde zyn — S de 
Zm — Tde Aarde '-tn DEFGD de hepkring 
4]er Maan — dan zal de Maan , in D ftaande , 
uit de Aarde gezien worden langs de lyn T DS M; 
haate Lengte zal dus gelyk zyn met de Lengte dér 
^M , en daar baar omloopstyd 37 dagen 7 uuren 
41' 4' is,. zoo zat zy, na verloop van dien tyd, 
/ weder met hetzelvde punt H des Hemels over- 
cenkoBten; doch wyl de Aarde 'm dit tydsverloop 
den boog TI van haareu loopkring heeft doorge- 
loopen , zoo zal de Maan noch niet weder in 
Ctnjtmdie met de Zen zyn, maar, om in dezelve 
te zjni, nog den boog DK moeten doorloopen , 
, wainoe zy nog hefteed circa a dagen , 5 uuren : 
des de duuriiig van haare é(*ne Conjun&ie tot de 




TAH DEN LOOF OEIt MAAKé 6f 

Maanmaand , het ty ds verloop van txg dagen ia 
uuren 44' 3*, welke haaren Périodifchen $mloop bc» 
paalt ; twaalf zulke Biaanmaanden , of id Pêriodh . 
fche omloopen maaken één Maanjaar uit , 't welk 
dus van 354 dagen 8 uuren 48' 35* is , nagenoeg 11 
dagen kleinder ais het Zonnejaar ^ % 152. — ^35 
volkomen Maanmaanden maaken zeer naby 19 
Zonnejaaren uit : deze bepaling verfchllt in 309 
Jaaren maar eenen dag; deze Periode van 19 Zonne* . 
jaaren , na welke dus de Maan genoegzaam op 
denzelvden tyd weder met hetzelvde punt des He* 
mels overeenkomt , was reeds 430 Jaaren vóór 
onze gewoone Jaartelling bekend j zy is voor het 
burgcrlyke gebruik vry naauwkeurig , en werdt , 
toen dezelve ten dien tyde door Meton bekend ge* 
maakt wierd , te Athene zoo gewigtig geoordeeld , 
dat men de berekening derzelve tot het gebruik 
^der burgeren , In de openbaars plaatfen , met 
gouden letteren ten toon ftelde 9 waarvai^ men 
nog gulden getal noemt , deze Periode van 19 Jaar- 
ren , dewelke de ConjunStie der Maan Weder naauw- 
keurig tot hetzelvde punt des Hemels , of tot den- 
zelvden dag van het Zonnejaar terug brengt ; het 
is dezelvde Periode, welk ook heden nog onder 
den naam van Maan -Cirkel bekend is« 

158. Even gelyk de overige Planeeten, beweegt 
Eicb de Maan in eenen Elliptifchen loopkring om 
4e Aarde; de Aarde (laat in het eene brandpunt 
▼an deze ElUps, en de aflland der Maan van de 
Jarde ; op den eenen of anderen tyd , verfchilc 
aanmerkelyk : het punt van haaren loopkring in 't 
welke zy van ons Aarde het verfte verwydert is , 

F noemt 



S* Ai«BMS|irE BSGINSELEN 

noemt men ^gtam en het naaste Perigetm : 9e 
beweging van het Apogeum eii Perigeum der 
Moéui is zeer aaiimerkelyk , wyl dezel\-cn in 
' dea tjd van 8 Jaaren en 311 tlageii , met alle 
pantea éa Ecliptica ovcTtenWomeat dat is in dien 
lyd eens rondloopen, zoo dnt de Lengte van liet 
Jlpogeum in eene Maanmaand 3° 15' 28' verichilt, 
zynde hetzelve in dien tyd zoo veel voortgelopen 
of in lengte toegenomen ; de ndihnd der Maan 
'm haar' verfien fiand van onze Aarde is 91397 
Lieues of 54838 Duitfche Mylen , iti haar' naasten 
ftand 86334 L. of 51794 DuicRhe Mykn ; haar 
fchynbaare Middenlyi vertoont zich dus ook veel 
grooter, wanneer zy in ham' nnnsten (hnd by de 
Aardt is , dan in alle andere (landen; in den naas- 
ten fland ziet men dezelve 33' 34° groot, en in 
baaien verllcn Hand Hechts van 29' 25*, waaruit 
men afleid dat de middelbaare middciilyn der Maam 
is 3t'ft9^, dus de Maan van ons nagenoeg } graad 
aan den Hemel beflaande (te vvcetcn als zy vol is ,} 
gezien wordt; zoo dat men duor de hoegrootheid 
der vidle S^üan de grooiie van eencii ^ graad aaa 
den Hemel kan keren kennen, en de volle Ufaan dus 
als 't waarc tot eeiic paal van vcrp'.lyking, om ons 




VAN DEM tOOF DI& MaAH. (9 

van 5* 9 doch de hoegrootheid dezer helling oi^ 
dergaat door de 'Santrekkingskragt der Zon en 
Jlarde vcele veranderingen , zoo dat zy tot 5® i»* 
kan aanwasfen, zy is grooter, als de Matin^ iiv 
baare Quadratuuren zynAt , haar grootfte breedte 
beeft, dan wanneer zy in haare Conjutiöie ^ 
Oppofitie is ; de Maan gaat in ieder* omloop twvev 
maal dwars door de EcUptha , en zeven dagen 
nadat zy in een' haarer knoopeiT, dwars door de 
Ecliptica gegaan \& wykt zy 5 graaden vait de- 
zelve af; zonder deze hcifing zouden wy allt 
Maanden eene Zon ^ Eclips op den dag der Coi> 
'jun&ie hebben , en eene Maan - Eclips op den dag 
der Oppofitie , daar 'er nu geheete Jaaren zyn , in 
welken 'er geen Eclips voorvalt; wy zuUen gele» 
gendheid hebben om over de ËcUpfen* nader té 
^reekefi« De klimmende knoop der Maan, of dat 
punt vtn de gemeene fneede van faet vlak der 
Ecliptica^ en het vlak van dfen Loopkrihg dtr 
Maan 9 door hetwelk zy gaan moet om benoon- 
den de Ecliptica te komen , wordt fodltyds het 
JDraakenhoafd genoemd 9 en is aan dit merkteken 
^ kenbaar , daar het tegenovergeftelde punt of 
de daalemtè ktiMp , anders ook wel de Draaknf^ 
fiaart genaamd , aan dit merkteken ^ kenbaar is, 
140. Aanmerkelyk is de fnclle beweging van de 
Pfn derkn90pen;\^vL de Maan^ welke in den tjd 
van 18 Jaaren saS dagen 4 uuren 5^' 5a' , tegtti 
de order der Tekent , de- geheele Ecliptica roncfc 
loopt 9 200 dat, als ét Maan 'va faet ie. punt van 
Artes "ef htt' Nach$ • eveningspunt pan de Lente 
4oof de Ecliptica gaat, (gelyk zulks in de Maand 

F ft Juny, 



'64 Algemiene Begihsele-k' 

Juny, 1764, gebeurde ,)zy 18 Maanden daams de 
Ecliptica ia het begiu der Fitfcken fnyd, zoo dat- 
haar knoop in dien tj-deen Teken is teruggegaan; 
de dooi^ng der Maan, en de beweging van hnare 
knoopen is zeei duidelyk waartenemen , wanneer 
de Lengte van een' der beide knoopen 41 06° is:' 
zy verduistert alsdan de heldere Ster in het hart 
van den Leeuw of Regulus , (gelyk zulks in de 
Maand Juny, j 757 , voorviel} ; dan eenige jaaren 
daarna ziet men haar g** ten Noorden of ten Zuï* 
den van die Ster flaan, en haare knoopen zyii 
dus in dien tyd zigtbaar J Cirkel van plaats ver- 
anderd. 

141. Het zyn de fchyngertalten (Phafes) der 
Maan, welken het eerst en het meest de aandagt 
naar zich trekken : de Maan , na in haaie Con- 
junQie met de Zon geheet voor ons onzigtbaar te 
zyn geweest, wordt na ■weinige dagen- des avonds 
in het Westen , naby den Horifon , weder voor 
ons zigtbaar in de gedaante van een' Jikkcl, wiens 
rug naar den fforifin , en dus naar de Zen is 
toegekeerd ; van dag tot dag zien wy de Maan 
in licht toenemen; de verlichte rand wordt groo- 
ter , en zy Haat des avonds hooger aan den Ifori~ 




TAM BEN LOOF DER MaAN* 85 

Vèlle Maan; na dezen dag neemt zy in licht af ^ 
wy zien haar circa 8 dagen na Folie Maan weder 
half verlicht, en noemen zulks Laatjie Quartitr:, 
en nu van. dag tot dag in licht al meer en meer 
afneemende^ zien wy haar .kort vóór de volgende 
Nieuwe Maan , des ochtends aan den Ooster Hori^ 
fin wtdtT in de gedaante van een' fikkel, waarna 
zy eindelyk zich weder voor ons oog verbergt ; 
deze geheele afwisfeh'ng' der Maan , van Nieuwe 
Maan tot Nieuwe Maan^ noemt ml^n één Maane-- 

fif^f»^ S 137- 

141. De 3J1 Fig. vertoont ons de oorzaak van- 
deze fchyngeftalten (Phafes) der Maan : laat S. 
de Zon , T de Aarde, ön A 5 B ^ Q, D , E , 
F , de Maan Mi baare byzondere {landen. zyn 9 
zoo zal de Maan in A, in Céhjunüie met de' 
Zon zynde , het deel abc , jdat .tm ^dk 2ö«^ toe- 
gekeerd is , door dezelve verlicht worden , eu 
bet duistere gedeelte cda naar de jiarJe T toegp^ 
keerd zyn ; zy kan dus van de Aarde, niet gezien 
worden, en wy noemen dezen ftand N/Ruwtt. 
Maan ; is zy van A tot in B op haoren weg 
voortgegaan , daji is het door de Zon verlichte 
gedeelte abc gedeeltelyk naar de Aarde gekeerd ; . 
iit.Aarde ziet het gedeelte eBa der Maan ver«t 
licht , en dit vertoont zich aan ons oog zoo*, als wy 
het Fig. 33* hebben afgebeeld ; gaat de Maan 
verder van B tot C , zoo is de § van het ver- 
lichte gedeelte abC naar de ^ar/i^. gekeerd , ^n 
deze ziet de Maan in dezen ftand , welken wy ËEa- 
STE QüARTiBR noemen , half verlicht ; van C tot 
P voorgaande , i^ de geh^ verlichte, helft der ; 

F 3 Maan 



86 AlCBUCEXE BEOIKfELlM 

Maan naar Üe ^<»-^0 gekeerd ; de Amrdt ziet de 
geheele fcbyf der ^«a». verlicht, en wf noemem 
dezen Atnd &tt' Maan , in welken zy, in haaren 
Oppt^tit is^ Vol lb Maan ; ftaat de MoMt vervol* 
^nd* In E) dan is weder d^ h^lve verlichte zy- 
dc.£i)C ntar de Aardt toegekeerd^ wy zien dui 
bou in dezelvdc gedaante als in C , en noemen 
dezen flind. Laatste Quartier ; eindclyk wan- 
neer de Maan in den ftand P komt, ziet de Aari» 
fltiühts hec kleine gedeelte Fee verlicht, en zy 
vertoont zich dus weder zoo als wy haar in Fig. 
33. hebben afgebeeld ; — wy willen alleen dit 
Bog hebben opgemcrltt , dat hoe zeer het verlïch* 
te gedeélce^der èéaan In de flandcn fi «i F , en C 
éa- E, even- groot is, egter de ftand vanhet vei^ 
Hehte . gedeelte Juist omgekeerd is; dit verlichte 
gedeelte 'moet ittoos naar de Zon toegekeerd zyn \ 
d^Maan volgt de Zon, vin dat zy Nteuw is ge- 
weest tot dflt zy ^ is , maar gaat de Zon voor 
uit , van yelle tot Niêuwe Maan : van hier dat 
in het ecrflé geval het verlichte gedeelte naar het 
IKsten , en in het laatfle geval naar het OoHeH 
gekeerd Is. — Den tyd, die 'er verloopcn is, na- 
dat 'de Maan in ConJmEtie met de Zon is ge- 




VAM DBN LOOP OER Maam. 87 

voor een gcfchikt merk der tyden achttede , eti 
zyoe tydrekening naar den loop der Maan regel* 
de ; van hier dan ook dat de wederkomst der 
Maan , op eene plegtige wyze zdvs , by hen ge- 
viert werdt j dat men op de hoogten der bergen 
](lom , oip de Maan « na dat zy nieuw geweest 
was 9 het eerst was^rteneemen , en van daar met 
Trompettengcrchal haare wederkomst den Volke 
bekend maakte ; bekend is het Feest der Nieuwe 
Maan by de Jooden 9 uit de H. Schrift ; bekend 
zyn dergelyke Feesten , ook by andere Volkeren 
in gebruik , uit hunne Gefchiedenisfen ; en wy 
Weeten welk een' grooten invloed de loop der 
Maan nog, fchoon wy thands in onze Tydreken- 
%unde geen fiSaanjaaren , ma:ur Zonnejaaren ge« 
bniikcn , op onzen Almanak , en op de regeling 
der beweeglyke Feesten heeft ; waarom wy het 
noodzakelyk oordeelcn hier iets nader over de 
Tydrckcnkunde of over den Almanak te zeggen. 

ran den Almanak. 

143* lïc grondflag der Tydrekenkuude beftaat 
in de vergelyking der beweegitig van Zon en Maan 
onderling ^ en met de verfcheiden gebeurenisfen ^ 
die ons de Gefchiedenisfen der Volkeren opleve- 
ren ; zy maakt den grondflag uit der Sterrekunde , 
en is volftrekt noodiaakelyk tot de regte kennis 
yan alle de verfchynfelen der Henïelfche Ligchaa* 
men , welken de Sterrekunde ten onderwerp heeft; 
men kan ook het gebruik der Globen niet recht 
mtten , zonder cenig begrip van dtzcive te heb- 

F 4 ben. 



88 va'kdimAlmanak. 

ben y en het is om deze reden dat .wy tiet noo- 
dig oordeelen , hier iets van dezelve te zeggen, 
ons alleeolyfc by een kort overzigt bepaalende* 
en inzonderheid, tot die uitkoniften der vroegete 
waameemingen en {chikkingen, welken ons in flaat 
zullen Rellen, die weinige Tafelen te verklaaren, 
welken wy nodig geacht hebben in deze Handld- 
ding intelasfchen , om voor alle Jaaren, de /)«- 
gen der fVeek — de Nieuwe Maanen enz. te kan- 
nen berekenen; uitvoeriger Verhandeling van (Ht 
onderwerp , kan onze lezer vinden in opzettelyk 
over deze ftof gefchreven werken , gdyk de onlangs 
uitgegeeven Ëeuwigdaurende Almanak , door J. 
DE Gelder, vooral voor het oplosfen van al- 
lerlei Tykrekenkundigc vraagdukken zeer ge> 
fchikt is. 

144. De Maan-Cirkel is eene Periode van 19 
Jairen , door Meton 430 Jaaren vóór J. C reeds 
opgemerkt , J 137. na welke de Nieuwe- Maa- 
nen weder op denzelvden dag invallen ; men noemt 
het Jaar , waarin de Nieuwe Maan op den l Janua- 
ry komt, het eerfte Jaar van een' Maan -Cirkel, 
ten minfte volgends A^ti Gregoriaanfche Almanak i 
van de 335 Maancfchynen welke 'er in deze Jaarea 




Y A H P i! H Al M A N A K. 8^ ' 

htl Jaar van den Maan - Cirkel vvaarin men zich 
bevindt. — Zoo dikwyls als de Nieuwe MaaH 
op den I January valt, begint men weder eetf 
Maan-Grh/^ en men héieft dan i voo^ het G«/- 
éien getal. — Om het Gulden getal voor elk Jaar 
der Christen Jaartelling te vinden , vetgaêrt men 
X by het Jaar der telling, deelt de fom door 19,' 
en het overblyfTel zal het Gulden getal voor dat 
Jaar aanwyzcn ; indien 'er niets overblyft , dit 
is , indien de deeling net uitkomt , toont zulks 
aan , dat men in het laatde Jaar van den Maan^ 
Cirkel is , en het Gulden getal is derhalven 19; 
op deze wyze te werk gaande , zal men bevin- 
den dat het Gulden getal voor 1801 , 16 is. 

145. De Zonne- Cirkel is ecne Periode van q8 
Jaaren , na welke de Dagen der Weck weder 
op denzclfdén dag der Maand komen; deze Pe- 
riode wordt veroorzaakt , doordien het gemeenc 
Jaar i dng meer als 5a Wecken heeft , en het 
fchrikkeljaar a dagen meer als 5a Wecken heeft ; 
om den Zonne- Cirkel voor elk gegeven Jaar te 
vinden , telt men 9 by het Jaartal op , deelt de 
fom dóór 28 , en het overfchot wyst het Jaar des 
Zonne ' Cirkels aan; dus doende vinden wy 18- 
voor den Zonne-Citkcl van i8oi* 

146. De Zondags - letters ^ is eene volgreeks van 
de 7 eerde letteren van het Alphabet, in den Al- 
manak toegevoegd aan ieder' Dag der Week, waar- 
door dus dczclvde letter het geheele Jaar op 
dcnzelvden Dag der Week wederkomt; die Letter, 
welke voor een gegeven Jaar bellcndfg den Zö/;- 
dag aanduidt, noemt men de Zondags -letter 

F 5 vaa 



90 TAK DBK ALVAMAb 

van dat Jaar: zy volgen de order van den Zonnc 
Cirkel; indien G de Zondags -letter voor een 
gegeven Jaar is , zal F liet zyn voor liet vol> 
geilde ; E voor het volgende , enz. — Alle 
Schrikkeljaaivn hebben twee Zondags- letteren , 
de eerde voor de Maanden yanuary en Febraarj, 
ea de tweede voor de lo overige Maanden des 
Jaars. — Om de Zondags -letter te vinden, moet 
men 5 bytellen by het getal der jaaren, en daar- 
enboven nog zoo veele eenheden als 'er Schrik- 
keljaaren in de Eeuw verlopen zyn ; het facit 
dedt men door 7 en het overfchietende getal zal 
de Zondags- letter voor dat Jaar aanwyzen, vol- 
gends de volgende Tafel 



G F 



5 6 
C B 



dus om de Zondags - letter voor het Jaar 1763 
te vinden, zal men 63 met 5 en 15 moeten faa- 
mentellcn, en de foni 83 door 7, deelen, dan zal 
'er 6 overblyven , des de zesde letter B de Zon- 
dags-lener voor 1763 geweest is; deze regel 
egter kan van geen dienst zyn voor deze 19c. 




TA N DIN A L U A V AKé 9^ 

ScfarikkeljaïaFen zedeit 1800 geweest zyn , dedt 
dit getsd door 7 » en bet overfchietende getal zal 
in de oaderiiaaade Tafel de 2ondag$^ktter aan- 
wyzen : 

1*34567 
D C B A G F E 

43^1705 

by voorb; men wit de Zondags - letter voor 1819 
weeten , telt men by 19 , 4 by , omdat *er 4^ 
Schrikkeljoaren onder dezelve zyn 9 en deelt de 
fom a3 door, 7 , dan blyft 'er a over , welke 
in de bovenftaande Tafel met de Letter C over- 
eenkomt , zoo dat de Zondags ^ktttr van dat 
Jaar C zyn zal \ het volgende Jaar , een Schrik- 
keljaar zynde , heeft de Letters B en A voor 
Zondags - letters ; zo men de bovenftaande beree» 
kening voor een Schrikkeljaar zelven doet 9 ver- 
krygt mtïi de tweede Letter; want by 20, 5 
bytellcnde, en door 7 declende , fchiet 'er 4 over, 
't geen met de A overeenkomt , welke de tweede 
Zondig -letter voor i8ao is« — De getallen ^ 
welken onder iedere letter in deze Tafel (laan , die- 
nen om te vinden , welke de eerfte Zondag van 
\ Jaar zyn zal ; de Zondag valt op den x January 
als de 2^ndags - letter A is , op' den a«* als de 
Zondags-Iettêr B is , enz. ; de Zondags-letter vaa 
1719 is C, derhalve valt de tirjle Zondag op 
den 3 January. 
147. De Indi&icn , of foorten van verfchuiviii- 

gen , welken men , onder Conftantinus en volgende 

Kei- 



9» T A N 4> E H A L U A M A K( 

Keizeren,-in degerichtszetels gebruikte, maakten 
eene Periodt of een' Cirkel van 15 Jaaren uit , 
VKlke. zonder oorzaak., en als eene willekeurige 
foort van telling , van eeuw tot eeuw is voort- 
gezet; de IndlBie is begonnen den 35 September, 
313. Ds Griekfche Keizcis en de Kerk van Con- 
fiantimpolen begonneti met den t September; de 
Paufen , welken 'zicb ook van dezelve bedienen, 
beginnen met den i January 313 ; deze Periode 
heeft niets dat ineer aanmerking verdient, als Axi 
dezelve in de opcnbaare gefchriftcn van het Room- 
fclie Hof wordt aangehaald; om de Indiöiên voor 
ecu gegeven Jaar te vinden , telt men 3 op by 
liet jaartal, en deelt de fom door 15; de rest- 
diiid het getal der JndiBie aan. 

148. De Jttliamfche Periode is het vennenig- 
vuldigde der ■ drie Cirkels , namelyk , van den 
Zonne- Cirkel t .Maait'Cirkel en Cirkel win Indic- 
tie. , of van 38 ,' 19 en 15 , dat is een tydver- 
loop van 7980 Jaaten,in 't welk geen twee Jia- 
icn kunnen zyn , welken dezelfde getallen voor 
de drie Cirkels kunnen hebben ; maar ten einde 
van welken de drie Cirkels weder gezamentlyk 
in dezelfde orde komen- — Om te weeten hoe 




■' 1^ A M D £ fl A t II A N A k; 93;.- 

Fan de kngte des Jaars. 

* I49« De duuring Tan den omloop der Aarde 
om de > Zon bepaalt de lengte , van het Zonne^ 
jaar; echter moet men opmerken, dat de omloop 
der Aarde om de Zon , met betrekking «tot de: 
vaste Sterren , of de wederkomst der 2^n tot de« 
xelfdc Ster , welke van 365 dagen , 6 uinren 9^ 
lo* is , niet de lengte van het Jaar is , van bet 
welke men zich in de Burgeriyke Maatfchappy: 
bedient ; men bedient zich van de lengte des. 
Jaars , 't welke door de wederkomst der 21on tot 
het Nachts- eveningspunt bepaald wordt; men is 
gewoon hetzelve het Keerkringsjaar te noemen , 
en bereekent hetzelve op 365 dagen, 5 uuren 48^ 
45'. — Het burgeriyke Jaar der Egyptenaaren 
was beftendig van 365 Dagen : zy verwaarloos- 
den geheel de 6 uuren , welken het }aar langer, 
is. — De oude Perfen bemerkte het eerst dat> 
mtn alle 4 Jaaren eenen Dag moest bytellen , om 
inct den loop der Zon gelyk te bly ven , en J u- 
Lius CiESAR maakte vervolgends de invulling 
Van dénen Dag alle 4 Jaaren, door zya -geheele 
Ryk , tot édn wet ; en het is dit Jaar *t welk men 
gewoon is het Schrikkeljaar te noemen: deze in- 
vulling van éénen dag gcfchied in de Maand Fe- 
bruary, welke daarom in die Jaaren 29 dagen heeft; 
dezelve veronderftelt dat het Burgeriyke Jaar juist 
6 uuren koner is, als het Keerkringsjaar^ welke 
6 uuren , na verloop van 4 Jaaren, 24 uuren of 
é^nen Dag uitmaken ; dan daar het Keerkringsjaar 
\i> 15* korter is dan 365 dagen <S uuren , welke dcL 

leng- 



(^ VANiD^MAl^MIk MvA Ké. 

lengte des Jaars volgends deze Qndcrftelling zyn 
zou, zoo beantwoord deze invulling niet volko* 
men aah den loop der Zog : 'er vi^orden alle 4 
Jaaren, 45^ te veel bygeielt, en deze 45' zouden 
na een tyds verloop van veele Jaaren een aan- 
merketyk verloop in den tyd der Saifoenen hebben 
voortgebragt; daarenboven kon ook door dit ver» 
loop van den Tyd, dat de Zon door het Nacht- 
eveningspunt van de Lente gaat, het Paaschfeest 
niet meer volgends de inftelling van het Conci» 
lie van Niceen gevierd worden ; het was om 
deze reden dat Paus Gregoilius XIII, in den 
Jaare 158a , eene verbetering in den Almanak in* 
voerde , welke onder den naam van Gregoriaan* 
fchen of Nieuwen Styl bekend is. 

150. De verbeteringen in den Ahnanak , door 
Paus Gregorius ingefteld ^ hadden ten oogmerk 
X^ om de Saifoenen geduurig tot denzelvden dag 
der Maand te doen wederkeeren , dat is de Nacht* 
cvening van de Lentje op , of zeer Jiaby op den ^i 
Maart beftendig te doen voorvallen. — a^ Om 
de Nieuwe Maan en de 14e. der Paasch Maand 
weder te brengen tot het Tydmerk , hetwelk 
door het Concilie van Trente , in 't Jaar 305 voor 
hetzelve beftemt was. — Om het eerfte te ver» 
helpen , werden *er 10 dagen in den Almanak van 
^t Jaar 158a overgeflagen , zoo dat men na den 10 
Maart terftond ai Maart telde , en om dit ver* 
loop in 't vervolg van tyd voor te komen , wierd 
bepaald, dat de Eeuw- jaaren, welken volgends, 
de bepaali'ng van Juliüs CiCSAR '; Schrikkeljaaren 
20ttden. moeten zyn ^ tot gemeene Jaaren gemaakt 

wcr- 



VAM DEK'ALMARAW. 9f 

mrerden 9 behalven om de 400 Jaaren , franncer 
het Ëeuwjaar weder een Schrikkeljaar is ; om dc* 
ze reden zyn de jaaren 1700 ^ 1800 , gemeene j;ia- 
ren geweest, 1900 zal ook een gemeen jaar zyn^ 
maar 2000 ^ 0400 ^ aSoo, enz. een Schrikketjaar: 
deze, fchikking komt nagenoeg met den loop der 
jZon overeen, want de iij' welke het jaar klein* 
der is dan 6 uuren , maaken éénen dag in de is8 
jaaren , en dus 3 dagen in de ' 384 jaaren , 't 
geen nagenoeg met 400 jaaren, op w^elke de Gr&i 
goriaanfche Almanak deze vereffening brengt , 
overeenkomt. — De tweede fout in den Almanak, 
te weeten, de Nieuwe Maanen betreffende , moest 
op ecne andere \vyze verholpen worden , van wel-' 
ke wy nu gaan fpreeken. 

151. Men had zich in den yuliaanfchen jflma" 
nak altoos van het Gulden getal bediend , om 
den lyd der Nieuwe Maan te bereekenen , en on- 
derfleld dat na 19 jaarep de Nieuwe Maan juist 
op denzelfden dag wederkomt; dan dit is niet 
naauwkcurig , want de Nieuwe Maan komt ten 
einde des Maan - Cirkels ^ dat is ten einde van 19 
jaaren, iJ uur vroeger, het geen na 312 J jaaren, 
as uuren 59^ 5a* 49"' geeft, en de Maan- Cirkel 
is dus voor eene reeks van jaaren geen genoegzaam 
naauwkeurige Periode ^ om. de Nieuwe Maanen te 
bereekenen, het was om deze reden, dat by de 
verbetering van den Almanak de Epacten werdcu 
ingevoerd, welker uitvinding men aan een* Genees* 
heer Aloisius Ialws toekentw 

15a. DeEpa&a is , in haar' eerften oorfprong , het 
geen men by het Maanjaar moet optellen , om- het 

Zon- 



Zoiinejaar uit te maaken j de reeks der EpaBt» 
is de reeks dei verrchillen, welken tusfclien die ' 
beide foonen van jaaren gevonden worden. — 
De. Epadeo van den Almanak zyn alleenlyk ge- 
fcbikt y <my volgends liet oogmeik van de Kertc.» 
en den i^el in 'i jaar 1583 vastgedeld , de da- 
gen der Kerkelyké Nieuwe Maan te vinden; dezen 
komen egter niet altoos naauwkeurig overeen 
met de middelbaare Sterrekundige Conjundien der 
Maan: wy zullen om dezelve te vinden $ 183. 
een' naauwkeuriger weg aanWyzeii. — De Epac- 
ten, die men' voor ieder jaar iii den Almanak op- 
geeft, is het getal dat, volgends den Almanak , 
den ouderdom der Maan iii 't begin van-da& 
Jaar- aanwyst j waaruit "volgt , dar indien de Nieu- 
we Maan deh i fanuary voorvalt , de Epa&a voor 
dat jaar nul is , maar het volgende jaar zal de- 
zelve II dagen zyn, omdat het Maanjaar flecht» 
van 354 , en hit Zonnejaar van 365 dagen is ; 
bet geen te weeg brengt dat de Nieuwe Maan op 
den ao December gevallen zyitde , de Maan op 
den I January 11 Dagen oud zal zyn ; desgelyks 
is de Epaêla in het daaraan volgendi; jaar os; het 
derde jaar zou dezelve 3^ zyn , indien men 'er 




/ 



wttt men de Mdan«-inaanden VaA &9 en §ö dagen ^ 
en de burge/lyke jaarén tan 3^^ Dageh , benéVlsni 
een Schrikkeljaüf alle viefr jaarett Veronderifelfé ' 

153^ Dan daar de Maan^Cif^kèt alle 19 jalfetl 
t j uur met den loop der Maan veffchilt i $ t$i i 
en men om 'deze reden geduurende drie ÊeüWêii 
het Schrikkeljaar overflaat , hetwelk volgends déft 
gewoonen loop der Sehrikkeljaafen möest phiaté 
hebben ) $ 150. £oo zyn *er twee uitzonderingen 
op de^en regel ^ te wééren , dé ptmmtofè of Müan 
ifiêéftie^ welke uit het verrchil des Maan^ÖrkèU^ 
Tergeleken met den loop der Maftn zelve ^ Voorts 
fpruit ^ en de métemptofe of Zón &qaattè j Wolki 
in het overflaan van de Schrikkeljaarén der ËeüW* 
Jaaren. haar* oorl^jrong vindt j men moet uit dien 
lioofde alle Eeuwen eene nieuwe Volgreeké Vift 
EpuStn awmcetóett ^ waaruit de Uitvoerige Tafd 
Set Epa&en^ Welke dertig volgrcekfett van £pac<> 
ten bevat, geboren wordt. •** Deze dertig volg» 
ïèekfen van Rpüben gebruikt men fn de plaats vart 
dertig byzondere Almanakken ^ Welkert mert andé» 
eou moeten hebben ^ en zy Voldoen VölRomeH aait 
het burgerlyke gebruik ^ waartoe dezelven gefchikt 
^, *- Wy jiullen, in plaats van deze Uhydè^' 
fige Tafel dér Eps&eH^ welke hier nog eene by* 
aoftdere verklaring zou vereifthett , aehter bladÉ, 
ÏOA* ctne Tafel laaten volgen ^ gefchikt om A& 
Mpaden^ het GiHden getal i den Zanne-CifkeU W 
4e Sündagsletter voor alle faarten dezer ïöópmdi 
£euw gemakkelyk te kunnen Vinden» 

154, Ten einde de Epaêttm van het jaar ld 

loeti diewm # om alle M&andeb de Nieuwe Uumt 



«antenjzen, plaats men in den eeuw^doarendoi 
Almanak, welkra wy, met de Ta&t det EpiAcn 
enz. voor deze 19 Eeuw , na bladz. loa zuUea 
laaten volgen, de 30 EpaÜen nevens ^ dagen dtr 
Maand, volgends eene teruggaande order, en de 
dag der Nieuwe Maan komt dan altoos overeen 
met den datum der Maand, naast welke de Bpn^ 
la van het jaar gevonden wordt. 

l^. Door denzelvden Almanak vindt men ook 
zeer gemakkelyk den Dag der Week , welke met 
elltcn datum der Maand overeenkomt; men vindt 
nan-entlyk voor elke Maand de Zondagletters ia 
liaaie natnurlyke volgreeks ïn eene colotn achter 
de cplom der EpaSen geplaatst; de ZondagsleN 
ter voor het gegeeven jaar gevonden hebbende , 
»et men derhalve voor elke Maand den datum 
der Ztndagtn , en bygevolg van eiken dag der 
Wetk i want is A by voorb. de Zondagsletter » 
dan is B Maandag, C Dingsdag, enz. 

1515. Even 200 dient dezelve Almanak ook ont 
den. tyd van bet Paaschfeest, en van alle de andere 
beweegelyke feesten te bepaalen ; de beftemde ty- 
den, tnsrchen welken het Paaschfeest komt, zyn, 
de aa Maart es de 35 April: dus isbetPaascb. 




WAM l> B » A L II Atv JIBb; f^i 

dÊmat ié EpaBm tm het jaar na dtn ft Muil'. 
, iqgefloottft te redMneii oretceokomt ,. ea ^èaii\ 
l^fieiMfte Maas 2al de Nieuwe Méan itei PaatfchM 
zyn $ ite fefirtiende dag na dezelve (te wmar* 
de d^g Vffir.de Nieuwe Maan medef ingeOoten » )r. 
zal hec ^M^ ikfM« zyn , we&e men de Fclh^ 
Meum 90» Péasfchen noemt , en de Zon dng^ ut * 
deze VoUe Maan is de datnn van Paa^föhMr 
voor dat jaar; zoo de VoUe Maan op een* Zoo»; 
djig zdvoen koslty virordt hef PaaacbfiBejst den vid-^^ 
pede Zondag jgevierd* 

FerUaring Jeztit Tt^é 

tS7s De £er0e Tv£t\ » gemeiftt Tab« I eil Ib ; 
wdke twee bladayden beflaat ^ bevat op iedof 
bladz* ^va^ HooCdcoiommea 9 ieder vaa we&e ; 
' VTfider in yyf Colommeii verdeeld ia, waarvm dr 
ttM de jMoren dezer loopendë fieww^ (vanr de»* 
welfce men om dês plaats ViWt db- faonderdtallef»' 
iDeftafgelaateD^) bevat 9--* de st. gadl èmZmu»^ 
Grkd 9 ^ de y. de Z(mdagsl0iSer , -^ de j^^ 
Vit CuUen^getal 4 tn de g^, de E^a&a van het 
Jnr «rit de ie. Colom , dat nwr elk dezer ge^^ 
taüen of letters overeenkont ; zoo ziet men \/f 
veofb^ dat ¥Oor bet Jaar 1895 dïa Zonne-Ciiheli 
14 ia 9 de Zondagaletter B ^ het Gnlden-^getsi; 
j» en de Epaaa XI. > 

158. De tweede Tafel, welke 4 bladz. beihtc^i 
diar gemarkt zyn Tab. ID 9 IV, V, VL betratof^ 
Wü* bladz* Me Hoofdc(^k«men ^ feder ééte^ 
Ifaaul fnhoBdmdk , ieder vtO: ve&l» «eder te^ 

Ga dxft 



-4 



X4» TAII »gH AlUAMAK. 

drie Coloonnen verdeeld is, welken de Jêgen da 
Msand , en de EpsÖa en Zendt^tUtter voor iede» 
ren dkg derzelre bèvarten ; men vindt in deiek 
EnarigA^Êrenden Almanak der Epaêen fommige 
dagen; by welken rMV« Epaften zyn aangetekend, 
om dat iedere volgreeks 30 Epa&en berat, en ia 
Tolgreekfen van Epa^en, ieder van 30 dagen , aan 
htt ^aaa/aar f 't welk 354 dagen liêeft, 360 da- 
gen zouden geeven, welke 6 dagen nu, door op 
6 phitTen van den Almanak de Epaéten XXIV 
en XXV te vereenigen, zyn weggenomen; dootj 
deze fchikking heeft men zoowel Maanefchy- 
nen van 39 dagen als van 30 dagen in den Al- 
manak gebragt , alhoewel het getal der Epa^en 
3o"Vlyft; de 13 Maanefchynen van éin Jaar zyn 
door éeze inrichting nu de eene van 30 , en de vol* 
gende van j^, de naastvolgende weder van 30 da- 
gen enz. v en ten einde te zorgen, dat men egter 
niet te vreezen faebbe dat 'er in het tydsverloop . 
van fpjaaren of étfn* Maan -Cirkel, twee Maane- 
fchynen op ^énen-dsg zouden vallen, zoo zyn de. 
Teelfen ilcr Epai^en in de Uitvoerige Tafel der 
Epafeuzooitmg iiigericht, dat de getalien XXV^ 
en XXIV nimmer inSdezelvde v(rfgrecks van 19 




▼ AM HSN AlMAMAK» Wi 

oorzaak zyn om in het zelvde tydsverloop van 
19 Jaaren de N. Maan op denzelvden dag' te doen 
wederkomen , wyl 'er gezorgd ia dat deze beide 
EpaScn mede nimmer in dezelvde volgreeks ko- 
men* «— « Op den laatften December vindt men 
nog «ene buitengewoone Epa&a 19 geplaatst : 
4eze dient alleen dan , wanneer men voor EpaSn 
▼an het gegeven Jaar , eil voor het Gulden '-getal 
beide 19 heeft, omdat alsdan de laatfte N* Maan 
naar van 129 dagen is , en men dus zoo wel den 
31e. als den a^. December Nieuwe Maan heeft; 
de laatfte N. Maan van het Jaar , waarvan het 
Gulden - getal 19 is , is daarom van 09 dagen , 
omdat dit de zevende der emboUsmifche of toege^ 
voegde Maanefchynen is. % 144. 

1^^. Zie hier eenige voorbeelden van het ge- 
bruik dezes Almanaks : Men vraagt naar de Nieuwe 
Maan van. AprU 180a? — Ten dien einde zoeke 
men in de eerffe Tafel de EpaSa voor het Jaar 
i8oa, wdke XXVI is, en zie met den hoeveelften 
der Maand April deze in den Almanak overeen- 
komt, wanneer men zal bevinden dat, deEpadla 
XXVI met den 4e. April overeenkomende , het 
op dien dag N. Maan is ; wil men weeten welke 
dag der week het dan zy , zoo zoeke men nu 
nog de Zondagsietter van i8oa m de cerfte T*- 
fel, welke C zynde, de 4 April juist Zondag is, 
om dat C in den Almanak naast den 4. April ^ 

flaat ; om deu: dag der FbUe Maan te weeten , 
behoeft men flegts 14 dagen van den dag der 
li^ Maan ^ diea dag ingefloten ^ aftetellen : dit 

G 3 doenf* 



X 



fM «AH »8« At.MJkM AM. 

boende voor April i8os, vindt nea voor ^BL 
Mua den if. ji^l. 

TvatU Vaorhteld s men m^gt wmBaae lat 
fgatfekt» zifQ zal A°. 18Q4I — Jlea codK ^ 
4fD dien dode sarst de EpaS» 'foot d« iair-« 
en ttsnodt 4at dezelve Is XX^lfij tui tiéVêilg clc 
■WD jnK vctkiii dag der MautdAfjurf de £ptA« 
9CV1^ ottteTeaA»mt , 'c geea net dn 11*. )»; 
Jflv au de 4le. Murt de eerile M. IflaaB .&■ 
•dtoi fe. is. Is deze dus de öf. Maa» ma J>m»> 

A'^* S '5<^- ^^ ^«^^ ^''^ '"^^ ^^ ^^^^ '^*<' 
li{caFt I4 dagen verder , es (nCft be^lM voer 
^ ^/t^ Maan van Paasfiben den fl^. Moaft , 
^ W^rdlf zoeke mefi de Zuidugtlmer voor fast 
Jaar 1804 , weHce A en G is « ondst li« cea 
^cfiHkkeljaar is : de tvi. Maart is M deu o^r, 
feliniary , en derhalve 1$ de Zondagsletor bl 
tiaftrt O , $ tfS, Aaast den fliSe. Ma»t ftiac de 
~ VUtet A , dje op de G volj^; het Js ias At» aê 
%/lM.n Maandag t ea des troigtndfB Zmdag 4ea 
% Aplil Péasfihtn, % IgS. 

fin 4« Ataandm' 




Tafel oui den Zonnecirkel , Zondagsletter, het 1 

Gulden Getal en de Lpaela te vinden voor | 

elk Jaar der 19e Eeuw. 1 




ren. cirkel. 1 t^eil. Iccial 


£p:Ai. J3i- .Zonne-jZoiiil.|Gu[d. 


Eptói 




I 


lö 


IJ 


T^ 


KV 


3? 


'S 


A 3 


XXII- 




a 


19 


c 


17 


XXVi 


a? 


.6 


G 


4 


lU 




3 


30 


B 


18 


VU 


38 


'7 


F E 


5 


XIV 




4 


31 


AG 


'9 


XViU 


=9 


lE 


D 


6 


XXV 




5 


23 


F 


I 


' 


s<= 


•9 


C 


7 


VI 




6 


=3 


E 


a 


XI 


31 


30 


B 


3 


XVU 




7 


H 


D 


3 


xxn 


3» 


31 


AG 


9 


XXVlIl 




8 


H 


CB 


4 


in 


33 


23 


F 


10 


iX 




9 


üö 


A 


5 


XIV 


34 


n 


E 


11 


XX 




10 


=7 


G 


6 


XXV 


35 


24 


D 


13 


I 




11 


38 


F 


7 


VI 


3Ö 


a5 


C B 


■3 


xu 




13 


I 


E D 


8 


XVit 


37 


36 


A 


14 


XXUl 




>3 


a 


C 


9 


XXVUI 


38 


27 


G 


■5 


IV 




14 


3 


B 


10 


IX 


39 


a» 


F 


i£ 


XV 




'S 


4 


A 


II 


XX 


40 


I 


EL 


'7 


XXVI 




16 


5 


C f 


12 


1 


41 


2 


C 


i3 


VJI 




17 


6 


E 


>3 


XII 


42 


3 


E 


19 


XVIII 




iS 


7 


D 


■4 


xxtu 


43 


4 


A 


I 


» 




19 


8 


C 


15 


IV 


44 


5 


G F 


3 


XI 




20 


9 B A| lö 


XV 


45 


6v 


E 


3 


XXII 




a: 


10 


G 


I? 


XXVI 


46 


7 


D 


4 


III 




M 


II 


P 


18 


VII 


47 


8 


C 


5 


XIV 




»3 


13 


E 


19 


XVIII 


48 


9 


B A 


e 


XXV 




M 'i 


DC 


I 


• 


49 


10 


G 


7 


VI 




=5 '4 


B 


3 


XI 


5^ 


II 


P 


± 


XVII 





Ta», n. 



Tafel om den Zonnecir 

Gulden Geral en de : 

eik Jaar der 


kei, Zondasslener , het 1 
^pae^a te vinden voor 1 
19c Eeuw. 1 


>; 


cirke]. 


i,err. 


Üüjd 
Ccrnl 


lipattü. 


ir 


eïrl:el. 


Lctt. 


■Dar 


■Epïïs: 


ST 


13 


£ 


9 


XXVIU 


'f: 


y 


BA 


'5 


IV 


5= 


13 


DC 


ro 


IX 


r, 


10 





i< 


XV 


53 


'4 


E 


II 


XX 


7t 


II 


F 


17 


XXVi 


54 


15 


A 


12 


1 


79 


13 


F. 


IS 


vu 


55 


16 


G 


■3 


XI) 


8c 


13 


DC 


19 


XVllI 


5Ö 


'7 


FE 


14 


XXIli 


Si 


14 


E 


I 


• 


57 


i8 


D 


15 


IV 


82 


■5 


A 


A 


XI 


S8 


19 


C 


16 


XV 


f3 


16 


G 


3 


XXIl 


59 


oo 


B 


17 


XXVI 


84 


:? 


|- E 


4 


III 


60 


SI 


AG 


18 


VII 


8; 


18 


D 


5 


XIV 


6i 


22 


F 


19 


XVIII 


86 


19 


C 


6 


XXV 


«a 


33 


E 


1 


• 


87 


20 


E 


1 


VI 


63 


a+ 


D 


a 


XI 


88 


21 


AC 


S 


XVII 


64 


25 


CE 


3 


xxu 


89 


21 


F 


9 


XXVIU 


«5 


s6 


A 


4 


III 


90 


"3 


E 


10 


IX 


66 


57 


G 


S 


XIV 


9' 


=4 


D 


11 


XX 


67 


a8 


F 


6 


XXV 


9' 


'5 


C B 12 


I 


68 


I 


ED 


7 


VI 


93 


26 


A ,3 


XII 


69 


2 


C 


8 


XVII 


94 


27 


G 


14 


XXIII 


70 


3 


B 


9 


XXVItl 


S5 


23 


F 


'5 


IV 


7' 


4 


A 


10 


IX 


9^ 


I 


ED 


16 


XV 


n 


5 


GF 


11 


XX 


97 


3 


C 


'7 


XXVI 


75 


6 


E 


12 


I 


'.i' 


3 


B 


I» 


VII 


7' 


7 


D 


t5 


XII 


9! 


4 


A 


19 


XVIU 


7£ 


8 


C 14 


XXIII 


IOC 


5 


G 


I XXIX J 



o 



3 

a 



;' 



UIV 

(IV 







1 
i 




~:r^-r 


-i 




i;r'.'-,-. 




Ü 


ri.:y. ji 


■1 


wyx 




D 


mvw 







i'/KZ** 


> 


a 


ir^u 


a:vi.'.ï.v/j 


?i 


a 


IV/< 


tl 


utx/. 


S 


■ï 


vnc» 


3 


USX. 


T 





VtHt 


■ï 


M-r 


ö 


A 


l!l'/. 


tf 


a 


(A 


V 


.'I 


■ uxr. 


L' 


ï 


yiK 


cr 


3 


lïs 


£,1 


>! 


l'i'iX 


• , 


fi 


Xü 


II 


IT'S 


JT 


a 


IGX 


«1 


J! 


fVf. 


ri 


^ 


KffZ 


?l 


*J 


v>. 


t' 


o 


tiv* 


*l 


a 


VIX 


■i 


/. 


n-e 


«I 


?v 


SlA 


&i 


a 


vx 


rti 


^ 


Uf 


"ï 


rj 


vil 


tl 


;> 


ir 


rr 


Ü 


nrc 


«r 


A 


^ 


pi 


a 


«r 


Cï 


J 


XI 


oc 


^ 


.!>: 


Oi 





nrv 


ift- 





r 


IE 


a 


Ii7 


rr; 


A 


w 


?ï 


3 


IV 


i.-, 


;t 


nr.' 


E" 


^ 


\' 


i=, 


J 


nv 


« 


.T 


■,f 


7~ 


fT 


r/ 


^ 


















Tab. 


Ift 




Eeuwigduurende 


Al MAN AH 


"J 






DER 


EPACTEN. 




J 


? 


^ NUAAr. 


FEERV^R 


r. 


MAAKT. 1 


Dïg 


ZsM-, 


Z.L. 


0«. 


EptiS». 


th 


Dtg. 


Epia». 


i.t 


I 






1 


XXIX 


\i 


I 




TT 


ft 


XXIX 


B 


ft 


xxvm 


E 


a 


XXfX 


E 


3 

♦ 

1 


xxvm 


C 


3 


xxvu 


F 


3 


XXVIII 


F 


XXVll 


D 


4 


as XXVI 


G 


4 


xxvu 





XXVI 


E 




SXV. XXIV 


A 


5 


XXVI 


A 


35 XXV 


F 


(S 


XXIU 


B 


g 


ï-ïXXV 


B 


f 


XXIV 


G 


7 


xxu 


C 


7 


XXIV 


c 


8 


xxni 


A 


8 


XKI 


D 


8 


XXIII 


D 


9 


XXII 


B 


9 


XX 


E 


9 


xxu 


E 


lo 


XXI 


C 


lo 


XIX 


F 


lo 


XXI 


F 


XI 


XX 


D 


II 


xvm 





11 


XX 





IA 


XIX 


E 


xs 


xvn 


A 


13 


XIX 


A 


«s 


xvm 


F 


13 


xvt 


B 


'3 


XVUl 


B 


U 


XVII 


G 


14 


XV 


C 


M 


XVII 


c 


15 


XVI 


A 


1; 


XIV 


D 


15 


XVl 


D 


16 


XV 


B 


iB 


SUI 


E 


16 


XV 


15 


:s 


XIV 


C 


17 


xu 


F 


«7 


XIV 


F 


XIU 


D 


é 


xt 


G 


i8 


XUI 


G 


«9 


XII 


E 


19 


X 


A 


19 


xu 


A 


ao 


XI, 


F 


aö 


IX 


B 


30 


XI 


B 


ai 


X 


G 


ai 


vin 


C 


31 


X 


c 


fta 


IX 


A 


fta 


vu 


D 


3J 


iIX 


D 


«3 


VIB 


B 


a3 


VI 


E 


23 


VIU 


E 


«4 


VU 


C 


=4 


V 


F 


M 


Vil 


r 


«5 


VI 


D 




IV 


G 


as 


VI 


G 


96 


V 


E 


a6 


m 


A 


Ü6 


V 


A 


«7 


IV 


F 


% 


11 


B 


07 


IV 


B 


<a 


m 


G 


I 


c 


&8 


lÜ 


C 


0» 


n 


A 








49 


II 


D 


30 


1 


B 








30 


I 


E 


SL 


• 


C 


_ 






3» 




F 





ÜEUWIGDUUkENDE AlmANAK 


-1 








DER El'ACTEN. 




_' 







C T S E 


il 


TfUfEMBEJt. DBCEMHBR. 




ö; 


Kl'lita. jz.l_j 


Dag. Kpafla. JZ L Da«. 


Epaiita. 


^ 




1 


U,i 


A 


1 


AM 


U I 


AA 


r 




a 


xxr 


B 


i 


XX 


E 


4 


XIX 


G 




3 


XX 


c 


3 


XIX 


F 


3 


xvm 


A 




4 


XIX 


u 


4 


xviii 


G 


4 


xvu 


B 




5 


XV III 


E 


5 


XVII 


A 




XVI 


c 




6 


XVH 


F 


6 


XVI 


B 


6 


XV 


D 




7 


XVI 





7 


XV 


c 


7 


XIV 


E 




8 


XV 


A 


8 


XIV 


D 


8 


XIII 


F 




9 


XIV 


B 


'; 


XIII 


E 


9 


XII 


G 




lo 


Xill 


C 


10 


XII 


F 


10 


XI 


A 




II 


XII 


D 


II 


XI 


G 


II 


X 


B 




12 


XI 


E 


14 


X 


A 


12 


IX 


c 




13 


X 


F 


■3 


IX 


B 


'3 


vm 


D 




>4 


IX 


G 


14 


VIII 


C 


14 


va 


E 




15 


VllI 


A 


15 


Vil 


D 


15 


VI 


F 




i6 


VII 


B 


ld 


VI 


E 


16 


V 


G 




'7 


VI 


C 


17 


V 


F 


% 


IV 


A 




i8 


V 


D 


18 


IV 


G 


m 


B 




19 


IV 


B 


I'; 


III 


A 


19 


11 


c 




20 


III 


F 


4c 


11 


B 


00 


I 


D 




31 


II 


G 


ai 


I 


C 


31 


• 


E 




23 


I 


A 


aa 


• 


D 


32 


XXIX 


F 




23 


• 


B 


^3 


XXIX 


E 


23 


XXVIII 


G 




=4 


XXIX 


C 


24 


XXVIII 


F 


34 


XXVII 


A 




35 


XXVI It 


n 


«5 


XXVII 


G 


^5 


XXVI 


B 




s6 


xxva 


E 


:6 


35- XXVI 


A 


36 


»3. XXV 


C 




a? 


XXVI 


F 


37 


< XV. XXIV 


B 


37 


XXIV 


D 




38 


115. XXV 


G 


38 


XXIII 


C 


38 


AXIU 


E 




39 


XXIV 


A 


49 


XXII 





39 


xxu 


F 




30 


XXIII 


B 


30 


XXI 


E 


30 


XXI 







Ü 


XXII 


C 








3» 


19, XX 


A 



























.■; 


™, 


a 


"1 


<< 


^ 






„ 


i^- 




ƒ; 


M.V-. 


S 








!i 


sx 


C 


-- 






ll'J/ 


1- 




mr.'.' 


^ 


c: 


■f'l' 


1 






;; 


iv>: 


? 


/. 


llV t 


i 


^; 


nr.» 






.^ 




T 


1' 


v.' 






'"* 








« 


\:Ü 


!f 


'.:i 


Vli'. 








f . 






:■) 


•.)r. 


l( 




nr: 


V' 






V 






A 


,. 


('i 


'• t 


K 






*'t 


nt 






;I 


A 


tl 


.-^1 


IV 


IT 


'1 




:: 






1 


Yf 


"T 


. \ 


'* . 


n 


.■1 


■*' 


iT 




\ 


tl 


-lU-J 


«i 


'. \ 






■ ■t 


K 


F.t 






s 
1 
o 

tt 


(f/ 


II' 






tt 


■»j 


' --"^ 


*» 




~ 


V 
VI 

'm 


Ti» 
Ot 


<> 

\ 




ï 


il 


r/ 

V 


't' 




Tl 


11 


Mi 


A 


111 


'1 


^i 


•'1 


ei 






^ 




oz 


■■ 


:i 




■ ■ƒ 


. * ni 


»3 






• 


IK 




( 


>f 


^1 


n 


t.' 






l| 


Kjt 


f ■ 


'.'! 


• 


^s 


/- 


1 


ea 








idi-:.- 


''." 




.■•■*Jc 


t.f 


.;J 


• 


ge 






ƒ, 


II/..-: 


f 


' 1 


■ ■-jffi 


♦i 


'• 


/•*A 


u 










-- 


•1 


-jrf 


^' 


' 


, -Tl-- 


iirk 


^M 



TAM nc« AtiffAHAiu tos 

drukken nog door hunne naamen nh 9 dat zy 
de 7«, 8«9 9^ en xoe. Maanden van het Jaar wa. 
len , 't weflc toen o<^ gelyk nu met December 
eindigde < de Maand Maan was toen de eerfii 
Maand van bet Jaar. Numa voegde 51 dagen 
by bet Jaar der Romeit§en , wellen toen ten tydé 
ia Maanjaaren steekenden 9 en maakte dus het Jaar 
v«n 355 dagen , en voegde twee Maanden by het 
Jaar by , welken hy aan het begin des Jaars plaat« 
fie ; des bet Jaar toen vervolgens 9 gdyk ook nu ^ 
net January begon 9 denkelyk omdat na den Win* 
ter^Zonneftand de dagen in deze Noordelyke ge» 
westen wedar begumen te lenden 9 en dus als 't 
waaie toe hunne voorige lengte (weder keeren;^ 
de Maanden der Romeinen waren toen van 09 
en 30 dagen 9 om met de Maan^maanden 9 welken 
van 99s dag zyn , overeen te komen. — 

161 • Deze maanden van d^ en 30 dagen maak- 
aen een Maanjaar van 355 dagen mt 9 't welk id 
dagen kleinder was dan het Zoanejaar 9 zoodaü 
ten einde van drie Jaaren de Winter niet meer 
in 't begin van January 9 maar in 't b^n van 
February kwam ; om dit verloopen der Saübenen 
voor te komen 9 gebruikte men eene toevo^ng^ 
(inUrcalÊtio) 9 door welke de winter altoos met di 
Maand January moest beginnen : wanneer 'er twéé 
Jaai^n verloopen waren 9 voegde men na dagen 
by 9 wanneer 'er vier jaaren verloopen waren , 
dj dagen, op het zesde na dagen 9 op het agtfte 
^S dagen 9 zoodat *er in 1^ Jaaren 90 toege- 
voegde of fckrikkeldi^en waren. ^— Ten einde 
vin jQ Jaaien egtec bevond men darc deze invul- 

G4 ling 



f$$ TAB P«ir AXMailAKf 

feef^mMD hsn^ dag vin den middag, «a teBea 
Axftioc at utuen op den rolgeoden taiddag, loo 
dm.^ wanneer nes. in burgerlykeo tyd telt dca 90. 
Ücy, ten 9 imicn *s morgens , in«i in de Stene> 
kunde zegt den 05. May, ten ai nare»: dit is 
Ime , bet gem men Sterrtiuadigt tjd gewoon ti 
te aocinen. 

JToB dtM HeUafehtn, Cesmifikem tn Aerftii/chm 
Op- en Ondtrgatig 4er Sterren. 

165. Behalve de te vooren opgegeevene verdee- 
Hng van den tyd in Uuren , Dagen , Mamndem en 
^MTM, bediende men zich ook by de ouden van 
de wederverfchyning van dezelvde vaste Ster, om ' 
de wederkomst van het een of ander Jurgety te 
bcpukii ; men benoemde deae verfcbyning ran 
cogdanig ceoe Ster met den naam van Opgang^ 
•n ^^aaie vndwymug met den naam van Onder» 
gtmgt ^ De aanmeitelyUïe en ter beftemming 
van den tyd des Landbeuws, of ter bepaaling 
van bet tydflip van de eeae of aadere gcbeurenis 
meest gebniikelyk, is de Helitfche Op- en Ondtr- 
gang der Sterren; men dient zich vin ^tizelveii 




An •CU AlLüASAX. 187 

49t de eeae of andere Ster 9 en het is Ueidoor ^ 
4tt Sterren, welken wy gevoon vraien des airondi 
jboven onzen Hodfon te jrieii flonkeren, meet 
en meer tot de Zon naderende , zich eiadelyk m 
bawtea glans -verliezen « en Toor out oog onzigtfp 
baar worden: dit is het, 't Welk men de IkJiéH 
fihe Ontkrgang eener Stei" noemt ; wtmieer ii 
Zon dit geffcetnte doorgelopen heeft en zich vcm 
C^oeg Tan die Ster vefwyderd heeft , eat ééa 
uur na dezeli^ op te gaan , zien wy dezelfde 
Ster, die wy te voren in 't Westen in den glane 
der Zon verloren hadden , des morgens aan dea 
Oostelyken Horifon weder , en men noemt dit 
baar Hêüaföhe Opgang ; daar nu de Zon be« 
flendig de Ecliptica doorloopt ^ % ja. zoo zyn 
het odk meestal de Sterren , welken in of naar« 
by de Ecliptica zich bevinden , welker Heliafehe 
Op* <rf Ondergang tot bepaaling der tydcn dien- 
<le , en inzonderheid is de Heliafehe Op^ en On* 
dergang van Srius^ of de groote Hondfttr^ ver- 
ttaard in de oude gefchiedenis ; het was de fk* 
iiafche Opgang van SMus , welke den tyd van 
de Overftroomingen des Nyls bepaalde , en met 
Welke het Ofnifche Jaar der Egyptenaaren begon* 
t6j. Behalven dezen HetiafchenOpgang der Ster- 
ten, die onder de Ouden de aanmeikelykfte was, 
onderfcheidden zy nog verfcheiden andere Op- en 
Oodergaagen der Sterren , - en de hedendaagfcfae 
Sterrekmidigen zyn nog gewoon, in naarvolgingf 
van hen , van een* Cosmi/chen en Acronifchen Op- 
en Ondelgang der Sterren te fpreeken. — • De 
Cotmifche Opgatig der Sterren heeft phiats voot^ 

alle 



I 



• 

Scbtdimkfgel E H F , welke de Atrdfi adVer skfi 
voert; ea is de Maan du» in haare a^pofith vat 
ly en iMUur tfibmd TI Ueinder dan Ae^ hoogte 
du Scfaaduwkcgel , zoo zai deze fchaduwk^l 
£HP der Aarde het licht der Z$n voor de 
Maan moeten verbergen ^ en 'er zal eeae Méum^r 
McÜpf plaata hebben* 

170. Men onderfcheid duif de Eclipren in Zon^ 
en Maan '^Eclipüm: by de Z^/y-Eclipfenzien wy 
«ene verdufsteiing aan de Zon 9 en by de Maat^ 
Bcfipfea eene aan de Maan voorvallen; deze vei>. 
dttUtcring egter ia niet altooa even gfoot , ea 
men is gewoon ^ om derzelver grooue te bepaalen, 
by Maan * Ecltpfeti de nriddenlyn der Maan ^ en 
by Zon^Ëclipfen de middtniyn der Zon in i^. 
deelen^ welken men ifa/ify^- noemt, teverdeelen; 
«fdrdt de geheele fcliyf der Zon of Maan ver« 
dliiaterd, dan noemt men dit eene tQtaak^ wordt 
^ flechts een gedeelte verduisterd , dan noemt 
men het ttnt partiasl$ Eclips, en gefeUed de con* 
junCtie in het oogenblik zelven dat de Maan in* 
één* van derzelver knoopen is , dan noemt men 
bet eene cemraale Eclips » welke by eene Zon» 
Bcttpa. centraai en tmnahir kan xyn , wanneer- 
de Maan , kleinder dan de Zon zich vertoonende ^ 
een* helderlichtende, ring om zich heeft, welke 
eene zeer fnUüje vertoning veroorzaakt; ook kaïi^ 
eene Zon -Eclips ibmtyds eemraa/ eiè t$tMlzyn^ 
7X3fo ala 'Wy $ 1769 nader :»en zullen. 
. I7X. De Zon^Eclipfen kunnen alleen dan phMe> 
hebben^ wanneer het Nieuwê Méum zynde t dt 

Mêo» in^CmfjanSk met de JS» ia, ea alMO va«< 

de 



^ékm -MK Et Ï0i^ sa Ui ttt 

4t Aarde met de Zo» in dezdvde gezigtê*ly<i 
gezien vrordt» gelyk de 34^ Fig. verbeeldt 
Müan^EcUppm vallen alleen dan voos» wanneer 
het VMb Mom» is, dat is, wanneer de Maan ia 
^pofiiU. met de Zo» is , want in geene andere 
fland der Maan luin de fchaduwe der Maan de 
Aarde, of de fchaduwe der Aarde de Maan be^ 
sdken ; egter vak 'er niet by elke Niemn Maa» 
eene Zon - Eclips , of by elke FMe Maa» een* 
Maan-£cl]ps voor : de reden hiervan ligt in dé 
helling van het i^k van de» leopkring der Maa» 
op het vlak der Ecliptica 9. % 139* gememlyk eg^* 
ter volgt op eene Zon-£clips eene Maan-EclipSg 
of ook omgekeerd. 

I7d. Zal 'er eene Ze»- oï Maan ^Eclips plaatse 
hebben, dan moet de lyn SNT, Fig. 34. vaö 
de nüddenpunten der Zoik , der Aarde en der 
Maan , in of ten naaste by in het zelvde vUb 
zyn ; want is dit verfchil groot , dan zal de 
Schaduwkegel der Maan , by derzelver Cenjun&ie^ 
de Aarde niet bereiken, maar boven of beneden 
de Aarde heenen gaan , en 'er kan alsdan geen 
Zon -Eclips plaats hebben ; even zoo zal 'er 
geen Maan -Eclips kumien plaats hebben in de 
Oppofitie der Maan, zoo de lyn STH, Fig. 35, 
der middènpunten niet genoegzaam in het zelv^* 
de vlak valt , wyl alsdan de Schaduwkegel der. 
Aarde boven of onder de Maa» zal heeneft* 
gaan, en dus de Maan niet berooven van faeC' 
licht, dat zy van de Zen ontvangt; zoo ziet mea 
in de jSe. Fig. eene ConjunQk der Maan afge- 
betld^ io. wdke 'er geen 2aa*£clif8. kw ^aati 



iOk 4e Scfadnwkegc] MDG bovw 
e lea (ix, en geen fchaduW op de Aat^ 
ic; fèn 'er ook in de OppofitU der Maan , 
^ « J^ r^t- i^Sebeekl, ^ea Maan-Eclips kan 
fmm ieftècB , ondac de Maan te hoog. lUat , 
«■ iMir it Sdadnwkegel E H F der Aarde rei> 
Abbbk te vordeo ; de lyn der middcnpunten , 
b k écK beiik laatlïe Figuuren niet in bet zelv> 
w lËak » fdyk in Fig, 34 en 35. j bet is zeer 
■k'aii^fhi- dat men zich hier een juist denk- 
VhM ^e nn het vlal, , in hi.-t welk alle dria 
de ■ÉiöcDpuBten der Zon , Aarde en Maan zyn 
BMttn, wint 'er heeft geen CanjunSie of 0pp9^ 
fiar der Maan plaais , of die middcnpunten zyn 
Éi t lelvde vlak; doch dit is niet het zelvde 
vkk , in of naby het welk zy moeten zyn , 
«■ eene Eclips te vormen : het vlak , in het weltc 
4e meergeuoem e middenpunten zyn by elke Cm- 
JÊH&ie of Oppofitie^ (laat rcchthoikig op het vlak 
der Ecliptica, en het vlak , in of naby het welk 
de Eelipftn .jjC/»0 kunnen voorvallen. Is htxylak 
Wt _de Ecliptica zelve ; dit blykt dnideiyk uit de 
W^elyking van de 34 en 36e. Fig.: in de S4C, 
Eig. is de Zon , Aarde en Maan in het zelvde 




TAM O t £ e t I P I C M« ï\^ 

msóiX de Maau is niet in het vlak der Ediptk^ ^ 
welke ook hier door de lyn S N T verbeeld wordt'» 
en 'er heeA du5 geen Eclips plaatB. 

173. Wy 2tgen 200 even 5 dat 'ef geen Ëclipt 
kan plaatsj hebben , 't en ty de lyn der midden^i 
punten in of ten naaste iy In het zelvde Vltk is ^ 
dit is dezelve ondertusfcfaen niet ftltyd ^ want dioi 
moest ook hsx ylak van den loi^kring der Maaê 
in het vhk der Eciifitiea getegeü £yn » en dft 3 
het niet» gelyk wy $ iS9» reeds itsgen; htt'vliAi 
van den loopkring der Maan maakt met liet 
vlak der. Ecliptica een' hoek vatf tuim 5^ $ 13^1 
'er is dns maar ééne lyrl^y Welke aan beidM 
die vbütken gemeen is , $ 64» • dat is: de lyn -ief 
knoopen 9 -en 'er knnnen dérhaMn ook • géén» 
Eclipfen voorvallen, 't en zy de Maan Mtt 
naarby een' haaret knoopen is t daar nu dke Nieui^ 
of FbUi Maan met in of ^ naarby de knoopett 
kan voorvallen, wyl de Maan yby elke ConfuhtNif 
of Oppofitie van een geheel Jast*, in een ander* 
gewest des Hemels (laat , zoó kan 'er dns ooiCf 
by elke iV/Vimv of Volk Méim geen Eclips iflaft» 
hebben, en daar de ^ir^t^ der MaM - Mhhr 
hunne eigen beweging hebben, Itoo kan èbk dè' 
Periode van 19 Jaar , welke anders den (tand def - 
Maan tot het zelvde punt des Hemels Wedec^ 
brengt, de.Edipfen niet doen wederk^ieircn , WcK 
len men 19 Jaaren te vooren heeft WaaTgenomtni' 

274. De oude Srerrekundigen, welken asich Vitb* 
de Ëclipfen bedienden, om den middelbsaTen öffi*^ 
loop der Maan te leeren kennen , vonden , dat nft- 
1^85 dagen en 8 uuren , lütt is vk 1A% M&sine« 

H fehy^ 



^f4 V&K I>« ËCfctPIKIt, 

fd^piea» of it J[»»eti <n .10 iagga , dfczrinde 
^di|dui. stgeuio^ weder voorvielcD, aocdat tmc 
Maan-Eclipr» , w^Ud 18 }aaKü.en 10 dtLgn 
icait eUumdei Tervryd^d zyn, nagenotg desclrde 
plootte mof tee babben , des mca vooi de wedec- 
konmt der .EcUplên eoie Periode van rS Jau-cn 
fa^io. dagpi- ^qu. kuaoen auuKincn ; egier is 
c|eze;, tydb^a^g oiet aaauwluing » waoscei 
nea. Vim een lang. y«rk>(^ van ^i f^rteht» «ant 
iW:yqa#>. 4e Meaa-Edifa van 91 Jannagp, 1510. 
yuE AM^/ CBw««sti$4ie van den lOÏebniaiy , 1598:1 
ytfis Hc^t^ifftn llé::duitten;dtevan den ^Msbi, 
I^S4p ^^St^ van, ïi dyimeti ; dia vin de» af Aprït, 
3£«)($P van si duim^^vao den 39 May, 1760. van 
f óam y cii de» lo Juuy* 1778. i» tien volko- 
n^Di.Perjkedcn, is -er jn 't geheet gesn Edips ge- 
wMst( zoodaü, boe^OE?' ook dczeJvdé £elip£cB ^ 
VfUi^ dit Jaac IqE ,voorU zullen plaus hebben, 
«ver i8,.^V e^ 19 dagen wedw konen , egur. 
die geen vaste .1^ is , fun voor. een lang tyds- 
-«eiloop< dfi EcUpfea te kum^R vooMcggen. 

.I75f Laat Afi> fögv. 3fi> een gedeelte vtir den. 
]f9|^ng d^r Mvaa syn , CD eea gedeelte der 
Sdigtica.» E afn v^ de knoepen der Maas; 




▼ AM BB BCLlIPSBIN lg5 

êtp ecBC tokm/e Mmm-^Ed^r ▼cfOocsttikeB; «m» 
ift de Ofpófiik hy G zal 'er» een gedseke vn dB 
vttUehte Icbyf der Maan door de Scliadvivrksget 
der iUidc kedckt wordende , eene pmtmak q6 
güdakêlykÊ JMkan^ Eclips gttvtn worden , tretbs 
^;gter in de Oppofitie by I, die verder vaA den 
knoop Ë voorvalt 9 veel kkinder zyn zal; ki dB 
Oppofitie by L zat geea Eclifis kunnen pkatB^ 
hebban » wyl de Maan te gi*oote breedte heeft ^ 
Bm door de Scbaduwkegd éa Aaide te kuonen 
bereikt worden. — — De aflfamd der Maan vaB 
haar' knoop bepaalt . dus de mogelykheid eener 
Edüpa» en de afiland ab der Maan van de Bdip» 
tica, dat is 9 de breedte der Maan» bepaalt de hoe« 
grootheid der Eclips ; indien deze afllaod ah» 
dat is de Ireedte der Maan , gelyk is aan dt foaa 
der i middenlynen van de Scbaduwkegel d^ 
Aarde, in het gewest der Maan en da { nudden;^ 
Lya der Maan, kan 'er gieen Eclips n^er plaats 
hebben } d^ze i middenlyn nu van de Scbaduwkegel 
der Aarde, in het gewest der Maan , is nooit 
n^r dan 4j'y en de i middealyn der Maan is 
in haaren naasten ftand nagenoeg 17S dus 'es gem 
fS^éM' Eclips kan plaats hebben, zoo de breedtt 
dm Méum grooter dan 64' is, en geen totnah 
Eclips t wanneer de breedte der Maan grooter is 

diui SP'. 
176, Even nu gclyk wy uit de 38. Fig. dB 

aideo hebben aangetoond, waarom 'er cn\cel dan 

aUaenlyk eene Maan-Eclips plaats, heeft, wanneer 

da hfaan niet meer dan 64' breedte heeft ^ zoo 

hsift 'er om dezelvde reden geen JSM»-£c/r>i 

U a plaats. 



\ 



ritf r A N DB E C L I P S t N. 

pUats , dan wmneer de breedte def Mna kldil 
is, en 'dua de coiq'utiiftie /« of digte by den bioop 
voorvalt. — Laat AB, Fig. 39. weder een ge- 
deeice zyn ran dm loopkring der Maan , C D een 
gedeelte dei Ecliptica , E een van de kneope». 
der Maan^ en E, F, H, K de (bind der Zog, 
in de Ecliptica voor onderfcheidene eonjunSiefi , 
welken in de Aandcn E, G, I^ L der Maan 
voorvallen, dan zal, wanneer de rón/u nAV in £ , 
in de^ knoop zelven voorvalt , het middenpunt 
der Maan op het middenpunt der Zon gezien wor- 
den, en de middenlyn der Zon zoo veel grooter 
xynde dan die der Maan , zal de Zon een' ver- 
lichten rand , of ring rondom de Maan vormen , 
welke de annulaire Eclips zal veroorzaakcn j — 
Jn de cenjun&ie by G , zal een gedeelte van de 
fchyf der Maan een gedeelte van de fchyf der 
Zon verduisteren , en eene partiaale Zon -Eclips 
veroorzaaken ; — in de conjun&ie by I zal ook 
eene partiaais Zonverduisterïng plaata hebben , 
doch welke kleinder zal zyn , omdat de afltand 
IE der Maan van Iiaar' knoop grooter is dan de 
afftand GE; en eindelyk zoo zullen de beide ran- 
den der Zon en Maan elksuider (lechts aanraaken 




VAK DE ECLl^SmHw I17 

cn-Fig. 38 en 39. verfchillen daar in| dat in dt 
S4 9 35 9 3^ ^° 57^' P^S* de.Zon , Aarde en Maan 
als op eene regte lyn geplaatst gezien worden, * 
en dus in de doorfneede van derzelver loopkring; 
daar in de 38 en 39^. Fig. de Aarde en Maan » 
of Zon en Maan, als in eene regte lyn voor ons 
uit verbeeld worden, in welk geval de voorwer* 
pen ons altoos als op eikanderen geplaatst voos* 
komen.) 

177. 'Er is egter tusfchen de Zon- en Maan- 
Eclipfen een aanmerkelyk onderfcheid ; ' want daat 
de Maan zeer veel kleinderx is dan de Zon , 
zoo kan het gedeelte van de Schaduwkegel der 
Maan , 't welk de Aarde bereikt , niet dan 
een zeer klein gedeelte derzelve van het licht 
der Zon berooven, daar integendeel de Aarde veel 
grooter zynde dan de Maan, de laatfte by eene 
Maan ^Eclips geheel in de Schaduwkegel dec 
Aarde kan ingaan en alzoo geheel verduisteren ; 
de Maan wordt dus by eene Maan^Edips werke-^ 
lyk van het licht der Zên beroofd , en moet ver^ 
duistcrd gezien worden van alle bewooners der 
Aarde , voor wel]^en zy boven den Horifon veiw 
heven is ; d;e Zan wordt nimmer van haar licht 
beroofd by eene Zon - Ecïlpt , maar de Maan^ be-, 
let flecbts door haare tusfchenkomst het fchyufel 
der Zon tot een zeker gedeelte van de opper- 
vhkte der Aarde door te dringen , en de JZmv* 
Eclipi kan dus in lange na zoo algemeen niet- 
gezicn worden als eene Maan -Eclips^ alhoewel 
xnen zich egter niet moet verbeelden, dat alleen. 
die bewooners der Aarde de Zm • Eclips zou« 

H 3 den 



tie 



I 



TAK t> E E e L 1 > S r K( 



«lm zien , over welken .het gedeelte van tle Scbb> 
Aiwfcegd der Mian, <!« A.A«rde bereikt., pm* 
t^. Lat S , Fig. 34. wêderofli 4e Zm, M 4t 
JH^Mf «il T de j^ée zyn , dan sullen de lynca 
AI>H«»Cni, weken ym èen-hvemfim iwid JkK 
£on tm dea oaderfien ruié der Mun, eM vM dM 
atOt^jkn Mnd der Zon tot den htwttfltn rand der 
Kfani getrokken worden , in de pamen H «n I» 
op de oppervlakte der Aarde de limieten tkmry- 
«■, tusfcltei weUcen de Zon-Eclips gezien Kal 
feWmiM worden; want dk punt -der Awde, gde- 
geit tuslchen de punten GH ea GI, eal een g^ 
derite der Zon doer de Mmhi zien bedekbm | 
to zyn.de ptmten H en I , welk«n de nuidcs 
4ar Zen en Maan eftander zuBen zien ratken , 
én bnkéh deweften 'er geene Eclips fMegemtamA 
isA te zien zyn; de Maan eal, v» liet punt ■ 
9a Aarde gezien , *»« ZufMftfie gedeelte Het 
ZonneTcfeyf fchynen te bedekken, daa^ de plaitf 
b- rfér Airde het Neor^yifie gedeelte der Zonne- 
ftSïyf zai zien verdtrïsceren ;' ttrwyl eene derde 
^fits G , de iniddenpu'nren der Zoft en Maan op 
eBtander ziende, in Ibnnnige gevallen eene totaafe. 




ben, om daar aa de omftaodiglieden detvelve voot 
bysondere plaatfen des Aardbodems naar fé ^in s 
om dere ledeo u bet gexegde ontrent de 2^ 
Edipfim in 't algemeen , % 176. ratteen toepasic*' 
Ijflc op bec middeiipunt der Aaide. •— Naar de 
veiiefa3ieBde gexigcapanten , onder wdken deielf«» 
de £0n« Bdüps gecien wordt ^ eaderfdmd ma 
dezetve in partiuaU *^ 4o$éUfk «^ «n émmMn ^— 
de ptntimak of ^dêeltêh^t Zonv«dal9feriiig beeft 
plmts voor «Be bewooners dtr Aarde , tvclkmt 
een gedeeke der ZoimeTcbyf door de Maan zien 
fpenMsteren. •-> By de totaêk of géhede Zf&tt^ 
verduistering wordt de gehede fchyf der Zon 
voor ons* geeigt door de Maan bedekt ,* 't t^elk 
cgler Ttidznm is , omdat de Zon , de Maan soo 
ircel in grootte overtreR^nde , meest altoos ondet 
ten' ffooter* boek van ons -genen wordt ; egteè 
Imn desAve dan plaats bébben , wanneer de Zo* 
op baar' verflcn ftand van onsse Aarde , en 'dè 
Maan in baar' naasten fiand by onxe Aarde fs*^ 
wanneer de middenlyn der Zon onder '- een' bodk 

^^ 31^ 3^"^ ^ di'c d^ M^an meer een' hodk 
/van 33' 3Ö* door ojis gezien wordt, \ geen «lÈli 
▼jofcfaU oplevert van sl\ groot ^genoeg, om 
'voor eenige weinige minuten de Zon geheel voM: 
oas te veibergen ; de tdfmk Edipfen zyn egié 
seer addzamn^ de katfle , welke te Pèrys 'gdztm 
waidt, wns den na May 1724^ en meri heeft hê^ 
refcend, dat 'er voor het Jaar 1906. geene ma»k 
2i0n-£clipfen in deee Noordelyl^ gtfwtsKftn fenliëft 
te zien zyn ; — centraale Zonverduisteringett vin^ 

H4 den 



^gt MM» V 9 ECttPSIK. 

riea dair plMCS» waniKcr de beide middenpunten 
riB Zoa at Mm ÏQ faetzelvde vlak vatloi , met 
hei oog ^ «urBemers op eene zekere - plaau 
Mtkoppcvtakte der Aarde zich bevindende, van 
«tÜB éis deze beide middenpunten op elkander 
■nin «ordeo; zoodanige eentraale Zon-Eclipren 
na mm/ t wtnneer de middenlyn der Maan uit 
de Aaide gericn grooter is dan die der Zon , en 
0KmtJnr, waniKer de fchyf der Maan te klein is» 
ogn de gcheele Zonnefcliyf ie bedekken , worHeD- 
4t Ter in dit geval op het oogenbUk van het mid> 
4eD der £clip& een* liclitgevenden ring rondom 
^ duistere Maan gevormd. 

180. *£r kan, om de in de laatje $$ aange* 
lualde redenen, eene Zon- Eclips van eemg ge- 
deelte der Aarde gezien worden , fchoon 'er vooe 
bet middenpunt der Aarde geen Eclips meer zou 
flatta hebben , en het is om deze reden , dat 
loea In dit geval de bepaling , wanneer 'er een 
Zon • Eclips kan plaats hebben , en die wy 
K>vcn % 176. opgaven, veel verder moet uit* 
ftrekkeB ; wanneer de Maan meer dan 31° van 
fttQ* haarer knoopen verwyderd is , dat ts , wan- 
neer derzelver breedte grooter is dan 1° 50*, kan 



TAM DE ECLIPSEH. XM 

iSl. Men onderfcheid A(t Maan-Eclipfen^ naat 
baare hoegrootheid , ook in totaale tn partiaakj 
dan de oorzaak van het verfchil der hoegroot« 
heid eener Maan -Eclips hangt geheel af van den 
aflhuid der Maan van haar' knoop , in het oogen* 
bJik der conjunétie, gclyk wy % 175. hebben op* 
gegeeven , en dezelvde Maan* Eclips wordt van 
tUen, die de Maan boven hunnen Horifon heb* 
ben, even groot gezien; egter moet men by do 
Maan-EcUp(èn nog in opmerking neemen , dat 
de fchaduwe , welke door de lynen C E K en 
A F L 9 Fig. 35. van den bovenden rand der Zon 
tot den onderften rand 9er Aarde, en van den on« 
derden rand der Zon tot den bovenden rand der 
Aarde getrokken , eene foort van hyfchaduwe ver- 
oorzaakt , welke de waameemingen van het be- 
gin en einde der Maan-Eclipfen mocilyk maakt, 
omdat het door deze by fchaduwe bezwaarlyk valt, 
het juiste oogenblik van het begin en einde der 
verduistering te bepaalen. 

18a- Ten einde dus te kunnen berekenen , of 
•er eene Eclips voorvallen zal , is het volftrekt 
noodzaakelyfc , dat men het juiste oogenblik der 
middelbaare conjunöie van Zon en Maan , dat is , 
den tyd der middelbaare Nieuwe Maan kenne j 
om voor hetzdve de breedte der Maan te kun- 
nen berekenen, ten einde, zoo 'er eene Eclips 
kan plaats hebben,- het tydftip der waare con« 
junélie nadec te berekenen, en die omdandighe» 
den , welken men van de plaats zullende hebben 
£clips begeert te kennen. 

H 5 183- 



I&b TAK DB EcCirtBV. 

' K83. Ik müidaiiMre Cort/uuiHe Jtr SStum-vKiemt 
Bien het tydftip, in hetwelk dezelve zich hl eHni^ 
Anid met de Zon bevindt, berdcend nsar de aiiddel- 
tiiitre beweging der Mutty zöuder acht te flaan Of 
die UcitK onelFeDheden , welKén. 'er in den loop der 
Maan, dooi de aantrekkoigBkngc van de Zo» en 
tfyrtie, veroorzaakt worden; hoewel nu de ^nc- 
ceo cos den dtg der Niew»e Mkm , en dus Tan 
derzelver CmjimSit leeren kennai , % 159. too 
g«even dtzelve egter ons dit tydlüp niet naniivh.. 
keurig genoeg om dauop te kunnen aangaan : 'er 
kan femts een veTfchil zyn van een* geheelen d^ 
iH^rchen den tyd der middéhaare Con junftie , welk« 
enB de EpaAen geeven, en tusfchen den tyd der 
waart Conjun^e ; dit verrchil is te groot in de 
bereekening der Ëclipfen , hoezeer ook anders de 
EpaAen voor het burgerlyk gebruik naauwkeurig 
genoeg mogen^Z'yn; men bet^ent zich om die re- 
den van de Sterreiugdige Epa&en , welken oni 
den tyd der middelbaare Conjundbe met meenter 
naauwkcurigheid doen kennen. 

184. De SterrekfOtéige Epa&ai, van welken wy 
de Tafel bladz. 13a. sullen geeiren, ;^ niet an- 
ders &n de ouderdom der Maan voor hot be- 




▼ AM DE £CLI7SBN* ' \<9% 

Iféoea dag behoeft aftetrekken ^ datr men anders 
geduurende tlle de tien iaatfte Maanden éénea 
dag zou moeten bytellen ; men is gewoon alle 
de Sterrekundige Tafelen op die Wyze te bereeke* 
nen. — De Sterrekundige Epa&en der Maanden 
zyn niet anders dan de ouderdom der Maan, op 
den ie. van elke Maand, onderfleld zynde dat 
de oaderdom der Maan den 3T t>ec. o unreft o^ 
</ 18. ^— De EpMa van de Maand yanuofy ff 
dus iml -* die voor EAruarj zal de Maans ou- 
derdom «yn in ^ begin van Rhruary , onder- 
fteRende dat de Maan den 31 Dec. haar* loop be- 
gonnen Tieeft : zy Is derhalve dat geen *t welk een 
geheek Maanefchyn minder dah 31 dagen is^ of 
één dag 11 uuren 15* 57*; de Epa&a der Maand 
JMrUarj is dus i dag 11 uuren 15^ 57* ; wyl 
de Nieuwe Maan'veronderfteld wordt op den gi 
Dec. plaats gehad te hebben , val^ de Nieuwe 
Maan van Januar^ den tt^. ten 13 uuren in , en de 
Maan is dni.den iFfebr. i dag 11 uuren 15' 57* 
oud ; het is op deselvde wyze , ftat de EpaSen 
voor alle de o^ierige Maanden berekend worden** 
r85. Oai door (middel' der Stemkusdige £pao 
ten den tyd der 'mddtlkaaft Nitum Maan vaü 
eene aekerc Maand te beceekeaen , moet saen de 
Epaften van de Mtand by die vin het Jaar 4ip» 
tellen^ en deze fom van roo veele omloopstyden 
der Maan aftrekken , dat 'er n^nder dan één 
omloojpstyd, dat is 09 dagen ia uuren 44', over- 
fchiet ; by voorb. men vraagt naar de midddbaaré 
Nieuwe Maan van dë Maand May» 1801 • zoo 
t vindt 



'S" •*.s:~s:>'iia^ge Ejuliso 



. -i^^^ ^' r=' 



44 3 



^ -= 



;». ^-.jie^si unno 44' 4' 
^ .- .sMcd :?ffix, lilt (3e niddelbaare 
^^.-^ ba*. -;( ri Uiy, ten 10 uuren 44' 4' , 
^ .■ . ^fiS .wsB'ryxcai cyd den ia May, icn 10 
.^ ,.cuct, liini plaats gehad; indien nic» 
^ . . -^ .et suüüelbaarc / oi> JVffa» wilde 
^.^., -xtMut üHBi Hechts by den gevondeii tyd 

; ;i.c'i, lo uuren 44' 4', de duuring van 

^y.^ i" 14 Uagea, 18 uuren 32' 4' optcti;!- 
■^ IA ^e ma^rvotgecde , of van den gevonden 
^ ..Miiciuua, om de Daastvoorgaande FoUe 
7«^ .£ jdkomen, dus 

. 1} dagen 10 uuren 44' 4' 

.fj^id z>-Ddc 14 18 S3 I 

.tiufat men nj dagen 5 uuren 6' 5* 
_j_ j^ a« de eerstvolgende Volle Maan , na de 
-w '«wèVMi den ia May, voorvalt den aj May 
_,. I 6' 5* 'savonds, of 




▼ AM DB EcLII^SfeM. têg 

gens heeft plaats gehad; men moet hierby opmerken^' 
dat indien bet getal dagen , waarvan men § omloop 
moet aftrekken , minder dan 14 is , men 'er zoa 
veele dngen moet bytellen , als de laatstvoorgaandé 
Maand dagen telt, omdat het in dat geval zeker' 
is 5 dat de voorgaande Folie Maan in de voorige 
Maand plaats gehad heeft ; men zal even op dezelv- 
de wyze ook dén tj^d van het Eerfte Quartier^ 
Maan vinden , door J omloop der Maan of 7^ 
dagen 9 uureö 11' by den tyd der N. Maan by 
te tellen , en het Laatfte Quartler der Maan ,- 
door txi dagen 117' 33*5 of drie vierde van een' om-i 
loopstyd der Maan, by de N. Maan opteteUèn» 

186. Indien men nu weeten wil of 'er ten tyde 
der gevonden N. of Folie Maan , eene Zon- of 
Maan- Eclips zal plaats hebben , moet men de 
hoegrootheid van de Breedte der Maan kennen, 
en daar deze van den aflland der Maan van haar*, 
knoop , en deze wederom van de Lengte van deu 
knoop afhangt, zoo moet men i^. de Lengte der 
Maan zelve. — a^. de Lengte van den klim- 
menden knoop der Maan kennen. — 3^. Plet 
Supplement van den knoop der Maan ('t welk 
men in de plaats der Lengte van den knoop zelven 
gebruikt, zie $ 188.) by de Lengte der Maan by- 
tellende , bekomt men den aflland der Maan van 
liaaren knoop, of het Argument yan Breedte; ~ 
door welke men ten 4e. op den Breeden rand of 
Ecliptica der Globe zeer gemakkelyk de Breedte 
der Maan kan vinden. 

187. De Lengte der Maan in het oogenblik der 
ConjunÜïe is gelyk met de Lengte der Zon , $ 

84. 



9p6i T. A K 9 E EeLlltSlH. 

84* mm be^ dus^ de laagte der Zoo» rooa dni 
gegeeven dag der N* Maan» op de Ecliptica dec 
Globe maar opte^oekea , volgens $ 75» en mea 
zal ook tevens de Lengte der Maan gevondea 
bebben. -*-r- Ia de OppofUUn^ of by de VoHt 
Maanen » verfchilt de Lengite der Maan (Sc met 
d^ Lengte der Zon » en men moet dus by dt 
l^engte der Zoo voor deQ dag der Oppofitie é 
tekens bytellen, om de Lengte der JMaan te be- 
komen : dus vindem wy de Lengte der Zon voor 
den ld May» ten lo uuren ^ ic do^ 30': byge- 
v.olg is de Lengte der Maan-, wanneer zy ia 
haare Qmjun&Lt was den xa May» iSoi. x^ susf^ 
3pr.— — voor den a8 April is de Lengte der 
Zon • • • • it 7^ Q' 
hier bygeteld • • 6 o o 

liecft mea . • T T^ <f 

▼oor de Lengte der Maan in haare Oppofltie den 
^ April 9 i8oi. 

188. De knoopen der Maan loopen , gelyk wy 
5 140. zagen, in den tyd van 18 Jaarcn osS 
dagen , 4 uuren ^if 5a* , eens om ; men moet dus 
het tydmerk van haaren ftand en haare beweging 
voor dk Jaar , Maand en Dag kennen , om de 
Lengte dcrzelve te bepaalen : tot dit einde nu is 
de Vin. Tafel , achter bl. 13a. te vinden , g©- 
fchikt ; in de i*. Colom van dezelve vindt men 
de Tydmerken , niet van de Lengte van den knoop 
iK>or bet begin van elk Jaar, maar van het Sup- 
plement van den knoop , dat is van den aflland 
van den knoop tot het I^. punt van Artes : de 



ledea dat meii den ëf$tmd nm dm kfMfip tk hei 
l^ ptmt mn Jrksy welke niet nésts is daa het 

Surö^meat nm. de Lengte van den knoo^' , ea 
niet Aen éiffiémd wn fut IS* punt tmb Artes tot 
den knoopt dat is de Lengte van den knoop zei- 
vea ,' gebrnikt , is omdat de beweging van de 
knoopen der Maan tegen de order der TekeQ9, 
aan ^ dat is , achterwaart gefchied , en m^n di^ 
geduurig zou moeten aftrekken, om de vo'andé* 
ring van haaren (land voor elke Maand of D^ te. 
l^unnen berekenen^ daar men , het Supplement ge- 
bruikende « flechts de verandering, van elke Maand 
of Dag te addeeren heeft, om de Lengte van den 
knoop voor een' gegeeven tyd te bekomen ; want 
het is blykbasr dat het Supplement van een' boog 
aoet grooter worden , naarmate de boog zelf 
ktdndcr wordt : daar nu de Lengle der knoopen 
door haare teruggaande beweging gednurig kteffH^ 
itet y^Oiit , moet noodwendig het Supplement vatt 
den knoop grooter worden. 

189W Men vindt dus in de ie. Colom van de 
VnL Tafcl^ de TydmeAen van het Soppfemcnt 
der middefoaare Lengte van den knoop der Maan 
noer het begki van elk Jaar, dat is voor den jr 
Dec des middagB len 12 uuren , indien het een 
gemeen Jaar is , en voor den ï«. January , indien 
het een Schriiske^r is , $ 184.* «— — In de 
tweede Colom vindt men de bewegmg van den 
knoop iQoc élk Jiaor , en in de 3e. voor iedere- 
Msamt en Dag. — Osi dus de Lengte van den 
Mhnmendci knoop der Maan voor den is May, 
iSbJ*. te vinden , telt men by bet Supplement van 

den 



^ 



*. 



It8 ?AN BK ECLiFSIlf» 

den kQoop voor 180I9 by, de beweging van delf 
knoop voor May, en voor ia dagen, aldus t 

1801 ir itf"" 3' 45' 

May • « • o 6 84 ft7 
ld dagen « o o 38 7 

en men bekomt . . 11^ ^3® (? 19^ 
voor het Supplement der Lengte van den knoop 
op den iaMay,i8oi; indien het produA if te* 
kens of meer is , moet men altoos id tekeha af* 
trekken, by voorb. 
i8ao Supplement van den knoop ti< ^3^ 34^ 17' 
Aug. • • II aó 46 

I Dag 3 10 

la^ 4? 54' 13» 
dus is het Supplement der Lengte van den knoop 
voor den i Aug. i8do, d^ 4^ 54^ 13**; dezfe aan- 
merking geld dan altoos , wanneer men gedeeltena 
van eenen Cirkel by elkander tellende , het produd 
meer dan 360^ is, waaraan 12 tekens gelyk zyn. 
Indien het Jaar , voor het welk men de Lengte 
van den knoop zoekt , een Schrikkeljaar is , moet 
men in de twee eerfte Maanden édn' dag minder 
neemen , dat is , men moet de Lengte van den 
knoop voor den . i Febr. zoeken , wanneer men 
die van den a Febr. wil weeten. 

190, Deze gevonden Lengte, van den knoop 
nu telt men by de Lengte der Maan op , om 
den affttnd der Maan van haar' knoop te bekomen. 
De Lengte der Maan den 1% May was v ao^ 30^ 

by de Lengte van 'den knoop li a3 6 

Rst de Aflland der (C van den knoop v 13^ 36^ 

191. 



rAH 1} E '& c L^ p STIL ni iwff 

' 191. Door middel nu ?an dezen aflland der 
Maan van baar' knoop , *t welk men ief Argu^ 
meni vM BreeJie gewoon is te noemen , vindt 
men op de Ecliptica der Globe de Breedte dor 
Maan sel ve ; te weeteu : wy hebben boven , $ 75* 
reeds gezien , dat de Ecliptica der Globe twee 
Hoofdverdeelingen bevat , de bultende van weW 
ken voor den loop der Maan gefcbikt is : deze 
Yerdeeling bevat drie Cirkels ^ als in bet midden 
de verdeeling van de twaalf Tekens der Eclip* 
tica, en ter wederzyde van dezelve eene andere , 
waarvan de binnenfte voor de beweging der Maan 
in Lengte^ en de bultende voor de beweging der 
Maan in Breedte i op de mijdende verdeeling nu 
der Tekens en Graaden van de Ecliptica, zoekc 
jcen de Graaden van het Argument van Breedte^ 
én ziet welk getal nnast hetzelve (laat in den 
buitenden Cirkel , die voor de beweging der 
Maan in Breedte gefcbikt is , en dit getal zal 
de Breedte der Maan voor den begeerden dag 
lutdrukken ; dus doende vindt men de Breedte 
der Maan 3^ 30' 30^ , wanneer het Jrgument 
van Breedte V 13^ 36' , gelyk in ons geval , is ; 
voons moet men nog opmerken dat de Breedte 
der Maan Noordeb/k is in de 6 eerde Tekens 
yan het Argument » en Zuidelyk in de 6 laatden ; 
dat is , ¥ranneêr de afdand der Maan van haar^ 
kaoop minder is als 6s is de Breedte altoos 
Heordeljk^ en meer als 6« zynde, is de Breedte 
Zuideijk. De Breedte dan der Maan voor den 
ia May is dus 3^ 30' 30^ Noordelyk , en 

I 'er 



I 

I 



V kM Serhaln geen Eclipa plaau UM^ > 

19B. 2is hitf een tweetle Towbceld ; . M«l 
Trtflgt Bitf de N. Mian van Maart, i8oi. «S 
of 'a by dezelve ook tene Ztn-EcUps k«H j^dott 
kebbeof Uei toe zoe^e iQea wederom dtn dag de« 
Nie«we Mum, demi middel der Storelui&diga 
Epiae«. 
Sterreli.EpaaenTooriSoi. isdagen4nui«n5e'«ö* 



dito v*Or Maart. 



39 



15 5? 



dit van twee omloopen 
afgetrokken . 



44dageni6uureni2* f^ 



59 



38 6' 



rest I4dagen 9uureni5'59» 

dus valt de Nieuwe Maan in den 14 Maart, 

'» avonds t«i 9 uurea 15' 59' — de Lengte 

der M»aii no op dewlvde wys gezocht zynde als 

in de 187. $ gezegd is , vindt men voor de 

zelve iit aa" 45'. 

Het tycinerk van den knoop 1 

voor 180I. is . .. iit KS'* 3' 45*' 

fcewegbig voor Maart o 3 ro 38 

voor 14 (Ingcn 




fy Ecliptict der Gfdbt r* ^ Voor 4e éiriidHr 
fifeedtc der Mam MAwyst» De Man bdfefr iA 
die geV0l it^ tfllaad jrut dpn knoop ia 't oogo^ 
blik der Conjunélie , en i'er hoieft diisi. mlgedf 
$ i8b» eenige onzekerheid plaats , of 'er eend 
Eclips kan voorvallen of niptx <dan ^aauwkeuri- 
ger be'reekeningea zouden ons egter in dit geval 
aanwyzen , dat 'er eene Zon '^ Eclips moest plaats 

hebben.) Wil men nu weeten » of 'er ^by 

de naastvolgende VcxUe Maan ook eene 3foa»^ 

Gelipt heelt plaats gehad , behoeft men Ilechtl 

by de • • 14 dagen 9 uiuren 15' 59? 

welken men voor den 

tyd van deC(?»;'«///<J/> der 

Maan gevonden heeft, 

5 omloop by;e tellen .14 .18 M t 

^9 dagen -% miren 38* of 
en bekomt voor den tyd der Volle Maan den a^ 
^laaK , 3 uuren 38^ nadefiiiddag — — voar dezct 
^ de Lengte der Zon gezocht bebb^ide , ba^ 
vindt men dezelve te ;^yn 0^ f^ $sf waaf b^ 6 
fekens bygetdd eynde ^ bekomt men voer d« 
Lengte der Maan ó< ]r^ 30^ ; daar nü de Lengte vm 
4efi kaoop den 14 Maart was • ii< 19P 58' $of 
9A desze)vs beweging in 14 » 

. ^en (ide de VOL Ta£d) is o o 44^ ^9 

?!^eft lïlen ^ il' ^^ 43' ar 

voor de Lengte van den knoop den 119 Mairté * 
by de Lengte der Maan 6t jq y^ 

jj^lgeteld hef Supplem. van den biööp^ i r dör ^ 

' ' Ia Tindt 



■vindt men voor bet JrgymêMt jan BfMbe ff a8* lo', 
*t welk OM ccuc Noordtr Breedte der Mun mt 
itf 41^ gMf^i ItleiD getuftf om eene Mun>£cl^ 
$175. 



EtMomrige Haniehfyzt i am tê»jül$tt tjfdf 
iê Mmuu pliMt te yinden* 

193. HeC is door mUIdcI der Sterrekundigt 
iSpaÖ^H en de beweging der Maan in Lengte, 
velke meOf aan de andere zyden van de verdce- 
Ihig der Tekens en Graaden , op de Ecliptica 
der Globe aantreft , dat men ten allen tyde de 
Lenjcte der Maan kan vinden , wyl men by de 
gevonden Lengte van de Maan in baare CenjunSig 
maar zoo veele Graaden heeft bytetellen , als d^ 
lelve 1 zedert zy in CenjunBie geweest is , op 
liaaren weg gevorderd is ; by voorbeeld , indiea 
men de Lengte der Maan den 09 May, iSot. 
1>egeert te weeten , zoekt meo eerst den tyd der 
Nieuwe Maan van Msy, 1801. wel):en wy$ i8f. 
gevonden bebben te zyn den ta May, ten 10 
Vuren 's avonds; nu zyn 'er van 11 10199 M*y 




Sterrekundide Epacten, 

Om de midddbaare Conjunftie der Maan i 
vinden. 



-Ü^rfn. , Kpafla. I Jiure'n." Veran. j. Ep. Gct. deriS omdcrOm], 






a 3« 5C 

'3 « 



I I 38 6 
1 U ia 8 

18 ï 56 n 



1 30 SI 

ir 41 17 



1 

9 


147 IS40U 
177 4 «4 17 
]o6 17 8 19 


13 


195 ra"»» 
w ao 4 31 


Mïsn- 
dca 


epift. d. M, 




tXi. 


' U 15 57 



ö 18 7 jS 

7 S 33 35 

8 iS 39 31 

9 3 SS 29 

Voor de SchriktEl. 



l 13 11 35 Epafta in de twC' 
i ld 50 14 :erüe Mundcn co 
I B 44 49 ^% muulcr aeemeib 

1 o 39 34 

i 16 34 •= 
t ao 33 57 



Ta», vnii 



Tydmerken van de middelbaare Lengte en 
beweging van den Knoop der Maan. 




JStMD. 


SuppIClMIlt 1 


liowcfilnu dur Knoop. 




T. C.M.S.1 


T.C.M. S. 


ika. 


■oor de - 
Mmnden. 
T. G.M. 5. 




iBoo 

iSol 

IS 

S 1B04 
iBos 


10 36 44 IJS 1 

'I lö 345I a 
S 33 aB 1 B 
34 43 . .;S 4 


19 ly 4: 

1 a 39 af 
1 37 59 < 
a 17 13 f 

3 Ö41 4t 
3 ïfi 1 :i 


|anu. 

fEbr. 
M«tt 

May 

Sov. 

0«. 


3 1 38 a9,8 
) 3 10 380 
. 4 49 8.1 

■> 6a4,37J 

jl 1646,0 
11 SS 15,8 

14:30 35^5 

i3 9 4,8 

17 44 83.9 




Itoo 

S lloS 
l3o9 
iBio 
iSit 


l " A '\ 

4 30 47 51 

5 10 ? 34 
5 =9 az 17 


s 5 

9 
3 ia 


4 15 ai i: 

5 4 44 ( 

5 34 3 44 

6 13 33 33 

7 * 43 'E 




S i8,a 

S'i 

iBis 

s iBia 
1817 


7 3 954 

7 S7 39 37 

8 16 49 ia 

9 6 ,i 14 

a. ., ^7 


13 

1 S 

18 


9 045 Ü 

9 so 5 ib 


Daficn. 


voor dc 
Dagen. 




3 
4 

1 

7 
S 


3 10,6 
306 ai,3 
3 9 31,9 
oia4«,« 
IS S3,» 
019 S.B 
oaai4,S 
3 as es.i 




.IMIU 

1819 

S iSao 
tSii 
189a 


14 51 40 
i 4 11 as 
11 33 34 >7 
tl 54 


1 l 

S 60 

S by 


■ a3 40 3< 
a ao 30 4f 
3 17 31 e 




9 

13 
14 
IS 

lö 

55 

19 

aa 

31 
14 


34S7P 
3 038 7C 
41 lB,3 

04439,0 
3 04739,0 
D 50 so,a 

D 054 Orf. 

a C57>i,S 

ï 1 3 3^^ 

1 I 43>4 
: I I)S4iI 
3 "3 «»? 




«837 

S iSiH 

iSag 


a .0 SB ao 

3 016 i 

J 19 35 46 

4 ÖSS39 
4 aB iB =3 


S 300 
S 4r,o 

1 ^ 


e. 30 ai 31= 
I ia 33 45 
5 a6 45 c 
.0 10 56 1? 
a 35 7 3-^ 
8 ai 53 y 




iBJi 

;5s 


ü ft 57 49 

6 36 17 33 

7 15 40 36 
8509 
B 34 19 51 

m 39 ia 






Voor de Sclirikkel. 
jaaren moet men In 
de iwCEceiflc Maan- 
den een dx nündw 




l»S7 

1833 

!iBï9 

S 184Q 

J841 


13 3 3 «0 

iv'.'i 

4o J4 3a 

1 944 15 








s 

37 

aS 
39 
30 


3 135 47^ 

; iTis 

= 1 3S 19,» 





\ _. 







{,-' 


l'?^^"— 






! :3ff -ij 








lH'5 






''■ \ 




^feiïo^il 


*?^ 




1 '=>« if 




▼ AM Bit EcCfPStW*' S33 

▼indt men dit de Lengte der Maan den 119 May, 
des avonds ten 10 uuren, is pt 4^ 44' — !>• 
Breedte der Maan op dien zelvden tyd wortit op 
^ boven omfchreven manier gezocht ; wy hebben 
S 189. de Lengte van den knoop voor den m 
May bevonden te zyn • • iv ^3^ 6^ 
beweging in 34 dagen o l 16 

Lengte van den knoop den 39 May iit ^4^ üaf 

Lengte der Maan • • 9< 4^ SP* 
by de Lengte van den knoop ix 94 d2 

Argument van Breedte 8c a8** 5a» 

waarmede de Breedte der Maan gezocht zyup 
de y vindt men voor dezelven den st^ May , 
ten 10 uuren 's avonds 5* 8* 4* ; daar nu de 
beweging der Maan in Lengte voor éinen dag, 
130 10' 35* en dus nagenoeg 33' in elk uur is , 
kan men zeer gemakkelyk derzelver lengte voor 
elk begeerd uur kennen j dit omtrent de. Breedte 
ook willende weeten , zou men de Breedte der 
Maan voor twee dagen , die elkander volgen ^ mot» 
ten zoeken , en bet ver(bhil door 04 uuren dee- 
len , 't geen ons de Uurkeweginfi dtr Mam in 
Mreidu voor dien dag zou geven^ 

« 

'^' Fkn ie Eb tn Floed ier Zêt. 

194. De loop der Maan, en baare aantr^kings» 
kracht op onze Aarde , is nog oorzaak van een 
Terfcbynfel, 't welk wy, indten wy oos aan dea 
oever der 2ee of in eenfge Hiven bevinden , da- 

I3 •> 



Uf Yjat DS £i Bir VtOBD VOL Xn. , 

gpiyïa kuBoen wavneefoen , en 't p» ons'idv 
^g wy de ooriatk vaa hetaelve, niec ksuea^ 
vonilerljrk icbynm moet: het i& namentljrlc de it 
«t tomecaieiide hoogte van de wèteren der Zet, 
O wi iKt water in elke Hsveu» die mot de opes 
£k gemeeofchap Jieefb De Zee wascht twea> 
iftKkl, £n daalt tweemaal iedet* dag; 4ezc bewe- 
^ng ^er Zee is het, welke men £k en Fiaed ^^ 
woon is te Docmen ; wanneer de Zee wascht , 
8iC is hooger wordt , noemt men dït Floed^ en 
iHtone» deaelve weder daall, noemt men dit£i; 
^ £^ en Vloed te zamen genomen maaken «ea 
^tyd« uit, zoo dat men in éénea dag of 34 uurea 
twee Cetyden heeft. 

* 195. Het is de sjiitrekkingskracht der Moém op 
de wateren der Zee, welke dit verfchynfel voott- 
brengt i de Maan op het meer vloeibaaje gedeelte 
tan de Masfa der Aarde , zoo wel als op het 
vaste, haare aantrekkingskracht oefenende, trdtt 
dit vloetbaare gedeelte, dat is het water, tot zich, 
ioo dat het zicb boven de gewoone oppervlakt* 
verheft , en het is deze verheffing van de wat»* 
«O der Zee , welke wy VJoctl noemen ; laa^ 
ABCD Fig. 41. de Aarde verbeelden, dan za^ 




VAN DS Eb e» Vlqbd fijEü Zniv t|y 

«eoe Ellipsvormigc gedaante £HFG aan: de i^ 
den hiervan i$ dege, dat gelyk de Maan de bo» 
yen wateren G£H meer aan&dit ala het nidi^ 
denpunt T dar Aarde» ey ook hec centrum T det 
Aarde meer naar sich trekt als de .van dezelve aft 
gekeerde oppervlakte der Zee GFH, welke daar- 
fbor even veel aebter b^t mlddenpUnt T blyft^ 
als het ged^lte G E H hoven bets<Ive verbavev 
IS ; en daar alle Cirkelen der Aarde ^ die buoM 
gemeene (neede naar de Maan gcHaht hehbeai 
yolgena de leer der aantrekkingskracht , dezelvd^ 
gedaante aanneemen, zoo vloeit daaruit voort dit 
(k gcbeele Maafa van water de gedaante van eenè 
I^pfitde FGEH aanneemt, wfiher groote Ae 
F£ heftend jg naar de Maan toegekeerd ia » <■ 
9ich du$ ki H uuren. <éna rondom de Aarde her- 
veegt; had het geen plaats dat het gedeelte d4r 
2^e GFH« dat van de Maan ia afgekeerd» eïch 
cycn zeer verhief als het gedekte G£H, dak 
naar de Maan is toegekeerd^ dan konde 'er oot 
geen twee Geiyden in één etn^aal, ■<ƒ , nnauwkeuik 
ger gefproken, in één' Maandag, dat is van dte 
^enen doorgang der Maan door den Mef idiaan tol 
èen naastvolgenden , plaats bebben» 

X96« Even nu gelyk de M^n QP de wateren 
^ 2ee haar aantrekking^ vermogen oefent,^ zcHi 
oefent de Zon hetzelve van gelyken , . dQKrb te 
een'' ve^ minderen graad , doordien de aflla«4 
éer Zon veel grooter van ons ia dan de afllapi4 
der 3faan , waarom men beieke^t dat de 9m^ 
trekkingskracht der Mmu dikmaal «oo giooi il 

I4 als 



Hft y4M-«i Eb bn Vloxd UE-Z^^f^ 

ke nea dus terens bekend behoort' te hebben j 
k4c maakt de ^»»d der Maan van 9112e Aatilf 
^enig TerTcbil in den tyd van het booglU water g 
jnorqia wy Iver neveiis- een^ Tafel zullen laaten 
yoll^a v«a iet verfchil va» tyd dat het hoigfit 
114^ fnwrg«r. ^ AMf«r voorvalt , «^ imrfihi/ie$td0 
t^êiidt» der Zon m Maau^ eu ap de, ferfchilittf 
ift fifflümieo der Maan van onze Aarde. ^- WaaiH 
liy wy tevens eeneAlphabetifcheLyst zullen voegen 
yK>> de» tyd >wn het htogfit water t op den dag 
M0 Nitum en ^ol/e Maan , voor onderfcheidtn Zee' 
^font , waarna wy, met een paar Voorbeeldca 
oqbcnt liet gebruik .dezer Xa^eh, dit HoofdHu); 
tuUea beHuitCQ* 




Tl»' DE B» IN VlOBD OSa ZtK7 t|§ 



'^'"i^ 



Tafel van bet verfchil van tyd , dat het hoogde] 
Water vroeger of laater voorvalt , op verfchïllen- 
de afftanden -der Zon en Maan, en- op de ver« 
fchillende afllanden der Maan van onze Aarde. 



iFwr 



pi 



Ailland der 
Zon en 
Maan , -als 
zy door den 
M^id. g»at. 



de Maan in 
haare Peri- 
geinn. 



■•■ip 



Tek, Or. 



o 



■^ 



I. 



IL 



III. 



IV, 



V. 



Mi 






o 

10 

oo 



o 

10 



o 

30 



Minuten. 



i8 na 

9i na 
o 



Of voor 
i8 voor 
a6 voor 



o 

10 



33 voor 

SZi voor 
38{ voor 



de Maan in 
haare mid- 
delbaare af- 
ftanden. 



de Maan in 
haar Apo- 
geum« 



i*""»wi"**^ 



Minuten, 



■ 



■HPMi 



22 

[I 

O 



na 
ii| n» 



ïli voor 
22 voor 
git voor 



40 voor 
45 voor 
465 voor 



Minuten. 



271 na 
14 na 
o. 



14 voor 
27i voor 
S9i voor 



r* 



331 voor 
21. voor 

9 



ï 



f 



go voor 
56 voor . 
58 voor 



40J voor 
25 voor 

Q 



50J voór 
51 voor 
o 



o 21 



10 

. O 
10 

'20 



na 



SSi na 
3öi na 



25 na 
40^ na 
46^- na 



■«■■•« 



31 na 
50I na 
58 na 



37ï na l 45 



[3 
18 



na 
na 
na 



na 

40 M 

ijf na 

na 



IJ 



50 na 

39» «a 
aji na 



. 



r«< 



|i«» nst os Eb eh Vuitn St% Zmx^ 

' Ta^l van het Uur van hpog Water iwr *•» 

ietJi^heUen Havens ^ op den Dag fm 

Nietiwê M Folie Maan* 



', 


U. 


M, 


^Aftcrdam, indetmaffiht RtpMM. 


3 


O 


AmbltteuTe, in rrantriji. . . 


11 


o 


/Intwsrpen, in franürijlc. 


e 


o 


Archangel, in Riulmd. 


6 


o 


BilIWire,- injeflanj. 


5 


IS 


Ijyróane, V» Frankrifl. 


3 


30 


Brest, -Vj»!. 


3 


45 


^ulogne» f^M. 


it 


o 


Sristol, ('M Engtlnni.' 


< 


45 


Barwtch, idem. 


3 


o 


Biielle, ik de Bnlttffch, lüfuiliet. 


I 


30 


Bourdeaux, in Frnnkrijki • _. 


3 


o 


Cancale, idém^ ^ * 


6 


o 


Cherbourg, idem. 


7 


30 


Calais, idem. 


11 


30 


dailii, jn Sfti^i^_ 


4 


30 


Canarifche Eilanden. 


3' 





Cowes, »/. '< Eiland Htght. 


10 


so 


Dieppe, /« Frankrijh 


lo 


*" 




TAN DS Eb 2n Vloed d£R Zes. ^41 



Oravelines, in Frênkrijk. . . 
Havres de Grace, idem. . . 

Hsiinbui;^, in DuiUchland. . 

Kaap de Goede Hoop , Africa. 
Kusten Van Gascogne en Poitoiu 
Kinfale, in lerlandn . • 

La RocheUe , in Frankrijk. 
Lime , in Engeland. ^ 

LisfaboOy in .Portugaal. . « 
Londen, in Engeland. • *• 

Morbihan, in Frankrijk. 
Ment- Sr. Micbel, idem. 
Miifort, in Engeland. 
Madera 9 C^il.) in den Ah. Oceaan. 
Mond van de Seine, in Frankrijk. 
Mond van de Somme, idem. 
Mond van de Severne, in Engeland. 
Mond van den Theems, idem. 
Mond van de Maas , in de Bat. Rep. 
Mond van de Loire, in Frankrijk. 
Nieupoort, idem. 

Kev^castle, in Engeland. 
Nantes, in Frankrijk. . . 

Noordkaap, in Zweeden. . ; 
Olonne, in Frankrijk* . • 

Oftende, idem. • • 

Plymouth, in Engeland. . . 
Portland^ idem. • • 

Portsmoutfa , idem. . 

Quebec, /xi Amerika. • 

Rouea , im Frankrijk. • 



u. 


M. 





. 


9 


. 


6 


' 


3 


30 


3 





5 


15 


3 


45 


8 


o' 


a 


15- 


3 





3 





6 


30 ; 


6 


/ 


ia 


4 ■ 


9 





II 





6 





ia 





I 


30 • 


3 





II 


45 


3 





3 





3 





3 


15 


II 


45; 


6 





8 




• 


II 


«5 


7 


30 


I 


»5- 


Roe bc» 



\ 



V. 


M. 


■*' 


«# 


3 


0" 


6 


o- 


4 


a- 


» 


o 


II 


90 


lo 


S» 


1 


8» 



^(b .«yK MR Eb sn VuKitiK lui 

Rocheftit, tM Frankrijt* . » 
Rotterdam , Jn de Bataaffekt RffMiti. 
flb Malo, in f^rankrijk,- * . 
Sti Paul-de-Leon, Ai^fitl. • . 
Vttymonth, in Eagiiêmé. .- , 
V^fingcn , In tU BataaffckeR^i^iék, 
'Wuerfort, in. Ierland* % • 

Yormoiafa, in. Engeland. 
Yprck* <New-) in Amerika, , > 3 a 
ZemyffAeE,il.,indtBataa//tieRefiailiek.X 'O 

.199. I. VooRfBELD. Men vraagt naar Óea tyd 
T» het hoogfte water deo ao M*y, 180I. te 
Anfterdam 

Var van de plaats . 3 uuren o' 
XyA van den doorgang der . 

^asn door denMeridUan 6 16* 

gftft den tyd van het hoogtte 

-Water middelbaar ten . 9 nuren l6'*saTOnds5 
de affland der Zon en Maan was op dien tyd 
flc 28"» tn de Maan was in haar Apogeum^ de- 
ze S' i^" gezocht in de Tafel van bet verfchrl 




VMT DS El tN V^LOHB i>Bii Zo; V jnd 

n.' Voorbeeld. M^n vraagt naar den työjBMi 
het hoogfte water te Amfterdam, 30 Juny, i8oi. 

Uur van 4e pla(rcs > , 3 uwen o' 
tyd van den doorgang door den 

.Meridiaan • ♦ v !6 vuren, gj.r 

tj ^Hrön 33' 
de aflland der Zon en IS/tktm was op dien tyd 
y ao^ , en de Maan was in haar Perigeum , 
Waarom *er dus voor den gèvc^ndêfl: ty^ volgens 
de Tafel bl. 139. de verbetering o is^ zoodM 
het hoogfte watet den ao Jany^ tSöt. te Attft0ti> 
dam voorvalt, ten 19 uuren 33% dat is ift hvos 
gerlyken tyd den i July, des 4»orgens ten 7^ 35*1; 
doo. Om te weeren of ^t Maan inhaar/i^^£»jg»^ 
In haar Perigeum dan wel in baare nndctelbaafre tf6> 
fianden is ; moet men de plaats van het ApojgeuM 
der Maan kennen : de Lengte van hetzelve ivKs v^xüT 
het begin van *t jaar i8co. it 150 08' y ; nleft 
moet voor elk jaar it loP 39' 50% by de Deng» 
van het jfpogeum voor bet jaar r»oo bytetton, 
en zal dus , door eene eenvoudige additie ^ 
Lengte van bet jÊpegeum der Mmuh Voor hét 
begih van elk Jaar kunnen vinden , 't geen vtiiK 
doende zal zyn voor de berekening der Eh eii 
Vheé ; wy zullen , over het gebruik der Globtfil 
handelende , nadere gelegenheid hebben bieroiofrt 
trent voorbeelden te geeven» 



m. tiOOFD- 



jl44 VEBLCBtyWWG TAN OË NIEÜWB COHSTRUCnB 



ffl. HOOFDSTUK, 

Vf RGBLTEING TAN DB RIBUWB CoN- 

ftTRUCTIB DER AaRD-GloBE UBT 

DB OUDE. 



, aox* Zil men zich een recht denkbeeld vonneil 
vtn onze niuave Conflruiftie der Aard-Globe , 
het vraare oogmerk dat wy ons met dezelve voor» 
ilelden , en bet ondericheid dat 'er in dezelve is 
met de gtwoone wyze waarop de Aard-Globe is 
re zaamen gelteld, dan moet men dezelvb verge- 
Jyken met de pwfcConftruftie; wy hebben in het 
2. Hoofdlhik van dit Boek , de befchryving van 
deze nieuwe ConftruAie gegeeven, en wy willen 
dit Hoofdftuk befteeden om dezelve met de oude 
te ve^clyken. 

ao3. Wanneer wy de Aard-Globe, welke Fig. 
40 is afgebeeld , zoo als dezelve naar de oude 
Conftniftie vervaardigd werdt, befchouwen, dan 
zieo wy dat dezelve even als onze nieuwe Glo- 
;ii' breedcH Itorifoiitaal 1 




l^itk AAttD-GLoÉA kEt i)É oübfi. tij 

tn den ftoel vjan de rechter- naar die linkerhand ^ oï 
van de linker- naar de rechterhand bewegende ^ 
verheft men dé Pool D der Globe meer of tftih 
boven den Horifon ^ en de boog A D Wordt dus 
grooter of kleinder; de Globe op deze wy2è be^ 
wogen wordendei en de Noordpool B« V. op gli^ 
bbven den Horifon verheven wordende , Wordt 
de rand ABC Horifon van alle plaatfcn, welket 

Noorder Breedte s^J® is^ De koperen Cirkeï 

D C E A , in welken de beide Poolen der Globe 
D en £ «yn vastgemaakt , is een algemeène MitU 
diaan , wanneer wy nu de Globe om haare iPoö*- 
len zoo ronddraaijeti ^ dat Amflerdafn , welks Noor* 
der Breedte 5a® 30MS ^ onder dezeti Meridiaan 
komt^ dan is de ran.d ABC bepaaldelyk Hottfoii 
^an Amlferdam^ en de Cirkel ADCEA Mettdiaaé 
van Amfterdam\ dan , draaijen wy maar even de 
Globe verder voon^ 200 houd de rand ABC öpr 
Horifon van Amfterdam te zyn ; hy blyft wel Horl* 
fon van eene zekeïe plaats op 52i® N. B. gelegeTi> 
tnaar geenzins van Amfterdam , en dit is wezenlyfe 
het gebrekkige in deze Conftriicaie der Globe; diif 
en boven is het ook niet 'waar, dat, geiyk deze 
Globe in den Horifon diraait , onze Anr^e alzoo 
draait, terwyl de Horifon ftandvastig liaan blyft 1 
de Horifon van eene zekere plaats blyft altoos 
dezclvdc betrekking tot die plaats behouden , ett 
draait met de Aarde rond ; de Horifon duS ftil • 
te laaten ftaan , en de Globe in denzelven zich l^e 
Itaten bewegen , veroorzaakt een valsch denk* 
lieeld , en doet ook in het pplosfeii der Ptobte^ 
ma's dat Effeft , dat dezelven niet volkomen ibéé • 
dea aart der saak overecnkbmftig kutinea wor* 

K dea 



X46 VER.GBI.YKniC; VAM DX NlBtnfrK CONSIBUCTB 

den Opgelost} gelyk djurom ook de ^rd-Globt 
naar de ciuk CaaHmOie niet gefcbikt ij om dm 
Op- en Ondergmtig dei 2on by voorb. te n» 
toonea, wyl men daartoe vao de Ecliptica, die 
op de Aard -Globe zelve is ^gebceld , zou ge^ 
bruik moeten maakeo , 't geen dan zou doen {ch^ 
nen alsof de Zon tegelyk met de Aarde zich rond 
bewoog , 't geen zeer verkeerd zou zyn ; ook 
zou alsdan de Zon geduurende een* gebeden dag 
in 't Zenitb van dezelvde plaats moeten zyn , 't 
geen ook zoo niet is, daar de Zon elk oogeiibUk 
recht boven eene andere plaats Haat. 

003. Dit is ia onze nieuwe Conftruiflie verhol- 
pen : de Horifon blyft niet ftaan terwyl de Aard- 
Globe in denzelven ronddraait; de Horifon draait 
met de Globe zelve om , en eens geflcid zynde 
'om den Horifon van eene zekere plaats te verbeel- 
- den , blyEt hy zulks ftandvasttg , tol; dat men den- 
zelven eene andeie richting geeft ; ook gevoelt men 
van zelfs dat men de Globe, op de oude manier 
gemonteerd , geene beweging hoegenaamd met haar' 
Horifon kan geven, en dus in dit opzigt van den-* 
zclven naar bchooren geen gebruik kao maaken; 
ook komt daarenboven de verdeeling der Tekens 




fett^ rust dtn de oude Cotiftraftk der AardnClobir 
op eene geheel vairche onderftelling ^ of welke i* 
de Hypoiefc ^ welke men by de Conflruftle der* 
selve gebezigd heeft? -^ Geheel ydsch » de^ 
2elve niet , maar zy is verkeerd toegepast ; wy 
bebben te voeren , door onze befchouwing van den 
loop der jfarde om de Zon , en van derzelver (land 
met betrekking tot het vlak van derzelver loo^ 
kring , zoo wy vertrouwen volkomen overtuigend 4 
doen zkn ^ dat de nieuwe Conftruétie ^r Aard<» 
Globe volkomen met den iland der Aarde over^ 
eenkomftig is; pasfen vrf dit toe^ op de Hetneh 
Globe, dan zullen wy nader ontdekken Welke 
de grondflag is de;* oude inrichting der Aard^ 
GIobe« 

^4« Befchoüwen wy de Aard -Globe 9 tw ab 
dezelve PI. VIU» wordt afgebeeld , als onze Aar* 
de verbeeldende , dan zullen alle de Cirkels, did 
éttékvt omringen , de Hemel- Globe verbeelden , did 
tia 't waare de Aard-Globe omringd , en wy zoudetl 
dasdoenc^e in het midden der Hemel* Globe i, dok 
eene Aard - Globe , op dczelvde wyze vervaardigd ^ 
Boeten plaatfen , om het geen hier flechts door 
Cirkel^ wordt afgebeeld, wezcntlyk aan het oög 
VoortelleUcn ; dan men gevoelt welligt dat eent 
200dinige Conftruftie van geen nut altoos zott 
ryn 9 want de Aard -Globe zon doof de Hemeh 
Globe onzigtbaar gemaakt worden , en alle dt 
Sterrenbeelden zelven , die naat den aart der ZiaJI 
Vinnen in & Hemel- Ghbe zouden moeten afg^ 
beeld worden, zouden mede onzigtbaar worden |* 
bet was derhalve nodig dat men, wüdi min dan 

Kn iltnd 



T49-VB&«BI.mHC TAN DB NIEOWE CAttTtKOÓTlE 

fiand 4er, nn« Stenen op eene Globe «fbeddoii 
denzdvtn niet binnen ia de hoinghdd der Globe, 
suur óp ÓtTzelvex oppervlakte afteekende, eii'wi» 
ttvtns verpligt de beweging der benodigde Cirkdl 
vin de jtard-Globe f die men pnderftelleii moec 
binnen in de HemeJrCkbe geplaatst te zyn, naar 
biüten zigtba&i te maaken , 't geen dan voldoen- 
de gefchied, wanneer de vlakken van 'de Meridiaam 
■• en fforifin, die de Aard-Globe omringen , maat 
tot buiten de Hhmel- Globe verlengd worden, en 
dus de Cirkels, die men buiten de Hemü-GbAt 
plaatst , maar in dezelvde vlakken gelegen zyit 
met die Cirkels der Aard-^Cïohty welken zy ver- 
bedden zullen. 

30$. Laat ons veronderllellen dat P Z S N K Pig. 
41. de doorlnede zy van eene HemeJ - Globe ^ in 
dewelke de Aard-Globe ABCD geplaatst zy» zoo ' 
dat dezelve zich in de Semel- Globe om den A> 
OPpQ vryelyk bewegen kan; dat DB óe ffori/èn " 
en EFGH de Meridiaan zy van eene zekcro 
plaats; verlengen wy nu het vlak van den ffori/i» 
pB ter wederzyde tot in L en M, en trekken wy 
In dit vlak een' Cirkel rondom de Hemel-Gloie; dan 
sal, alfcboon wy de geheele^tfr</-G/0^; m» derw 




DBR AaRD-GLOBB kST DB OUDB* t^ 

JHkmel^ Globe zigtbaar overbrengen, en dit is 
wtarlyk juist hetgeen men in <de Conllruétie der, 
Hemel • Globe gedaan beeft , met dit onderfcheid 
egter dat men de Cirkels doet ftilftaan , en de 
Globe zich in dezelven laat bewegen , 't geen de» 
2elvde verfchynfels veroorzaakt ; zie hier in dezea' 
Cirkel ABC Fig«^4o. werklyk het vlak van dett 
Hifrifon der Aarde , dat , verlengd zynde j zich bui- 
ten de Hemel ^ Globe" als een Cirkel vertoont , en 
in dez^n koperen Cirkel DCEA den Meridiaan 
mede in hetzelve vlak van den Meridiaan der 
jiard" Globe getrokken ; dan deze beide vlakken 
^n 9 gelyk wy zoo even zeiden , onbeweèglyk, 
terwyl de Globe zich in dezelven beweegt: dit 
lch3^t dus nog niet overeenkomftig onze bovea 
gegeven verklaring, dan men merke hierop aan^ 
dat men in deze Cónftruétie niet de waaré maari 
At' fchjnhaare beweging gevolgd heeft , en dit is 
de reden , dat de Hemel-^ Globe , en niet de Cir«. 
kets , die dezelve omringen , (welken eigenlyk tot. 
it jiard^ Globe behóorcn) , zich beweegt; meH 
zou zeker ook de Hemel- Globe zodanig kunnen iA» 
lichten , dat dezelve de Problema's naar de waara 
beweging oploste ; doch dan zou het gebeuren dat 
men foms die Sterren , welken wy in ons Zenith 
recht boven ons Hoofd zien, aan de onderde op« 
pervlakte der Globe moest zoeken^ waarom wy 
om deze gelyk ook om andere redenen ^ voor de 
Hemel Globe de gewoone ftruAure, als de beste 9 
behouden. 

do6. Het is deze fchynbaare beweging des 
Sterrenhemels, welke men ook op de Con(lruc« 

K3 tie 



j 



1^ VbMblykingvan os nieuwe Coi«st&uctib 

tic der Jlêrd'^ Glubt heeft toegepast , en waar uit 
de iiirichtiiig der Aard^ Giöbe is voortgefprooten » 
jioo als men dezelve gewoonlyk gebruikt) dtn 
indien y^'V de zaak wat dieper doorzien , dan ia 
bet eigontyk gezegd nog fchynbaare nog waaf% 
beweging , welke men door de gewoone Aard* 
Olobe afbeeld ; want by de fchynbaare beweging 
komt geeue beweging der Aarde om haar' As to 
]pas , gelyk men die egter aan de Globe geeft ^ 
en om de tvaare beweging aftebeciden , moet mea 
ÓQ Aard* Globe door de Ecliptica doen omriii* 
gen, gelyk wy gedaan hebben, wil men den (land 
der. J^ 9 der Maan , of van eenige Ster voor 
een zeker gedeelte der Aarde bepaalen; 't is waar» 
de Hier Adams gebruikt ook den Herifon vaa 
syne Aard^ Globe wel eens voor de Ecliptica^ 
doch in dat geval miat men dan geheel den Hori^ 
fin^ tn veroorzaakt door deie verwiafeting wel* 
Hchf verwarring voor den leerling ; gebruikt mea 
den Horiron voor den Cirkel, weike het verlichte 
en onverlichte gedeelte der Aarde aflcbeid , ge« 
lyk de I/eer Adams mede in fommige gevallen 
doet, dan mist men en Ecliptica en ffóri/onj en 
men verliest dus daardoor de gelegendbeld om 
de betrekkingen te verklaaren , welken deie Cir» 
keis geduurig tot elkander hebben , terwyl men 
ook nimmer in ftaat is, het naauwe verband tus* 
fehen Sterre* en Aardrykskunde zoo duidel^ 
agntetonen , ajs wanneer men en Ecliptica en 
ffari/on en Equator geduurig voor zich ziet. 
•'to7. Onze nieuwe Aard -Globe Vereenigt dua, 
alt ^ waare^ ^ Iftmfl* en ^A^rd^CMe^ te zaa« 

men. 



Dsa Aaed* Globe met dk oupE» Mfft 

men , vertoont ons de i^aare beweging der Atrde^ 
eo lost de oorzaken der Hemelfche verfchynfih 
Iftn op die wijze op , ftii wy dezelve ons door 
de bewegfog c^r Aarde veroorzaakt moeten 
voorftdlen fdaata te hebben ( terwyl de Hemd^ 
Globe ^n^BX de gewoone inrichting « dat is naar die 
van den Heer Adams , (waut deze is zéker bovea 
de ondere te ftelleu), ons de fchynbaare bewe* 
ging verktaait , en gefchikt is om by de befi:hoii<» 
wing van de fchynbaare beweging des Hemels 
gebruikt te worden ^ t(^ welke belchonwing wy 
nu overgaan* 



W. HOOFDSTUK. 

Beschryvino vak t> e Hemel- 
Globe, afgeleid üit de schyh* 

BAARE BEWEGING DES HeMELS. 

do8. Men is gewoon in de Sterreknnde tweeër« 
ld beweging te ooderfcheiden , de waare en dé 
fikynbaare bew^iig. — De waare beweging is 
die der Aarde, van dewelke wy in het L HoofU'- 
fimk van dit lloek gefproken hebben , en welke 
door onze nieuwe Aard^Globe wordt afgebeeld ; 
en dé fehynbaare beweging is die des Hemels , 
welke door de Hemel -Ghbe vertoont wordt es 
van weUce wy in dit Horfdftuk moeten fpreeken^ 

aopb De fchynbaare beweging is die , welke 
wy eiken dag en elk oogenbUk kunnen waame- 
joeo 9 eu volgens welke wy de Zan ^ Maan en 

K 4 Ster- 



1^1 Al'ClMBlMB BBSCH0VWIN9 TAM ^B 

^erren dagclyks zien op- en ondergaan; wy zien 
volgqns dezelve den ganfcben Steirenheniel in 
m uuren zich rondom ons bewegen , volgena 
dezdire de Zón in ^5 dagen de ia Teekena der 
Keiiptiea doorloopen, it. Planeten geduurig van 
fiand veranderen ^ en eenen onvasten loop behou- 
den 9 en de Maan^ van de eenc Ster tot de an« 
dere gaande, na verloop van eenige dagen weder 
tot dezel vde Ster wederkeeren , en , in één woord ^ 
arte die verfchynfelen , welken wy by eene aan- 
d^htige berchauwing des Sxerrenhemels kunnen 
waarneeoien^ 

AIO. Het is dé waamceming van de fchynbaattê 

beweging des HemeTs , welke ons tot de kennis 

van de waare bewei^ing en va» derzelver wetten 

heeft moeten breng.^n , en eene aandachtige bfr* 

fch^uwiog dt^rzelve , geholpen door eenige tan- 

leidiug tot opmerking , afgeleid uit bet te voo- 

ren gefielde « zal ons in flaat kunnen (lellen , 

om proeffinderv^Helyk de waarheid van het te 

vooron j^czegde omtrent den loop van onze Aarde, 

ée Maan en de overige Planeeten te leeren ken* 

ven; zal men es^ter van deze befchouwing eeni^ 

ge wezenlyke vrucht trekken , dan moet de» 

selve gepaard gaan met daadelyke waarnemingen 

Itan den Sterrenhemel zetven , geholpen door de 

waarnemingen van anderen vöór ons , wyl onze 

keftyd re kort zoude zyn , om waameemingen 

te doen , die op een* genoegzaamen aflland van 

fyd van elkander zyn 9 om met zekerheid de be« 

wegingen der Hemelfche Ligchaanen te bepaalen ; 

«cuwcu zya '«r vorloopen , eer meii in de Sterre* 

kWh 



• eSTHBAARB BEWEGING DES HEICEL».^) 

kunde tot die hoogte gekomen is , dat men del 
beweging der Planeeten en zelfs der Maan , dief 
ons zoo naby is , naauwkeurig heeft kunnen bepa»* 
len , CD de waarnemingen doen van tyd tot tyd 
ons dezelve nog naauwkeuriger kennen; met dit 
al moet men het zich nimmer als onmogelyfc 
voordellen , om door eigen waarnemingen te kuB« 
nen bevestigd worden in de zekerheid van het 
geen door de Sterrekundigen als waarheid worde 
voorgedragen : hiertoe is voor een' ieder gelegenA- 
heid, die zich daar toe eemgcn tyd wil gunnen, 
en wy willen trachten in dit Hoofdftuk daartoe 
behulpzaam te zyn; wy zullen, om duidelyk te 
xyn in onzen lezer zoo weinige kundigheden ver« 
ondèrftellen als mogelyk is , alleenlyk begeeren* 
de dat hy geen volftrekte vreemdeling zy in de 
cerfte beginrelen der Aardrykikunde , ten minde 
eenige Mathematifehe kennis hebbe , en inzon« 
derheid de Eerfie be^nfeUn der Sphetr^ zoo alg 
zy in het I. Hoofdduk van dit Werkje voorko-: 
Hien^, verda, 

21 !• Eer wy egter tot deze befchouwing ovefw 
gaan , moeten wy de plaats kennen , van deweti» 
\t wy onze waameemiugen doen , # en de hulp- 
middelen , die ons in het doen derzelve van 
dienst kunnen zyn. — Wanneer wy ons verle» 
digen om den Sterrenhemel met een aandachtig 
oog te befchouwen, en derzelver bewegingen op 
te merken, begeven wy ons op cene open vlakte, 
waar geene gebouwen , boomen of andere belet» 
felen ons hinderen de Sterren aan alle oorden des 
Hemcte gsde te ilaan ; wy bevinden ons op de 

K 5 op* 



f54 Al.«mUXBM£ BE8CH0VWill« VAM BK 

oppervlabe der Aarde , en worden alsdan door 
akts int aas gezigt belet , dan door de fchynbaa« 
re vereeniging vau Lucht en Aarde , welke , rond- 
081 oiu&e ftandplaats zich uitftrekkende , eeaen Cir- 
kel vormt j wkns vlak als de ftandplaats onzer 
befchouwiog moet worden aangemerkt ; men noemt 
dk vlak de Hari/in ^ en Wy hebben dezelve $ 
lo6. reeds leeren kennen » en wiUen hier niet her* 
luialen 't geen wy daar reeds gezegd hebben ; 
siefi herkeze dus hier bepaaldelyk die 5 S» ^ 
beTchouwe dezelven als hier tusfcben gevoegd ; 
de ikrifin is dus het ecrftc vlak , 't wcfc men , 
om de fchynhasre be\iregtng des Hemels waarte- 
neemen, moet leeren kennen» gelyk het» het vlak 
van de Ediptica is , 't welk men het eerst moet 
kennen, als men de wwart beweging naarfpoort, 
% 70. In den Hemel «Globe is daarom ook de 
Hmfin^ Horifontaal , dat is. waterpas' geplaatst; 
het is de Curkel ABC , Fig. 40» welke de He^ 
mihGlobe omringt» en in welken deze als in een* 
ftoel geplaatst is; de voornaamfte verdeeling van 
den HBufin , welke men zich behoort eigen te 
maaken » is die naar de vier hoofdftreeken van *t 
Compas : men behoort de plaats van het Zuiden » 
van het Naarden j van het Oosfen en van het ^x* 
tem 9 daar» waar jnen zyne waarneemingen doet» 
weeten aantewyzen: men kan zich daartoe van 
een Compasje bedknen » en behoort zkh daarby 
te herinneren » dat het voomamentlyk in het 
Zuiden is» in het welke de meeste Sterrekundige 
waarnemingen gedaan worden; kent men de vkr 
Hoofdfticeken des winds » daa zal het vtrvolgens 

niet 



i . 



• CHmiAAAB BEWB0IIIC PCf HfiUEX.i»ig^ 

aiet moejélyk zyo ook de nisfchenftreekeii» m 
dus alle de 31 ftreeken ^ in dewelken de Harifon des 
Hemel-- Globe verdeeld is 9 te leeien kfiniien. 

Sktu Alle de Sterrekundige waameemiogen be» 
rusten op het nemen van de hoogto der Sterrea 
boven den Hórifon , en het meeten van sekerft 
hoeken « waarom men £ieh dus een juist denk« 
beeld behoort eigen te maaken , wat de hoogte 
der Sterren' is , en hoe men dezelve gewoonlyK 
meet ; wy zullen daardoor een paar eenvouwige 
\verktuigen leeren kennen , die ons in het doen 
der waarnemingen behulpzaam , en zelfs onont* 
beerlyk zyn.. Wanneer men op de lyn AB Fig. 
43* eene andere AC trekt, dan maaken deze lynen 
te zamen, in A,een* hoek, welke gemeten wordt,' 
door den boog BC, die uit A als centrum getrok* 
ken wordt; befchouM^ men AB a}$ den Hort fin ^ 
ditn 18 de lyn AC de lyn, langs welke wy eene 
wekere Ster ,C 4ien, en de boog BC is de hoog* 
te dier Ster boven den Horifi» 9 die dus gelyk is 
aan den hoek C AB ; dan, hoe meet men nu dezen 
boek C A B aan den Hemel ? Om dezen hoek te 
meeten , bedient men zich v?n een werktuig , 't 
welk men een Quadram noemt : men ziet het 
zelve In de 44. Fig. afgebeeld ; het beftaat uit een* 
Cirkelboog A B , welke naauwkeurig het J ge- 
deelte van een' Cirkel uitmaakt , en in 90^ ver- 
deeld is ^ aan dezen Quartcirkel is éen Winkel* 
haak A£, £B vastgemaakt, en uit C, het welk 
het middenpunt van den boog AB zyn moet 9 
hangt eene loodlyn CD » aaa wier onderile ge- 
deel* 



pgS ALOiuksMt aiic>oowiir«.TAN vm^. 

(teclte een gévlgt bingt, het welk de loodlyn te 
iDod doet neder bangen. 

3^3. Üe lyn AE van het Qtmirsiu gebnükc 
Ben, om langs dezelve naar de Ster S te zien , 
«B als dan wyst de loodlyn CD op den boog. 
AB) de hoogte der Ster S aan, xoodat de hoek 
BCD gelyk U tan de hoogte der Ster S ; Iaat 
ons dit dooT' een voorbeeld duidelyker maaken r 
AD> Fig* 43* cy de Horifon; C eene zekere- 
Sta*, welke langs de lyn AC van den Waaiw 

. aemer gezien wordt; acb is dan het Quadrant,- 
xoo even door ons omfchrcveii; ac de zyde van 
bet QmadrmHt , langs dewelke men naar de Ster 
C. ziet , en c e de loodlyn ; dan zeggen wj' zal 
de boog be jelyk zyn aau de hoogte der Ster, 
dat is aan den hoek CAB; dat dit zoo is, kan 
men gemakkelyk uit de eigenrcbappen der drie- 
boeken bewyzen , want verlengen wy ce tot in 
d, dan zal Acd een rechthoekige Driehoek zyn , 
waarvan de hoek d recht is , en dus de twee- 
overige hoeken te zaamen gelyk 90**; daar nn 
de boog ab uit c als Centrum getrokken is, zoo- 
Is de hoek c gelyk de boog ae, en de boog eb> 

' ia bet Compliment van den boog. ae, en dus gelyk: 




^eHTH^AAltB aiWIClMO DES HEIItté.15^ 

" dt4* Indiea men egter zich van dit Quadranr 
met meer gemtk bedienen wil , dan moet het^' 
zelve op een' voet gefield worden , en tot een 
werktuig ingericht , zoo als hetzelve in de 45?» 
Jig. wordt afgebeeld, — ~ IHG is een krui»- 
voet, van drie Schroeven I, H en G voorzien: 
deze voet draagt het geheele Werktuig , en de 
Schroeven zyn gefchikt om hetzelve behoor^ 
lyk Waterpas te kunnen ftellen ; op dit kruis ligt 
een ronde Cirkel F E , welke in graaden ver- 
deeld is; op dezen Cirkel FE is de recht- 
Aandige Standaart AB geplaatst, welke in het 
centrum des Cirkels FE beweegbaar is, en door 
een' wyzer B C , op denzelven de graaden aan- 
wyst ; aan den Standaart AB is het Quadrant 
D K L , in C vastgemaakt , om dit punt C als cen« 
trum beweegbaar , terwyl M N de Loodlyn is ,. 
van dewelke wy reeds gefproken hebben. 

015» Begeeven wy ons nu, van dit werktuigf 
voorzien , naar het open veld , öf naar eene ande<( 
re gefchikte plaats, om van dezelve een ruim ge- 
zigt van den Sterrenhemel te kunnen hebben ; 
plaatfen wy ons zoo dat wy het Zuiden recht 
voor ons hebben, dat is met het aangezigt naar 
hetzelve toegekeerd* zyn; dan hebben wy aan ort- 
ze linkerhand het Oosun , aan de rechterhand het 
Westen^ en agter onzen rug het Noorden; vestigen 
wy onze aandacht inzonderheid op de eene of an- 
dere heldere Ster, die in glans boven de an- 
deren uitmunt , en wel inzonderheid op deze , die 
in het Zuid- Oosten eenige graaden bof^cn dei| 
.UHorifin door derzelver glans onze aandacht tot zich 

trekt. 






iga At.«>iciBiiB ■■9oaoinriM« rA» »b 

trekt (*), meeten wy met ons QuadniA derzelver 
iKmgtti dit geTcbied op deze wyze dtt dwq, het 
QttadnDCwatcrpis gebeld hd>bende, hetzelve nMC 
de Ster toekeert , en hetzelve die helling geeft » 
dat men de Sttt door de vizieren P en O ziett 
kan ,. daa zal de loodlyn oni aanwyzen dat de 
hoogte dezer Sier 24° is. — Eene tweede Ster, 
op eene grootere hoogte , genoegzaam recht bo- 
Ten de eerfte , trekt vervolgens onze aandacht: 
wy meeten almeede derzclver hoogte » en vinden 
dczdve te zyn 6B°. — Dan eer ^vy onze waar> 
aeningen verder voortzetten , moeten wy eene 
•aomeriEing maaken; wanneer wy den voet van 
het Quadrant geheel onbeweegelyk laatcn Haan , 
en het Quadrant zelven alleen beweegen op des- 
xelft fpil G , dan befehryft hetzelve eenen boog 
aan den Hemel, welke rechthoekig, of l<)0drechc 
op het vlak van den Horifin (laat , omdat de 
fiandaart, waaraan hetzelve is vasr^maakt, ver- 
onderllcld wordt te lOod te liaan; deze boog nu 
wordt een f^rrtieaa/e boeg oï wel Ftrticaal ge- 
laamd; denzelven van (Jen Hotifan af opwaart» 
trekkende, gaai hy doot dat punt des Hemels, *e 
welk lecht bovtn ons hoofd is , en het is dit putte 




ferpaidkuliUv of te hod ftaan ; en korifontaat wcn^ 
den alle lyncn of boogen genaamd, die waterpas 
ay», dos wordt alle bcwegii^ in den eerden zin 
tent Feriicéfsle , en in de^ laatden zin eene Hih 
tifimNudê beweging genaamd ; eene Vertkaale be« 
weging geeft men aan het Quadrant, als men het- 
zelve op den Spil C doet ronddraajen, en mes 
geeft hetzelve eene IhrlfonPaale bewegmg , als men 
liet met den ftandaart in het middenpont Tan deir 
Cirkel EP doet rondbewegen. 

Ai6» Laat ons nu na eenigen tyd toevens w«« 
derom dezelvde Sterrea waarnemen , en zten of 
éezelven nog op dezelvde hoogte aan hetzelvtfc 
punt des Hemels gezogt moeten worden : \rf 
wSkn daartoe één uur laaten verlopen; <^ dan 
w^ naar deze beide Sterten ziende, zien wy reed9 
met het bloote oog dat haar (land veranderd 
is , dat zy veel hooger tan den Hemel gezc^ 
moeten worden ; wy zien zelfs , dat wy zoo wel 
den Horipmtaalen , als Ferttcaabn ftand van o^ 
Quadrant moeten veranderen , dat wy betzehie 
neer naar dat punt, waar on» Ctmpas ons bet 
Zuiden aanwyst, moeten draajen en dat deszelft: 
FmicaéUe beweging naar de hoogte zyn moet ; 
dusdoende nemen wy de hoogte der eerst waar* 
genomen Ster , thans waar te zyn 40^ , en de 
hoogte van de tweede 75^. 

317. Wat leeren wy nu reeds uit deze beidiar 
waarnemingen ? dit , dat deze Sterren niet ftiU* 
ftaan , maar zich bewegen , en dat deze bewe» 
ging niet in eenen Ferticaakn boüg gefcbied, maar 
ia eenen van denzelvcn verfthillende ^ dat zy he6 



y 



,lfi0 AL«llfEKai SISCHOOWIHO TAM »t 

Ziidm aaderen , ea zich van bet Omms vemy» 

dereD. 

fliS. Lut ons .nu, ns weder iéa uur te hdtben 
luteo verloopea , de hoogte dezer beide Steciea 
liog eens wumemea , ea wy cullen beviDden f 
dat wy al weder dea Herifiiuaakn ftand van on* 
Qmdr*nt moeten veranderen , (wel verftaan bet 
altoos op dczelvde plaats laatcnde ftaan , maar 
" alleen hetzelve op dea voet bewegende «) en ne* 
. men nu de hoogte der eerfte Ster waar 44'*, en 

Tan de tweede 73°. Dan hier ontdekken 

«ry iets, 't geen onze opmerking verdient: da 
eerfie Ster, die wy waarnamen, had by onze eer* 
fte waarneming eene faoogte van 34** , •~— ver» 
volgens van 40" en nu van 44* — en de twee- 
de Ster was eerst 68° hoog , voorts 75** en nu 
75®; de ecrfté Ster is dus nog telkens in hoogte 
toegenomen , en de laatfte bevinden wy nu by 
onze derde waarneming 09 lager, als by.onze 
voorige : wat mag hier de reden van zyn ? Laat 
ons , om te oiitdekken of ook iets dergelyks om- 
oent de eerfie Ster zal plaars hebben, deze tel- 
kens waarnemen , om te zien of, wy het pupit ont- 
dekken kunnen, waarin dezelve het hoogfle zyn 




liea wy ^ éat de ftaad vaU ons Qyadrant tèt 
dier tyden juist overeeakonat . met dat punt des 
Hemels , waar ons Compas ons het Zuiden tan- 
wyst» 

019. Weder eenigen tyd gewacht hebbende , He- 
knen wy weder deze belde Sterren waar , en vinden 
dat de hoogte der eerfte is 41^ ; en der tweede 
S8J^ (*) ; wy zien dus dat deze beide -Sterrei^ 
nu merkelyk gedaald zyn , en zouden , wanneer v^ 
dus on^e waarnemingen tot in den vroegen mor* 
genftond van den volgenden dag voortzetteden ^ 
de eerfte den Horifon lEien naderen en gefae^ 
ondergaan (fj). 

ado. Dan laat on^ op . den Volgenden nVoYid ^ 
terzelvder tyd eens weder deze onze waarneming 
gen hervatten , en zien of wy ook de^e zetvdé 
Sterren weder «ien zullen, én of de beWeging^ 
Mrelke wy aan deze beide Sterren hebben waarge^ 
nomen 9 ook door ons aan anderen ontdekt wordt t- 
hiertoe zal het noodzaakelyk zyn^ dat wy op den 
Oand der overige Sterren wat naauwkeuriger acht 
Haan, en daardoor opmerken ^ of zy , dezen (famd 
behoudende, gezamenlyk eene beweging Van het 
Ü9Sfn naar het Wesun hebben , gelyk wy op 
den vorigen dag by de toen waargenomen Sterreil 
^tdekt hebben. 
&ai. Al ras ontdekken wy weder de te vofea 

waal>' 

(^ Deze is de Aoogte van Athair en tira^ 's middemachtt téd 
W taven van den a Augustus. 

(t) Athair güit» op den 3 Augastui> onder dei lÜDiténi iM ' 
f I vaam» 

L 



lA» AfcCIMfeENB BZSCHOUWIKI TAIT DB 

wurgenömeo beide Stenen, vinden haare Uodgté 
nigenoeg deêelrde , en ontdekken nu ^ by eene 
naauwkeuijge befchouwing des Hemels, dat ntet 
lUeen deze beide Sterren , maar de gantfche tn&- 
Bjgte fan Sterren eene beweging in dezelve ricli- 
ting beeft , ea wy worden daardoor opgewekt ^ 
set meerder oaaUwkeurigheid én met meer na- 
denken-onze wumetningen te regelen ; wy bad- 
den gisteren opgemeikt, dat elke Ster, in een ze- 
^r punt des Hemels, haaren hoegften Hand boven 
onzen Hori/gn bereikt heeft, en dit doet ons be- 
fluiten eens te onderzoeken, of deze punten, iii 
dewelken verfchillende Sterren het hoogst boven 
den Horifin (laan , ook cenigc betrekking op el- 
kanderen hebben } ten einde dit te ontdekken , zul- 
len wy trachten bet tydftip aantetreifen , dat de 
fMve^eSter , die wy gisteren waarnamen , hadr* boog- 
flen ilaad bereikt beeft; wy wceten nu, daar wy 
de boogte van deze Sier op 75^ hebben waar- 
genomen , dat dezelve deze hoogte en nog wel 
mógelyk tets meer bereikt : wy meeten dus der- 
zctver boógte , en het tydftip gevonden hebbende 
dat de Ster deze boogte bereikt beeft , gaan wy 
litaren loop nog een weinig naar, zien haar de 




SCHTMBAARE BEWEGINa DES HEMEI.S4X63 

(land aan den Hemel bereikt hebben, in een' en 
denzelven Ferticaakn boog is. 

A2d« Daar wy nu reeds met het bloote oog aan 
den (land der vaste Sterren ontdekt hebben, dat 
de beweging derz^lven eenpaarig naar des^élvdê 
Xlrcek des Hemels gericht is , zoo doet ons dit 
natuurlyk vraagen , of dan alle vaste Stenen iü 
dezen zelvden Verticaal haar* hoogden (land boveii 
den Horifon bereiken? dit te beflisfen zal nu tiieé 
meer mocijelyk zyn : wy kennen den Verticaal^ irt 
welken deze beide Sterren haar' hóogften (land \^ 
reikt hebben; wy kunnen, door middel der vei> 
dceling op den Cirkel E F , denzelven aanteekènen ^ 
tn alle Sterren , welken in dezen Verticaal aan deri 
Hemel door ons worden gezien , waarneemen ottt 
te zien of zy harren hoogden ftand in dezen 
zelvden Verticaal zullen bereiken ; dit doende zul« 
len wy wezenlyk ondervinden , dat ja alle Sttr^ 
ren in denzelvden Verticaalen boog, alhoewel of^ 
zeer verfchillende punten, haire grootfte hoogte 
bereiken; terwyl de ftand van ons QuadtaHi ott* 
de richting van dezen Verticaalen Cirkel , vtó' 
het Zuiden naar h^t Noorden loopende, aanwystf 
te recht houden wy dezen Ctfkel voor een' der 
i^nttierkelykften na den Horifon ; te recht bcfchou* 
Wen wy denzelven als gewigtig voor onze waïfw 
nemingen, en oordeelen het dus noodzakelyk hètii 
eenen byzonderen naam te geeven* 

fl^S- Wy hebben tot hiertoe onze befchouwliK' 
gen nog altoos by de Sterreti bepaald^ en bdf • 
niets omtrent het grootfte licht, dat vfy aan den' 
Hemel waarneemen , gedaan $ dat de JËiw ook ,'• 

Ld ge- 



1^4 ALGBMBBiri BESCQOUWIMO TAM DM 

gelyk wy diands van de Sterren gezien hebben » 
dagelyks allengskens boven onzen Horifon ryst » 
en op zyn hoogst gekomen zynde wederom daak, 
15 reeds door eeae ^emeene opmerking zoo bekend 
aan ons, dat wy dit niet behoeven naartefpoorenj 
wy weeten ook , dat de Zon op den middag op 
haar hoogst ftaat; dan , valt deze hoogde (land 
der Zm ook in denzelvden Ferticaal met de 
vaste Sterren voor, van welken wy zoo even fpra* 
ken ? dit dienen wy nader te onderzoeken , en 
deze waarneming zal ons Iccrcn, dat de Zon op 
den middag, dat is ten 12 uuren, juist in dien- 
zelvden Ferticaal^ van denwelken wy zoo dikwils 
Jpraken, haar' hoogften (land bereikt , en wy oor* 
deelen daarom ook aan dezen Verticaal geen ge- 
fchikter naam , dan dien van Meridiaan of Mid^ 
dag' Cirkel te kunnen geeven. 

^04. Wy weeten dan nu, door deze waarne- 
mingen , dat de Meridiaan een Cirkel is , welke 
rechthoekig op den Horifon (laat, $ lai, en wel- 
ke dus door de Poolen des Horifom gaat, $24, 
en daar wy den Horijbn als een' grooten Cirkel 
der Spheer moeten aanmerken , wyl wy in het 
jniddenpunt van denzelven geplaatst zyn, en zyn 
omtrek gelyk is aan den omtrek des geheelen voor 
ons oog zi^tbaaren Sterrenhemels , zoo moeten 
wy ook den Meridiaan als een* grooten Cirkel 
der Spheer berchouwen , welke den Horifon , gelyk 
ook de gcheele Hemelkloot , in twee gelyke deelen 
^deelt , S 9 ; dan dit doet ook elke Ferticaal; deze 
Vtrdeelt ook de geheele voor ons zigtbaare kloot 
ées Hemels ia twte gelyke deelen; deze flaat ook 

techi» 



fCHTNBAAXE BEWEGING D£S HemBLS«X(^ 

rechthoekig op den Horifon : waarin is. dan de 
Meridiaan van eiken anderen Fèrticaal onderfchei- 
den ? — Deze vraag zullen wy het best kannen 
oplosfen , als wy de beweging des Hemels wat 
Bieer van naby bezien. 

025. Wy moeten elke Ster, die wy aan den 
Hemel waarnemen , befchouwen als eene ftip op de 
oppervlakte eener kloot geplaatst; elke zoodanige 
ftip nu is het uiteinde van een ordinaat^ welke, 
zoodra de bol of kloot om zyn* As zich beweegt » 
een' Cirkel befchryft , $ 7 ; deze Cirkels nu van 
elke ftip van de oppervlakte eener kloot zyn para^ 
lel aan elkander , want de ftippen behouden 'alle 
haaren ouderlingen ftand , befchry ven dus door de 
omwenteling der kloot een oneindig aantal pun- 
ten , welken alle te zamen eelien Cirkel uitmaken ^ 
die dus ook paralel is aan den Cirkel, die elke an- 
dere ftip, op de oppervlakte deV kloot geplaatst, 
befchryft; pasfen wy dit toe op de Sterren, dan 
zien wy dat de Sterren door de omwenteling des 
Hemels paralellen befchryven , die 'even om die 
reden ook alle kleine Cirkels zyn, %9txii2i alle 
deze paralellen nu worden door den Meridiaan ^ 
en door geen anderen Fèrticaal, midden door ge- 
deeld , omdat het gedeelte dezer paralellen , dat aan 
de eene zyde des Meridiaans gelegen is , even 
groot is als het gedeelte , dat aan de andere zy- 
de gelegen is , gelyk wy dit kunnen waarnemen , 
als wy het tydsverloop van den opgang van eenip 
Hemellicht tot den tyd van den doorgang van 
hetzelve door den Meridiaan gelyk bevinden aan 
^t tydsverloop van den do<Mrgang door den Meri^. 

L 3 diaan^ 



$E6 A&aiiiuirBUscaouwiK«TAM]>« 

jittÊt tot 4ttielft métrgtmgi maar wordea alk 
jfge p MfUnfH door den MttïdtMn midden door- 
-yjpyU , flan fMt ook de Mtridtamt door 4« 
poolM faa alle deie PtnitBen , en dus door df 
ptwla des Bols, en dan is de As der Hemcikloot 
«gk in het ^riik Wl den Meridiaan gelegen , 5 13. 
n Ihcc in veilUiilt dus de Meridiaan van slle 
tndcfe Ftrtkaalêm , dat in deszelfa vhb de ^f , 
pa welken wy den gantfchen Sterrenhemel zien 
tfruJHii gelegen js; en derhalve is de Meridiaau 
tXka gtlchikt om ons de nadere eigenrcbappea 
jna de oipwenteling des Sterrenhemels nader te 
licfen keoiien. 

jUlS. Wy kennen dan nu het vlak van den ^t 
4r* Hcaads, zoodra wy den fland van den Meri- 
^§m kennen; dan het is nu ook noodzaakelyk de 
yliats van de Pool des Hemels te kennen, omdat 
■^ jurdoor den fland van dezen As y en dus ook de 
glhgCiidheid der Plaats, waar wy onze waamemin- 
!■ doen , leerea beflemmenj (wy onderllellen dat 
MM kzer weet wat de Geographifche Breedte eener 
|JWU sy* en dus ook dat de allland eener plaats 
xm de Pool der Aarde gelyk is aan het Compiimettt 
HM^pieedte, $ 18O Wy zagen, $ oa, dat de 




«P]iTHQAAit£3BWCGIKi3 DES H£M£L6.|fiy 

Meridiaan gemeeten» te befiemmen, ^n d;iardoQ( 
ip, (laat de plaats fier Pool te vinden ; ippiers daat 
yfy reeds hebben opgemerkt , dat dezelvde Sterren 
9Biftreeks depzelvden tyd eiken avond zigtbaar zyn^ 
900 befluken wy hieruit, dat, daar de Meridiaan 
den Cirkel , dien elke Ster l^efchryft , in twee geiyke 
4eclen deelt, die Ster ia uuren aan den eeaen ei| 
1% uuren aan den anderen kant van den Meri^ 
diaan zyn moet ; dezelvde Ster zal dus , na ten 
8 uuren 's avonds ,door den Meridiaan gegaan te 
;syn , na ia uuren , dat is des morgens ten 8 
uuren van den volgenden dag, weder in d^ 
Meridiaan moeten zyn ; het komt 'er maar op 
aan of dezelve dan boven onzen Horifon , en duy 
voor ons oog zigtbair is, 

227. Om dan te onderzoeken of 'er eenige Ster 
zy , welker doorgang door den Meridiaan men 
zoo wel aan de eene zyde der Pool als aan d^ 
andere zyde derzelyc kan waarnemen, iperke me|i 
aan , dat , wanneer wy den Sterrenhemel aandacbh 
tig befchouwen , wy laag in het Zuiden Sterren 
den Meridiaan zi^n pasfeeren , welken zwt kleij^ 
Cirkel bogen voor ons oog befchryven , en di;s 
maar voor een' korten tyd voor ons zigtbaar ?yn ; 
^an ons oog vestigende op Sterren, welken op eene 
grooter hoogte door den Meridiaan gaan , zien 
wy dat ook dezen grooter voor ons zigtbaare Gir- 
Icelbogen befcbryven , en dat hoe hooger de StejP^ 
ren door den Meridiaan gaan , hoe grooter de 
Cirkelbogen zyn , die zy boven onzen Horifpn tf^ 
}eggen; d^ nu ons oog naar het Nouden wen- 
ende p zien \n ook a)d»ar Sterren , en vragci 

L 4 oas« 



\ 



cnszelven te recht , waar gaan deze Sterrcin on- 
der? Wy zien dezelven vlak in het Noorden i naaf 
bet O^j/^/^ voortgaande, ryzenzy weder, enkunncft 
ohs dus het punt des Horijbns niet voordellen , ki 
hetwelk zy zouden ondergaan; konden wy hictr 
eenige heldere Sttïr , welke üoor haar' meerdeS 
ren glans , of door haar*^ byzonderen, ftajid, ons 
oog trekt , opfpooren , dan zouden wy kunnen 
?ren of wy den gehceten Cirkel , welk-en dez^ 
doorloopt , kunnen zien , deszelfs middenlyn ia 
graaden meeten , en daar uit de gelegendheii vaa 
de Pool jbepaalen.. 

flaS. *EV zyn zeven Sterren, welken nagenoeg 
i^ dezen ftand itaan , en dJQ hiertoe zeer ge« 
Gehikt zyn. 

«♦ * * ^ * 

pésse Sterren zyn doorgaands onder den naam^ 
Tan dun grooten Wagen zeer bekend, en gemakt 
kelyk aan den Hemel' te vinden : zy gaan in 
onze Noordelyke gewesten nooit onder; laat ons. 
onderfteHen , dat wy op den a. December , de& 
fvonds ten 5 uuren , de hoogte van de Ster 
geteekend a waarnemen, welke wy bevindea 
te zyn 06^; ten 6 uuren nemen wy dezelvde 
Ster weder waar , wanneer zy ons net in het 
Noordtn fchynt te zyn , en bevinden haare hoog- 
te te zyn 05^^ — ten 7 uuren die zelvde Ster 
weder waarnemende, zien ^vy dat zy weder ge» 
/klommen is tot fl6^; en nu tot den anderen mor- 
den ten 6, uuren , dat is ia uuren na dat zy in 
\ NWfi^fi of ta den f^oordirr Meridfnan gewéeA 



ItMTMBAARS BEWEGIMC DES HEM BLS. l^ 

is ) wachtende ^nemen wy weder haare hoogte waar i 
en bevinden dezelve te zyn 79 j^ ; de grootflé 
hoogte van de Ster «, van den grooten Wagen 1^ 
is dus , • • • « 794^ 
de kleinfte hoogte. « % « « ^l 

dtt& is de boog van den Meridiaan , welke dt 
Diameter van den Cirkel van deze Ster bepadt» 
54^ , 't geen de dubbele afRand van de Ster van 
de Pool is : dus is de afllaod der Ster van dt 
Pool a7^, en bierby geteld osJ^, of de 'kleinfte 
hdogte ^ der Ster , zoo geeft dit voor de Pools» 
hoogte 5di^9 waaruit wy dus befluiten kunnen 9 
dat de Breedte wzxi Amflerdam^ de plaats onzer 
waarneming , 505^ is , $ 36. — De hoogte der 
Pool of de Poolshoogte bekend hebbende , kuo» 
nen wy nu ook gemakkelyk den aflland van het 
Zenith tot de Pool kennen ; ^ant de stfihmd van 
bet Zenith tot den Hmfon is ^?i hier afge- 
trokken de hoogte der Pool g%l^ ^ zoo rest voor 
de afiland van de Pool tot het Zenith 37!*. --^ 
Ook zal de kennis van de hoogte der Pool ons 
dezelve gemakkelyk aan den Hemel kunnen doen 
kennen , want het Qmdrani verheffende ^ dat de 
Joodlyu juist $a^ aanwyst , en bet Quadrant zoo 
gefteld zynde dat het net het Noorden aanwyst ^^ 
;?ullen wy , door de vifieren ziende , net de PO0I 
zien 9 en daardoor ontdekken dat 'er eene Ster 
j^seer dicht by de Pool ftaat, welke men daarom 
ook de Poolfier gewoon is te noem/en. — . Wy 
jy^eten dus nu dat de Meridiaan rechthoekig op 

L5 ^ 



J é 



■-^ # - 



f/fQ Ai^BlCIEXE BESCHOUWING VAM DS 

d^ïi flqrifoo ftaat , dat hy dqor ons Zn^ith ep 
4por de Pool gaaf , (de Pool , welke fey op| 
£<gtbaar is « noepit men de Noord- Pao/ 9) ^ Ji^j 
2al pa dit alles niet moeijelyk zyn zich te yer-» 
beelden , dat de koperen Cirkel D C E A def Ho- 
mei- Globe, Fig. 40, dezen Meridiaan afbeeld; 
bet ia het gedeelte A D C deszelven , dat boven 
fbn Horifin ABC verheven is , van het welke 
fi^ dus lange gefproken hebben* 

939. Wy kennen nu den Horifon , wy kennen 
dsn Meridiaan , en weeten dat de As der Hemel- 
kloot in het vlak van dezen laatften Cirkel gele- 
gen zy; dan willen wy eenige nadere kennis be- 
komen van de beweging des Hemels, dan moe- 

r 

ten wy den juisten (land van den Meridiaan op 
cmzen Horifon , dat is de Juiste plaats van het 
Xniden , zeer naauwkeurig weeten te bepaalen : 
bienoe nu zyn 'er verrchillende wegen ; de ge- 
Dakk^lykfte is .de volgende : men necme een 
pitnkje, en trekke op hetzelve verfcheiden Cir- 
kels , zette in het middenpunt van dit plankje 
een (lokje perpendiculair op hetzelve , en plaatfc 
dit plankje in den Zonnefchyn , zoo , dat het 
flokje wel te lood ftaa ; nu teekene men des mor- 
gens ten 9 uuren de juiste plaats aan der fcha^ 
dQwe , die bet ftokje , dat door de Zon befche- 
aen wordt, op een* der Cirkels (en dus het uit- 
einde van de fchaduwe,) geeft , en wachte tot dat 
des middags, •t geen, als ons Horologie gelyk is, 
Jaist ten 3 uuren zal moeten zyn , het uiteinde 
der fchaduwe weder op da zelvden Ciitel te 

Ifaoa 



8CBTII3AARK BEWE9IM0 l>f S HlVELS. If| 

Ihian kome, alwaar men de plaats der fchaduwe 
weder aantekent: de helft der tusfcbenwydte*» tusv 
fchen deze beide aldu3 aangerekende punten « za) 
de plaats des Meri4inam zyn ; doch , om dezelvf; 
naauwkeurig te bekomen , zal mea weldoen , de* 
zelve waarneming ook des morgens ten 8 ep 19 
uuren , en des nadenraiddags ten d en 4 uuren tn 
doen: men verkrygt alsdan 3 uitkomden, en kaq 
daardoor het abuis , 't geen men begaan mogf 
hebben , beter verhelpen; nu zal men wachten tot 
dat de Zon op eeu' zekeren dag de fqhaduwe vai| 
het (lokje juist op de aangetekende plaats vaq 
den middag doet vallen ^ en op dit zelvde oogen*r 
blik de plaats der Zon met het Quadrant waar- 
nemen , waardoor men in de g^legendheid komt 
een zeker teeken te (lellen , ten einde naar het* 
zelve zyn Quadrant te kunnen richten, dat het- 
zelve in het Zuiden 9 dat is in den Meridiaan ge- 
j-icht zy , wanneer men tevens zorgt, dat de o der 
yerdeeling v^n den Horifintaalen Cirkel £ F ook ia 
dit punt van het Zuiden fta ; hierdoor zal men 
nu in (la^t zyn , niet alleen de hoogte eei;ier Ster 
boven den Horifon , n^aar ook den (land van de|i 
Verticaal 9 in denwalken die §ter (laat, te bepaa- 
Icn , te weeten : wanneer het Quadrant aldus ge- 
(leld zy, en men hetzelve naar eene zekere Ster 
toekeert , om baare hoogte waartenemen , dan 
?aj de wyzer BC op dtn Cirkel E F den graad 
aanwyzen, dien de Firticnal ^ in depwelken de 
$ter ftaat ^ van het Zuiden afwykt , en Ijet 15$ 
deezq ^og , welken lu^u bet Azimush der Ster 
JOoemt. 



ij» Al.CKItKKBK BKSCaOBWIBa TAM D> 

■Sn. (kk & . ft 'mm rl wordt op da Hmifin 
te^Hnrf-Gkte ix^nrasAi; de Horifbo der^ 
mIk b «■ fia awfe ia 360* veideelt , en 
«■■n- Bca de Globe op de POobhoogte der 
ffea» ^AeU bee& , xoo fchroeft nen in bet 
AiAft dea Qmm-CiHtti of Ftrtkaal ^ welke 
coe iMlê CiiLdajie geb og en en in gnaden ver- 
Addr nep keper b , am öc eene zyde van een 
Inper Cnkf^ bkc ees fdmieQe voorzien , vast , 
tanfF dsHhv onr de Ster; en dan wysi de f^er- 
iKUÊi 49 den Ik r ijm bet jhimtitk drr Ster un, 
fe^ df Sitf xdTf ^ den Firtteaml haar eigoit 
fciOftt ÏOTsa den Htrifm umw)-5t. 

sgi. Wj bdwca tot hie.toe \-«ronderficld , dat 
k den tvd T3tt £4 uuiea de gantfcbe Stenenhe- 
■ril nek cdOKisl loaldn^, en dat das elke Ster 
}lbt tt a4 «aren weder m den Mai^aam fcomt , 
«lonËC TJlpK zottf dax dexdrde Stenm op het^ 
■dnie nsr moer asn denzelrden oord des He- 
Mds i%i 6 aw vaien; dkn zoodn men zyne waai>> 
■ Mi ns u a jedlBBTende eenigen tyd voortzet, of 
dwr WQC becruUen lucbi TvrUndod irordt ge^ 
I den SreiTenheiDef waarte^ 
1 dat nen zich hierin bedriegt, en 







8CitT»BAA&E BEWfiaiHG DES HftMKLS«X7S 

xtmentevatten j «n ouder zekere ConfitUatUn of 
Sierrenbeeldên te bréngeq , aan welken men byzoiK, 
ilere figuuren en namen beeft toegeëigend, om 
dezelven te onderfcheiden ; men vindt alle dese 
Sterrebeclden op de Hemel- Globe afgebeeld, daa 
daar het ons te verre van ons oogmerk zoude af- 
leiden , hier over dezelven afzonderlyk te handelea,, 
verwyzen wy onze lezeren hieromtrent naar andeie 
daartoe meer bepauldelyk gefcbreven werken , ab| 
daar is de Handleiding tot de kennis . van dm 
Sterrenhemel 9 door J. E. Bode; wy zeggen nog 
alleenlyk maar , dat men de Sterrebeelden onder* 
fcheid, in de Sterrebeelden van den Dierenriem, 
welken den naam voeren der Z2 Teekens der. 
Ecliptica , en in de Sterrenbeelden benoorden eo 
bezuiden den Dierenriem; men is gewoon de by* 
zondere Sterren in elk Sterrenbeeld met eeae. 
letter van het Griekfche Alphabet te onderfcheiden , 
en dezelven voorts naar haare grootte in Ster- 
ren van de it. a«. y. tot de 9e. grootte te vcr- 
deelen ; de Sterren , die uit verfcheiden zyn zamen** 
gefield , noemt men dubbele Sterren , en indien 
zy een wolkachtig licht geven, noemt men dit 
Nevel -Sterren; deze laatften egter kunnen niet' 
dan met Verrekykers worden waargenomen. 

031. Ten einde de vaste Sterren behoorlyk te 
kunnen weder vinden , of derzelver ftand aan den 
Hemel aan anderen te kunnen med^deelen, moest, 
men haare plaats nan den Hemel naauwkeung 
kunnen bepaalen: om dit te kunnen doen, zagen 
wy boven, $102, dat men twee verfchillende af•^ 
meetingen nodig.heeft; wy kunnea den tyd van dti^ 

doar« 



if4 ALAtuksNi BEscHotiWifit TA» tm 

döoi^ng etr Sterren dóöt den MeriXéMn , toI» 
gene de té Tóffeli ópgegeeveti wyze thand^ bet^aa^ 
]èn 9 en daarby dan tevens derzelver hoo|te in 
den MertüiMn waèrnemende » 2ou men zeker dèr- 
tehrer plaats öp eene Globe eenigzins kunnen aF- 
teekênên ; dan hoe zeer ook deze hande}wyze voor 
eene enkele plaats des Aardbodems gefchikt zou- 
de mogen iyn, om den fland der Sterren eenig* 
:tins te bepaalen , zoo zou dit geenzins gefchikt 
tfti^ om derzdver plaats in het algemeen te be- 
flenlmen , en het is daarom dat men tot een an- 
der middel toevïugt genomen heeft. 

Ö33» Wy zagen, % ^^^ dat^ wanneer men op de 
êppervlakte eener kloot ^ op gelyke afflanden van der'- 
zefvet Poolen , en rechthoekig op den As , een^ Grket 
trekt % men dezen Cirkel Equator noemt : zoodanig 
éen Cirkel moet naar deszelfs zoo even otnfchre« 
Tcn ftand juist gefchikt zyn , om de beweging 
dés Hemels nader te leeren kennen , en den ftand 
der Sterren naauwkeurig te bepnalen ; immers , 
(laat hy rechthoekig op den yfs , dan is hy ook 
Paralel aan alle de Cirkels , die de Sterren door 
haare beweging bcfchry ven ; hy is een groote Cir- 
kel der Spheer , en deelt dus den Horifon en 
Biiridiaan in twee gdyke deelen, $ 9; wy héb- 
ben denzelven reeds in de Aardrykskunde leeren 
kennen , en het is ook noodzaakelyk zyn* ftand 
aan den Hemel te kunnen bepaalen; de E^yator 
fltat op 90^ van de Pool , en deszelfs hoogte 
in den Meridiaan moet dus gelVk zyn aan het 
CmapSment der Poolshoogte 9 S 35. d^. gevolg ^ 
iltt il de hoogte des Efmaiatt aan den Meridbmm 

te 



StHTRUAARfe BftWECl^G DES HêIIELS«i;^ 

fè AMfttrtlafH %ffi by deelt den Horifon ia' 
tWee gelyke déelen , éü friydt dus d^nzelvéii in liét 
Oosten en tFksttH ; de hoogte van den E^iiaior 
keüdertde^ én dié van feene^ zeketé Ster, als zy In 
dch Meridiaan is , zoo verkrygch wy dodr 37I'* 
van die hoogte aftetrekken , indien de Stei^ ^ 
fhorden Ath Eguatot (tant , dat is , indien tte- 
hoogte der Ster grooter is dan die des ÈfM^ 
Ms , of door de hoogte vén de Ster vin dfc 
hoogte des Equatort aftetrekken , indien de 8tKI* 
iezulden den Equator ftietat , den aflland eéhet Ster 
van den Eftratbr : dus Is de hoogte van ArBunts 
ia den Meridiaan te Amfltrdam S7i^ 5 htema 
afgetrokken 37!^ voor de hoogte des Equators^ 
Bekomt tnen 20^ voor dan aflland van 'ArQurus 
Van den Equator^ welken aflland men gewoon 
i^ Declinatie te noemen ; kent men daarentegen 
de Declinatie eencr Ster 9 en neemt men dcrrelver 
hoogte in den Meridiaan w^r, dan kunnen wy 
daamk de hoogte van den Equator , en dos ook 
de Breedte der Plaats aflddcn (♦)• 

234. Deze EquatêT nu geeft ons o^>k een gi^ 
fchikt middel aan de hand, otii den (land der 
vaste Sterrea nog nader op de volgende wyz* te 
bepaalen : men is gewoon dcnzelven , aeH* alle 
andere Cirkeïs , in jöd* te verdeekn; icrj: jfaf 
pas&eren alka in den tyd ran éénecwowemeïiflg dei 
Uemels, wdke wy gtmakshaïfr oog «aar ^09 t$ 




|^.AL«^1I.I«]IE BESCXQUWIV«^f»,M 

aaien kuUcd bepaalen , dea Meridistai^^ .Sfgt 
ftat DRt . een zeker punt des Eguattrt dooi .4^ 
Miritiiaaiif en wel beflendig met hetzcïvde pfotit 
omdat de Equator Aeeds zyne zelvde betrekUng 
tot de vaste Sterren behoud; wy kuimea dus , zoo* 
dra wy het punt bepa&ld hebbea» waarmede wy d* 
.360 graaden des Efuators begimien te,tdleii> ook 
bqmlen met we^n graad desE^uattn kde» Ster 
door den Meridiaan gaat, te weeten: daar i|i 04^ 
voren tyds alle de 360 graaden des Equaters doof 
den Meridiaan gaan , zoo gaan 'er elk uur 15 
^graaden door denzelven; wanneer viy (lu den tyd 
weeten- dat het eerde punt van den Equator doot 
den Meridiaan gaat , en den tyd dat eene zekere 
Ster door deuzclvden Mwidiaaa gaat, zoo hebben 
wy ^t verfdiil v»n tyd. maar ia graaden te ver- 
sndereo in rede van 1$^ in een uur, om den graad 
van den Equator te bekomen , welke te gelyk 
met de Ster door den Meridiaan gaat ; deze a& 
(land nu van eene Ster in graaden van den Equa- 
tor , van het ecrfte punt van telling , noemt men 
Aij^sceati» reSa AcneWCf d. i. haarereci^» klim- 
ming , omdat van dien gegeeven graad recht in 
den Meridiaan opklimmende, men tot de gegeevett 




SeRTKBAARE BEWEGING DES HEMtLS.t77 

eener Ster door den Meridiaan , van den eenen dag 
tot den volgenden, moeten wy den loop der Zon^ 
welke de regelmaat van onzen tyd is , wat meer 
van naby'befchouwcn'; wy weeten nu reeds, dat 
de Zondktn dag des middags ten ia uuren in den 
Meridiaan is, en eene geringe oplettendheid, zal 
ons zeker ook al geleerd hebben , dat dezelve des 
Middags niet altoos even hoog boven onzen HorU 
fon ftaat ; dan wy moeten deze hoogte met meer 
naauwkeurigheid waarnemen , om derzelver loop 
te kunnen opfpooren; wy onderftellen dat wy den 
3 December haare hoogte waarnemen , en dezelve 
, bevinden te zyn 14° 14', dus is haare DecHnati» 
alsdan aa® 16' zuidelyk, § 233; wy nemen tevens 
den tyd waar, dat eene der aanmerkelykfte Ster- 
ren in grootte den Meridiaan pasfeert , om met de» 
aelve den ftand der Zon te kunnen vergelyken : 
kiezen 'wy hiertoe voor dezen tyd Aldebaran in 
het hoofd van de Stier , dan vinden wy«dat de- 
zelve 's middernachts even voor ia uuren door 
den Meridiaan gaat , en befluiten daaruit dat de 
Zon^ op den Equator geteld, 180^ van jUdebaran 
afftaat, wyl ia uuren in tyd juist i8o^ van den 
Equator uitmaken, § 234. 

036- Door den ftand van het eene HemelHcht, 
met den ftand van een ander Hemellicht te ver- 
gelyken , verftaan wy den afftand te mceten der 
beide graaden van den Equator^ welke met ieder 
van deze Hemellichten te gelyk door den Meri^ 
diaan gaan ; wy weeten dat alle de 360 graaden 
van den Equator in den tyd van 24 uuren na- 
genoeg den Meridiaan pasfeeren, $ 034. dat 'er 

M dus 



l80 ALCBUIBHE BB8CH0UW|)t« TAM DB 

l6' aff* ~- 4^' <l3t zelvde tydverloop ttufchen 
den dooiigtDg TUI Athüir en lAra^ *t geen i uur 
lo' Z4* is. — S°' Eindelyk het verfchii van den 
dooi^ang Tin /tidebaraa en ^tfiMtr , 't geen 8 
tUiren 43* 4* is. 

940. Uit deze Terfchillen leiden wy af, dat de 
aCftand vtn ^ldeb»MH en Regului is 83** az' 

Tan Regulus en de Kooraair «49 15 
- Tan de Koornair en Lira ■ • 79 7 

TM Lira en jfthair ... 17 '31 

van jttbair en Aldebaran . 130 40 * 
•t welk te lamen opgefteld zynde juist 360^ ' 
uitmaakt. 

041. Wy nemen dan nu op den 15 Maart den 
tyd des doorgangs van Rrgtilus door den Meri* 
Jiaanvrnr t en vinden daar voor 10 uuren of " 
1500 , waarvan moet worden afgetrokken 'de af- 
ftand van jtldeharan en Regulus., zo bekomen wy 
voor den aflland der Zon van Aldebamn öö" 40'. 
Verv< Igeiids nemen wy weder den ai Maart de 
hoogte dêr Zon waar , en bevinden ' dezelve te 
zyn 37i?* juist de hoogte des Eguatorsy dus de 
Zon op dezen dag geen DecHnatie heeft , maar. 

I den Equator llaat^ den dm 




ëcn Meridiaan 6 uuren 30' : de» de DecffnaPlé 
der Zon den 15 Febr. 13^^ is , en de afflsnd van 
Aldebaran van de Z?» 97^ SoK, — Op den 15 
Maart vinden wy de hoogte der Zm 35$^ 9 dM 
haare Declinatie is i|^ , dan Aldebara» n tm 
leeds zoo naby de Zon 9 'dat wy door het Hcht 
dcrzelvc belet worden , haaren doofgang door den 
Meridiaan waartenemen , wy moeten ons dus van 
eene andere heldere Ster bedienen, otn met de- 
zelve de plaats der Zon te vergelyken , en daar 
wy , willen wy den loop der Zcm naargaan , altoos 
haaren afftand van hetzehde- punt des Hemels 
moeten kennen, waartoe wy Aldebaran verkozen 
Ifêbben , zoo moeten wy den aflland , van elk 
ander punt des Hemels , 't welk wy nu of in \ 
vervolg hiertoe zouden mogen verkiezen , van 
Aldebaran kennen. 

239. Daar wy dan in ons oogmerk, om den 
loop der Zon door den gamfcheff Hemel te leeren 
kennen , vetfchillende punten zullen nod^ heb- 
ben , zoo zullen wy hiertoe vervolgends de nas 
volgende Sterren, aRe van de eerfte grootte, nee- 
irfen, te weeten: Reguluf — de Koornair van de 
Maagd — Lira — en Athair. — *- Wy nemen 
dxBs waar , i**. hoe veel tyd 'er verloopt tusrchen 
den doorgang van Regulus en Aldebaran door den 
MerMaan^ waarvoor wy vinden 5 uuren 33' 04*— 
ten a°. het tydverloop tufchen den doorgang van 
de Koopnair en Regulus door den Meridiaan'^ 
^vaawoor wy vinden 3 uuren 17^ 30* — 3**. d!it 
xelvde tydverloop tusfchen den doorgang van 
Mira eu de Koornair , waarvoor wy vinden-5 uuren 

M A 16' 



/ 

4 



i8o Algeuibne beschouwino tan DB 

l6' aff* — 4®* dat zelvde tyd verloop tusfcheti 
den doorgang van Athair en Lira , 't geen i uur 
lo' 14* is. — 5^» Eindelyk het verfchil van den 
doorgang van Aldebaran en Athair , 't geen 8 
uuren 43' 4* is. 

240. Uit deze verfchillen leiden wy af, dat de 
tflland van Aldebaran en Regulus is 83° ai* 
van Regulus en de Koornair . 49 15 
• van de Koornair en Lira • • 79 7 
van Lira en Athair ... 17 '31 
van Athair en Aldebaran • 130 46 -^ 
•t welk te zamen opgelleld zynde juist 360^^ ' 
uitmaakt. 

ft4i. Wy nemen dan nu op den 15 Maart den 
tyd des doorgangs van Regulus door den il/^r/- 
diaan wzzr y en vinden daar voor 10 uuren of 
1500 , waarvan moet worden afgetrokken ^de af- 
ftand van Aldebaran en Regulus^ zo bekomen wy 
voor den aflland der Zon van Aldebaran 66^ 40'. 
Verv< Igends nemen wy weder den ai Maart de 
hoogte der Zon waar, en bevinden dezelve te 
zyn 37i®» juist de hoogte des Equators ^ dus de 
Zon op dezen dag geen Declinatie heeft , maar. 
juist in den Equator (laat ; den doorgang van Rf 
gulus door den Meridiaan vinden wy te zyn ten 
9 uuren 45^ 't geen 65^ 56' af ft and van de Zor^ 
van Aldebaran geeft, op deze wyze voortgaande, 
vinden wy: 

•d.ai Apr.h. derZon49rdoorg.v./t<f^f//w^ 8 uur. 
den ai May . ^f f -^ v . At Koornair puur. 15* 
den ai Juny . 61^ — van Lira ia uur. 30' 
den ai July • Sll^^ van Ura 10 uur. 15» 

den 



8CHTMBAARB BEWEGING DES HEMELS. l8f 



dena4Aug.h.derZon 48!^ doorg. van Lira 8 uur. 30' 



S7i<^ — van jlthair 7 uur. 45' 
. 1J4Ï0 ^ van Athair 5 uur. 45" 
17 — v.Aïdeharan ia uur. 30* 
I4i® — v.Aldebaran II uur. 
14 — y.Aldebaran lo uuren. 
243. Uit allé deze waarnemingen , geholpen door 
de in de 236 en 040 % $ opgegeeven bereekenin* 
gen, leiden wy deze gevolgen af: 

Declin. der Zon. vSdvLiidvzn Aldebaran» 



den 24 Se^c. 
den 24 Oft. 
den ai Nov. 
den 13 Dec. 
den dl Dec. 



3 Dec. 


HO." 16' Zuid . 


180° 0' Westelyk 


30 dito 


as» 7' Z- • . 


143° o* W. 


15 Ja"- 


21» 8' Z. . . 


137° 30' W. 


15 Febr. 


ia° 40' Z. . . 


970 30' W. 


15 Maart 


1° 44' Z. . . 


66° 40< W. 


sii dito 


0° 0' Z. . . 


65° 56' W. 


öi April 


ia° 10' Noord . 


36° 40' W. 


ai May 


30* aa' N. 


6° ^ W. 


ai Juny 


as» 30- N. . 


34? 13 OosfelykC*) 


ai July 


ao° 00' N. 


58° cy p. 


a4 Aug. 


10° 49' N. . 


84° 13' 0.' 


a4 Sepr. 


0° 0' N. . 


114° 4' 0. 


04 Oft. 


ia*» 5* Zuidelyk 


143° 0' 0. 


a3 Nov. 


ao° 34' Z. . 


I7a° 30' 0» 


13 Dec. 


a3° 14' Z. . 


165° WestelykCt) 


ai dito 


33° 30' Z. . 


150° W. 



043. 

(*) De Ztf« pasfben tusftrhen den ai May m ai funy jtldtkë» 
rsm 9 en deze Ster welke te voren de Zêm volgde . gaat nu de Z#s 
voor uit , en daardoor is nu de aHland der Zo» OosttJjk vao 
jUdtharan, 

(t^ /ildibaran gaat nu weder vUr \2 uuren middemacfat door 
den Meridiaan, en volgt dus de Zom weder , waarom wy den af*^ 
finul der Zêm wederom Westelyk van Aldtk0rttn Hellen. 

M3 



iBb Al«ivee«i bischouwino tav ps 

S43. Uit ét hier boven opgegeevcn . aTftan^a 
der Zên van JlMarany zien wy dat de Z(?» na één 
Jtar tyds weder tot denzelvden aflland van jild^^ 
h^raiê kont 9 en leiden dus daaruit af ^ dat dt 
Zon in den tyd van één jaar , of volgends naeuw- 
kcuriger waarnemingen > in den tyd van 365 dagen , 
6 uuren ,9^ lo' 9 den ganfchen Sterrenhemel door- 
loopt en niet in den Equator of in eenigen aan den 
Efuator paralellen Cirkel , maar in eenen Cirkel , 
welke op twee recht tegen elkander overftaande 
punten den Equator fnyt , (want op den ai Maart 
en ^\ Sept« had de Zon geen Declinatie , en die 
beide afllanden maken te zafhcn 180^ of i[^ Cir- 
kel 9 ) en die in haaren grootften aflland n^ 
van den Equator afwykt; deze (landen der Zon^ 
op den Hemel- Globe naargaande, en op dezelve 
ifteekenende , verkrygen wy dien Cirkel , welkea 
men Zon^ Weg (^Ecliptica^ noemt , en van welkers 
verdeeling wy § 73. reeds uitvoerig gefproken 
hebben , 't geen wy hier niet herhaalen zullen ^ 
naar 't geen aldaar moet worden nagelezen, 

044. Wy hebben dus gezien dat de Zon ia 
het tydverloqp van één jaar den gantfchen Hemel 
doorloopt, en dus eiken dag een zeker gedeelte 
vun denzelven ; dezelvde Ster komt daardoor 
eiken dag ruim 4 minuten vroeger als na 124 
«oren weder aan den Meridiaan , omdat de 
jZSm» in dat tydverloop iets minder dan een' graad 
ia baaren weg gevorderd is ^ en wy van den 
eenen doorgang der Zon tot den anderen net 
S4 uuren gewoon zyn te tellen , en dit verfchil 
doet on* ua verfcbeiden omwentelingen des He- 

-nels^ 



SCHTMBAlillE BCWE€IK€ D£l HtliKt^«||$ 

mels, dat is* naar verfcheidèn dkgén^ d'esélydK 
Sterren laater aan deh MéridlMH zien , ën H 
oorzaak dat wy y féhoeti aftd^rs eiliftreëkd dètf^ 
selvden tyd van dèh aVond , op anderfe tydéh 
des jaars geheel andere Stbfretibfeeldtn, bbvdl 
enzen H&rifon zien , gelyk men dit zWst doof 
het gebruik der Hemel -Glob^ nadet ial htffH^ 
figd zien. 

!i45. Deze jaarlyhfche loop det Zon , fcëéfl 
ons ook een gepast middel aan de band ^ oiii èéü 
£eker vast punt of^ den Eguat^r te bepalen , 6v± 
van hetzelve onze telling aantevangen : de ZoÜ 
pasreert in haaren jaarlykfcheh lóo|^ twee&aèl' 
den Eqaatdr^ en deée beide punten wórdéh dttS 
dMardoor de iaanmerkelykfte punted'^an deii ÈqmiH 
tóry Waarom men dan eok één Van dezelve, étf 
wel dat , 't welk de Zen by dèn aaiivatig der 
Lente pasfeert , voor den aanvarig der telling ó^ 
den Equator heeft aangenomen , 8 IÖ3 ; «e» 
yergelykt nu met dit punt den (hind dér Zm èH 
van alle de vaste Sterren , èn men ifoémt hè* 
verfchil van tyd ^ dat eeoè ^itt ntór dit ptritt 
door den Meridiaan gaat^ de Afcenflo ffBa efcdêf* 
Ster in tyd ; men kan dus dè Ascèhtio re&a eefief 
Ster in tyd vinden , door waarfenemert hóeveel 
tyd die Ster naar dit punt door den MetidiOM 
gaat ^ en brengt dezen tyd in graaden over , nê 
rede van 15^ in één uur, $^34^ om AtAseèmiê 
reSa in graaden té bekomen. Zro kunnen wy ook^ 
uit de boven opgegeeven aflhrfrden der ZoH taft 
Aldeharan , de Ascentio ré&a der Zm afleiden , &mt 
de AicmiiQ rt&a tan Aldthèran^ Wèlké 65^ 5^ Ui 

M 4 VM 



. ]|S4 ALOBMEBKE BESCBOtrWIHfl TAK Br* 

yan den aflland der Zen van JidebarOn aftetreliken , 
Wanneer die ailland Westelyk is; het overfchot is 
dan het compliment van de Jscenth reBo der 
JSon, QiéaJffiand van htt Nachteyeningspum van 
de Zini en deze Aflland van het Nachtevenings- 
puDt van de Zon , in uuren overgebragt , geeft 
ons den tyd van den doorgang van bet i'. punt 
van V door 'den Meridiaan', hierby nu opgeteld 
zynde de Asetmio reSta eener Ster in tyd , be- 
komt men liet uur van den doorgang dier Ster- 
door den Meridiaan; b. v. den aflland der 2i»t 
van Aïdebaran vonden wy voor den 5. Dec. 
180° , hier af 65** 56' voor de Aisenrio reBa 
van AkkbaraHy rest 'er 114" 4' voor den aflland 
van het Nachteveningspunt van de Zon^ 't welk 
ia tyd overgebragt zynde 7 uuren 36' is * 
waarby nu geteld zynde de Asceniio re&a van 
Aldibaran in tyd, welke 4 uuren 33' is, bekomt 
mui 19 uuren middernacht , voor den doorgang' 
Tan Aïdebaran door den Meridiaan^ is de sflland 
der Zon van Aïdebaran Oostelyk , dan moet de 
Ascentio re&a van Aïdebaran by dien aflland by- 
geteld worden , wanneer het produA de Ascenti» 
uBs der Z«n zelve is. 




SeSTHBAARE BEWEOINO BESHeMELS. 185 

door haaren glans ons oog tot zich trekken, eü 
welken wy, als mede cene byzondere beweging 
bebbende , zullen leeren kennen : dezen zyn het 
nu, welken men Planeeten (Jiwaalflerren) noemt; 
wy zullen waarnemen , dat dezelven zich dan eens 
van het Westen naar het Oosten , en dan weder 
van het Ooiten naar het Westen bewegen , dan 
cens.eenigen tyd fchynen ftil te (laan, en dao 
weder voorwaards te gaan , én dus eene zeer 
onregelmatige beweging hebben. 

047. Te recht zullen wy ons na dit alles vragen : 
2yn deze bewegingen wezenlyk alzoo , of zyn 
dezelven alleenlyk Tchynbaar? De beantwoording 
van deze vraag heeft de Sterrekundigen van alle 
tyden bezig gehouden ; verfchiilende ftelfels ont- 
kenden daarvan hunnen oorfprong: onder deze» 
zyn die van Ptohmeus en Tycho Brahé de aan- 
merkelykften , en het was niet dan voor 250 jaa- 
ren , dat Copernicus dat ftelfel , 't welk thans 
tls het alleen ware , algemeen aangenomen Wae- 
reldftelFel befchouwd wordt , uitdacht; wy ver- 
klaarden dit in het a^ Hoofdftuk van het ie. Boek 
en in het ie. en a«. van dit Boek , en wy willen 
thans alleenlyk, daar het met ons oogmerk niet 
overeen zoude komen in alle byzonderhedcn de 
viraarheid van dit ftelfel te betogen , eenige alge- 
meene Handleidingen geven , om tot de refuhate , 
die hetzelve bevat , uït de befchouwing van de 
fchynbaare beweging des Hemels, te geraaken. 

248. De bewyzen voor de waarheid van het 
ftelfel van Copernicus zyn niét allen van den- 
^vden aart} eenige waarheden van hetzelve rus- 

M5 ten 



I 



gtS AtaKHBtNB BISCHOVWim VAII*S- 

tm op ds dmthgitt en worden door dt^ire tel 
dien trap van waarlchynlykheid gebragt , w^oe 
BMr iM MD de Eekerbeid grenst , en die , daar'^ 
«TOtennemaiell ma alle de baderfaand gedaflC 
waarnemingen, en met de door Ntvrtn otitdekttf 
kere der aantiekiüngskracht , thans als zekere waar: 
heden moeten gefchat worden ; anderen daarente^ 
gts rusten op wiskundige gronden , en kuitnen 
net dezelvde fhengheid betoogd worden waatv 
mede elk Prohlem» der Wiskunde kan -betoogd 
worden ; Xoo is by voorb. de ftelling dat de 
^»rdi in één jaar om de Zon zich beweegt, en 
in denzeivden tyd 305 maal om haar' As draait, 
«gentlyk gezegd, voor geen wiskuntlig betoog 
vatbaar, maar de eenvouwigheid van werking, 
die wy overal in de natuur waarnemen , maakt 
het veel waarfchynlyker dat een ligchaam , 't welh 
by het geheelal als cene (lip moet geacht wor- 
den, om zyn* As draait, dan dat ligchaamen, die 
Biillioen maal millioea mylen , va» elkander ver> 
wyderd zyn, zich als 't ware vereenigen zouden, 
om in den korteii tyd van 34 uuren om dit (lip 
aich te bewegen ; daarentegen worden de afllan* 
den der Z»n van onze Aarde en van de overige 




SCaTMBAA&EBEWSOINa DXS HCMSI.S,l8^^ 

de jiardê eich beweegt , dat de jfsrde in w^ 
uuren om haaren As draait, en niet de gantfcht 
Sterrenhemel in denzelvden tyd om onze Aard^^ 
dan moeten wy ons niet verbeelden dat dit eenn 
ge wexenlyke verandering maakt, in de tefultaa^^ 
ten onzer waarnemingen van den loop der Zon^ 
neen , deze uitkomften worden maar omgekeerd ^ 
ea bet geen wy van de Zqh gezegd hebben moet 
van de Aard€ verdaan worden , en wy veriuy»» 
gen daardoor dien zelvden fiand en beweging der 
Aarde ^ van welken wy in het o. Hoofdft. van 
dit Boek gefproken hebben ; laat ons dit zoo 
kort mogelyk betogen : wy zullen ten dien einde 
eerst eene algemeene waarheid vooraf bewyzèn , 
en dezelve op de Zm en Aarde toepasfen. 

fl50. Ttn eerftt* Wanneer men van een lig- 
chaam A tot een ligchaam B eene rechte lyn 
trekt , en het ligchaam A rondom het ligchaam 
B in zoodanig eene richting doet bewegen , dat 
de lyn AB, beftendig in alle (landen van het 
ligchaam A dezelvde oppervlakte fnyt , dan 
wordt het ligchaam A gezegd zich in her zelv- 
de vlak te bewegen , en dit vlak wordt het 
vlak van deszelvs loopkring genaamd , dan of 
wy nu het ligchaam A om het ligchaam B dan 
oi wy het ligchaam B om het ligchaam A doea 
bewegen , de ly n A B blyft dezelvde , en het 
vlak der beweging is ook hetzelvde. — — Ten 
tweede. Wanneer twee ligchaamen , 't zy de- 
zelven eene klootfche , dan wel eene andere gt* 
daante hebben , in elkander geplaatst zyn , dan 
it de uitwciking vohnaakt het zeivda , of wy het . 

bin- 



108 Al.CEMEIIII%BICHOUWIMr« VAM DS ' 

lanoniftc, din wel het bukende om doea drui- 
jen i verbeelden wy ons in hei midden eener 
kaner te fUan , dan zullen wy itnoiers even 
aoo wel sUe voorwerpen tia elkander even goed 
aieD, of wy ons iu het ronde dnaijen, dan of 
WJ ODS verbeelden dat wy (til (lian, en dat de 
gutfcbe bamer zich rondon»ons beweegt, fchooa 
het eerfie wel gemakkelyker is} een onderfcheid 
•gter zal 'er plaats hebben , namelyk waaneer wy 
na de linker- naar de rechterhand runddraajen, 
•m de voorwerpen in eene zekere orde te zien , 
dan zal de kamer zich van de rechter- naar de 
finkerhand moeten bewegen , opdat wy de voor- 
verpen in dezcivde richting elkander zien vol- 
pn". 

051. Op deze gelegde gronden nn voort redc- 
neerende , zoo volgt uit het eerfie , dat de lyn , 
labgs welke de Zoit van onze ^arde gezien 
wordt , dezelvde is van welke onze ^arde uit 
de Zqh gezien virordt, en dat derhalve de jtarde 
in het vlak van den fchynfaaaren Zonneweg, dat 
is in het vlak der Ecliptica , om de Zen loopt, 
en dat dus het vlak der Ecliptica het Wat is 
nt» dtm loapkring der Aarde. 




jlarde van bet Westen naar het Oosten zal moe« 
ten'zyn, — Niatuurlyk moet ook de As der 
/larde deozelvden iland hebben als de fchynbaaie 
As des Hemels , en de Equator der jlarde zal 
dus ook ia hetzclvde vlak vallen met den Equa* 
tor des Hémels. 

053, Uit al het bovengeftelde trekken wy ver- 
der dit gevolg, dat dezetvde betrekking, welke 
wy gevonden hebben , tusfchen de Ecliptica en 
Equator des Hemels , % 243. ook plaats heefif 
tusfchtn het vlak van den loopkring der Aarde 
en den Equator der /larde; het vlak van den 
loopkring - der Aarde helt dus met een' hoek 
van a3i^ op het vlak van den Equator , en de 
As der Aarde maakt derhalven met hot vlak van 
defzeïver loopkring een* hoek van 66^^. — Nog 
hebben ons onze waarnemingen geleerd, dat de 
grootfte afwyking der Zon van den Equator op 
dezelvde tyden des Jaars vooi valt , wanneer de 
Zon in het zelvde Teeken van de Ecliptica is, 
en hier uit volgt dus van zelf, dat de helling 
der beide vlakken, van de Ecliptica en Equator 
namelyk , naar hetzelvde punt des Hemels ge- 
keerd blyft , en dat dus ook de As der Aar^ 
de naar het zelvde punt des Hemels gericht 
blyft; waaruit al verder volgt, dat de Noordpool 
der Aardt in zekere (landen van de Aarde ia 
derzelver loopkring veel nader aan dien loop-- 
kring moet zyn dan in anderen, en dat dus ook 
de Zon , die in het vlak van den loopkring der 
Aarde , dat is , in de Ecliptica (laat , in die 

ftaxH 



/ 



t. 



fluideii TCti aader hf de i^filvn$)Mrf b du Ir 
Méeift fttadni der Auie » en du dus. oek da 
4igin il da Noordelyke ^«esua der «ArAitift 
dBin ty&a veót langez moosa zya dan op ando» 
j» rydeo , al bet welk dns met hst te votta ^ga- 
zegde $ 87—92. van de waare bcncgntg der Aae* . 
dt, en de heltiog van kiK* Aa Of derzalvei loop. 
kring, volkomen ovaeeDflmt. 

054. Laat ons , aa óm gtvoadeB tt iMb^ 
kocdanig de onderftdde waare beweging dci ^«r> 
ét nat de fcbynbaare bewegkig des Hemels vol- 
komen evereenfitait , ondnzocken, op wat wya* 
vy tot de ke«Bis der aflhiadcD en de offlloopa- 

^fdes der andere Pianeeten geraakcn. Uec 

«Rfte» dat ons bier voorkomt om nader te oodcr- 
4oaken , is don' aflland waartenemcn vaa onn 
jturd* van de Zonz de berekening van deitzeLvot 
s«M eenvouvig in bet c^lasfen van een' klootfchen 
driehoek; wy hebben ^S iio, verklaard wat men 
door de HorifonPttale Paraüaxis te verlfaaii heb- 
be , en wy moeten nu onze aandacht vestigen op 
den (faiehoek AST, Fig. 34; wy zagen, 5 "^""^t 
dat de boek IS H de Borifintaale Paralaxit uiJ>> 
drukt;- nu i& de hoek AST gelyk ann den hoek 




I middenlyn 4cr Aar^e tf berekenen , m om 
l^fc dus vaq 4in dn^boeJc AST hekond» de sydi 
AT, deq bo^ AST, w den hoek TAS, wek 
l^a rechc is ; drie diiigen nu vw e«n' driehoek bo^ 
kend hebbende , wceteu wy y dat wy ook dft ow-^ 
ng^ kunnen vinden , en kunnen dus de «yde T9t 
welke de aflland der Zon van onze ^larda lA, be>» 
i:ekencn. t-^ Wy onderftellen bier de Nmfi»^ 
taak ParaUaxh als bekend, wy willen egtet , ook 
dat alles hier op de kennis van dezelve aankomt^ 
net een enkel woord aauwyze hoe dezelve tm 
ymdea : men kan dezelve op verfcbiUende wyza 
berekenen, doch zie hier het eenvoudigfte gevaU 
laaten^twee waarnemers onder denzelvden Meri» 
dfaan gelyktydig hetzelvde Hemellicht waarna» 
men ; laat de eene in A , Fig« 24. en de andere ioL' 
O geplaatst zyn , dan zal de w^nemer ia G hee 
Hemellicht in H in zyn 2knith zien , en de waar<«u 
iiemer in A zal hetzelve in zyn* Horiibn ia S 
sieo; de hoek AHT, welke de Harifintaale^ Parab< 
J^xis is, zal gelyk zyn aan d^n hoek HTP». 
nifelke gelyk is aan het Compliment van den boog 
AQi de boog AG nu is het verfchjl van Breedêit 
t^^fehen de twee plaatfen alwaar zich de waaiv 
neiB^rs bevinden , en de Horifontaah Parallaxis is 
dii3; gêlyk aan het Compliment van dit verfchü 
vaa, ^r^te. 

255. Zoodra men den aflland. der Zon van. onzip 
Aarde bekend heeft , kan men. ook de afllanden 
der overige Pianeetcn van de Zon ea van onzo. 
jlanif b^rekienen; daq men moet hiertoe eerst dek 
omloopstyd der Planeet om de Z?/; bekend heb» 
ben^ deze zou zeer gemakkelyk waartenemen zyn , 

wan- 



19a Alsimibrb BiscHoowifl* tam db 

mnneer wy de Planeet uit de JZ!>Ji zelve wiaiw 
BUDCn, dan, daar wy dit niet kunnen doen, maar 
Tao onze jiardeAc Planecten moeten waarnemeny 
fpteAi het van zelf, dat men ten dien einde 
een' anderea weg moet inflaan; en welke is deze f 
•Er zyn zekere fanden , in welken wy eene PJant^ 
met heczelvde punt des Hemels zien overeenko- 
mèa. a als waren wy in de Zan zelve geplaatst , 
«I deze zyii het van welken men zich moet bedie- 
nen om de omloopstyden der Planeet te bereke- 
nen; de bedoelde fand is de Oppojiiie, % 84; d« 
Jiatuet faat alsdan , uit de Zon gezien , in dezelv- 
de lyn met onze jiarje : haare Helhcentrifiha 
Lengte is dus dezelvde met die der Aarde , 'cn 
verfchilt derbalven juist tfi met de Lengte der Zom 
twee aldus waargenomen Oppojttiên geeven ons de 
Helioeentrifche Lengte der Planeet voor twee ver» 
fcfaiUende tyden, en wy kunnen dcilialve « weelen- 
de hoe veel tyd de Planeet bcltced om eeo' zeke- 
Kn boog van den Cirkel te doorlopen, gemak* 
kelyk berekenen , hoe veel tyd zy nodig heeft 
om den geheelen Cirkel fe doorlopen ; zie hier 
een voorbeeld , het welk , om de eenvouwigheid der 
berekening, dit gezegde zeer duidelyk maaken zali 




I 



^CÉTHilAARfe BSWECI1KG DES HEUTEtlr.l^ 

^upiter w^ dus Vati deü 6 lApril ^ 17Ö8; to^ 
den 8 May, 1769. it cP 11' 9^ in lengte tóe^ea 
nomen, en wy zteti dus uit dit verfchil vad 
Lengte « dat ^upiter nagenoeg in één Jaar ééd 
Teken in Lengte tosneemt^ dus hy 12 Jaarén no& 
dig heeft om alle de x% Tekens te doorlopëïi ^ 
en alzo ééne omwenteling te volbrengen; üaatttilrX 
keuriger bereekeningen egter hebben ons geleerd^ 
fiat hy geen volle 1% Jaarcn tol eencn omloop) öi^ 
de Zon hefteed ^ S Ö5 ; doch het is genOég dat 
wy hier in 't algemeen getoond hebben ; hoe dd 
omloopstyden der Plaueeten , > door middel der 
Qppofiiicn kunnen gevonden worden \ want om 
dezelven naauwkeuriger te bereekenen, nloet meii 
op den ftand van de Apfidién der Plaueeten tchü 
geeven^ naardien haare beweging in alle de deë« 
len van haaren ioopbaan niet even fnel is •, § 59; 
dat dit zoo is , wordt volkomen door de waar* 
nemingen bevestigd : vergelyken wy daartoe tivéë 
iinderen Óppafiticn van ^upiter^ en wy zullen dit^ 
duidelyk zien: * . . ' 

den 15 Sèpt. 1749. was de Lengte van ^upitèr^ 
in zyne Öppafiiie waargenomen, iV ag^ ga' lö' ^ 
4cik 33 Oél. 1750. was de Lengte 
Van diezelvdè Planeet op diezelv- 
4e wyze waargenomen i ^ i 6 Ó6 iö.^ 

i' 6^54' 4^ 
itoö dat wy hier eéné beweging Vari ^üpitèr vii- 
ft 6** 54' 5* iti deh tyd Vari 40$ dagen Vërkfys 
|èn , daar wy te vooren flecKts i^ ^ ii* 9^ ld 
^ dagkn houden » en dé te#ëgidg VHH ^^ 

^ dus 






194 Alosmbene B£scHoirwiii6 van vb 

dus in 't laatfte geval veel fiieller was , dan in 't 
eerfte voorbeeld* 

fl5(J. De omloopstyden der Planeeten bekend 
bebbende , vale het niet moejelyk meer ook baare 
aflhnden te berekenen; want laat Fig. i8, S de 
Jf on , D de Aarde' , en N eene zekere Planeet 
zyn ^ dan, zal de boog V S^ s& ^o de HeUocen- 
tri/che Lengte der Aarde zyn , welke altoos 6 
Teekens met de Lengte der Zon verfchilt ; de 
boog V* S £b G zal de Heltocentrifche Lengte der 
Planeet zyn ^ welke wy 9 zoo dra wy derzelver 
omloopstyd kennen y ten allen tyde kunnen bere« 
keren ; de .boog 'Y ^ ^ & is de Geocentrifch€ 
Lengte der Planeet 9 diè door ons kan wórden 
waargenomen ; wy hebben dus in den driehoek 
SDN bekend, den hoek NS D, welke gelyk is aan 
het verfchil van de Heltocentrifche Lengte der Aar^ 
de en der Planeet; den hoek SDN, die gelyk is 
sten de Geocentrijche Lengte der Planeet , min de 
Lengte der Zon; tn eindelyk de zyde SD, welke 
de af land is der Zon van de Aarde; en wy zyn 
derhalven in (Inat, door eene eenvouwige oplos* 
fingyan den. driehoek SDN, den afïland SN der 
Ph neet van de Zon^ of wel den afïland DN der 
Planeet van de Aarde te bereekenen. 

057. Dan , keeren wy na dezen uitflap weder tot 
de Befchryving der Hemel - Globe ; wy meenen 
genoeg gezegd te hebben , om eene Handleiding^ 
te geevcn , welke ons in flaat kan ftellen , uit de 
befchottwing yan de fchynbaare beweging des He- 
neU de waare beweging der Aarde en der PUti» 

nee^ 



K 



SCHYNBAARE BEWEGING DES Heu£Ls/iJ)5 

neeten aftelcidcn , of ten minfte die bewyzëft 
voor de waarheid van het gezegde omtrent de» 
zelve zelf optezameien , welken ons by het genoe- 
gen dat het altoos geeft op eigen ondervinding 
iets voor waarheid aantenemen , de verzekering 
geeft , dat alles wat de Stcrrekunde voordraagt 
voor het ftrengfte wiskundig betoog vatbaar is. " 
358. Wy hebben den Hort fin en Meridiaan \ 
welken de voornaamflc Cirkels zyn die de Hemef* 
Globe omringen , reeds leercn kennen , S 205. daft 
wy hebben nog niets van derzelver verdeeling ge» 
zegd: een woord dus nog van dezelve; wy heb- 
ben te vooren reeds aangemerkt, § 003. dat dfc 
verdeeling , welke eigentlyk alleen tot den Horifin 
betrekking heeft, die is van het Azimuth en vaA 
de 3a lireeken van het Compas ; wy zouden dus 
voldaan hebben met deze verdeeliiig alleen op den 
Horifin te brengen , dan daar het gebruik wil ^ 
dat men ook op denzelven den Almanak plaatst , 
om, door midd^ van denzelven , voor eiken dag des 
Jaars de plaats der Zon te kunnen vinden , heb- 
ben wy , te meer daar het een wezenlyk gemak 
in het gebruik der Globe verfchaft; denzelven ook 
op onzen ^örZ/ö» der Hemel - Globe geplaatst ; wy 
hebben egter , opdat men zich nimmer verbeelde , 
dat dezelve eene verdeeling zy, welke tot den 
Horifin behoort, dezen zorgvuldig afgefcherden 
van de eigentlyk tot den Horifin behoorendê ver» 
deeling van het Azimuth , en van de ftreek dh 
Winds , en , om deze reden , deze verdeeUng op 
ien Horifin liet iiaast by de Globe geplaatst; 

N il en 



tf6 AL6SMEBME BSSCHOUWlna TAK DM 

cn dezelve door eene zwaare lyn van de verdee- 
ling der Eclifiica en der Mëanden des Jaars i& 
gefcheiden, tenvyl wy, na deze mede door eene 
dikke lyn te hebben afgercheiden , ook die vei> 
deeling op denzelven gebragt hebben , welke meer 
byzonder voor den loop der Maan gefchikt is ; 
wy hebben de Verklaring van deze beide laatfte 
verdeelingen, J 75. daar wy van de Aard-Gldbê 
fpraken , reeds gegeeven ; zy is op de HemeW 
Chbe volmaakt dezelvde, en behoeft dus geea 
afzonderlyke verU&ring , en wy flappen dus , daair 
wy het Azimuth in het gebruik der Globe nader 
zullen leeren kennen 9 en ook reeds, $ 113. va« 
betzelve gefproken hebben , hier van den Horifom 
af. *— De Meridiaan der Hemel- Globe is eves 
op dezelvd^ wys verdeeld als die der Aard-Globe » 
S 106 ; men moet de graaden der Poolshoogte 
altoos op die zyde van denzelven tellen, alwaar 
de graaden van de Pool af, 10, 20, tnz. begin* 
nen te tellen, dan wyst de graad des Meridiaans 
welke met de Breedte der Plaats overeenkomt^ 
en welke aan de andere zyde van de Pool gele* 
gen is , altoos het Zensth aan , recht onder het 
l^elke men zich altoos de plaats , op welke de 
waarnemer zich bevind, moet voordellen te zynj 
men moet dus , hoe zeer de veronderftelde bin- 
pen in de Hemel- Globe geplaatfte Aard- Globe be* 
grep^ moét worden , onbcwegelyk te zyn , zich 
altoos verbeelden , dat men , by het (bellen der 
Bemeh Globe voor eene zekere plaats , de Aard^ 
Qhbc zoodanig op haar' Ai draait ^ dat de plaat» 

zeK 



. % 



SCHTMBAARB BEWE6IN0 DBSHsHEL). t^JT 

«Ive boven, dat is in htt Zenith^ te (laan kome; 
dat dit noodzakelyk zy , zullen wy , over het 
gebruik der Spfuer handelende , nader .betogen. 

359. Na den Horifon en Meridiaan , komt op 
de Hemel 'Globe nog in aanmerking eene beweeg* 
baare i Cirkel D F £ » Fig. 40 , welke zich om ^ 
Poolen der Globe beweegt , die dus op eiken graad 
des Equator $ gefield kan worden, wdke in graa- 
den verdeeld is , en aan welken een beweégbaat 
Zonnetje is vastgemaakt, dat gefchikt is om op 
dien graad der Ecliptica te ftellen, in welken de 
Zon zich op een* zekeren dag bevindt ; deze | 
Cirkel is niet anders dan een DecUnatie^Cirktl^ 
dien wy , $ 103. reeds befchreven hebben. 

fltfo. Wy gebruiken tot Uur -Cirkel^ voor onxe 
nieuwe Hemel «Globe, den Equator derzelvt, op 
welken de verdeeling der Uuren is afgedeeld , ter» 
wyl onze Uurwyzer geplaatst is aan eenen vaa 
koperdraad gemaakte l Cirkel BGH, Fig. 40. 
op welken dezelve verfchuifbaar is , om behoor- 
lyk op het Uur gefield te kunnen worden , ge* 
lyk ons het gebruik der Hemel «Globe nader ztI 
keren. 



N s V, HOOFD- 






198 Bkscuryving van de 



V. H o o F D»S T ü K. 

• \ 

BBSCHRYVING van de SPHiERA 

ARMILLARIS» 

fiöi. De Sphara armill^ris is een werktuig, in 
het welke men de Cirkels, van dewelken men ziek 
in de Sterrekunde pleeg te bedienen , in een ze* 
kèr zamenftel gebragt heeft , om door hetzelve 
hunnen betrekkelyken (land, gelyk ook hunnen 
ftand met betrekking tot onze Aarde te leeren 
kennen; zy verfchilt daarin van eene Globe, dat 
deze beftaat uit eene kloot , welke eene gelyke op« 
pervlakte heeft , welke dus , niet doorzigtig 2ynde , 
toelaat op dezelve allerlei Ftguuren en Cirkels in 
verfchillende rigtingen te trekken , daar de Spheer 
is te zamen gefield uit ringen , of losfe Cirkels , 
-'t welk haar den naam van Sphaera armillaris of 
ring Spheer heeft doen bekomen. 

a6a. Even dus gelyk de Globe , is ook de Spheer 
gefchikt om de verfchillende Problema's der Ster- 
rekunde door middel van dezelve optelosfen , 
met dit onderlcheid egter , dat deze Problema's 
zich meestal tot de Zon en Maan bepaalen , en 
niet zoo zeer tot de vaste Sterren betrekking heb- 
ben , alhoewel men dezelven ook voor de vaste 
Sterren gefchikt zoude kunnen toeflellen , gelyk 
de Befchryving, welke wy van de nieuwe inrich- 
ting onzer Aard* Globe gegeeven hebben , zulks 
bewyst. 



\ '1 



SvnJBKA ARMILLARIS. X99 

a63« Gewoonelyk word dezelve vervaardigd 
even als wy die in de II PI. hebben afgebeeld : 
de Horifon rust dan^ op vier ftyltjens , welken de 
geheele Spheer dragen , en alzoo derzelver ftofel . 
uitmaaken; wy hebben in den loop van dit werkje 
reeds zoo veel van de Cirkels der Spheer gezegd^ 
dat het eene *noodelooze herhaling zoude zya 
'er hier 'iets meer van bytevoegen , dan het is 
ons oogmerk bepaaldelyk in dit Hoofd/luk een^ 
nieuwe inrichting der Spheer te befchryven , wel* 
ke gegrond is op de inrichting , welke wy aan 
onze Aard-Globe gegeeven hebben , en welke naar 
ons inzien beter gefchikt is ter verduidelyking 
dier denkbeelden , welken ons de beweging der 
Hemelfchc ligchaamen , derzelver (land en ve> 
fchynfelen leercn kennen en naarfpooren. 

064. De Spheer , zoo als dezelve door ons ver- 
vaardigd wordt , ziet men afgebeeld in de 46 Pig, ; 
de BcHptica ABC derzelve is even gelykin onze 
nieuwe Aard -Globe Horifontaal en onbeweeglyk 
geplaatst, en is in teekens en graaden afgedecld; 
de Equator D B E helt op de Ecliptica met een' 
hoek van 03] , en is in 360^ verdeeld ; op eenen a& 
ftand van 90^ van de beide Nachteveningspuntea 
ziet men eenen anderen grooten Cirkel, FE GD, 
welke de coulure der Zonneftanden is ; de couture 
der Nacht • eveningen vfor At door eenen koperdraa^ 
Cirkel , welke in de afbeelding , om verwarring 
voortekomen, weggelaaten is, verbeeld; zoo wor- 
ook door Cirkels van koperdraad verbeeld de 
beide Keerkringen AH en Cl, en de beide Pool^ 

N 4 Wr» 



4Jihfc KL et XX ; ::.u::ea ia den S^KCr i^ 
■ea Mtlt rmitji fegfaaca, \ wctt wy. van* 
■IX (fe Cïifec& ii9r.>^fev C Aian dïaiiKter kd^ 
btt» «tt J «fa™ ae»a; ^a de eerflr groonr, 
d» ■oacB «T ook Asc Aad~CUe |;rooter ^ 
«BK .AréCM* B BK dr Sfktr kiacisbur net 
ftHt"^ ils FG,a «wdt door ■nUel eener knop 
«B *t «ftEsde G na dn As gepbvst, rondge*. 
A iait t^ 3SII het boveotïe oiteï^ile nn ^e Spil det 
A3nie> cf tss de \. faol, \s ten Uurvvyzcr rasti 
ysmftt, vdken met den As ronddraaijende, op 
ëea tïirpli3t}c de Uuren vnwyst ; deze Aard- 
CSèv is omiing^ door een* yhkkcn breeden rand 
«el^ m de Rg. duidcIykheidshaJve gefcljaduwd 
' i»: deie verbeeld ons het vlak des Horifont , eq 
voedt door middtt van eeu* \ Ci^c^, die de 
Xiridiaan veibeeld , om de Glehe vastgebonden , 
^ajcnde dus deze Jïsrt/oVjWanQeer men dcnzelvtn 
met een paar papiere klenjveértjens vastnet , met 
^e Globe om, .wanneer dezelve den Harifm van 
ten zekere plaats voorflclt} dat wy voor de bet- 
^ Kttrkringtn t ^vokirkeh en de cjureder Nuktt 
«mAr^rji, flechfs Cirfeels van koperJraad necraen 
t 4ur''iii , oiTiLb: ilt-zc rirl;j!s van veel minder 




V 



SpHARA ARMtLLARl'9* 9C^ 

y7t\\Le |van te veel belang is , om niet duidelyk h 
dcrzelver grootte te worden aangeweezen ; wj 
hebben niet verkozen in deze Spheer, geiyk men 
gewoonlyk doet , den Zodiak door eene foort van 
hoepelwyze band, even als men denzdven PL II* 
ziet, aftebeelden, omdat deze voorftelling het 
denkbeeld van het vtak van de Ecliptica , en de 
Verfchillende hoeken , lyelken hetzelve met d«i 
Horifon maakt , te veel wegneemt , en dat het 
gantfche denkbeeld van den Zodiak niet van dat 
gewigt in de Sterrekunde is , dat men , om het- 
zelve duidelyk te maaken, gewigtiger voorftelling 
behoeft ter zyde te ftellen. — Een los ftukjc 
rond koper, op *t welk eene Zon gefneden is ^ 
en 't welk de Artificieek Zon door ons genoemd 
word , is by deze Spheer gevoegd , om op elkea 
graad der Ecliptica geplaatst te worden , terwyl 
de Maan , aan een \ Cirkeltje vastgemaakt , op 
eiken graad van de Ecliptica kan geplaatst wor- 
den. 

265. Deze Spheer, aldus tezamen gefteid, ver* 
toont ons de waar e beweging der Aurde^ de vern 
fchillende ftanden des Horifins^ en de verfchillen- 
de hoeken , welken deze met den Eguator en EcUp^ 
tica maakt , en wy kunnen aldus den Op- en On^ 
dergang der Zon , der Maan , de yerwisfeling der 
Satfoenen^ enz. zeer duidelyk door dezehre af- 
beelden. 

s66m Dan, zoo zeer ^ als wy de n^Mr^ beweging 
der Aarde door eene Spheer afbeelden , behöó- 
stif^ wy ook de Jthynbaare beweging des Hemels 






JE» Cesghhtt^no vak sk 

door middel der Sphcer te kunnen afbeelden; dit 
door iéa en hetzelvde werktuig te doea valt 
moejelyk , ten minfle is aan zwarigbedea oodei- 
worpen, weUcea de duidelykheid zouden kutmeii 
benadeelen , en daarom niet verkiezelyk ; wy ge- 
bruiken dus tot dit einde een eenigzins anders 
iogericht werktuig > te weetcn : wy plaatfen de 
gcheele Spheer^ zoo als wy dezelve nu berchreveii 
hebben , alleenlyk den Uurcirkel en Uur^vyze^ , 
en de knop om de Aaid-Globe te bewegen 'er af- 
nemende, in eenen grooteren Cirkel OPQR, Fig. 
47. zoo, dat de Spheer in^denzelven zich vrye)yk 
béu'e^cn kan, doch dat de Aard-Globe ftil fta, 
en zetten vervolgcnds de 'Spheer n7et den Cirkel 
OPQR, in eenen opeen' voet Horifontaal gc- 
plaJitften Cirkel P S R. , zoo , dat de Spheer met den 
Orkel OPQR in den Cirkel P SR van de linker 
naar de rechter, en van de rechter naar de linker 
hand kan bewogen worden , om op de Pools- 
hooine.van ccne zekere plaats geftcld te worden; 
de Cirkel OPQR is niet anders dan een algemeeue 
Meridiaan ; de Meridiaan ^ zoo als dezelve op 
de Hemel -Globe gebruikt wordt, en de Cirkel 
PSR is een olgemeene Horifon, hetzelvde dat de 




SpHJERA ARMJL1«AR|9«' t(^ 

recht in 't Zenith kome , en vervolgends den fli- 
rifon^ die de Globe omringt, en in deze 47 Fig. 
ook door het gefchaduwde vlak is afgebeeld ,' 
op de Breedte der Plaats; dan zal deze in 't 
zelvde vlak met den Horifon PSR te ftaan ko- 
men 5 en de geheele Spheer zal ons ^e grond 
van de Conftruélie der Hemel ^ Globe , zoo als wy 
dezelve boven , S ao5* verklaard hebben , zeer dui- 
delyk aantoonen , tenvyl wy , de beide Spheeren 
vergelykende , het verfchil en de overeenftemming 
der waarê en fchynbaare beweging zeer duidelyk 
zullen kunnen leereu kennen* 



. I 



m. BOEK. 






flSff GaiROK DBR Amlb-Globk' 

, hebben dtt de Ummyzfr onzer atnnn Aud- 
Globe is , op den gegeevta 'Dag In dea JU»»- 
dik , die op de Eclipticm der Globe gevonden 
wcwdt, tcbtgerende of het Jur, van hetwelk menr 
Qvecftt,een Sehrikkeijaar zy ^ dan wel het ie. qc. 
of 3*. lU het Schrikkeljaar ^% 75, dk gedasn heb- 
bende, verbeeld deze ilrtijkie^ Tim den ZMitw» 
jtrMit welke loodrecht op ïmze Aaide vak ; en 
élke plaats der Globe , die by het ronddiaajen dep^ 
«elve , (*t welk altoos van de finker- naar de 
|iediterliand moet gerdneden ,) de punt van deze 
Ariifieiede 2m raakt, heeft de Zpn in haar Zenitk^ 
ferwyl het dan te^lyfc op die plaats Middag is, 
ds de- Zm in derselver Zenhh is ; dan elke Hip 
tan de Globe heeft haar' Meridiaan^ % 118. en alle 
I^aadai, welken onder dezen zetvden Meridiaan 
gelegen zyn, hebben tegelyk Middag, % loo: dus 
h bet niet alleen Middag voor die plaats in welker 
Zenith de Zon is, maar ook voor alle plaatfes , 
die onder denzelvden Meridiaan met deze plaats 
gdcgen zyn; ligt nu deze plaats juist ondereen* 
der van 5^ tot 5® getrokkere Meridiaanem op de 
Aard'Globe t dan valt het gcmakkelyk te zien, 
welke, plaatfen tegelyk Middag , dat is tegelyk de 




NAAR DE NIEUWE CONSTRUCTIE. Mf 

'" 070. Hieruit volgt nu, van zelf, hoedanig men 
te werk gaan moet jom den beweegbaaren Meridiaa» 
êp eene gegeeven plaats te flellen : ' Men draajc , de 
Globe ftU hatende .ftaan , den beweegbaaren Meri^ 
diaafg, zoo dat deszelvs geteekende zyde, dat i^ 
die waar de graaden gevonden worden , over dé 
plaats heenen ga, acht gevende om, wyl de Me^ 
ridiaan op onze Globe een geheele Cirkel is, diè 
;?yde op de plaats te brengen , pp welke de grtt^ 
deit van den Equator af beginnen te tellen. 

ayr. Even door deze zelvde bewerking , dat is 
door den Meridiaan op eene gegeeven plaats te flel*' 
len, richt men ook deri Uurcirkel woor die plaats; 
immers naardien men gewoon is op elke plaats 
der Aarde ia uuren te tellen , Wanneer de Zén 
in den Meridiaan is , daar de Uurcirkel aan deof 
Meridiaan verbonden is , en xdaar het ia©, uwr 
ddaar geteekcnd is , waar de Unrcirkcl den Meri- 
diaan fnyd , zoo zal de /trtificieele Zon altoos r» 
uuren wyzen , wanneer zy in den Meridiaan vait 
eene zekere plaats is , voor welke onze beyreeg^ 
baare Meridiaan gefteld is. 

^7^. Uit het boven gezegde volgt dus , dat 
daar alle plaatfen niet te gelyk de Zon in dea 
Meridiaan hebben, het dus ook op alle piaatfên 
niet te gelyk xa uuren is , en dat 'er dus ecu 
verfchil van Uurte/lirfg op verfchillende plaatfen 
der Aarde plaats heeft ; en wy worden dus als 
van zelvcn geleid tot het oplosfen dier Problema's, 
welken op deze verfchillende Uurtelling betrekking 
iiebbcu } eene aanmerking egter over de wyze om 

de 






io8 Obbrüik dxr Aard -GLOte 

de Uuren op onze nieuwe Globe aantewyzeil 
aioeten wy nog vooraf laaten gaan. 

s73« De Zon heeft haaren Ychynbaaren loop in 
de Ecliptica i onze Uufcirkel ligt in het vlak des 
Equator s^ en deze beide vlakken zyn op fomml^ 
ge plaatfen te verre van elkander verwyderd , dan 
dat men door middel der Artificieele Zon zelve ^ 
dan wanneer de Zon eenige graaden Declinatie 
heeft j met genoegzaame naauwkeurigheid op 
den Uurcirkél de Uuren zou kunnen aanwyzent 
hoedanig moet men zich in • zodanige gevallen ge^ 
dragen ? 

Q74. Wy hebben 9 $ lól. gezien , dat men tot 
het vtak van den Equator gewoon is den (land der 
vaste Sterren over te brengen 9 en, S losu dat 
men dezen tot den Equator ovcrgcbragte (land de 
Ascentio reSa eener Ster noemt ; maar men kan ook 
op dezelvde wyze den ftand der Zon tot den Equa^ 
tor overbrengen ; en deze tot den Equator over* 
gebragte plaats der Zon ^ dat is de Ascentio reêta 
der Zon 9 zal altoos en in alle gevallen het Uur 
op den Uurcirkel naauwkeurig aanwyzen ; meii 
brcnge derhalve den Declinatie - Cirkel ^ waarvart 
wy , % I03. reeds gefproken hebben , aan de Arti-^^ 
ficieele Zonden plaatfe op dat punt van den koperen 
Cirkel DB E, PI. VIII, die de Equator vtrhtM ^ 
een' wyzer, welke de Uurwyzer zyn zal voo# 
den gegeeven Dag« 




n« fr0« 



) 



/ 



m 

*; n. P R ö B L E ^ iU " 

* • * • . - ■ • 

' T<? y/W<f» Aötf /nfii/ het op e ene gegeeven püats ty^^ 
als het op eene andere plaats Middag is^ ; 

•' '■ By voorbeeld : Hoe laat is het tè Petersburg [ 
als het te Amjleldam Middag is f \ 

075. Het is In dit geval hetzelvde WatDag hefc 
ook zy , wyl het antwoord van deze vraag enkel Viii 
liet verfchil van Lengte der beide gegecven Plaatfeil 
mfhangt: wy plaatfen dus, gemakshalve voof héf 
oplosfen van deze en dergelyke Voordellen ^ de Atti^ 
jideeh Zsn In een der Nachteveningspunten , oxtA 
dat de Equator de EcUfaica va deze punten Chyd # 
en dus de aanmerking , % a74. in deze gevallen 
vervalt , bretigert vetvolgends defl Meridiaan op 
Amfteldam^ en dranjcn de Globe voorts zoo 5 dat 
heMfsJdag zy te Amfieldam , dat M Jat dé Arhfi^ 
eieele Zon deti beweegbaaren Méridiaan.ïnyd ; voorts 
draaje mep den Meridiaan , de Globe ftil hatende 
fltan, en plaatfe denzèfvert op PetëribtÜ'gi dfil ial 
de Uurwyzer op den Uisrarkel 1 uur ^ 5a' nadéH^ 
middag voor den tyd aanwyzèn , vrèlké het fd 
petersburg is , als hét te Amffeidatn Middag Hé ^ 

ftTó. Hoe laat is het te M Tork als het tt Pê^ 
fèrsburg IQ uuren op den Middag is f dd Meti^ 
éiaan (l&t nu op Petersburg^ ifien drUAjVdus^ 
Globe zoo , dat het Middag te Petersburg tSf ^ 
tn de Globe laatende ftildaan « brengé meti deit 
MmdMên op N. Tork ; waimeer de Uurwyzer 



■ff- T -F" 



5 uur lo' voor den middag te N, Tori.tü ua- 
wyzeni tiit Vergciyfclng van deze twee voorbeel> 
den, ziet men dus dat, daar Peltrtbvrg Opstd^fc 
vin Jmfieldam gelegen is, het ook te Peiertbürg 
reed» nademiddag ia , als het te Amfitldam Mid- 
dag is, daar het te N. lork nog voonniddag j», 
•Is het te Peter ihurg middag is, omdat dit 
TVestelyk van Petersburg ligt; alle plaatfen dus^ 
'wdkcn Oottelyk van ecnige plaats gelegen zyn , 
liebhen eerder Middag, daar alle plaatfen, welken 
W<t*tlyk van cene zekere plaats gelegen zyn , Ia»< 
ter Middag hehben: men kan dit, door het eettt 
wouwig ronddraajen der Globe (mits men dezelve 
Tan de linker naar de rechterhand doe bewe- 
Sen,) zeer duidelyk. zien. 

, m. P a. o B L E U A. 

J9m kat U het te Pekhg , ah het tt Wttnem . 
7 vw, so* voormiddag itf 

e^. J^en pluatft den Meridiaan op Weenm, 
dnaje de Globe zoo , dat de Uunvyzer 7 uur,: 

wyst (dat 7e imr namtly'; 't welk 







IV« P R o B X -B -.If Af 

9iF^ i; ^/ Middernacht^ aJs hep se P$kin§^ 

Middag is. 

ü7d* Het is tegelyk Middags zagen wy mejer* 
sna'Icn, voor alle plaatfen, die onder denzelvdea 
Meridiaan gelegen zyn; dan de Meridiaan is d» 
genlyk maar een halve Cirkel, $ 1 189 en de an* 
dere^ helft van denzelvden . Cirkel is Meridi^am 
van eene plaats , welke 180^ met de eerde, in 
Lengte verfchilt , $ ia2 : dus is de andere helft 
van den beweegbaaren Meridiaan der Globe , Meru» 
JUaan van alie plaatfen, die x8o^ met Peking^ b^ 
voorb: (de Meridiaan op Peking gelleld zynde^S 
in Lengte verfchillen ; maar plaaifcn , die i8ó* 
met elkander in Lengte verfchillen , verfchiUe|i 
ook ia uurer> met elkander in* Uurtelling , ea 
hebben dus Middernacht als de eerden Middag 
hebben , en dusdoende zien wy dat het aan dem 
Mond van de Rivier St. Laurens — op de An^ 
$i/les — in het hinnenfié gedeele van Zuid^jitne^ 
Tica — en op het Eiland fiilkland Middernacht 
is, als het te Peking Middag is, wyl deze l^zvi,^ 
^n en Eilanden onder de andere helft van denzeli;^ 
den Cirkel ^ die Meridiaau van JMing is ^ ffi$^ 



••* 



Ou fi^« 






•^ 



|sA ' ''Ceklüik der AAkb-Gtotoi '"■ 

Vw "P ^K o B 3U E M "A. 

tjt'- binden h(fe laat het op eene ztkêre plaats hp 
als het Middernacht op eene andere is. 



By voorbeeld : ah het te Aftracan MidJer^ 
t nacht is 9 hoe laat is het dan te Amftel- 

dam? 



)t 



«79. Men ftdt den beweegbaaren Meridiaan op 
*4fi^^can , en draait de Globe , tot dat het tegen-, 
bvergeftelde gedeelte des beweegbaaren Meridiqans 
ttan den Uurwyzer kome (♦), wanneer het Mid* 
%emacht te Aftracan zyn zal; vervolgends de 
Globe ftil laatende (laan , draaje dien den Meri« 
diaan , en ftelle dien 'op Amfteldam , wanneer de 
tJurwyzer & unren , 50^ 's avonds voor den tyd 
> an Amfteldam zal aanwyzen* \ 

VI. Pro-^ 



- * (*) Om- alle dabbelzinnigheid voonekomen » motc nen hief 
^ altoos in 'c vervolg opmerken, dac de kêwt§ghaar§ MêrUt 
fUon van onze nieuwe Aard- Globe een gtbêfh Cirkel is» es 
iat it Meridiaan van eene zekere plaats maar een { Cirkel zyn. 
4ê« % 118 « de MêriitMn v0h JftrëCén^ eigenlyk gezegd, maar 
#e i Cj|rkd van dci| lyeifVi^egbaarjn» Mendiajui is , welke over 
Aftracan gaat , en dat wy dus door het ttgiuovtrgtfieldt gttt^ê/is 
des hêwtfghsann MtriJisant verftaan » de andere | 'Öifkel 'vdl 
denzelvden bêwêighasnm MiridUën van ome Globe : het is der- 
halve Miiiëg , als die zyde van den beweegbaaren Meridiaan » 
4ie over de plaats gaat, aan de ArtipcifU Z9n gebragt wordc^ 
•n Middernacht als de tegenovergeftelde zyde van den h^tt^f^^ 

Hiiyt 4ft^i>Mi «B dc Mr¥f^ll^ !•• gcbngi wtrdt. 



VI. F R o B L S M A» 

Ti ifinden waar het Middernacht is\ als 6ei "^ 
5 uuren ^ 30' nadenmiddag te Weenen is. 

* fi8o* Men plaatst den beweegbaaren Merididaé 

•p lyèenen , brengt vervolgends 5 uuren 9 30' saA 

den Uurwyzer, door de Globe ron4 te draajen"» 

m voorts de Globe (lil hatende ftaan, den Merii* 

diaan aan de Artificieeïe Zon , wanneer alle dié 

jjplaatfen Middernacht zullen hebben , welken ondet 

de tegenovergeftelde zyde van den heweegbaareé 

èdeéidiaan gelegen 2yn; dusdoende zal men vin^ 

'den , dat het Middernacht is in een gedeelte vaU 

'SiberiSn — Oüneee^ Tartaryên — China — V Ei* 

land Bomeoj op d^ Oostkust van V Eiland Jaws^ 

tcnz. als het 5 uuren , 30^ nadenmiddag te XPra* 

nen is. * 

- 281. Wy achten deze voorbeelden genoegzaafll 

om het gebruik des be^veegbaaren Meridiaans dtiiJ 

delyk te leeren kennen ; wy zullen van denzelvedt 

geduurig gebruik moeten maaken, doch Dillen ^' 

eer wy tot het gebruik van dèn Üerifin overgaan^ 

noch het volgende doen opmerken. Het verfch& 

van Uurtelling ontltaat enkel uit het verfchil vatf 

'Lengte van twee plaatren : dit heeft men duid&-' 

lyk mt de oplosfing der voorgaande iProblema'sT 

kunnen opmerken ; derhalve kan men ook doó/ 

•ene zeer eenvoüwigë berekening het verfchil der^ 

li<^^//i/f^ weéten : om zich hiervan te overtuigend^ 

behoeve men zich Hechts te heriniïereii^'^dattii^ 

koven 9 S ^34 9 S^zegd tebl:ien , dat 'er 15^ van 

Os den 



i • 



den Equator dis^^ipte/s 9 .in édu uur ^n Aferi^ 
diaan pasfecrcn : gcvolgelyk pasreeren 'er ook om- 
geëerd 15^. vas den Equator der Aar do de Zw^ 
enhyg^voig mort het ook op eene plaats, die' 15^ 
Oosf^lter ligt dan "ié ónze, één uur laatcr zyn^ 
jpfyr ^plaats» of de Moridiaan van die plaats» 
^ mir vroeger de Z$n gepasfeerd is ; dat di|r 
jEoo k(^ daarvan la^ men zich door middel oit- 
^er nieuwe Aard^.GloU zeer duidelyk overtuigen; 
Inen pltttfe de Artificieek 2ümi ten dien einde o|^ 
een* zekena^dag» en draaje de Globe eenmaal van 
4e linker naar de recbtcjiiand om , dan zullen alk 
de graaden van den Equator in ééne omwenteliqf 
^ Zou pasfeeren : alle mogelyke Meridiaanen pas- 
leeren dus in ééne omwenteling de Zoni maar 
nu volbrengt de. Aarde ééne omwenteling .in su^ 
puien ^ dus fvuifeeren 3^ in 04 uuren de Zom^ 
ergo 180*^ in ld uuren — ^^ in 6 uuren — 45* 
in..|} uuren — 15^ in x uur; en gceven wy acht 
fitP'deze of geene plaats in 't byzonder, dan zul« 
ten wy zeer duidelyk bevestigd zien, 't geen wy 
soo even zeide , dat eene plaats , die 15^ met de 
enze in Lengte verfchilt, ook één uur vroeger 
^^Êiddag heeft, zoo ze Oostefyi van ons ligt, of 
èfn uur laater, zoo ze Westekfk van ons gephatst 
ij% -dus behoeven wy het verfchil van Lengte vaa 
l^me pltatfen maar in tyd te veranderen , em het. 
%^chil van Uurtelling te kennen. 
', By voorb: Baiana ligt op de 
ianBoo van • « 4 • 104^ 33^ 45* 
yStffiuhageti op . • . 30 15 30 
'^\ verfchilt vaa kngte 94^ 18' x^ ^ 



.'/ 1 - 



ürdOce 94^ 18' 16' van den Equator, uitmtkeft 
é uuren, 17' 13' in tyd: des het altoos 6 uiumt 
17 13* laater te Batama is. dan te Coptnhagen. . 
128 J. Ten einde dit. verfchil van Uurtelling 
Ipoedig te kunnen berekenen , is de wyze om 
de kngte eener plaats Oost" of fFestwaards vaa 
aene andere te tellen, zoo als wy die, $ 119, op- 
gaven , zeer gemakkelyk , en inzonderheid wanneec 
jnen die Lengte niet in graaden maar in Uurtm 
berekent ; want dan wordt die Lengte ^Ive m 
gelyk het verfchil van Uurtelling ; zoo zagen wy ^ 
j 119, dat Greenwich a? ao' 15', westelyk van 
fP^s gelegen is, en he^ is om deze reden al* 
toos 9' ai" vroeger te GreAwich dan te Parjs ; 
men ziet hier verder uit, waarom de Sterrekun- 
4ige Tafelen altoos voor eenen zekeren Meridiaam 
berekend worden; omdat men, dezelven voor eenT 
jcekeren bepaalden tyd moetende berekenen, die 
berekent voor den Middag van de plaats ^ irooc 
Vitlktt Meridiaan zy gefteld zyn. 

Fan dó Vereffening des Tjdt* 

- » 
^83. Wy hebben in de voorgaande S $« g5» 

jg>roken over de wyze der Uurtelling, en in d6> 

zdve onderfteld, dat men altoos ia uuren tdtg 

of den Middag berekent , op het oogenblik dac 

de 2on in den Meridiaan is : dit is ondertus» 

firhen niet altoos waar ; want , daar de /lardt 

jjBfller of langzaamer loopt naar dat dezelve dig- 

ter by de Zon of verder van dezelve af is , S 59» 

^^ ggo zgi hiex uit yolgea^ dM d« eenp di^ 

O 4 !»• 



\ 



> 



ME6 •' GzsanuiK 'ótK Aard-Glus <' 

luger zou zy» ^"'^ ^'^ »ndcrc, en dnt dus ook 
4c Uurm niet nllen cvcii groot zouden zya , 't geei» 
men.^er in het burgcriyke gebruik oitderftelt ( 
■^ pmdüag egter van rflle onze Uurttlling ia 
jite febynhxïïK tieweging der Zm, en het is .naai 
derzelver loop du. men de Uurtelling, weilte wy 
.^woon zyn te gebnükeo) regdt; lüervtui is idcji 
■^wooD in de Steirekunde onderfcheid te mant 
isa , tusfchen dea tvaarsn cii middeibaan» lyd^ 
jterwyl bet verCchil tusfchen deze beiden de vergif' 
fiing dtt tydt genaamd wor<U. 
t flSLf. Dt ivaare tyd is die, welke door de Zoa 
■Xelve word aangewezen , en de middeibiure die . 
tvan welken wy gewoon zyn gebruik te maaken; 
«lle tyd word veronderfleld te befhan in eene 
vpeenvolging van oogenblikken , welken allen gelyk 
"kyn , «i de Zon kan dus in dit opzicht geen 
juiste maat van den tyd zyn , alhoewel wy oits 
xgrcr van dezelve bedienen moeten om den mïi- 
deibtaren tyd t« vinden , daar het de waare tyit 
«Heen is, welke kan waargenomen worden. — 
Xndien men' ^«i Uurwerk vwonderflelt , dat een' 
Cenpaarigen gang hield , en hetzelve op een' ze- 
keren dag des Jaars 13 uuren nanwees, als de Zo/s 




" 's85« Wanneer de Zon den Meridiaan verlaat , oii 
4cn volgenden dag wederom aan denzelven komtf 
heeft de ^arJe in dien tusfchentyd ééne omwen^ 
teling volbragt , en de Zon haeft dus fchynbaar 
366^ doorlopen ; doch daar de jiarde in dien tus«k 
ichentyd ook in haaren loopkring gevorderd is ^ 
2yn het eigentlyk 59' 8' meer als 360^, welken dê 
'Zon fchynbaar heeft doorgelopen , als zy wedei 
raan den Meridiaan komt : men ziet dit zeer dui« 
clelyk, wanneer men de Artificiede Zon op ee^'. 
zekeren dag des Jaars op de Ecliptica plaatst , en 
iitn beweegbaaren Meridiaan ^ by voorbeeld, op 
Amfteldam plaatfendé 9 d^ Globe draait tot de 
^Zonin den Meridiaan van Amfteldan^ Itaat: dan 
2ai , wanneer men de Globe eens ronddraait , de 
Zon nog niet aan den Meridiaan zyn , omdat 
men veronderfteUen moet dat de Zon in dien tu&t 
.fchcntyd omtrent één' graad in de Ecliptica ge» 
'Vorderd is, en wy dus At Artificieele Zon op den 
.volgenden dag moeten plaatfen , en derhalve dè 
Globe nog eene kleine beweging geven, om ëe 
^Zon wederom in den Meridiaan ite ddeii kennen ( 
j^varen nu deze dagelykfche vorderingen der Aardt 
\x\ haaren loopkring , en dus ook de fehynbaare 
^beweging der Zon , altoos gelyk , dan zouden ook 
alle dagen ^elyke lengte hebben; dan daar de 
'Zon in 't begin van July in 24 uuren , 57' ii* 
Jangs de Ecliptica door haare fehynbaare faiewap 
/ghig gevorderd is , en in 't begin van January 
61* II* in 't zelvde tydverloop aflegt ^ zoo zyn 
'tok zeker de dagen in January 4' langer dan iff 



•• »/ 



4lS GsBRtiiK tns0AAx»'OtMm 

JtÜY t en de Uuren dienvolgens ook (*) : AiC 
ii:de eerilB owzaak» welke de digea ongdïk 
»uït. 

gSÓ. By deze terfie oorzaak, welke van de 
AbyabssK beweging der Zon xfli&ngt, voest zich 
ptg tene tweede ^ welke uit des ftand der EcUpticm 
Met betrdiking tot den Equator voortvlodt; bet 
is niet genoeg dat de beweging dei Zon in de 
JEdiptiea gelyk is: zy moet het ook zya in den 
J^Mfw, omdat het op den Equator is, dat wjr 
gcwooa zyn onze uuien te tellen i al onderftclt 
mm nu dat de Zen eene gelyke beweging in de 
Ecliptica had , zoo zou dezelve zulks nog niet 
in den Egustor hebben , omdat de verandering 
»an de jKtn/io reSa der Zon 'm ééntn Dag niet 
altoos gelyk is aan de verandering van de Ling' 
ttderZeni om dit düidelyket temaaken, plaatft 
men de Jrtifie'teelt Zon eens in de Ecliptica op 
OE o*^ , en dns in het Nacbtevenïngspunt van de 
Lengte; de Ateenfio reBa der Zw is nu ook o"; 
verondernetlen wy na dat de Zon in lo dagen 
jo" op de Ecliptiea gevorderd is , dan zal zy geen 
IqP op den EgnttOT gevorderd zyn , maar flecht* 
■ƒ : om dit te zien , plaatfe men de Artifieieelt Zom 




KAKk DB fmtrwff CoNStiafCihs. np 

$9X1 & ao^ 9 haare Ascenji9 nSa llecfats zft% 
18® — op de Lengte van V of 30^ eal de Ai^- 
tenth reêfa zyn 08^ — op de Lengte van a« of 
60^ afftand van *t Nachteventngspunt i^ de Aé^ 
cenfi^ reSa zyn 58® — en op de Letigte Van ijk 
of 90^ aflland van *t Nacliteveningspunt tA dé 
Ascenfio reSa zyn 90? gelyk aan de Lengfet tiè 
hier de tweede oorzaak van het verfthil vtn éüA 
ovaaren en middelbaartn tyd. -' 

it87. Om dus eenen tyd te verkrygeo 9 welke éèn* 
patrig is 9 moet men eene fcbynbüOn Zon Verön* 
derflellen 9 welke in den Equator met eene eetipaa* 
rige fnelheid in één Jaar rondloopt ; deze /cAy^ 
^aare Zon zal in fommige tyden des Jaard met 
de vfaare Zon tegelyk aan den Miridiaan zyn^ 
op anderen de waftre Zon voor üitloopen 9 en o^ 
andere tyden de waare Zon volgen; wy zyn ge^ 
woon Middag te rekenen 9 als deze fihynbaarê 
Znm aan den Meridiaan is 9 en moeten dus 9 daar 
het enkel de doorgang vati de wéare Zou doof 
den Meridiaan is , welken wy kunnen waarnemen^ 
de hoegrootheid van de VerifeHing dei fjds ketü 
üen i om den middeibdaren tyd te kenneti 9 van den^ 
welken wy ons gewoon zyn te bedienen. -^ 

a88. Men heeft Tafels uitgedacht , door dewelkeii 
men voof eiken dag dés JHarè dé Ferèjfining de$ 
tyds vinden kan 9 dan daar 'er nog andere kleine 
vtrftooridgen in den io4> der Aarde ^ tn évts <k>k 
in den fchynbaaren loop der £0)94 door de aan* 
trekkingskragt der Maan 9 van Pènus en van ^tp^ 
ftter veroorzaakt , )>laits hébben 9 ^00 kuliiieii 
éeze T«fels« voor idk ]kwsm mUt «Vttt iiaèu^vkal' 



jpiQ . OSBHUIK DIER AAft&*Gt<»B it 

tig z]^9 waarom men in de Connoisfance des TemfÊi 
teut colom gewoon is te plaatfen , het opfcbrift 
kebbende Temps moyen au Midi yrai ^ (MiddeU 
baare Tyd op den waare Middag ,) dat is de tyd § 
welken een goed Uurwerk moet aanwyzen , op 
)iet oogenblik dat het middenpunt der Zon in deQ 
JUeridiaan is , en waardoor men dus ten aUea 
lyde in ftaat is den middelbaaren tyd te vinden ^ 
en alzoo zyn Horologie te reguleeren« 
. sSig. Wellicht vraagt men nu , wdke is dan de tyd 9 
dien men ^ van eene Globe gebruik makende ^ vindt f^ 
is dit de waaire rf middelbaare tyd f Indien mei| 
veronderftelt , dat de Lengte der Zon , welke mei\ 
op de Ecliptica der Globe vindt aangeteekend , de 
^aare lengte 2y , dan is het de waare tyd ^ die; 
door eene Globe wordt aangewezen ; doch daac 
men niet anders dan de middelbaare lengte op een^ 
Globe kan aanteekenen, zal dezelve iets met deu 
waaren tyd kunnen verfchillen , alhoewel ze egter 
foeer met den waaren dan wel met den middelbaaren 
tyd overeen zal komen ; wil men egter , om zich 
te oeffenen , hieromtrent met meer naauwkeurigheid 
lumdelen 9 dan gaa men. op de volgende wyze oji 
#nze nieuwe Aard -Globe te werk. 

VIL P 1. o B L B M A. 

. Pus waaren en Middelbaaren Tyd do^r middel^ 

der Chbe aantewyzen. 

f 990. Men zoeke in de Connoisfance des Tempfi 

990id^JB^a6^^^J)^gMJU9e^ der JSptB ^ 



I 



fllaJTe op den gevoiidcn graad ^ de jfrtifiHeehfi 
Zon 9 vervolgends brei^ge men deee aan den .ftfrd 
ridiaany en zette den Uurwyzer op het Uur en 
Minuur,'' d:lt men voor £en ^ag vindt aangetee* 
kend voor den middelbaaren tyd op den waareit 
Middag 9 dan zal deze Uurwyzer de Middeibaare 
en de Jrtificieele Zon (of wel den graad van dea 
Equator, die met dezelve overeenkomt , $ 974.) deit 
waaren tyd aanwyzen ; zoo vindt men by voorb: 
ïat de Lengte der Zon op den 17 Nov. i8oi# "^e 
Tarys is, 71 24^ 4a' ^3*, en dat het ir uurenj 
45^ 10* op den waaren Middag van dien dag isp 
derhalve plaatfe men de Artifickek Zon op 7% 
04^ 4aS den Meridiaan op Parys^ en de Globe 
gedraaid hebbende dat de Zon in den Meridiaaê^ 
is , den Uurwyzer op 1 1 uuren , 45' dan kan metf 
Ben middelbaaren en waaren tyd tegelyk , gelyk boi 
ven gezegd is , vinden ; de Uurwyzer verbeeld dan 
de fihynbaare Zon , die eenpaarig veronderfteld 
word in den Equator eiken dag 59' 8* afteleggen i 
des men derzelver plaats voor dat gcheele Jaar 
Üoor eene eenvouwige bereekening gemakkelyk kaïr 
vinden , indien men niet verkoos dit telkens naar- 
te zien; zullende men, dus voortgaande, vindenf 
hoe deze fihynbaare Zon fomts voor- of agtet* 
de waare is , en op andere tyden tegelyk met de^ 
zelve aan den Meridiaan ; zoo zal de fihynbaare 
Zon 9 de waare na den 17 Nov. naderende, op dent 
s6 Dec. i8oi. te gelyk met de waare Zon aaii 
den Meridiaan zyn , en de vereffening des tydt 
dus o zyn ; wanneer na dien tyd de fihynbaérè 
^ de ifM^r vooruit gaat^ dea xi Feb; tasssf 



\ 
4e gioot^ ifWrkiag beeft , m wari^ait 'i^ 

• 4IIM Hvifon te fi^kn ^ ttne ê^^a^ldt Sree^^ 

Sy Toorbeeld : 9»h 60** NMT^tr BreedUt 

• SJM- py het gebruik der Globe , naar de gewoon^ 
^ffê gemonteerd, viodt men eeii Problema, om 
4e Cióhe ff Selltn op de Poolshoogle van tent zo- 
tere Plaats : dit Voorftel vervalt in liet gebruil? 
«nzcr nieuwe Aard -Globe , doordien de Globe 
yelve in derzelver floel geen verandering van flaiid 
fndergaat, het geen mén zich wel moet herinne* 
(tn , daar wy integendeel, van een hewtcgbaaretf 
fkrifm gebruik maakende , dezen die beweging 

■geeven , welke men anders gcwuonlyk aan de 
plobe geeft ; wy hebben in Fig. 30. den heyvteg-, 
haaren Meridiaan — HorifoH' en Uurcirkel van 
*nze nieuwe Aard-Globe in haaren betrekkelyken 
ftand afgebeeld, en in § 130. de Bclchryviug van 
4eielvegegeeven: het is nodig, dieS na teleezen^ 




Breedte is ^. gelyk^^ is aaa de-gegeeven 
Breedte: dus moet de boog NA, welke op den 
hcweegbaaren Meridiaan gemeetea wordt , in o^s 
geval 60^ zyn. 

spd. Men moet hierby aanmerken i^. dat de 
boog NA of ZC altoos genomen moet worden 
óp dat gedeelte des heweegbaartn Meridtaans^ op 
betwelk de getallen van de Pool af beginnen, te 
tellen, — a^. Dat het punt A van den Horifin ^ 
toos dat punt van denzelven is , waar Noprd g^ra* 
veerd (laat. — 3^. Merke men aan , dat als de[ 
fforifin voor eene gegeeven Neorder Breedte ge-; 
plaats is , hy tevens ook voor d^nzelvden graad van 
Zutder Breedte geplaatst is , omdat de Horifoi| 
AB C D t Fig. 30 , zoo wel Hor\fin is van do 
plaats T als van de plaats V, 

IX. PlLO;0L|(MA« 

r 

( De Geographifche Lengte en Breedte een^ ^ 
ïlaats op de Globe te vinden. 

By voorbeeld: van Amfteïdam* ^ 

093. Ten dien einde plaatst men den beweegbaar 
ten Meridiaan op Amjieldam , en ziet welken graad 
deife op den Equator der Globe aanwyst , welke 
graad de Lengte der plaat? zyn zal; vervolgens zie 
men welke graad op den beweegbaaren Meridiaat$ 
door de plasits zelve wordt aapgeweezen , en étzt 
tH de Breedte der Plaats zyn : dusdoende vindt 
MPtsxi voor de Lengte van A^fi^^ ^^^ S<^ 9 ^^ 
IfOQi d^ Jfrutbe £%^ U' Hm^ 9fW4u* t 



«04 -Giniutc DEii AA]i»-"QLBtt : % 

X F R o B I, S M A. '"^ ' 

•■i)e» heKretghaareti Meridiaan en Bcrifm te jfe^* 
k» fyereenkomfiig de Lengte en Breedst « 
' van eene zekere plaats. 

By voorbeeld: AmfierSam. 

•- 094. Dit Voordel vervangt eigenlyk gezegJ 
het gewoone Voordel , om de G/ehe op de Paolf 
hocgte van een zeken Plaats te dellen , omdat wy 
niet alleen op. de Breedte maar ook op de Lengte 
der plaats in het gebruik onzer Globe acht gee^ 
ven; meii plaatfe dus ten dien einde den beweegt 
iaaren Meridiaan op jimjleldam , dat is op de 
Lengte van aa" 31', en den Horifon op de Nóor- 
der Breedte van 5a** al' , volgends het VIII ProJ 
Ueroa , % 991 e» a9ft..en alles is in order; eg- 
ter zal men weldoen, door middel van een paac 
papioFcn klemveërijeiis, den dand van den Meri- 
diaan en Horifon te verzekeren , opdit men ftaac 
kunne make dat dez<:lven door het ronddraajen der 
Globe niet veranderen* 




-SireèSh'Vtii Amfteïiam gefield faebbe.' 2ie d| 
Voorgaande $ ; door dic'-ihiddël i^ (ïok de tJtrii 
cirkel wwtAmftddan^ |:eftetd ; voorts- plaatfé ilied 
-At^Arélfici^eh 2oé in dé Ecliptica op 4^ igo j 
de Lèn|[le'' der Zöw voor' d^ ló Aug. eti- dëft 
l3\iT9tfztTOp den graad ^in^èé ^Asicnfio rt&a d& 
^H>i ^ dyüafjé de Oiöbe ,^ tótl dit de Artificie^ 
Zon aan den O^f/^ Horifon kome , waiuieet dé 
Uur\vyzer 4 uuren 40^ voor den tyd van den Op» 
gang der Zén ftl 4an^lten#i— ^ VerVolgendS 
gaa men voort met de Globe te draaije tot dat 
Atf:ArUfcicck Zxtn kan- ded WctHrHcriJhn tofte» 
en zie. wat. uur de Uorwyzer aiiifwyst,' wrinneer 
tnen bevinden: zat, dit de«^^ den- lö Augustus 
ten 7 uuren ao' Ondergaat. 
: fi96. Wy moeten hier doen opnitfriceri , daf W, 
van den Hörifom fpreekeiid& ,. eigenlyk daardootf 
die zyda van rdenzél^en verdaan ',^ op welke d# 
graadeo van ^t Jzimuth uidodpen , en dits deft 
kant welke :iiaar de Noord*Popl gekeerd is;/: « 

XIL P R o B tt Jr ^ \i' •'•:r:f 

É * 
■- - - • * ■ • 

• De ftreek' des fVimk te vinden' in' dtwttkC'di 
ZanOfh- i^ Ondergaat :, ais mede dérzBlver 
Azimuth iy itaarén Ojh of Ondergang; 

■ . ,. _ .1 

: 997. Wadneer men de Afitficieile Zim aan dW 
Ooster Borifon hTtngt j om den tyd vün dtvtémt 
Opgang te vinden , moet méü opmerken welke 
^eek des H^tnds^ en welken, graad Van het Aiithuth 
de punt van ét Artificieel M^n-Qf^i^ ikrifeê 
. . P ^ 



4t^ -G&BKim DEK Aard-Glou 

V - 

^tveftaani^t; ddt dD«ide,qi ook bydcaOfldeN 
jfA| iet Znt dur op «cht gevende , sd aea 
jtrindci, dtt de Zm den xo-Aagiuma te .<«^0lfr 
i^ ia bet OoauNooFdoosKn Ofiggst^ dat doN 
jnlver j^mmtk ]s (15** , ca dat dezelve Oiuitf 
ffffwJkin liet Wut-NooidwestCB, QAz<i|t.£&M>S« 
9Sil«u B« ccQ.gfdjk «fenfK&b ib-'by dnzalvar 

Snt P & o > .1. ■ MA. 

. IiotiriióidelvmienSrtedtê'CirkédenTj49Mm 

é«m Op- tn Ondergang der Zon voor tem* 
(. zeifren Dag tn Fltsts t» vimün, 

. 398. Wy heVbcQ, $ a68, reeds niet onduidetyk 
te kennen gegecvcn , dtt wy v«n den Breedtf 
^rkel onzer nieawe Aard*Giobe nog een ander 
fe^uik wüde mtatien, als bet geen waartoe de» 
zelve eigenlyk gefcbikt is , te wetten om d« 
Breedte van eene zekere Plmeet of Ster aante- 
wyzen , $ 8s es 105 • en het is hier de phiats 
van dit gebroik meer opzettelyk te fpreefcen. — 
Vftmnfler «m ktoot* ligchaam door een ander 




KAAR DE msüwi CcmiTitticttE; ü^ 

tceii men op eene kloot trekt , cirkèlvorlDig tyn 
iDoeten; deze Ciricel iiu.ffauit ahoos rechthod^ 
op den as der lichtkegel ; want het is blyklnutf 
dat ót verlithting zich naar alle ijdta irftil litt 
iniddenpont vÈa het lichtgevelid ligehaaüi inM 
terre moet uitftrekken; deze is nti der licjbtkegd 
ligt , wanneer het duistere ligchaam eene Vetm» 
^ng heeft om het lichtgevende , in het vlak tat 
deszelvs loopkring: de Cirkel dan , die het Wiw 
lichte van het duistere gedcc&eidrcheid, ftiat diü 
ook ncktkoeiig op dit vlak,-. en derhalve (laat de 
Cirkel , die het verlichte gedeelte der Aardf Vti 
liet duistere gedeelte aflcbèid , reehhotkig ojp hdL 
Mak der Ecliptica ^ en is dus een Brudtê^Cirktt^ 
S 83. 

999. Voegt Uien nu hier in zyne gedacbteh bjf 
't geen wy te Voren hebben aangetoond 5 $ 9a* 
dat de As der jiarde beftendig naar het zelvdë 
{mnt des Hemels gekeerd fldat ^ dan volgt hiet 
üit , dat deze Cirkel, die het verlichte van het 
duistere gedeelte der jiardê aflcheid, in ééneijt 
óihloop der jiarde om de Zon ook èehe èmvirdH 
iding oin de jlarJej met bètrekkiog tot déd 
ftand van den As der Aarde, iliott volbrengetl 1 
én hier uit volgt reeds vkn vooren , dat de PdiiU 
lellen der Aarde niet dezelvde betrekking tot dézeii 
<:irkél kunnende behouden , de deelen der Pisu 
lellen, die door dézen Cirkel (dien wy, kortfaeids^ 
ïialve, (lechts nu eil in 't vervolg Breedte^drïd 
«uUctt hoeinen ,) aFgefneden Worden , niet iltöo* 
even groot kunneh zyn , $ iil. en dftt dettüIVe éê 
Órd^^ «tqe plaats, tyy d^ degd)É&lie UnwMf 

tk Mi 



OB^ing-;-der Aardig ift'höl v^rfichte gedeelte' der-i 
Sèive rUbtarbitngt^ niet altoos even f root is , dac 
iscdièt' indene woorden y dat Me dagen voorvei> 
felfiliende: ph atfea 'der Aarde niet' even lang' kun-* 
li0n?zyir 9 'behalve voor- die plaatibn ^ die onder 
fl8(f*I5^/Qr) gelegen '^h » onidat de Equator en 
Jtmit^^OrlUl 9 'beide gti>oie Cirkels zynde , el- 
lomdir'dtdos , in, twee geiyke deeleir^ deeleü , S 9« 
•ir$oOii:S>t Bpéêéft-CSikket kan dus zeer gevoegelyk 
gdbmifcS wordènVioitt bet "perlichte gedeelte AttAar* 
fit mi her V/mr/zVAie^. afgefcheiden té verbeelden^ 
•fl^dds obk om déi Of^ exiOtidergèng der Zen^ en 
ttdiM tyC'^rahneer die' voorvalt te kunnen vinden ; 
iben \'^hiatfe Iderhalve *(vaa het zelvde . voorbeeld 
als by het XL Problema gebruik makcpde,) dea 
téwtegÜaaren Meridiaan óp Amftetdam en de Arti" 
fieUele Zon op lo Augustus. Men zie vervol* 
^ends in wat graad der Ecliptica de Zon op dien 
'dag (taa i tdle >>y dezen graad st by , en ftelic 
aop desea graad der Ecliptica (welke in dit geval 
7* i8^ is ,) den Breedte - Cirkel ^ dan zal de 
4ieirt der Globe, die uaar de Artificieele Zon to&» 
gekeerd is, het verlichte gedeelte der Aarde, en 
^e andere helft der Globe het onverlichte gedeel* 
4r: vbor een zeker nu nog onbepaald- uur , aarKi 
.wyzen ; voorts draaije: men de Globe zoo , dat 
Amfiildam onder dea Breedte^Cirkel ^ aan de lin« 
kerhahd van de Artificieele Zon^ waar altoos de 
tnireede van elke * plaats iri het veriichte' gtóeeke 
gefchied., te (han kome : op dit oogenblik na 
cifeed Amfieldam ' in "het verlichte deel en de Zom 
gaat dus aldaa^ om 'wyzende de.Uufwy2er4 uuren, 
%•«■ ai i9 



NAAH DB NIEU\ttE.'£ONST]ttflnQll. CQt 

l8' voor haaren Opgang aan j de Gla!^ verder 
voortdraaijende, zien ^yy Amffeldam het verliclite 
gedceelte doorloj)';n , en vervolgends weder oiyjer 
lien Breedte' Cirkel aaa de rechterhand i^v /irth 
ficieck Zon ^ \v;nr altoos de uitgang ^\an elke 
plaats uit het verlichte gedeelte gefchied , geko- 
men zynde, het verlichte dtjel verlaa.ten, pp \\dk 



pog 



enblik de Z?» voor -r^wy?^/J^w ondergaat 3^*en 
de Uurw^'zer 7 uuren, ao' aanvvyst. *' ^ '^^ 

XIV. P R o B L E M A. l 






7> y/W(f/i welke plaat fen de Zon t^ gelyk met -^ 
Amjfeldarn zien Opgaan op den 5 Maj* • . r 

301. Mep handele even als in de voorgaand^. 
S , zettenden beweegbaaren Meridiaat op Amfie^^ 
dam^ de Artificieele Zon op den 5 May, eti^qi^ 
Breedte -Cirkel op icy 15^, zyade 31 van dp;^/>j 
tificieele Zon af , en draaije de Globe , tot dat 
Amfteldam weder onder den Breedfe-CirkdMomCj 
aan de linkerhand van de Artificieele' Zoti ^ dan 
zullen alle plaatlèn , wqlken aan die zyde om)er 
den Breedte 'Cirkel gelegen zyn , te gelyk triet 
Amfteldam op den 5 May de Zon zien opi^aan , 
waaruit dus blykt dat op dien dag de Zon op 
de Orcadifche Eil. — te Mantua^ — Rotpen^ — 
op '/ BiU Sictlil^ — in een groot gedeelttran 
Africa^ — en op de Z. W. JÓtst van Ma^agdt!^ 
ear te gelyk met Amfteldam opgaat. , ^' " 



■ - ' • ■ . .' 



P 3 X\'. 



ugo Gkh-vik dxb. AAU)-Gb»ii ■- 

XV> Fkoblsua. 

7ï tn»<)Enr svtf* wdke plaatfe» de Zon OadePi 

gaat , alt op den ^ May te Ji^fielda» 

de Zm Opgaat. 

^. Tot dit Problema wordt de Globe ercn- 
^ens geftdd als tor het vorige j alleenlyk moet 
inen nu wht geven welke plaatfcn te gelyk de 
ftrüeète zyde der Aard^ verlaaten , als ^mJJel- 
4am in dezelve intreed , en dus welke plaaifen 
ond^r den Breedte -Cirie/ aaa de rechterhand van 
^ Artificie^le Zon gekgen zyn , wanneer mei» 
bevinden zal , dat de Zon Ondergaat in een ge- 
<fce/ïe van Groenland, — in de Uaffint Baay, — 
Op dé iV. fF, Kust van Noord ~jimerica , op de 
breedte van 55", —— in den Stillen Oceaan — 
eo op de SoeiePfdt Eilanden , te gelyk «Is dezelvf 
t( jfnifieldam opgau. 

XVI. P a o B L X H A. 
Tfe vinden voor welke phatfen de ^on Op~ ett 




(die als te voorea geplaatst moet zyn,) «an dt 
linkerhand der Zon 9 g^egen zyn , en $nddr voor 
^lle die plaat&n, welken onder deuzelvden Cirkel 
gelegen zyn , aan de rechterhand der jtrtificièel^ 
Zon; wanneer men zien zal dat de Zon opgooi: in 
een godeebe yaU Conado en Louiflono , — in de G^ 
van Mexico^ — > in Tucatan^ «-- de Honduras^ -• 
ie Kaap Blonc in Zuid^JÉmeriea^ — in een go^ 
detlte von Chili ^ enz. en , dat de Zm Ondergaat IQ 
een gedeoho van Sikericnj •^ Chineos Tariaryen^^ 
China ^'-^ V Konings Siam^'^ Sumatra^ enz. alt 
bet pp den 5 May te AmftOdam Middag iSf ^ 

XVIL P & o B L S M A.' 

Te vinden vomr welke plaat fen de Zm Op^ eh 

Ondergaat op een* gegeven Dag en Tjd 

buiten den Middag. 

By voorbeeld : als het 10 uuren , 30' 's moiw 
gens is » op den ^4 Aag« te Amfteldam. 

« 

304. Men plaatle ómMeridiaon op Amfleldom^'^ 
de Artificieek Zon op den 114 Aug. — de Breedte^ 
Cirkel op 8»o^, zynde y van de Artifichele Zon 
af^ en draaije vervolgends de Globe tot dat 
de Uurwyzer 10 uuren 30^ voordenipfddag adn* 
wyst » wanneer men op de te vorert verklaairde 
ivyze zien zal , dat de Zon Opgaat in de fyuiy 
van Hudjon , — in Canada^ — de Staaten vatè 
Ifewyork en Riode-Eilandt *^ Antilks^ ^ in een 
gedeelte mn GuianOf *— — *% I«aBd deer AmazmeéA 

P4 ca 






itgpy* op de Kvttyan ■f^hier''EiltaidXim*Mt—^- 
^lihUt^ufckt Milanden y-^fieUha^tsiJ^aüiq/^ 
JgaUtU^* -^ ^^ -gedeelte, van M HoUami, eoz. a 
y)^ Mat ttioet'hicr.en by alle: dc-JVvi/MMf.^ 
^y^welkea^mea iraa Idüii inedtKSrM gebritib 
Suaktt QtH Aen Op- of Oidttgmg .Atx^&n ta 
Viodtitk opmerlteitv'' dat de. btide: punttti ,~«Rdketf 
4etl Op^ en Ondergang dei ^«aflcbetdènyalnor 
d£ /Wm tier. Ecliptica zyit , - en dat itezeii altoos 
4ft punten rynde om-welken de Breedte Cirkel zich 
beweegt,- in de Boolcirkels gevonden worden. • 

Xynj, -P .B. . o B L E IC.A, 

TV vinden hoe laat het ïs te Amjieldam » s£t. 
'"■ $sti 24 /iugytï Mexico de Üon opgaat, 

Sotf. Men flelt dé Olobe even als in de vorige 
$ gezegd ïs, en brengt ven'olgends Mexico on^r 
den ■ Breedte Ciriely aan den linkerhand der jfnifi. 
cieele-Xon\, ^vaniieer (W Uurwyzeï" Ta uuren, 50? 
'g namiddags zal aanwyzen voor het opgenblik 
dat ^ "^od' te' iW«ir«» opgaaf. • 




MAAR -ra -19IKUWl^**OoAS¥Üfttil. j^ 

irolgënds AmfiMaïk ondeïi^éftöéArétv, eilbrenge Cd6 
Globe laaüende ffilftaan,) den Meridiaan banden; 
Uuiwy^er , i banende ^dus -'de '« UurtelHng -met» 
liet opgaan óik Zoni- men .^radit vervolgénds *tl^ 
Globe om, tetjimfieldam öo'der den Breedte Ctf^' 
M^ aan de rechterhand der Zon\ kome ,'eii de Uui< * 
wyser zal de lengte van. den ddg op defe UufclrkU 
nanwyzen, doch hierhy dient men optemarken 9 
dat zoo de Uurwyzer meer dan •:vx -üurea 4nuiA^ 
wyst, men in dit geval by de ia uuren de» ove^. 
rigen moet bytellen ; dusdoende bevind men do 
lengte van den' dag te jlmfttldam Acxi -31 May - iff 
uuren,. 10'; wyl de Uunvyzer* 4 uuren; ' 10% iuK 
IS uuren wyst. «-^ Om de lengte van de I^achtr 
te vinden, gaat .men op.dezelvde. wyze.te werk> 
tlleenlyk .ftelle men nm den Meridhan ata de Ariif 
ficieek Zm^^ als dezelve voor.dia.plaats ondergaat^ 
en zie hoeveel tyd -:die plaats ; bedeed . omi. heC 
duistere gedeelte der Aarde 'tt doorloopen; met^ 
dit al kan men wanneer meQ.de lengte van den Dag^ 
kent, de lengte dtr-NacH landen, door. deze ge^ 
vonden lengte . van 04 uuren aftetrekken : . din; ia 
de lengte der Nacht te jtmflêhimn den 124 Augc 
7 uuren, 50'. * . 

1 

■ tf 

XX. Problema,.. 

Jienttxiwe Aard- Globe als een Tellürium te gébrüH 

'■ hn om de verwisfeling der Sai/hénen , en hh- ^ 

\ \ fangen en korten der dagen dantewjzen^ 



• ■ ^ 



508. De voorgaande Problema^s^ in dewelkeh wy 
TM dtxk,Ur€ed{e XSrkel gebruik gonaakf hebbea.,^ 

. . P 5 o» 



«1,^ .«BwtpB om Aui»^6iOHk ' 

m ita 0^ mOnArgtmg ^ «Sw KVWifetf 
gffvcfi OOI eeae gqiute baodleiilhig oa <Ut An!> 
AtaM, ditsdcier «b ew der ichoa«ft« nag Mft» 
^lPM)it worden, iser |fuiikk«lyk.cB^»SQO. w]r vcfPi 
opowen, ttcr duiddyfc opt«|oifti. — Wy'be») 
liaaca biertoe met ^n d*g itr Um» Naehtsw. 
tÜlg , ^cEeo de Artificitét tam in dft.£<af«/MMik 
ta.dCR Bruiu GrM op 3 teckeu aiftuid m da>: 
atln ^ wwBoer mea weldn bevind duns d» 
gfoctt JrwdlM Grkai, de koperen ring, inwdkca 
46 g^wek^Gkibe dnuit, de Cirkel is, w^Ucefact 
tnüclnt at onverlichte gedeelte vtn clksadereo- 
fidiejd, omdtt de Breed/e Grkflf nu op 5* afHuds 
VU' de Zim gepdutK wordeade, juiit nee de co> 
lure der ISamiefitnJtn. infnlt ; en deze beTcboiK 
«tog nl een* opmetkende ^reA doen zien, dat 
de d«eca en nachten op duen dtg over de ge* 
^ÊtAa Jttrêt even Itng zyn moeten; immers daar 
nn de Bntiu Griêi door ds PhA» dtr ^mity 
en dus ook door de Pooien van alle de Paralel- 
la. der AêtA - gaat , deelt ook dexdve tlkn in 

tv«e galyke dcelen. -~- Dan, men plaatb den 
BferifIMan eens wKler op ^m/fsUkm , en bmgB 
eeneplaats, welke ook, onder den /VMtfEr«Cl^M, 




V 



NAJJt PE NIBVWH GOffdVUCDBf ||0 

uuren O/- en ten 6 uuien 0»dergêan ; liiér voon 
beelden opt^eeven reekenen wy overtollig i do 
yaak is klatr^ en voor welke plaats men bet ook 
beproeve 9 men zjd altoos viild^ dat de Dag; 
<sven lang gelyk de Nacht , en .gelyk op elke au* 
dere plaats der Aarde is« 

309. Gaan wy nu voort en icicn wy welk vexi«^ 
fchil de vordering d^r Zon in Lengte op het langen, 
en korten der dagen heeft ; dan 9 Iaat ons om onza 
vergelyking geregeld te kunnen doen^ eeiHge pboit*» 
fen op verichillende Breedten gelegen uitkiezen ^ 
om op verfchillendeZ^^/fii der Zon , de lengte der 
Dag voor dezelve te zoeken.— Wy kiezen hiertoe 
uit ^ de Nwrd'Kaap^ bet Noordel^fte punt van 
Europa op 71^ 10' N. B. gelegen. — Amfieldam 
op 5»^ f i' N. B. — AUxandrii in Egypte op 
31® 13' N. B. — Batavia op 6^ ia' Z. B. -^ 
en Kaap • Hem j de Zuidelyklle punt van Zuid« 
America op sSi^ 58' Z. B. — - Men plaatfe nu 
de J^tifideek Zon op den j, April , en zette dea 
BrteéUe Cirkel op g Teekens afHand van de Zm- 
als na gewoonte , en zoeke vervolgends volgent 
bet XIX Prohlema de lengte van den dag voor ieder 
der opgegeeven plaatfen , wanneer men bevind , dat 
de lengte van den dag den i April aan de Noords' 
JÜMp is X4 uuren 4'— ttAmftêldam^l^ uuren o'— • 
te jilexandrie ia uuren ja' ^ te Batavia 11 unrea 
50^ — en .aan Kaap-Hern tl uuren 38'; mea 
ontdekt hier reeds aauAonds een verrchil by dea 
%i Maart ; gelyk ook de (land . van den Breedte 
Cirkel reeds aanwyst , dat rfe Pgrakllen niet meer. 
m gelyke ftultkea <^ 4caM4vm fe4e^ .wqiden. 



«3tf Gbuloix deb. Aakd-GlMb • 

• 310. VootO pludè mm de jfrtifiekét Zt» «fi 
éea X May en den Bmdie'CirM op den voor 
den I U17 gefcbiktea graad , en zoeke ats- boren 
geaqgd is . de len^e van de» dag voor de mett- 
gevelde plaatTen , en taea bevind, dat de Jengtcy 
nn den dag den i May aan èt' Nooré-Kaap ia» 
ao unren — te AmfiOAtm 14 «uren 50* — te 
^exaiÊMe 13 -UttrcQ 8' — tp ÈMsvia II uorea 
SB* — CD aan Eup-Horn 8 unren. 54.'. 

^x. Op deze wyze voongaande , vinden wy 
de lengte van den dag. 



te denijuny 


den al. 


luny 


den 13 July 


Nwird-Kaapuniuea o' 34Uurcno' 


fl4 uuren 0' 


AmIUdti' 16 


ia 16 


io 


iS 6 


AUxandrie 13 


50 14 





13 41 


ittam . 11 


40 11 


aS 


11 5i8 


tjuf-Htn « 


5« 6 


4» 


7 ■ ao 



Wy zien dus lüt deze proeven, dat de dngen aan. 
de Noord- Küop — te ^wiSe/dam-ü'ta te Jlexa». 
irh. van den at Maart tot den at jUny , al ge- 
dnurig langer geworden zyn , daarentegen aaa 
£bi^-/frrn Aceds kotter, tenvyj ze te Batavia, 
genoegzaam op dezelvde lengte gebleven zyn; ge- 




6p 6ek 15 Augustus plaatfende/en wy vinden de 
bngte'vai^ den éag voor Nooi^d^Kaap 18 uuren —* 
voor jimfteldam 14 uuren 2j^^ -^ voor jf/exanJrie 13^ 
ihiren a' — vóór i7^/m'4( 11 uuren 34^ — voor 
Kaap'Hérn^ ^ MVLTtn t& — Even zoo vinden 
wy voor ^n 10 September dé lengte van den dag 
tfdusJ— ^ Vcfor de Noord-Kèap 1% uuren 50^ 
Voor Amflttdam ia uuren 50'^— voor j^exandrfa 
la uuren ia' — vóór Bafapia ii miipn 54^<->» 
TO voor KaipyHorn tl uuren- gK.* ' Wy^vbeginnen 
ttos té bèttetkéVï^dt de dagen 'dóorgaanagelyker 
Vaii grootte- worden: ,' ki de NjHfrdelyke gewcste» 
meer en öfttfrltortcnS «öi in dt^Z^ideffieb^tiai 
-worden ;" en zcfo wy de Artificie&le Zon op den 
!!M[ ^Septembeir plaatfen \ vinden wy even als den 
ai Maart alle dagen e^n lang; van ia uuren* 

313c Op dezèlvde wyze Voortgaande , vinden 
wy dat de lengte der dagen vervblgends aldus is : 



te 30 oa. 

Noorè^Kaap 5 uuren: 4a' 
AmftMam 9 .04 

jüexandrie xo 48 

Batavia ia .8 

Kaap^Hortfls , .0 



00 Nov. 

1 uuren 00^ 

8 flo 

10 i<? 

ia 16 

16 aa 



ai Dec. 

o uuren o' 

7 flo 

9 5^ 

ia 00 

17 AO 



-en 



te aa Jan. 

Noord- Kaap 1 uuren ao' 
Amfteldam 8 oo 

Alexandrie lO l5 

Batavia ia itf 



II Fcbr. "10 Maart 
5 uuren 4a ' 10 uuren aa^ 



9 


24 


II 


ao 


10 


48 


II 


32 


Ift 


8 


II 


58 


«5 





IA 


5P 
ter- 



r 

XÜ. ^ ft o B L B M A« 

Te vinden den dêg^ ep weÈken deZenvoorhA \ 
eerst Of ^ en voor het Uuast Ondfrgaai 
yoer elke f laats » welker Neorder Breed» . 
tè grooter dan.66i^ is. 







315. Het is op 66|^ afftandt van den 
/dr, dat de bdde Popkirke/s getrokkei^ xyïï} wj 
zagen, in dè gerolgen, nit de opiosfing yan ikët 
Voorgaande Problema afgeleid, $ ^14, dat de Lm^ 
den, welken tusfchen dèn NooTd^T^^/c/r/hTén ' |ds| 
Pool In gelegen fyn , ' op en otttMKt den ^t jin^ 
geene Naclit iiebben ) dat dezeiven bet verliclit^ 
gedeelte der Aarde niet veirlaaten , en dat de Zit9t 
voor hen als dan niet Ondergaat; men moet bier 
uit egter niet afleiden , gelyk men foms wd eens 
irerkeerdelyk doet , als of deze Landen maar Unén 
Dag en maar ééne Nacht in *t geheele Jaar bad^ 
den, en of dus de Zon geduurende een half Jatf 
?an hun niet gezien werd; dit is ondertusfch^ 
200 niet : dit heeft alleenlyk in den volftrektfe* 
tin plaats Voor de landen , die bepaald ondéf die 
fooien gdeegen zyn ; alle andere landen h^b* 
ben eene afwisleling van Dag en Nachts boezeer 
dan ook de lengte dér Dagen zeer onderfcheidea 
lyn mag : wy willen dit vooraf asntoonefi ^ 
m eindêlyk de bepaalde opiosfing van het ge- 
vraagde (^>féeven. -— 1^. Zullen wy toonen da^ 
bepaald onder de Poolen ^ dat is op 90^ Breedte^ 
'er maar één Dag en maar ééne Nscht plaats 
bscft« ««: É^. Dat op sdle andere Breedten v "^oo^ 

vent 



verre *er de bewoonbaarheid onzor Aatde 4an oni 
bekendis, 'ecoé afwisTirbng van'Dag eri Nacht 
plaatsheeft,.—; 3*;. Hoelang de. eigenlyke.ge- 
z'e|^e1^dc|it Ictitéréeii 'öp plaatfeaVdie boren iSÜi" 
N. È. jelègeri .zyn».' duurt, ■ — Wy bépaalen ons 
ilechts ti}rNöörd);r1jrecdte,' omdat ^cr, zoo verre 
ons bekend is'; ' op zïilk eene hooge 2uider Breedte 
geep-Jap^n. g^voadcn. urordcD. - -, ■■ -:• .-.— 
. $Ï6. F<»reertt. *£r- hectscht: «Be yolftrelttó 
^Kbt> geduureadcti Maanden, aan de bddePotw 
léD » dat -is : de- Zon gaat geduureade dien tyd 
lummer Op. —r-^' 'Om zich biervan te overtui- 
^OLf pTaatfe tpcn ^z Artificieel» Zon in bet Nacht- 
féifttiiigtpunt Van dca Herfst, of In ^:' dan is, ge- 
lyk-wy zoo even, j 308, zagen, de gcoote Breed- 
te. Cirfecl, 'in welken de Globe draait, de Ciikeï 
dié* voor dicti dag het verlichte van. het duistere 
sedeeltedec Aarde. aflcheid; de beide Poolen (laan 
nét . in. het'vlak va^ jdezen Cirkel; de afHand der 
^iM tot. 4e, Poolen is dus net 90" , en de Zoit 
word y:in ('e bewponerfi. der beide Poolen in den 
KoriJpn gi^7.\<iny gediHirende den gebeelen Dag) 
èÈ Zö« klimt of -daalt niet voor ben ; dan , plaat* 
fen..wy de Zan pp eene grooter lengte, welke 




naah de »lteÜWÉ Co»s«ttTctiE; 341 

l>êflendig Dng ^ ttk ixA it Zuidpool eene gedtüK 
rige Nacht, zoo gelyk ons dit de plaatfing der 
* BreeJu^Ciriei j op de véMthflléadc' graaden vato 
-Lengte naar de vooren befchreveu wyze geplaatst^ 
eeer doidelyk zal doen ztcn* 

$If.»Ten iweedeÈ^ zeiden wy: öp alle andere 
-Breedten, zoo verre de bewoonbaarheid van onze 
Aard& ons bekend is, heeft 'er eene afwisfeling 
Tan Dag en Nachc plaats : wy zullen, als het 
Noordelykfte punt, waanoe men immer gekomeH 
is, nemen de Noordelykfte Kaap van Spitsbergen^ 
en (lellen derzelver Noorder Breedte gemakshalve 
op 80^. — — Men brenge de Artificieek Zon 
weder op den ie. graad van jfries-^ en ziet weK 
haast, dat op dezen Dag de Zon te Spitsbergen 
reeds Opgaat , dus de Dag aldaar langer als ééti 
half Jaar moet duurcn , ondertusfchen , dat 'et 
eene afwisfeling van Dag en Nacht plaats hééft ^ 
dat is : dat de Zon 'er , gelyk by ons Op^ en 
Ondergaat^ tot dat dezelve zoodanig eêne hoogte 
bereikt heeft , dat ze beftcndig boven den Hori* 
fon blyft; dit zullen wy eerst recht kunnen aan» 
tponen, als wy, gelyk dit Problema cigenlyfe voor^ 
(lelt, den Dag gevonden hebben, dat de Zon al« 
jdaar voor het eerst opgaat, 

318. Ten einde dezen te vinden , brenge m«^ 
étxi heweegbaaren Meridiiuin op Spitsbergen ^ eXk 
(lelie de Horifon voor de Poolshoogte van 89^ ^ 
0atr nu Spitsbergen Noorder Breedte heeft , moet 
de Zên noodwendig in de klimmende Teekens zyn ^ 
S 97, sal ze aldaar opgaan ; men draaije dus dé 
fïlobe» tot dat de Ecliptica der Globe (de Breeds 

Q rand, 



losftn' van dh Problemk te gdyk bedient , ÓtOÉ 
tip bptselrde oogeablik, dat het Zuitltr paót'-im 
Mtrifitu de Eeliptiem Ibyd , de plaits voor «Ak 
ét Btrifi» fefiêld is ook voor het cent -des 
Mnidu-Grkst, dat is den nnd van het verlichts 
ea oóverlichte gedeelte raakt , o£ voor de laitOe 
maal denzelven aandoet. 

XXn. PROBLIUA. 

Dm Jtg te vinden voor wejken de Zon voor htt 

eerst niet Ondergaat , benevens den tjd ' 

dat dezelve hefiendig hoven den Horifin " 

tfjfi , voor elke plaats wier N. 

Breedte grooter is dan (S63 

graad* 



sas. Wy zagen, S 318, dat de Zon voor alte 
plaatfên, die benoorden den Poolcirkel gelegen 
zyn , gedunrende eenigen tyd des Jaars niet on- 
dergaat ; wy moeten nu onderzoeken hoe lang 
deze tyd dnurt , wanneer dezelve dus begint , 
en wanneer eindigt; ten dien einde llélle men den 
Meridiaan en Horifin weder voor Spitsbergen , 




J' 



NAAR DE NISUWB CONSTRUCTIB. %^ 

'ikt het Naarder punt des Horifom de Ecliptica am 
4e zyde vtn de daalende Teekens wederom, fnydn 
't welk op den dS Augustus zyn zal; geduu* 
lende dezen tyd nu , dat is van den i6 April tot 
den aB Augustus, verlaat de Zon den Hor i fin vaa 
Spitsbergen niet ,* gelyk ook Spitsbergen , geduuren* 
de alle de omwentelingen der Aarde, geduurende 
dien tyd ook het verlichte gedeelte der Aarde niet 
verlaat , en 'er heerscht dus aldaar een beften- 
dige Dag geduurende 4§ Maanden. — Op de* 
zelvde wyze vinden wy,*dat de Zon van den 15 
May tot den 119 July aan de Noord - Kas^ lAtt 
ondergaat , en het dus aldaar geduurende ü\ 
Maand ileeds Dag is. 

XXUI. Problbma. 

De Hoogte der Zon boven den Horifin op en 
buiten den Middag te vinden. 

yi%» Door de Hoogte der Zon verflaat men de 
hoegrootheid van den boog eens Verticaals , ge* 
meeten van den Horifin tot het middenpunt der 
Zan ; wy moeten dus ter oplosfing van dit Pro» 
blema van den Ferticaal gebruik maaken , van 
welken wy tot hiertoe by het gebruik der Globe 
nog niet gefproken hebben; wy zullen, tot een 
voorbeeld, onderzoeken naar de hoogte der Zom 
tse Amfteldam den 08 Augustus, op den Middags 
ai *s morgens ten 9 uuren. 

324. Men plaatfe den beweegbaaren Mhidiaam 
en Hmfin op de Lengte en Breedte van Atnfiel^ 

Q S dam^ 



détm t 4e Artificiide Jgo0 op dem ^ AogusniSy 
ii\ dnurife de Globe tot dat de Zw na óem 
Mf^idkum My; voorts fchroeve mea deo Venhast 
fa$c op den Meridiaan ^ dat het poot waar dö% 
se??e tich om beweegt net boven Awt/teliam m 
thitn kome , brenge venrolgends den Ferticmat 
ün dén Meridiéumj en zie welke graad op den^ 
telvcn door de Artificietle Zon wordt aangewe* 
ten» welke graad de hoogte der Zmi (^ den Mid^ 
iêg van den n8 Augustus 2yn zal ; vervolgend* 
toalje men de Globe op 9 uuren voor den Mid^ 
ii^^ m déa Fhaitml onder de Artificieek Zm^ 
wa^neef deie wederom op den Ferticaal de faoog^ 
te der Zon des morgens ten 9 uuren zal aan» 
MnrxvHi; dusdoende vindt men voor de hoogte 
dcc XiMt» tel ^ Augustus t des moi^ens ten 9 
V)it:n»i ^"^ ao^,» en ten ia uuren 43^^ o^ 

X\l\\ P H o B I. B M A. 



f <^ 99 £mJt Ar Mhrgm e» A»wi* 



Wanneer de Z-m nog niet zeer laag be^ 
tesJet^ tel MMÜm gdaald is , verfpreid zy nog< 
eeni^ bete aan tei voor ons mehtbaaren hoUeia 
kKvt te^ Hemels; dit Kcht wordt terug gekaatsr 
Cf^ OOK Aaiv^ • e:) veroofiaakt aldaar nog eea 
t^4iiw iKht t 't welk men na Zonne ondei^ans? 
A"^ «Av»b^>Ww^rri^« en vtWr deraelver opgang dej 
'•fct.^wAHrwriiir gewoon is te noemen; deze 
^>lM^i^ «^>h4| tllcnyifcwtf «inder, naar. dar deo 
^ ;. > Zo/Ê 



mLAK. BB NIEÜWB CONSTHVOTIS. r^| y 

goii Iflkger daalt « en verdwyat eindelyk gdieel eu 
ld ; doorfaan4« berekent men de fcbemering te 
eindigen , wani^er de Zo^ 18^ onder cien Horifm 
gedaalt 18 , en dienvolgens kunnen Wy het yoo»» 
geftelde Problema in deze vraag veranderen : Htt 
mtfr ie vinden dat de Zon vóór derzdver Op^ang^ 
of na haaren Ondergang iS^. beneden den Herifik 
/iaat? *-* Men maakt ten dien einde gebruik 
yan den zo even befchreven Firtieaal^ plaatst de 
Artificieele Zen op den gegeeven Dag; den Meri^ 

m 

diaan en Horifin voor de plaats gefteld hebbende^ 
draait men » om het begin der iforgen/chemering 
te vinden , de Globe zoo , dat de Zen onder ém 
Oester Horifon te ftaan kome^ ziet welken graad 
zj op den Ferticaal^ die om deze reden 18^ meer 
als een Quartcirkel moet groot zyn, wyst^ eti 
beweegt de Globe zoo lang vooiv of achterwaarts 
tot dat de Zon net 18^ op den Ferticaal aanwyst , 
wanneer het Uur 9 dat de UurWyzer tcekent , het 
begin der Morgenfchemering aanwyst ; terwyl meo» 
hetzelve onder den tVester Horifon herhaalende , 
het einde der Avendfchemering zdl vinden; op 
deze wyze handelende, vind mjcn voor het begin 
ètr Morgenfchemering 9 den a8 Augustus, te -^ftw- 
fteldam 9 ü uuren 50^ , 's morgens ^ en voor het 
einde der Avendfchemering 9 uuren 18% 's avonds 
van dienzelvden Dag. 

326. Men zou zich egter bedriegen , als men 
2ich veibeeldde dat deze Schemering op alle ,ty- 
den des Jaars even lang Huurde : in on;^ Nooiv 
ddyke gewesten duurt dezelve des Zomers vee) 
Iwger als des Winters; da Zen daaJt dtis IPintm 

Q 4 meer 



•:»rff 



94$ GebaüKkIdbr AARD-GLOwr <. 

meer recht beneden den Horifin , dsutf xy ' dg^ 

Zomers meer fcfauins onder denzelvra kngs gaat; 

men 2al xulks zeer doidelyk zien , als men de 

•Jrtificicéle Zon eens op den ai Juny plaatst, de* 

xelvelaat ondergaan, en oplet hoe langzaam de* 

^ alsdan beneden den Borijhn daalt , daar zy 

integendeel, de jlrtificUele Zêu op den 91 Decem* 

ber geplaatst zydde , meer recht naar beneden 

daalt, en den Horifon fchielyker veriaat; dus zal 

tneh vinden , dat op den ai Juny deze fcheme- 

ring genoegzaam de gehecle Nacht duurt , daar 

zy op den m December reeds a uuren na 2^nne 

-ondergang geëindigd is« — — In zulke plaat&n^ 

die Benoorden den N. Poolcirkel gelegen zyn » 

duurt deze .Schemering verTcbeiden, dagen en óp 

fommigen deczelven , getyk aan de Noord-Kaapj die 

wy reeds meermaakn tot een voorbeeld genomen 

hebben, 4s zy nimmer geheel geëindigd, wylde 

Zon zelfs op c^n ai December geen 18^ onder 

den Horifon gedaald is, 

XXV, P R o B L £ M A» 

Het Azimuth der Zon voor eetC gegeev^n Dag , 
Uur en Plaats $e vinden. 

By voorbeeld : te Amjleldam den 6 July , des 
middags ten 4 uuren, 3oMinuuten. 

Say. Men brengt den teweegbaaren Meridiaan 
en Horifon op de plaats, de ArtificieeJe Zon op 
den 6 July , en draait de Globe dat de üürwy- 
ter 4 nuren ja^ na den Middag aanwyst; vefi^ 

vol* 



Irolgends fchroeve men den Vertkaat in bet Top^ 
punt, 't welk by ons altoos de plaats zelve Is^ 
vast , brenge den Ferticaal onder de Artifkieelt 
Zon; dan zal de Ferticaal op 'den Hort fan den 86 
graad fnydcn, 't welk 'het Azimuth der Zon voor 
dien tyd zyii zal , terwyl tevens de ftreefc deft 
Winds , ( het Westen , ) waarin de Zon alsdan 
ilaaty door den Ferticaal word aangewezen* 



308. Deze ProhUma^'f achten wy genoegzaam 
om tot een' grondflag van het gebruik onzer Nieu« 
we Aard -Globe in alle andere gevallen te die- 
nen, en zy zuHen, wél verdaan zynde, de vol- 
genden , die wy nu ook op de Maan en Sterren 
gaan toepasren , met te meer gemak doen op- 
iosfen* ' 

XXVI, P R o B L £ M A» 

De Maans plaats j gelyk ook die der overige 
Planeeten , ten allen tyde op de Ghbe 

aantewjzenn 

» ■ 

519. Wy hebben 9 $ 193 9 aangewezen hoe men 
ten allen tyde , door middel van de Tafel der 
Sterrekundige EpaSen 9 bladz, 13a van dit werk 
te vinden , en de beweging der Maan in Lengte 
en Breedte 9 op de Ecliptica onzer N, Globe iaii- 
geteekend 9 de Lengte en Breedte der Maan kan be- 
rekenen; vry gaven daarvan aldaar een voorbeeld 
VO(Hr den 99 Msty, j8oi ; wy zullen ond hier van 

Q 5 het* 



Jietzelvde^ voorbeeld bedienen ; wy vonden «Idii«r 
dat de Lengte dej iATMH den 09 Maty , 1801 « 
^<sa\rond$ ten 10 uuren 9c 4^ 44^ wa3 , en derzelver 
^r-eeitc 5^ 8^ 4' Zuiddjk : men neme nu een 
xeker Teekeu , 't wdk wy de drtificUele 3faat$ 
xuUen noemen , en plaatfe hetzelve op de Eclif^ 
tica der Globe op 9^ 4^ 44S wanneer hetzelve 
de plaats, der Maan in Lengte zal aanwyzen $ 
voorts brenge men den Breedte-Cirkel aan dit Tee* 
ken y en neme met een* pasfer op den grooten ko* 
peren Cirkel de wydte van 5^ 8' ^ plaatfe de ééne 
punt des pasfers op de van koperdraad gemaakte 
BretaPe-Cirkeis aan de Ecliptica^ en de andere 
punt naar beneden (omdat de Maan Zuider breedte 
heeft O aan den Breedte^ Cirkel houdende, fchuive 
men een der beweegbaare Sterretjens op dit door 
de laatstgemelde punt dea pasfers aangewezen 
wordende punt , dan ' zal dit Sterretje ons de 
plaats der ikfaan aan den Hemel voorftellen. 

330. Ook zoeke men in eene Ephemerides , 
Counqisfances des Témps , of eenigeü anderen Astto- 
iiomifchen Almanak, de Geocentrifche Lengte der 
Planeeten voor dien dag , en plaatfe op elk' der 
graaden van de Ecliptica , met de Lengte der by* 
2ondere Planeeten overeenkomende', een Zeker Tee« 
ken, 't welk de plaats dcvPJémeet zal aanduiden; 
tnen kan dit zeer gemakkelyk doen, door middel 
van een plat rond ftukje koper , op hetwelk het 
karaétcr der Pkineet gefnedcn is , en 't welk aan 
de eene zyde van eene fcherpe punt voorzien is ^ 
om den graad te kunnen aanwyzen; wy verwaaiv 
loozen hiierby de Breedte der i^laneecen t osda^ 

die 



iiUe telden hed groot is ; , doch «oo men ziülu» 
verkiest , .kan men op de. boven ^ $ 339 , onn» 
fchreven wyze , ook derzelver. plaats ia A^edêê 

mede aanwyzen. 

» 

XXVn. P R o- B t E li A. 

l 

Hoor' middel van tine omwititeling der Gühe - 

den Op' en Ondergang der ZoBy Maan en 

van alk ié Planeet en voor eene gegeeven 

Plaats tfil Dag te vinden i of den ftand 

der Zon\ Maan en van* alle de Pld^' 

neeten voor eetien gefieelenDag^ op 

eene gegeeven plaats 9 door ^middel 

der Globe te kunnen aanwjzen* 

By voorbeeld : te Amjleldam , den aS Sep-» 

tember, x8oi« 

331. Deze en dergelyke Problemas zullen ons 
het nut der vereeniging van Hemel- en Aard-Globe 
eerst recht leeren kennen, terwyl mei} den ftand. 
Acs Hemels , im opzichte der J!^n 9 Ma^m en 
Planeeten , als met een opflag van het oog door 
dezelycn leert kennen, en de naauwe betrekking, 
welkjS Aardryh'' en Sterrekunde op elkander heb- 
ben , zal kunnen opmerken. — Men zoeke nu x^^ 
de Lengte der Maan en der Planeeten ^ zynde de^ 
Lengte der Zon bekend , en door den Almanak op 
d^ Ecliptica der Globe te vinden; wy maaken dusr 
hier gebruik van. de Qofinoisfances des Tmps^. ei\ 

vin- 



VinHen alij^af TOor de Z^i^c en Bretdtr.^ tUam 
«B Planeeten, den 33 September, 1801, 'smmid* 
^ ten u uuren. 



Lengte 

* Maan tf 150 33' xo* 

Mercaiius 6 3 41 

Vetius 4 19 39 

Mars ti 9 S7 

Jupiter 4 95 13 

Saturous S I 38 

Herchel 6 a 10 



Breedte 
l' 34* 44' Noord. 

I 7 Noord. 

O I Noord. 

Noord. 
Nooid. 
Noord. 
Noord. 



o 37 

45 

1 24 
o 41 



33a. Men plaatfc nu op elk' dezer graaden vaa 
de Ecliptica het Teekeu voor ieder Planeet ge- 
fchikt , brenge den Meridiaan en Horifon op de 
Lengte en Breedte van Amfteldam , dan zal men , 
de Globe ronddraaïjende , en ieder Planeet fuc- 
ccsflvelyk aan den Oosttr Horifon brengende , 
bevinden dat: 



de Zon Opgaat 
de Maaa . . ** 
Mercurius . . 



ten 5 uuren 57' 

— 6 38 '3 avonds 

— 6 15 's morgens 
diio 




\ 



Comnt!Cifa&: §1^ 



Mercurios 
Venus • 
Mars • 
Jnpiter , 
Satumus 
Herchel • 



— o tti 

— 9 
^— o 

— 9 

— lo 

— o 



idx^'sinoi^èiir 

x6^ 's middag 
519 'smofgent 
96 's middags 
49 'smorgenft 
23 dito : 
10 'smiddsqgfi 



en dezelve aan den J^^esier Hodfon ^rengend<;;«l 
vinden wy voor den Ondergang 

6 uuren af 

y uuren iV 's morgens van 

den 246. 



der Zon 
der Maan • 

van Mercuritts 
van Venus . 
van Mars « 
van Jupiter . 
van Satumus 
van Herchel 



4 
6 

4 
5 
5 



ï7 
44 
04 
58 

14 
ia 



's avondi 
dito 
dito 
dito 
dito .' 
dito ' 



333. Wy zien verder , dat , wanneer wy de Globe 
terug draaijen op 4 uuren des Morgens , dat de 
Planeten Fenus — Jupiter — en Satumns alle 
drie tegelyk boven den Hort fin j en dus voor ons 
oog zigtbaar zyn , flaande Venus in 't Oosten » 
en Jupitur en Satumus in 't Oost ten Noorden; 
en wanneer wy, by den ftand dezer drie Plane» 
ten, tevens acht geven, op den ftand der Aardei 
dan vinden v«ry dat Venus op dat tydftip in ^ 
Zenith ftaat van een punt der Globe , gelegen ut 
de Golf van Bengalen , op de Lengte van 94^ 

Postwaart vau Amfteldam > en op de Bréedta 



JKm» meife in de öolfimn Brngak» gdegcBt ei 
Aranw ledK bf>v^ ^ l^deiigt^* wcUu-Jm 
MMi^ryi Sam mel::h£L Schier-eilan^ ^^«M^i 
taUod; wam deze dri& Plaii^t^ It^aq net boroi 
dcK opf^gceten plastfsn dei:,i^4riJiGA)^, «n dns 
Ib dowlver ZctuVA , wy Uerea duSnbiemït du 
%y» naar de Planeetea^J^Mif <n Jfijpfftf^ op dit 
tydftip ziende , zeggen kunnen recht ondti deze 
Ylaneeten Hgt de Golf van Bengalen , en detehre 
is doB in dezelvde richt!ng van ons gelegen ah 
deze Planeeten thiinfl ftaan; fchroeveir wy den i^er^ 
^mI van den Meridiaan vast; dan* zien vrj dst 
ivy Finüs in 't Oosten moeten zoeken , ea wy 
MDoiten' dus daaruit dat 'de Golfvau Bengdké 
OostWaart van dm gelegett ia. • 

334. De Planntën Mercurius, Mart en Ikrchél 
icyn ten dezen fjrik voor ons niet zigtbaar, om^ 
dat Vf te digt' 'by de Zon (laan, na derzciveir 
Opgang tKisX. Opgaan y en vóór Zonne Ondergang 
I«ed8 «RJirr .zjQ* 

ZXVm. FROBZ.IEUA. 




fSSm ^n den Ckstèr Uorifoii» en tlH dus dgt (dt 
«2»»^ opgaafi^^ 4Q'.*t Zm/zA ftci^r.vaii ^q gedeelte 
vmi di^ iu^/cfie &»; vervolgendii. d«. Gi^be rondfi 
4iaaj|j^jade , fZim wy de. JZon gaan over étlndifchg 
^ jcwar d« K]2$t vm 4ftica^ oiitmottende dezelw 
h'f MeUnde ^ voorts dwars door JS/Aje^/e.naaiC de 
WescKuat vin^^^'^^» S^&nde vervQlgeadS' qver: d^ 
grMtm Ofiaan naar Zuid^ America ^ en •.het245;if 
dwsar^ overftekende tot dat zy. by.hajtrQO Qii^sr* 
gang boven de JPester Oceaan » even bewe3t«| 
Kaap iS*/. Helena , te (laan komt ; derhalve , willen 
wy wetan b^veii welke; plaats def T^n des* inorgens 
ten 9 uuren 45' van den 03 September (laat , 
btbben wy de Globe nu maar op 9 uuren 45' 
des ^ morgens te zetten , en wy zien dat de Zon 
in 't Zenith ftaat van Meiinde op dé Oostkust 
Tan Afrika ; derhalve des morgens quartier voor 
so uüreft 9 van den 03 September, naar de-^aii 
ziende , kan men zeggen , in dezelvde richting 
als de Zon nu van ons (laat, is Meiinde gelegeoi 
336. Hetzelvde zou men ook met de Maan kun* 
ren dpên , dan de fnelle beweging der Maan zou 
hieromtrent eenige hindernis te weeg kunnen bren- 
gen , wyl de (land der Maan geduurendc ééne 
omwenteling der Aarde niet dezelvde blyft ; dtui 
zpu men verpligt zyn de juiste plaats der Maan 
voor een bepaald Uur te berekenen , en dit 
2el\rde willen wy ook dat men , het Uur van den 
Op^ of Ondergang der Maan. zoekende , in; Jmjk 
oog boude ; want men verHr^ door de Handfl? 
Vyze die wy^.J 193^ hebb^. opgegeeyen , e» doof 
^e bandelwyze welke ook/ de Lengte der ifaan 

op 



tgS " GswtnK i)eii.Aailb-Gi,(»b 

Dp 'c oögeoMik dat xy (^- of Onde^aat ; mcif 
IDoet du», AtLmgte der Maan gevondot heb*~ 
• heoét j en den tyd van derzelver Opgang- ooaow* 
fceurig willende weten , ttrtt den tyd zodcen 'öp 
«reHcen de Maan Opgaaf^ vo^ns de gevonden 
tengte , dan voor dat oogenbUk de Lengt» der 
Maan boekenen , en voor die gevonden Lmgu 
liet Uur van den Op- of Oadeigang zoeken , 
gel^ bet volgende voorbeeld ons nadei teeren 
■al. 

XXDC. P R o 8 L E U a; 

Denjt^sUH tyd van den Op- en Ondergang der 
i der Maan te vinden ^ op den 31 Auguttus, 
1801 , Ie Amfitldam. 

337. Fboreerst zoeke, men door middel dei 
Sterrekuttdig* EpaSen, Tzh. VU. bladz. 13a den 
dag van de middelbaare Conjunftie det Maan ia 
de Maand Augustus, 1801., aldus: 

Sterrek. EpaAa 1801. 15 dagen 4 uuren 5Ö' lo* 
voor Augustus 5 e 51 41 




NAAR DE NIBUVTB CONSTKUCTIS^ ^ 

halve zoeke men ^ op de Ecliptica der Globe ^ d4 
bevveginüT der Maan in Lengte voor oa dagen ^ 
waarvoor men vindt • • lo^ 19^ 4|^ 
hier bygetcld de Lengte der Zon , ^ 
den 9 Aug. $ 187» . «^ 4 >& 35 



bekomt men 31 8» 05' voor de Lengte der Maa» 

Iflen 31 Augustus , V Af/V^j^x , ten o uuren 56^ l^ 

7>« tweeden zoeke men het Supplement vank 

tlsn Kmop der iï&/?« voor den 31 Augustus ^ 

1801 , in de VlIIe Tafel aldus : 

SüppL vandcnltoopder(Ji8oi. ilt 

voor Aug; , . 

30 dagen * . 

i dito 



Ilt 


16^ 


S' 


45» 





II 


16 


4Ö 





I 


35 


19 








3 


ro 


Zic 


a8^ 


59' 


o' 


S 


8 


25 


o 



by de Lengte der .(f 

rest deAflfland der (J van denKrtoop 31 7^ 04' tf 
door middel nu van dezen Aflland der Ma(in vaij 
den Knoop , zoekt men op de Ecliptica der Glob^ 
de Breedte der Maan , voor welke men vindc 
5^ 6' 30' Noorder Breedte ^ voor den 31 Aug* 
's Middags. 

338* He Lengte' tn Breedte ^tv Maan nu ge^ 
vonden hebbende, ftelt men de'Artificiee/e Afaak 
op d'-zclvc, volgens*^ 359, plaatst den Mefidia^ 
en Horifon o^' Amflehlam , 'de ArtificieeJe Zon.0^ 
Am dag der Maand, en zoekt op de ree(}s iitfnn 
getoonde wyze den tyd van den Op- tti Ondéf^ 
gang der Maan , wanneer 'men vindt voor deH 
fniddeibaaoen Opgang 10 uuren 40^ '« avonds ^ 

K CU 



KAAR BB NIBUWB CONSTRUCtlB. ig^ 

feekomt .men gt 03^ gg^ voor de Lengte ^ Maan^ 
den I September^ 's middags ten 5 uuren 10' i 
waardoor men voor den Ondergang der Maan b6* 
komt 5 uuren 5$', ^s middags ; wy bndérftelleu d^ 
Breedte der Maan in dit tydverloop dezelvd^ t» 
blyven ; deze ondergaat zeker ook eene kleine Vei& 
andering , doch is niet van dat belang dat wy 
daarop behoeven ïicht te geven, -«- Om dfen tyd 
van den doorgang der Maan door den MeHdfaot$ 
te vinden 9 moet men op dezelvde wyze te werK 
gaaü. 

XXX. Probl&ma^ 

I)e Plaats eener vaste Ster op de Glohe êati 

te wfzen* 

339. Wy kunnen , volgends , $ 3^5 , door toiddcl ^ 
van den (land der Zon en der Pianeeien^ kennis 
bekomen v&n de ligging der Piaatfen op onze 
Aarde ^ dan daar men A% Zon en Planeeten afln 
gecne .andere (Ireek dés Hemels dan in of ndb^ 
de Ecliptica ziet ^ zoo zouden dezen , bediende 
men zich (lechts enkel van dezelven ^ ons alleeit 
den betrekkelyken (land der Landen 9 Welken tua«< 
fchen de beide keerkringen gelegen zyn « doeii 
kennen ; wy béhoorèn van de ligging van atU 
piaatfen der Aarde , doot de Steffekunde , ehi 
denkbeeld te kunnen ontvangen , en hfet tyn Od 
^ste Sterben ^ welken wy aan alle oorden des 
Wemets ontmoeten , die ons hier in beHult^zaanl 
kuimeii zyn 2 bet is derbaive tioodzaiikelyk 9 dst( 

Ki üléfl 



\ 



t^AAR D£ NIEUWE CONSTRUCTIE. ^f 



XXXL P R O B L ' E »I A. 



Den op' en Ondergang eener vaste Ster op de 

Globe te vinden. 



34a. Wy onderftellen dat 'er gevraagd worde 
hoe laat ArSurus op den 31 Augustus te Jm- 
fteUam opgaat? — Men ftelle den Meridiaan en 
Horifon voor Amfteldam , de Artificieek Zon Ky^ 
den 31 Augustus , en een der Sterretjes op de 
Ascenfio reEta en Deelt nat ie van Ardturus^ draaije 
vervolgends de Globe zoo , dat ArSturus (want 
zoo mag toen dit Sterretje nu noemen,) aan den 
Ooster Horifon kome, en zie hoe laat de Uurwy- 
zer aanwyze , het geen 7 uuren 15' 's morgens, 
voor den Opgang van ArSturus^ zyn zal; vervol-* 
gends draaije 'toen de" Globe dat ^rö//r«j aan den 
Wester Horifon kome, wanneer men zien zal dat 
deze Ster des avonds ten it uuren 25' Onder- 
gaat: deze Ster komt dus na Zonne Opgang bo- 
ven onzen Horifon , en is dus des morgens niet 
zigtbaar , maar blyft daarentegen des avonds na 
Zonne Ondergang lang genoeg boven den Hori- 
fon, om te kunnen worden waargenomen. 



R 3 XXXU. Pro* 



tUf Gebruik der AARD-Gt.oBft ' 

:j^XX;P. P R o B L E M A* 



Te vtnden alle Sterren ^ die op eene gegeeven 
Plaats niet ondergaan^, 

343. Men plaatst de Horifhn op de Breedte der 
plaat$ , draait de Globe tot h^t Noordfunt des 
Horifons den beweegkaaren XfecIinatie-CirkeJ.^ waar 
ook geplaatst , fuyde 9 en zi^ welke graad derzelve. 
^oor dit punt des Hqrifons gefneedcn wordt; alle 
Sterren , die deze of nog gTO(;ter DecUnati^ hebben ^ 
gaan op lüe plaats nif^imer onder. — Dusdoende 
yind^ men dat alle Sterren, die ccne grooter Noor^* 
der- DecUnatie hebben dan 37^ 30', te Amfteldam, 
nooit ondergaan; en nu in de Catalogus van Ster* 
ren zoekende welk^ dezelven zyn , vindt men dat 
onder ^ndere de volgende vgornam^ Sterren te 
Amfiel^afn nooit Ondergaan , a's : o v^n Casfio.- 
pca -r- y van Perfeus — ie van Perfeus — pl Pa- 
pell^ — /3 van den Koetfier — a van den grootea 
Beer , en meest alle de tot dit ge^ernte bihoo- 
rende Sterren — h van den Draak — het jre-» 
ftemte v^n den kL Beer — p van den Osfendry- 
vqr -r i^ va;n den Draak — a van do Lier — ^ 
van Casfiopea, enz^ 

344. \^'y leiden uit het boven gezegde dit ge- 
volg af; dat alle Sterren, wier DecUnatie gelyk of 
grooter is dan het CompUv ent van Breedte ecner 
Plaats , op die Plaats nooit Ondergaan , wel vcr- 
flaan zynde , dat (^c DecUvatie gelykranmJg met 
de Breedte moet zyn , beiden Noordelyk of beiden 

Zuid^hk^ 

XXXm. Pro- 



NAAR D£ NI£UW£ CONSTRUCTIE, fi^^ 
XXXIII. P R O B L E M A. 

Te vinden alle die Sterren^ welken op eene ze* 
ker e Plaats nooit opgaan ^ of altoos onzigt* 

baar zyn* 

345. Men plaatst, even als by het voorgaande 
Problema ^ den Ilorlfon op de Breedte der Plaats, 
brengt het Zuider punt des Horifons aan den ; 
Declinatie- Cirkel 9 en zie welke graad van dezelvea 
den Horifon aldaar Ihyd , en deze zal de Declinatié 
zyn van die Sterreu , welken , wanneer zy aan de- 
2elven gelyk of grooter is , nooit Opgaan : dus 

gaan alle Sterren , die 37^ 10' of meerder Zuider^» * 

Declinatié hebben, te ^mfteldam nooit Op. 

346. Derhalve gaan alle die Sterren nooit op , 
welker Declinatié gelyk of grooter is dan het Q>w- 
pliment van Breedte eener Plaats , ongelyknami'g 
zynde met de Breedte , dat is Zuidelyk als de 
Breedte Noordelyk is , en Noordelyk als de BrecdtQ 
Zuidelyk is, 

XXJPV. P R o B L E M A. 

Den Tyd van V ^aar te vinden^ op welken 
f ene Ster Cosmice of jicronice Op*' of 

Ondergaat, 

t 

347* Wy hebben, S lö/, verklaart wat me» 
door den Cosmifchen en jicronifchen Op- en Ondeïw 
gang der Sterren te verdaan hebbe , en dus , deze- 
verklaaring volgende, heeft mèn i^. om den Cosmi* 

R 4 fihcn 



'\ 



g54 Gebruik der AARb-Gton 

fchen Opgang eencr Ster te vinden , die Ster (wy 
onderftellcn hier dat het beweegbaare Sterretje en 
Horifon en Meridiaan op hunne behoorlyke plaiits 
gefield zyn,) aan den Ow/^r Horifon te brengen, 
en de Artificiële Zon te plaatfen op dien graad 
der Ecliptica , welke op hctzelvde oogenbhk \\tïi 
Oüster Horifon. fnyd , wanneer de daarmede over* 
eenkomende Dag in den Almanak de gezochte Dag 
zyn zal. — a^* Om den Cosmifchen Ondergang eener 
Sier te vinden ^ brengt men de Ster aan den fFester 
Horifon , plaatst de Artificieele Zon op den graad 
Van de Ecliptica , die te gelyk den Ooster Horifon 
fnyd, wann9cr de daarmede overeenkomende Dag, 
wederom de begeerde zyn zal. . 

348 3^ Om den .AQronifi:hen Opgang eener Ster 
te vinden , brengt men die Ster weder aan den 
Ooiter Horifon, en plaatst de Artificieele Zon op 
öen graad der Ecliptica, die te gelyk den tVestêr 
Jiorifon fnyd , om den gezochten Dag te vin- 
d.^n. — 4**. Brengt men de Ster aan den fVester 
Jjorifon , en de Anificieele Zon mede op dien 
graad der Ecliptica^ die teirelyk den fVester Hori- 
fon fnyd , om den Dag van den ^Icronifiihen Onder- 
gang êener Ster, te vinden. 

349. Dusdoende vinden wy dat: te Amfeldapi^ 
Artturus^ \ 

Cosmice Opgaat den . . . • 5 September, 

Cosntice Ondergaat . . , 35 JuTiy. 

Acronice Opgaat % . . 03 Mnart. 

Aeronice Ondergaat • « • • 1^5 September^ 



tn 



NAAR DB NIEUWE CONSTRUCTIE. Q65 

eil, dat Sirius 

Cosmice Opgaat den • • • • 11 Augustus. 

Cosmice Ondergaat den . . • 15 November. 

^cronice .Opg'Ji2Li den • • • « 6 February, 

/icroniee Ondergaat den . • . 15 May. 

XXXV. P R, o B L E M A. 

Den Tjd van den Heliafchen Op^ tn Onder^ 
gang eener Ster te vinden. 

350. Over den Heliafche Op- en Ondergang der 
Sterren hebben wy,S 166, reeds gelproken : meii 
herleeze het aldaar gezegde, en zal daaruit kun- 
nen opmaaken , dat het nodig zy den afllahd tiis* 
fchen de Zon en eene zekere Ster te bepaaleri ^ 
©p Welke meri onderftclt dat dezelve zich in de 
firaalen der Zon verliest; ^Qzt afrtftnd nu hangt 
af van de grootte der Sterren : ' Sterren van de 
ie grootte worden op eenen kleinderen aflland by 
de Zon gezien dan die van de ut grootte; dezen 
weder op eenen kleinderen dan die van de 3* 
grootte , enz. — Om deze reden is men gewoon 
fiau te neemen dat men Sterren van de ie grootte 
nog zien kan in de ^ Morgenfchemering , zolang 
de Zm nog ia graaden onder den Horifon is, — 
Dat men die van de ae grootte ziet, wanneer de 
Zon 13 graaden onder den Horifon is, — Dat 
men die van de 3e grootte ziet, wanneer de Zon 
14 cjraaden onder den Horifon is ; aldus voort- 
gaande zou de Zon i8 graaden onder den Hori^ 
ri • . R 5 yj/; 



« 
>» 



fi5tf Gebruik der Aard-Globb . 

fon moeten zyn , om de Sterren van de 7e grootu 
V. te kunnen zien. 

351, Op dezen grond nu voortgaande, kunnen 
>vy den Heliafchen Op en Ondergang der Sterren 
aldus vinden. — Gefteld dat men den Heliafchen 
Op- en Ondergang van Sirius te ^mfieldam zoekt : 
dan zette men een der beweegbaaren Sterretjes 
op de Ascenfio re&a en Declinatie. van Sirius , 
I en den bewecgbaaren Meridiaan en Horifon op de 

Lengte en Breedte van Amfteldatn ; men breoge 
vervolgends Sirius aan den Oox/^ Horifon, fchroeve 
den Verticaal in 't Zenith vast , brcnge denzelven 
aan den Ooster Horifon , en beweege denzelven zoo 
dit de la^ graad des Verticaals^ onder de o, de 
Ecliptica fnyde , plaatfe vervolgends de Artificieele 
Zon in het punt , waar de Ecliptica dqn Verticaal 
op den la^ graad onder den Horifon fnyd , en 
zie welken Dag dezen in den Almanak aanwyst, 
voor welken men den 06 Augustus vinden zal , 
welke de Dag van den heliafchen Opgang van Sirius 
voor Amfteldam zyn zal. 

35a. Op dezclvdo wyze de Ster aan den tVester 
Horifon brencjende, en ziende welken graad der 
Ecliptica de lae graad des Verticaals onder den 
Horifon fnyd, vindt men voor den Heliafchen On^ 
dergapg van Sirius te Amfteldam den 96 April, 



XXXVI. Pr(k 



r^AAK DE Nieuwe Constructie, a6f 

XXXVI. PR0BI.5MA, 

De Plaats f e vinden » welke eene Ster in V Ze^ 
nith heeft , op een" gegeeven Dag en Uur^ 

By voorbeeld : Boven welke plaats ftaat 

Arüurus , als het op den 31 Augustus 

te Amfieldam*^ uuren 31 's avonds is? 

35J. Alles wederom (lellende zoo als by het 
XXXI Problema is opgegeeven , draait men de 
Globe op het gegeeven Uur, en ziet welke 
plaats der Aard -Globe recht onder de Ster ftaat, 
en dezelve aldus in haar Zenith heeft : dusdoende , 
vindt men , dat ten 8 uuren 31' van den 31 Au- 
gustus /Ir&urus boven het Zuidelykfte punt van 
het Eiland &• Domingo ftaat, en eenige minuten 

laater over Jamaica heen gaat Eene Ster, 

welke door het Zenith van eene zekere plaats gaat, 
noemt m^n de Correspondent van zoodanig eene 
plaats t 

jqOCVn. Problema* 

Den Correspondent van eene zekere plaats te 

'vindefjh 

354. Ten einde eene Ster Correspondent zyn 

kan van eene zekere plaats , löoet de Declinatie 

dier Ster gelyk zyn aan de Breedte der Plaats ; 

' dit volgt vit bet geen wy , $ iaq , reeds gezegd 

heb^ 



fl^^ Gebruik der Aard*Glüb>: 

hebben, dat hetzelvde dat men Declinatic ugcmt 
ten opzigte der Sterren , * Breed f e is , ten öpzigte 
der Piaatfen op onze yiarde ; en liieruit volgt 
dus wederkeerig, dat, om den Correspondent Van 
ccne zekere plaats te vinden , men cciic Ster ;^oeken 
moet, welker DecHnatie gclj* is aan de Drecdic 
der Plaats. 

355. Men zoekt dus eerst votgens, hetlXPrö- 

hlema , de Breedte der Plaïits , en ziet vervolgends 

op de Memel - Globe , of in de Catalogus van Ster^ 

renj welke wy achter déze Handleiding zullen laa- 

tcn volgeiï, of men ccne Ster vindc welker De^ 

dinatie gelyk is aan deze gevonden Breedte ; 

dus vindt men de Breedte van jlinfieldam te zyn 

ga^ ai* Noords en de Deciinatte van de Ster, ge- 

tefekend Ö in den Draak , 52^ a?' Noord ^ zyndc 

dit de eenige Ster van eenig aanz?cn , welke men 

als Correspondent van jlmfteldam gebruiken kan. — 

Zie hier ecne Lyst van de Correspondenten' der 

voornaamfle (leden van Europa^ welken allen wel 

niet juist door het Zenith van deze piaatfen gaan , 

doch welken egter die Sterren zyn van eenè aan- 

zienlyke grootten welken zoo naby het Zenith door 

den Meridiaan gïian , dat men ze als Corres^ 

pondenten mag aanmerken , en welken ons dus 

kunnen dienen om de ligging dier piaatfen ten 

onzen opzigte te leeren kennen; de nieesten van 

deze Sterren zyn van de i , a en 3 grootte ; twee 

van dezelven , te wectcn : de Correspondent van 7%. 

r^nce en Napels zyn van de 4 grootte ;* wy heb- 

ben de DecHnatie der Sterren en de Breedte der 

piaatfen Ter bygevoegd , om daardoor te kunnen 

zien 



NAAR DE NIBUWE CONSTRUCTIE. ^^ ^ 

Zien lioc groot haar iflland is van het Zenith, 
als zy door <len Meridiaan der plaats gaan, van 
welke zy Corrcspoyident zyn. 



I , 



Naamen der 




Steeden* 


Breedte. 


Bcrlyn • . • 


5»" SI' 


Budc • • • 


47» a9' 


Cadix . • . 


36 s» 


Copi'iïiihasen . 


SS 41 


ronOnntinopolen 


1 41 I 


Florence . . 


43 4Ö 


Lisfabon • . 


38 4a 


Londen * 


51 So 


Madrid • 


40 ^ 


Moscow . 


55 45 


Milaan • • • 


45 28 


Napels . . . 


40 50 


Praag . . . 


50 5 


Parys • • 


48 50 


Petersburg . . 


59 5Ö 


Presburg • .' 


48 8 


Rome • • • 


41 58 


Stokholm • • 


59 ao 


1'uryn . • • 


45 4 


Weenen • . 


48 ia 



Correspondent. DecHnatieé 

5 gr. Beer . 5»^ 54» 
i vanPerfeus 47^ &^ 
i van Lyra 56 "39 

{«> Casfiopea 55** 06 
i^ groote Beer 55 58 
y Andromeda 41 di 
i Koetfier . 43 30 
a Lyra • . 
- 7 Draak . 
P Pcrieus 

a Casfiopea 55 96 
« Capella • 45 46 
f Koetfier • 40 46 
fb groote Beer 50 19 
I groote Beer 48 49 
I Draak • 59 40 
% groote Beer 47 56 
7 Andromeda 41 ai 
i Casfiopea 59 n 

6 Koetfier . 44 54 
6 Perfeus . 48 ai 



38 3Ö 
51 31 
4a. 10 



356. Wy moeten hier nog by doen opmerken , 
dat, daar de Correspondenten dienen, om ons de 
ligging der plaatlen , van welken zy Correspondent 
zyn , te Iceren kennen , wy ons hieromtrent be- 

paa» 



jlfü . GSBRUIlt DÉH AaIEID-GlOU 

Sterrenbeelden , die tusfchen hetzelve en het WeS'* 
ten in gelegen zyn , te bezien : in 't Zuid Westen ^ 
tusfchea de lo cu 30 g aadeu hoogte, zienwy de 
fFcegfifiaalj gedcfikelyk over de Kust van Brefil^ 
en gedeeltelyk over de Zee (laan ; hooger in het 
Zuid fVesten Haat jirSturm , midden boven den 
grooten Oceaan. — Onder deze de Maagd ^ zich 
van 't Westen tot door het Zuid Westen heen uit* 
ftrekkendè,, over de Golf van Mexico^ de Land* 
engte van Panama^ Terre Ferme en Guiana gaan* 
de ^ keeren wy ons vlak ten Noorden^ dan out* 
moeten wy , van 't Zenith af ziende , eerst den 
Draak ^ al kronkelende over de Oostzee^ Zweeden^ 
Noorwegen , en de Britfche Eilanden gaande , en 
Hiet zyn* Staart zich over Groenland en de Hud^ 
fins Bau! uitftrekkcnde — verder den kleinen Beer , 
Groenland bedekkende — voords laag in 't Noorden 
Capella , boven de Aleutsfche Eilanden ftaande ^ 
in 't N. N. Oosten (laat Cephefis , boven Nova 
Zemhla , en Jftatisch Rusland — Casfiopea boven 
Kamfchatka — en Perfeus boven de Zee , die 
Kamfchatha van jfapan fcheidt — terwyl wy, in 
•t Noord Oosten , jitidromeda boven China zien 
ftaan — in 't Noord Westen ^ zien wy den grooten 
£^^r bykans geheel Noord- America bedekken — . 
en eindelyk , laag in 't West ^ Noord -Westen ^ 
den Leeuw boven Mexico (laan. 



XJKVm* Prck 



/ 
r 

/ 



/ 



nAar ds nibowb Constructie. afj 

XXXVm. P R o ï JU E M A, 

Te vinden hoe laat het is te Amfteïdam , alt^ 

eene der hoven opgenoemde Sterren in het 

Zenit A is der Plaats , i^an welke zy 
" 'Correspondent is* 

Sy voorbeeld: Hoe laat is de Ster, geteekend . 
« van Casfiopea , in het Zenith van MoscaWf 
op den zo September. 

358. Men plaatst itn Meridiaan en Horifon vooï 
Amfteïdam ^^t Ar tificeele Zon op den lO September » 
den Declinatie^rkel o^ de 7^ 18% de AscenfioreSa 
van de Ster a in Casfiopea , en het Sterretje op 

' 55^ 06' Noor der Declinatie , draait vervolgends de 
Globe 9 tot dat Moscow onder de Ster te ftaaa 
kom?: 9 wanneer de Uurwyzer xi uuren 5' voor 
het Uur, dat het te Amfteïdam is, als a van Cas^ 
fiopea , op den 10 September , in den Meridiaan vau 
Moscow , en ook nagenoeg in derzelver Zenith is » 
zal aanwyzen, 

XXXK. Problema. 

Welke Ster flaat ^er hoven de Straat van Gi^ 

hraltar , als het 5 uuren 55' V avonds , op 

den 15 November y te Amfteïdam is f 

359. De Globe wederotn voor Amfteïdam ge* 
fteld zynde, en de Artificieele Zon op den.gegeeyea 
Dag gefteld hebbende', draait men de Globe tot 

.4ÏaC de Uurwyzer 5 uuren 35' 's avouds aan\vysf , 

S brengt 



> 



1^74 .- Gebruik der Aarb^Globb 

brengt voorts den Declitiatie- Cirkel over de. Ilraat 
' \2Ji ^Gibraltar ^ en ziet welken graad \vüi Ascenfio 
TMla dezelve op den Hemel - Equator aanwyst ; 
dit . zal de AscenjiQ re6la der Ster moeten zyn , 
die op dit tydftip boven Gibrhltar ftaat ; tenvyl 
de Èreedte van Qibraltar (de graad des Declinatie» 
Cirkels^ onder wrelken Gibraltar op de Globe ge- 
vonden wordt ,) de Declinatle der Ster zyn zal ; 
du| zal eene Ster, welke den 15 November, des 
avonds ten 5. uuren 35' boven de ftraat van G/- 
hraltar ilraat , moeten hebben eene ytscenfio reSa 
Van 503^ 45% fcn eene Noorder Declinatie van 36^ 
<J' ; nu zoék^ men in de Catalogus van Sterren 9 
■<>f 'ereenige Ster zyi welke hier aan beantwoord; 
^c naatfte Ster, wellce men hier voor vindt, isy 
'van de Zwaan : deze heeft eene Aseenfio re&a van 
"303^ 45 'i ^^^ ^^"^ Declinatie van 39^ 37% dus 
"raim 3^ te veel; dan dewyl men geene Ster vindt, 
'welke nader by komt , moet men zich met deze 
Vergenoegen. 

XL. P R o B L £ ^ A. 

Het punt des Hemels te vinden , onder hetwelk eene 

zekere plaats op een* gegeeven Dag en Tyd 

g^l^g^^ ^9 dat is dat punt des Hemels y 

V welk op den bepaalden tyd met het 

Zenith van de gegeeven plaats 

overeenkomt. 

. 360. Daar men uit het even voorgaande Prd^ 
flema gezien heeft, dat het niet akoos gebeurd^ 

dat 



KAAR DE .NIE(7M'£ CONSTRUCTIB. fM 

dat men eene kcnnelyke Ster kan vinden ^ wdk% 
op een' gegeeven tyd in 't Zenith van eene zekert 
plaats ftaat, behoort men dit Problema te knnnen 
oploslcn, om, alfchoon men geene Ster aldaar 
vindt, egter het juiste punt, onder hetwelk de g^ 
zochte plaats gelegen is, te kunnen vinden; wy 
zullen van hetzelvde voorbeeld • gebruikt maken 9 
en het punt des Hemels zoeken, 't welk op den 
15 November, des avonds ten 5 uuren 35' in 't 
Zenith van Gibraltar Aaat : om dit te doen , be* 
hooren wy de twee volgende Problèma^s te kui^ 
jien oplosfen. 

XLI. Problema. 

• m 

Eene Ster te vinden , welke op een^ g^gce^ 

ven tyd in denzehden Ferticaaïen Boeg 

met eene zekere Plaats van ons gele* 

gen is* 

361 • Men richte de Globe in alles zoo, i^s 
vry , S 359 , gezegd hebben , fchroeve den Fèrticaal 
' in 't Zenith des Hori/ons vast, en brenge denzelvea 
op Gibraltar ; alles nu (lil laatende (laan , brenge 
men den Declinatie - Griel owtr dtn Perticaal ^ zoo 
dat hy den io« graad van hoogte by voorbeeld 
fnyd , en zie nu welken graad van Ascenfio re&a, 
hy op iit\i Equatw aanwyst, en welke graad des 
DecUnat ie ' Cirkels ^. Aoox den Verticaal gefned^ 
wordt , het geen op den Equator is 183^ lO* , eit 
op den JDcclinatie 'Cirkel 20? ZmècT^DecUnztie ^ 

zoekende nu in de Catalogus van Sterren of 'er 

Sa - ^^^ 



Vfi GEftRüK DER AaRD-GlOU 

«ae 'Ster «n deee jlscenfto reBa en Declinatle 
bohdwDord , vindt men dat de jtscenfio re&a en 
■DetïïnMtie van de Ster o , van den Boo^chutttt , 
^st dezclrde «y; deze Ster ondertusfchen is van 
rfe 4', grootte, en dus niet zeer kennelyk; ook 
liad 'het liunnen zyn , dat men geeiie Ster op die 
"hoogte gevonden had: in dit- geval zet meii den 
DecUaafie-Citkel op eenen anderen graad van den 
yenicaait en doet hetzdvdc onderzoek; dan,wel> 
licht zou men veele vrucfatelooze pogingen kunnen 
'doen , eer men de bedoelde Ster vondt, en wy 
willen daarom eene kunstgreep aan de hand gee- 
ven » om ten naaste by te vinden , waar de be- 
doelde Ster te zoeken. 

3Ö2. Wy hebben , den Decltnatie-Cirkel den P'er- 
tieaal op den lo* graad laatende Tnyden , gevonden 
dat de graad, waar de Declinotie-Grkel- èen Equa- 
tor fnyd , \va3 aSj** 10' , en dat de Verticaal 
den DecUnatie' Cirkel fnyd op aa*; dan, Jaat ons 
nu eene veel grooter hoogte neemen, b. v. van 
50**: wy ftellen dus den DeclinatSe-Cirkel over den 
■Venicaal zoo, dat hy de 50** fnyd, en zien nu 
Welken grand des Eguators de Deeliuatie' Cirkel 
fnyd, en welke graad Aes DecUnatie- Cirkds door 







KAAR QB NI£UW£ CONSTRUCTiB. ^^ 

hebben Ascenfio re&a 2^^ 30^ en \6^ Noorder Declin. 
dus moeten wy, om van de 10^ tot 50^ hoogte 
cene Ster te zoeken i welke in den meergemelden 
Verticaal ftaat, 'er eene vmden , welke tusfchen 
de a83*^ en 296^ Ascenfio reSa , en daarby tus- 
fchen de Q,i!^j Zuider- Declinatie ^ en de 16^ Noor^ 
dir^Declinatie heeft; zoeken wy nu in de Cata^ 
logus yan Sterren , dan vinden wy de volgende 
Sterren , welken in of ten naaste by in dezen 
Verticaal kuiyien ftaan 



X in Antinous Asc.Rec. 183^ 54^ 
'in den Arend . • 288 51 
I* dito • . 091 

y dito . • 294 

« dito . , 5295 



4 
II. 

15 



5** 10' Z. Deel. 
. a 43 N. dito 

6 58 dito 
10 8 dito 
> 8 ai dito 



363. Wy hebben dus maar vyf Sterren, welken 
in 't geval kunnen zyn ; de ie , a^ en 4c zyn 
van de derde grootte, de je van At vierde groot- 
te, en de 5e van de flc grootte ; plaatfen wy nu 
den Declinatie- Cirkel op 383® 54% dan zien wy 
dat de 5^ lo' Zuider^Declinatie te veel fVestelyk 
valt y om den Verticaal te fnyden ; op dezelvde 
wyze vinden wy dat de %^ , 3e en 4* der boven 
opgenoemde Sterren allen te ;veel fVestelyk. vallen; 
doch nu den Deelt naties Cirkel op 1195^ 15' bren* 
gende, zien wy de 8® ai* Noorder^DecHnatie zeer 
na onder den begeerden Verticaal te zyn, en wy 
' ueemen dus a in den Arend , anders ook Athalr 
genoemd , voor de kenmerkende Ster des f^erti^ 
f aak van Gibraltar. 



SS 



XLILPaOi» 



éfS Gebruik der Aarh-Glöbk 



XLn. PaOBI^BMAi 



f 



■ • • » 

jOe Hoogte te vinden , boven den Harifon , van 

een zeker punt des Hemels , dat met eene 

.zekere plaats overeenkomt.. 

364. Wy vervolgen hetzelvde voorbeeld, laaten 
de Globe even zoo ftaan, en obfervecren alleen,' 
welke graad des Verticaals met Gibraltar overeen- 
komt , hetwelk is 71^ 50' , en zyh nu in ftaar 
het XL Problema optelosfen : men richte het Qua* 
drant, % aia. omfchrcven, op den 15 Novem- 
ber, des avonds ten 5 uuren 35\naar de Ster -///- 
hair^ verkefTc hetzelve vervolgcnjis in denzelvdea 
Verticaalen boog, dat de loodlyn 71^ 51'aafiwyst ». 
en men heeft , door deszelvs Viperen ziende , het 
punt des Hemels gevondei\, 't welk met GibraU 
f ar overeenkomt, of, met andert woorden, dat 
punt, dat Juist in *t Zenith van Gibraltar op dit 
tydflip is. * 

365. Het Öompliment der Hoogte , dtit is de aflland 
van het Zenith^ van dit punt des Hemels, of van 
ecnigc Ster , in \ Zenith van eene zekere plaats flaan- 
de , is altoos gelyk aan öen afftand van die plaats , 
van ons in graaden uitgedrukt , welken men door i^ 
muliiplicecrende tot Duitfche mylen maiken kan ; 
des men op deze wyze den aflland van elke plaats 
van ons, gelyk ook de afftanden der onderfchei- 
den plaatfen van elkander, berekenen kan ; gebnn'kt 
men hier de nieun*e Franfche Maaten^ dan behoeft 
men geene reduftie hoegenaamd ; men bclToen* 
dan flechts een' Verticaal te hebben , welke in 

•■• • * * *- 100 



\ 



* KÜAS. DE NIBUWB CONSTRUCTte. $,f^ 

lob deelen verdeeld is: elk van deze deeleh bevat 
lo Myriatnetres of looooo Rfétres^tn twee plaat- 
feiï, welken dus op 15 graaden afRands (van loa 
namelyk ia één* Quartcirkel ,) van elkander ge« 
legen zyn, liggen op 150 Myriametres aflland,' 
iof 19500,000 Mitres. 

XLIII. P R o B L B M A. 

• m 

jllk de plaat fen U vinden , welken op verfchil- 
lende tyden dezslvde Ster in haar Zenitk 

hebbeti. 

of 

jllle de plaat fen te vinden ^ welken op eene zelfde 
Breedte als eene opgegeeven plaats liggen. 

• 

By voorbeeld: Alle de plaatfen te vinden, van 
welke het Geitenbokske ^ Capella genaamd , Corres«» 
pondent is; dat is, met andere woorden, alle die 
plaatfen te vinden, welken dezelvde Breedte met 
Milaan liebben, % 355, 

366. Wy vcréénigen met opzet deze beide Pr<^ 
llemd*s , omdat zy volmaakt dezelvde oplosfing 
hebben ; men (lelie dan het beweegbaare Sterretje 
op 75^ a9' Ascenfio re&a , en 45® 46' Noorder 
Declinatie , (de Ascenpo reSta en Declinatie van 
Capella ,) en beginnende , by voorl>eeld , met 
Milaan , ziet men , de Globe ronddraaijende , allé 
Landen en Steden onder de Ster pasfeeren, die 
dezeitve in haar Zenith hebben , en dus dezelvde 

S 4 Breeds 



iSb Gebruik der Aardt* Globb 

Breedte met Milaan hebben : dus ziet men deze 
Ster gaan over 't Zuider de^l van yrankryk^ de: 
Golf van Gascogne ^ den Oceaan^ N. Schotland y 
*t Noordelykfte van de Staat vaniV. Tork^ 't Meen 
Ontario , verder over 't Noordl^kfle van Louipana ^ 
N» jilbion , den West er Oceaan , de Kurillifcïu Ei-'^ 
landen , Chinees Tartaryen , Thibet 9 Usbec , de Cnx- 
pifcke Zeej Circasfie^ den Crim 9 tVallachye^ Bel" 
grado en de Adriatifche Zee. 

XLIV. P R o B L 'e M A- 

De Ascenfio reöa en DecUnatie der Zon op 
een* gegeeven Dag te vinden,^ 

tfij. Wy meencn m,de voorigc SS genoeg ge- 
zegd te hebben 9 om het nar.uwe verband 9 dat 
Sterre- en Aardrykskunde op elkander hebben 9 te 
betoogen ; dan 9 wy moeten ook nu zien op welk 
eene wyze men tot het bepaalen van de ligging 
der Plaatfcn op den Aardbodem door middel der 
Stemkunde komt; want fchoon de Corresponden- 
tie dcr^ vaste Sterren met zekere plaatfcn van 
onze Aarde ons een algemeen denkbeeld van de- 
zelver ligging geven kan , zoo is zulks gccnzins 
toereikende om haare juiste Lengte en Breedte te 
bepaalen ; wy moeten egter het tegenwoordige 
Problema vooraf kunnen oplosfen 9 omdat wy van 
de DecUnatie der Zon ten dien einde zullen moe- 
ten gebruik' maakcn. 

368. De Ascenfio reêta en DecUnatie der Zon , 
by voorbeeld, voor den i May willende weeren 9 

flelc 



KAAK DB NIEUWE CONSTRUCfïfi. «8t 

(lelt men de Artificieek Zon op den i May , brengt 
den Declinatie- Cirkel aan dezelve, en ziet welki 
graad door dezen laatften op den Equator des He- ' 
niels word aangewezen ; tevens ziet men welke 
graad van den DeclinatU'- Cirkel door de Ecliptica^ 
op dat punt , hetwelk de plaats der 2ion voor dea 
2 May bepaald , gefneden wordt , en dusdoende 
Vindt men voor de Ascenfio reSta der Zon^^ op 
den I May, 37° 5^', en voor de Declinatie der 
Zon 15® Noordeijk; men behoeve flechts zich te 
herinneren , dat de Declinatie der Zon Noordelyk 
is , als de Equator beneden ds Ecliptica ftaat » 
en Zuidelykj ajs bet Omgekeerde plaats heeft. 

XLV. Problema* 

Door middel van de Declinatie der Zon 9 of 
van eenige Ster , de Breedte der plaats te 

vindertm 

369. Wy onderllellen nu altoos de. Declinatie^ 
\^r Zon en der Sterren bekend , en gaan ons nu 
van dezelve bedienen, om de ligging der plaatfen 
ten opzigte der Breedte te t>epaalen ; ten dien 
einde brenge men de Zon of Ster aan den Meri^ , 
diaan , en -zie welke derzelver hoogte in den 
Meridiaan zy, $ 324; van deze gevonden hoogte 
trekt men de Declinatie af, zoo die Noordelyk is^ 
en bekomt de hoogte van den Equator boven den 
Horifon^ of telt de Declinatie by de hoogte by, als 
de ÜecUnatie Zuidelyk is, wanneer men mede de 
Iioogte des Equators bekomt ^ welke altoos gdyk 

S5 is 



' • 



sSa 'Gbbruik o£r Aard-Gloie * 

is aan bet C^mplitnent va» de Breedte der plaats J 

J 35» a«^ gevolg. 

. L Voorbeeld: Men begeert de Breedte eencf 
plaats te weeten, op welke de Zon den 14 Au» 
gustus 50® hoogte op den Middag heeft : men 
xoeke nu, volgens het voorgaande voorbeeld , d« 
DecUnatie der Zon voor den 14 Augusti:^, welke 
ao® ad is; deze ao® ao' trekke men af van 5^* 
hoogte, en bekomt 09° 40' voor de hoogte des 
Eguators boven den Horifon^ of het Compliment 
yan Breedte , en de Breedte dezer plaats is dus 
60° ao^. — Men plaatfe nu den Horifon op de 
Breedte van 60^ ao' , Helle de Artificieele Zon op 
den 14 Augastus , brenge den Meridiaan aan de 
Zon , en zie op den Verticaal hoe hoog de Zon 
boven den Horifon ftaat, *t welk men wederom 
bevinden zal te zyn 50®. 

IL Voorbeeld : Men begeert de Breedte der 
plaats te kennen , op welke Rigel de heldere Ster in 
den voet van Orion^ als dcztlve in den Meridiaan 
Is , 35® op' hoog ftaat. — De DecUnatie van Rigel 
is 8® a6' Zuidelyk ; deze geteld by 25® 30' , de 
O'iderftelde hoogte van Rigel^ verkrygt men 33*^ 56' 
voor het Compliment der Breedte , en dus 56** 4* 
voor de Breedte zelve. — Men plaatfe nu een 
der beweegbaare Sterretjes op de Ascenfio recta 
en DecUnatie van Rigel , brenge Rigel aan den 
Meridiaan , plaatfe den Horifon op de Breedte 
van 56® 4' , wanneer men zien zal dat Rigel ook 
tevens de hoogte van fï^ 30' in den Meridiaan 
bereikt zal hebben. 

370. De reden van het hytellen » of aftrekken 

van 






MAAR DE NIEUWE CÓNSTRÜcfiE. ^| 

van de DecHnatie eener Ster by de waargenomea 
hoogte 9 willen Wy nu nog met éen enkel woord 
doen opmerken, moetende men daarby de Globtt 
(derzelver ftand veronderftellehde als in de vori* 
ge 5 gezegd is ,) voor zich hebben ; van den Hori'^ 
fin dan af langs den Meridiaan opklimmende ^ 
ontnfoet men (by eene Zuidelyke DecHnatie^') eerst 
de Ster , en vervolgends den Equator ï de boog 
des Meridiaant , van den Equator tot den Hort fin ^ 
beftaat dus uit twee deelen; het eerfte is de De^ 
clinatie der Ster , of de aflland der Ster van den 
Equator'^ en het tweede is de hoogte Atx S'ur^ of 
de afïïand der Ster van den Hort fin ; de eerfte nu 
wordt veronderfteld bekend te zyn , de laa'tfte 
wordt waargenomen , en beide te ^amen maken zy 
den gezochten boog , of de hoogte des Equators 
boven den Horifon. — By eene Noordelyke De^ 
clinatie ontmoet men eerst den Equator^ vervol- 
gends de Ster 9 en de hoogte der Ster is dus gö^ 
lyk aan de hoogte des Equators ^ plus de DecHnatie 
der Ster; waarom men, deze laatfte van de hoogt< 
der Ster aftrekkende,, overhoud de hoogte van den 
Equator boven den Hort fin ^ of het gezochte Com^ 
pliment van Breedte. De Breedte eener plaats be- 
kend hebbende , en de Hoogte der Zon op den 
Middag waargenomen hebbende , kan men dus 
ook door eene omgekeerde Handelwyzc de Decli^ 
natie der Zon vinden ; is de middaghoogte der 
Zm , by voorbeeld te Amlhldam , 47® 30' 9 dan is 
derzelver DecHnatie 9^ 51' Noordeijk j omdat de 
Equator te /tmfteldam 37^ 39' hoogte in dea 
Meridiaan heeftt _ > 



p84 * Gekruik dbr Aard - Gi«ob« 

371. Wy zien dus, dat het niet ongemakkclyk 
is de Breedfe eener plaats door de MiddaghoogU der 
Zon of Sterren te vinden; wy moeten nu nog zien 
boe men ook de Lengte eener plaats door roid* 
del der Sterrekunde vinden kan: dit Problema is 
niet zoo gemakkelyk als het vorige optelosfen ; 
wy zullen egter trachten ook hierin zoo duide« 
lyk mogelyk te zyn ; willen wy hierin flaagen ^ 
dan zullen wy vooraf nog eenige Froblemd*t moc^ 
ten oplosfeOy waartoe wy nu overgaan. 

XLVI. Problema* 

1 3en tyd te vinden vmn den doorgang eener 
Ster door den Meridiaan op een* zekeren 

Dag. 

57a. Onafhangelyk van de plaats waar, kan dit 
Problema opgelost worden , wyl de tyd van den 
doorgang der Sterren door den Mjeridiaan alleen a& 
hangt van het verfchil van jiscenfio reda der Zon en 
der Ster^ zonder opzigt op Geographifche Lengte 
of Breedte : dit dient men zich vooraf wel te 
. herinneren ; de waarheid hiervan zal ons door dfr 
^oplosfing van dit Problema bevestigd worden. 

373' Wy onderftellen dat 'er gevraagd zy, koe 
Jaat Regulus op den li Maart door den Meri- 
diaan gaaf? — Men ftelt de Artificieele Zon op 
den 1 1 Maart , een der beweegbaar e Sterretjes 
op de Ascenfio reüa en Dedinatie van Regulus , 
en brengt vervolgends Regulus aan den Meridiaan; 
dan zal ons de Uurwyzer 10 uuren 30' 's avonds 

voor 



KAAR éZ NIEUWE CONSTRÜCTI£« t^ 

voor den doorgang van Regulus door den Meri^ 
Jiaan aanwyzen , het zelvde op wat plaats ook de 
Meridiaan gedeld zy. 

374. Om de reden hiervan te vatten 9 brenge 
men de Zon eerst aan den Meridiaan : de Uur- . 
wyzer wyst nu ia uuren op den middag , en 
tegelyk met de Zon is nu ook die graad van den^ 
Eguator aan den Meridiaan ^ welke de jtscenfiê 
reSa der Zon aanwyst; de Globe nu vqondraair 
jende, zien wy eiken volgenden graad des Equators 
fuccesflrelyk aan den Meridiaan komen , tot dat 
^indeiyk ten 10 uuren yj die graad van den Equa^ 
tor aan denzeiven komt , welke de Ascenfio reO^ 
vzsx Regulus aanwyst ; dan , verjrfaatfen wy de Zon ^ 
welke. den 11 Maart 351^ d Jscenfio re&a had, 
zoo vecle graaden dat zy 6^ Ascenfio re&a krygt, 
' zoo zien wy dat .Kegtdus ook één Uur vroeger 
aan den Meridiaan komt, omdat de 2^0/1 , op den 
Equator, geleld , 15*^ nader aan Regulus ftaat , men 
kan dus den doorgang der Sterren door den Meri^^ 
diaan vinden, als men, het verCchil van de jts^ 
cenfio relfa der Zon en der Ster kennende , dit in 
tyd verandert, naar reden van 15^ in één Uur, 
S 134; dan, 'er ife nog. een ander middel om den 
tyd van den doorging der Sterren door den Mrr/- 
diaan te vinden , te weeten , door de jlscenfio 
reOa dtv Sterren in tyd: dezelve is niet anders^ 
dan de reduSiie van het getal graaden én minuten 
van de Ascenfio reSta eener Ster, in tyd veran- 
derd ; men vind dezelve by ieder Ster in onze 
Catalogus van Sterren aangeteekend ; wy gaan 'et 
iet gebruik van aanwyzen. 

XLVn. Pro. 



* <L 



fiW ^-Gebruik der Aau>-Gi:.ou - 

XLVn. PROBLEMA. *' 

. Te rindctt den tyd van den dtorgang vati het 
Ij punt van Ariet door den Meridiaan. 

■ 375- ï^'* Prohlcma wordt eveneens als het zoo 
even voorgaande opgelost, by vooibeeld: wiU 
lende weeteii den doorgang van hec t^ punt van 
'lAriet ep den l yaMary^ ftell men de jlrlificieele 
Zon op -den i January , en brengt vervolgends 
den 1^ graad van Ariet aan den Meridiaan, wan- 
neer de Uurwyzer e^ uuren 14' , voor den door^ 
gang van het 10 punt van V door den Meridiaan 
aanwyst; het is deze tyd,wcUien men noemt de 
efftand derZon van liet Nachteveningspunt ,(en niet 
-de afllaiidvai) bctNichtcvenlngspunt van de Zon;) 
dezelve is niet auders dan het Suppiemenl van de 
Aicenfia reSa der Zon in tyd overgebragt. 

37Ó. Telt men nu by dezen gevonden tyd , vaii 
den doorgang van het Nachteveningspunt doot deu 
Mtridiaati , de Ascenfie retta eener Ster in tyd , 
dan heeft men den tyd van den doorgang van die 
Sier door rien Meridiaan;}), v. hctNaclitevcnings- 




KA^ D£ NIEOWS CONSTRUCTIB. «Sj 

' U, Voorbeeld: 

liet Nachtevcningspuiit van de Lente gaat den 
iao April door den Meridiaan ten . aa uuren 9' 
AscenfiQ re£ia van » van Ophiucus 17 uuren *i6 

39 uuren 35* 
af d4 o 



rest 15 uuren 35* 

dus gaat a van Ophiucus door den Mefidiaan deq 
fli April, ten 15 uuren 35' , dat is in Burger- 
lykeu tyd den m^ , ten 3 uuren 35* 's morgens, 

XLVni. ProbItSma, 

Te vinden hoe Uat het is i>p zekere plaats ^ 
wanneer eene bekende Ster §ene bepaalde 
hoogte bereikt heeft. 

By voorbeeld: Hoe laat het zy te Amfieldam^ 

op den 5 Maart , als de Ster Aldibaran de 

hoogte van 40^ boven den Horifon be« 

reikt heeft , en reeds door den 

Meridiaan gegaan is. 

377. Men (lelt den bew.eeghaaren Meridiaan en 
Horifon voor Amfteldam , de Artificieele Zon op 
den 5 Maart., het Sterretje op de Ascenfio re&a 
en Declinatie van Aldéharan , en nu de OIobe 
draaijende tot dat Aldibaran door den Meridtaan 
gegaan is , fchroeft men den f^ertiraal in 't Zenith 
des Hörijbns vast» en beweegt de Globe zoo lanf 

tot 



/ 



ISS - GBBBtAK OBB. Aakd-Guuk 

tot dat Jldibgran net boven den 40* ptaA fles 
Vatieoêïs te (taan kome , wannev de JJvntfiMf 
% uuren 5* voor het gezogten Uur zal aaO- 
vtyzen. 

378. Wanneer men alles in ttezelvde potiüe 
haiftaan, en den De^inatie-Cirkil op de Acenfia 
reSa van J^ibaran ptaacst, zoo -maakt deze />«• 
' tUiutie- Cirkel 'isiex. den Meridisait ■nn Amfltldtm 
'een* hoek, welken men de Uitkeek gewoon is te 
noemen , en welken men , als men dit Probltma 
9t>0T - rekening oplost , eigentlyk zoeken moet ; 
bet is deze Uurhoek^ welke ons het tydverloop 
aanwyst, flnts den doorgang van /lidébaran door 
den Meriiiaattt en welke dus byden tyd van dien 
doorgang moet opgeteld worden , zoo de Ster 
bewenen den Meridiaan (laat^ of van den doör- 
gang -door den Meridiaan moet ^getrokken wor- 
den , zoo de Ster ten Oosten van den Meridiaan 
ftaat , om het gezochte Uur te vinden; de grootte 
TSU dezen Uurkeek vindt men op de G/obe , al^ 
men op den üurcirkel flechts tdt hoe veel Uuren 
en Minuten 'er tusfchen den Mtridiaatt en üur^ 
wyzer gevonden worden. 




TfAAR tt NIEUWE CONSTRUCÏIE* ^ 

Jialvc wyst ons ook, omgekeerd, het verfchll vim 
Uurtelling het verfchil van Lengte aan 5 en dt 
eeheele oplosfing van dit Problema komt dus hicr-j 
op neer, dat men weete hoe laat men telt op eertö 
zekere plaats , als men op de plaats Wadr men 
2ich bevind den tyd bekend heeft: hoe tnen dit 
door de tilobe kan vinden , hebben wy reeds iit 
de II , Hl 9 en volgende Problema* s aangetoond \ 
de vraag is hier, hoe men zulks door Sterrekun^ 
dige waarnemingen weeten kan , en het is dus vatt 
de oplosfing van -dit Problema dat het groote 
Vraagftuk^ om ten allen tyde de Lengte op Zee H 
kunnen vinden , afhangt ; wy willen door middel 
onzer Globe een denkbeeld trachten te geevcn ^ 
hoe men hierin gewoon is te werk te gaan. 

38c, Onderftellen wy vooraf dat 'er aan deit 
Hemel een zeker kennelyk teeken of verfchynfel 
plaats had, 't welk op genoegzamen aflland vati 
onze Aarde vervvyderd was , om op twee by<< 
zondere plaatfen (Amfieldam en JVeenen , by voor< 
beeld ,) volftrekt gelyktydig te kunnen gezieli wor** 
den ; dat hetzelve maar één oogenblik duurde 9 
en dus een juist tydftip aanduidde} dan is het ze* 
ker dat , daar Amfieldam zyne Uurtelling heeft ^ 
en fVeenen de zyne , men op beide plaatfen deit 
tyd van het verfchynfel waarnemende , betzel« 
ve op een' verfchillenden tyd zoude fchynen to 
zien , hoewel men het volftrekt gelyktydig zag j 
en dit verfchil van tyd van het verfchynfel zou 
wezcnlyk het verfchil der UurteHing , en , in gttm^ 
den overgebragt , het verfchil van Lengtg tusfchea 
deze twee plaatfen zyn : dat dit 200 iB , blykt 

X klaai 



i^ Gebruik Dek Aakd-Glob 

kUït uit h« gebruik onzer Globe ; 1 
Wy ons Hechts de oplosfing van het U^JVaUraitf .- 
.Aii0eUem en Peta-tbvrg zagen beiden de Zm, 
xafcR die beiden op hctzelvde oogenblik; ^mfiet- 
«Em» xag die in den MeriÜMn , en, de Globe 
AU UaKade ftia», (dfls voUfaiekt geen tydvnw 
160^ ondeiüdlendtf O vcrplafttfleo wy dm Meri- 
JhM» vm Amfieidam fyg PtHribwrg , dst ia vcr- 
pltotlleii onsHelven , om zoo te fpraeken , in één 
oogenblik van Amfieidsm- naar Petersburg , én 
ngtn dat liet daac teeds i uui 50* na den middag 
was. 

38l-< Zoodanige verfchynfelen nu zyne 'er wer- 
kelyk voor eenea waaraemer van den Loop der 
Henieirche , Ligcbaamcn voorhanden : de Eelip* 
Jkn der Maan , en die der Sateiliten van yupiter 
JhKondÊrheid , omdat dezeWen dlkwyler voorval- 
len , zyn daartoe zeer gefi:hikt , en bet fs door 
derKelver waarneming dat men de Gttgrsphifcfu 
fójUit der plaatfèn op onzen idardbedem meer en 
meer met naauwkeurigheid bepaalt; dan zoo nut> 
tig dezen zyn in de jlmrdryiskunde , zoo weinig 
gefchikt zyn dezelven In de Zeevnërtkmde : de 
Ec/i/>/in der Maait vallen niet diktviJs genoeg 




KAAS. BE mXl}4VE' ComTRUCraU Hj^ 

wy iién deeelve aan dea Hemd des avonds , tit 
't waare,/van de eene Ster tot dé andere g«m» 
kunnen den afftand , welken zy heelt van de e&m 
of andere Ster , door daartoe gefcbikte werktniF^ 
gen , meeten; deze afftand verandert elk oogèi»* 
blik 9 uit lioofde van de fnelle bewe^tig ddt 
Maan ; deze afRand word op alle de plaatfe , watf 
de Maan zigtbaar is , (pandlaxis en refradie niet 
fliede gerekend,) even groot op 't zelvde oogeit« 
blik waargenomen ; en » dat alles afdoet ^ men li 
in ftaat 5 xedert men in de kennis van den loop 
der Maan zulke groote vorderingen gemaakt heeft» 
denzelven te vooren te berekenen » daar Tafels 
van te maaken, en aldus den Zeeman in ftaat to 
fietlen den afltand , dien hy , op Zee zynde , zdf 
waarneemt, in zyne Tafels optezoeken, te zieil 
hoe laat die afftand op de plaats ^ voor welke de 
Tafels berekend zyn , en welker Lengte hem be» 
kent is , voorvalt , «1 , den tyd op het Schip waal^ 
nemende , aldus het verfchil van Uurtelling , het 
verfchil.van Lengte, eu dus <dé Breedte bekend 
hebbende O de juiste plaats^ waar hy zich op Zee 
beyind ^ -te bepaalen ; is de Maan Jte aaby de Zon 
om des avonds te kunnen gezien worden , dan 
bedient men zich van den aflland der Zon ep Maat$ 
xelven, «n is dus m ftaat eiken dag deze waanjf. 
ming te vernieuwen. 

583. Zie hier een Voorbeeld, om, zoo heè 
Boodzafcelyk zy , het gezegde door behulp dar 
-Globe nog meer duidelykheid by te zetten; 4««i 
plaatfe den beweegbaaren Meridiaan op 34^^ Lang* 
H9 en dtnü^rifon op jo N. Broêdtt^ en di|S 

T d vwi 






^ 



t9» ' GftBRUK DER AaRD^GlOBB 

voot eene plaats midden in den groeten of Atland« 
fqben Oceaan gele^n , fteit de Zon op xt 15^ Lengte 
^n de Maan op at po^ Lengte o^ cf Breedte 9 dan 
js de affland van Zon en Maan dus 35^; laat nu 
Mcn Schip , op deze hoogte op den 5 May in Zee 
f^eilende, den affland van Zon en Maan van 35^ 
*des morgens ten 9 uuren 40' waarnemen» plaat- 
:fen wy de. Globe 200 dat de tlurwyzer op 9 
.uuren 40' ftaat , dan zal, wanneer , de Globe ftil* 
:ltaande » de Meridiaan door ons op Parys ver- 
iplaatst wordt t het te Parys zyn o uuren 9 
/s middags : het verfchil van Uurtelling is derhal- 
ve d uuren 28^ , en de plaats der waarneming 
derhalve 37^ tVestwaards van Parys gelegen; het- 
.zelvde nu dat wy bier doen , door het verplaatfen 
ivan den Meridiaan der Globe , doet de waarnemer 
op Zee, door zyne Tafelen; in dezelven vindt hy 
^t het te Parys o uuren 8^ 's middags moest zya 
als de afitand van Zon en Maan 35<> was. 

L» P R o B L S M A* 

De Amplitudo der Zon of Sterren te vinden, v 

« 
« 

384. Amplitudo noemt men den afihnd der Zm 
"of Sterren van 't Oosten of Westen , by derzel- 
ver Op» of Ondergang; om dus de Amplitudo der 
Zon te Amfleldam , op den 5 May , te vinden , (lelt 
men de Globe voor AmftèUam , de Artificieele 
Zon op den 5 May , en brengt dezelve aan den 
'Horifon; dan telt men hoe veele graaden op den 
Horifon tusfcheo bet Oostpunt des Horifins e» 

dc 



KAAR DE NIEUWE CONSTRUCTIE. «M 

de Zon in gelegen zyn^ waarvoor men op dcft 
opgegeevep dag vindt 39^. 

385. Voor de Sterren is de oplosfing van dit 
Prqblema betzelvdc , waarom wy liec onnodig 
achten voor dezelve 'er een byzonder voorbeeld 
bytevoegen. 

' • ' p^ 

LL PROBLCMA* 

J)e Ascenfio en Descenjio obliqua ^ en de 
Different ia Ascenfionalis eener Ster te 

vinden» 

S86« Ascenfio obliqua noemt men den graad des 
Equators^ welke op eene gegeeven plaats by den 
Opgang der Ster tegelyk met dezelve aan. den' 
Horifon is. 

Descenfio obliqua noemt men den graad des Equa* 
tors 9 welke op eene gegeeven plaats by den Onder- 
gang der Ster tegelyk met dezelve aan den Ho- 
rifon is , en Different ia Ascenfionalis 9 het getat 
graaden van den Equator , tusfchen de beide 
punten van de Ascenfio en Descenfio obliqua gele- 
gen: dus vindt men voor de Ascenfio obliqua>vzn 
de Ster Scheat in Pegafus 304° , voor de Des^ 
€enfio obliqua ao^ , en voor de Differentia Aicen^\ 
fionalis 76^ 



T 3 . Ln. Pro* 



• »- 



^ GfiBRlHK ÜEft AaRD^GlWE 

LIL P R o B I. £ M A. ' 

Den affland te vinden tusfchen twee gegeefen 

Plaat fen* 

« 

387. Men legt den Fertlcaal op de Globe, zoo 
dat de geteekende zyde deszelven ie beide plaatfen 
fnyde , en het begin der telling , of de o van den 
Fèrticaal^ op eene vap beiden te liggen kome : dan 
zal de graad, welke door de andere plaats op den 
Verticaal wordt aang^weezen , het getal graaden 
aanwyzen, welke de aflland is der beide plaatfen; 
multipliceert men dit getal giaaden door 15, dan 
verkrygt faacn dien aflland in Duitfche Mykn -— en 
^oor a5 multipliceerende , gemeene Ihinfche Mylen 
óf Lieues ; in den grond is de oplosfing van dit 
Froblema reeds vervat in onze gemaakte aanmer- 
' king, S 365, dat de aflland van eene zekere Ster 
van ons Zenith gelyk is aan den afTland der plaats 
zelve , 10 wier Zenith de gezegde Ster Haat ; de 
waarheid van dit gezegde zal irit het volgende 
zeer klaar blyken; indien wy, volgens het XXX 
Problema handelende , een der Sterretjes op de 
jfscenfio reSa van 31** en Noorder - Declinatie van 
4X5^ » zynde dé Ascenfio re&a en Declinatie van 
y van Andromeda , welke, volgends § 355, de 
Correspondent van Conftantinopolen is, 'fleHen, en 
de Globe draaijen tot dat, de Artificieele Zon op 
den 14 Nov. geplaatst zynde , 7 van Andromeda 
in 't Zenith van Confiantinopolen (laat , dan zien 
ivy dat dit op dien d.ig gebeurt als bet te Am-^ 

i^ ftel^ 



KAAH DB NIEUWE CONSTRUCTIE. ^^ 

feïdatn 9 uuren *s vhïxA% is; maar bu den Vmh^ 
Cüni^ in 't ZenHh vast f ch r be ve nfe , en deu aflïaaé 
▼an die Sier van 't Zenith loeetevde, vinden wt 
dezelve te «yii lo graaden , even dezelvdeii welkei 
Conftantimpokn van Amfleldam höift , want dasr 
ons het Zenith des Hort fins Amfieldam aanwyst^ 
en y van Andromeda Confiantimopüen ^ mofit noodi- 
Wendtg de boog des Hemels tusfchen \ Zenitii 
Taa Amfteldatn en 7 van Avdropieda gelyk zyh 
tan den afHaod van Amfteldêm eii C^nftantinopol^ 
aelven, en wy befluiten dus dat Cfnftantinopolm 
150 Duitfche Mylen , of $50 Z/Vn^f van Av^eldün 
afgelegen is. 

388. Met dit al moet men zich niet voorftel- 
kn , dat men even op dezelvde wy^e ook den af« 
ftand van twee plaatfen , op dezelvde Paralel van 
Breedte^ óp die Paralel zou kunnen mceten: men 
30U zich hieria bedriegen , wyl de Paralellen ^klci^t 
cirkels zyndeyhaare middenlyn kleiner wordt , naar- 
mate zy I0eer tot de Pool naderen , en dus ocik 
derzelver graaden niet even veel Mylen bevatten; 
wil men dus zich vgQ dezi^lven bedienen , dan dieat 
men hierop te rekenen , doch moet dan ook alje 
Sterrekundige overeenkomst met deze meeting 
vaarwel zeggen, wyl men in de Sterrekuiide niet 
dan van de groote Cirkels der Spheer tot het doen 
der berdceningen gebruik maakt, $13. 

Zie hier een Tafeltje van de boegrootheid der 
graaden van Lengte ^ op eiken graad van Breedte^ 
de graad van den Equator , of van den grooteti 
Cirkel der Spheer, bereken^ op 25 Duitfche 
Mykn* 

T4 Craê^ 



09^ 



Gebruik d&r Aard -Globe 



Otêêdcn M»! I Myl^ ^ 1 Oraadm yonl Mykn en 
Breedte* \Jtendedeelen.\ Breedte. iTiendeieéletu 









«5 


46 


X6,4Xy 


I 


Z4»99B 


47 


10,23a ' 


4 


IM90 


48 


10^037 


3 


SM19 


49 


9,841 


4 


H.963 


50 


9,642 


S 


14*944 


51 


9,440 


5 
7 


I4>9:8 


5? 


9,234 


X4»888 


^ Si 


9»027 


i 


^ 14*353 


54 


8,817 


9 


14.81S 


S5 


8,6q4 


lo 


I4t/7i 


56 


8,388 ' 


IX 


I4»7a4 


57 


8,169 


^l 


14,67a 


58 


7*949 


li 


14,615 


59 


7,726 . 


u 


I4»SS4 


60 


7, SCO ' 


15 


14.488 


61 


7,272 


Iff 


14.4U 


02 


7*042 


17 


14,344 


63 


6,8ip 


j8 


14,265 


64 


6,575 


19 


1^19^ 


65 


6.339 - 


ap 


14*095 


66 


6,iox 


sx 


X4»öoS 1 


67 


5*861 


ia 


^3t907 


68 


S*6i9 


>3 


13,807 


69 


S>S7S 


«4 


13,703 


70 


5.13^ 


sts 


13*605 


71 


4*884 


3(5 


13,48a 


72 


4,635 


27 


13,365 


73 


4*385 


a8 


13,244 


74 


4,134 


59 


I3,"9 


75 


3,88a 


30 


12,990 


76 


S1629 


SI 


12,857 i 


77 


3,374 


3» 


12,721 


78 


3*119 


33 


X2,58o 


79 


a.86a 


34 


iï,43o 


80 


2,605 


85 


12,287 


81 


2,346 


3Ö 


12,155 
11,980 


8a 


2,088 


9J 


83 


1,828 1 


88 


11,82a 


84 


1,568 1 


5Ö 


U,657 


«5 


1*307 


40 


11,491 


8(S 


1*Q46 


41 . 


JI.321 


&7 


0,785 


4a 


ii,U7 


88 


o,52J 


43 


10,970 


89 


0,26a 


44 


10,790 


» 


QiOQO 


Ü 4 


l^^l 


1 


^ 



38$ 



V 



<•« 



NAAH BE NIEUWE CONSTRUCTIE* 'ü^ 

389. Zie hier bet gebruik dezer. Tafel : meu 
begeert den aflland te weeten tusfchen Falmouth 
en Frankfort , welken beiden- nagenoeg op 50^ 
Breedte gelegpn zyn; men zoekt het verfchilvan 
Lengte dezer beide plaatfen, 't welk 13^ 38' 15^ 
is, S lao; nu multipliceert men dit getal met 
9,642, zynde de grootheid van den graad op de 
Breedte van 50 graaden , volgens . de voorgaande 
Tafel, en bekomt 130,167 Duitfche Mylen afllaad 
tusfchen Falmouth en Frankfort C*j. 

Lin. P R o B L E M. A» ; ^ 

Den ^ngulus Pofitionis te yinden% 

390. De Angulus Pofitionis noemt men den hoek 
welke gemaakt wordt door den Meridiaan van eene 
zekere plaats , en cenen op den Horifon van diezelv*- 
de plaats yèrticaal of rechthoekig ftaande Cirkel.' 

391. Om dus den jfngulus Pofitionis tusfchen 
ytmfteldam en Confiantinopolen te vinden , plaatst 
men den beweegbaaren Meridiaan en Horifon op 
Amfteïdam , fchroeft den Verticaal in 't Zenith 
vast, en brengt denzelven over Conftantinopolen ^ 
wanneer het getal graaden op den Horifon , tus- 
fchen den Meridiaan en Ferticaal ^ de maat van 
den Angulus Pofitionis zyn zal , voor welken wy 
in ons geval 71*^ 45' vinden zullen. 

LIV. Pro. 

C*> Alle de Nommen agter de (O zyn tieodeelige brsnkens 
^,642 betedceoc dui zoo yeel, tls 9|^> en 230|i^Ji is^tms 
fiuitfcbt Myhn» 



pg$ Gebruik deh AAitD-Gi«099 

LIV* Problema. 

De Rechte , Schuine en Paralelle Spheer door 
middel dezer Globe te yertootien. 

39a. Wy hebben » S 39 » 40 en 41 verklaard ^ 
wai men door ieder derzelven te verdaan beeft } het 
is hier de tyd te bewyzen , dat dit alles aldus 
plaats vindt; wy haaien dit hier egter piet breed- 
voerig weder op; men plaatfe den Horifon voor 
de drie verfchillenile Spheeren , «00 als wy in de 
volgende $ zullen zeggen ^ herleeze daarby de 
zoo even aangehaalde $ $ , en worde dan door 
het gebruik der Globe overtuigd van de waarheid 
van het' te vooren gefielde. 

393» Voor de Rechte Spheer plaatfe men den 
Horifon , zoo dat hy de Noordpool raake , dan 
valt het Zenit h in den Equator^ (ten minde zeer 
jiaby: de dikte der ftift, die Pool verbeeld , maakt 
hier eenig vcrfchil , doch 't geen egter niet zeer 
aanmerkelyk is O en men ziet alle Hemellichten , 
waar ook geplaatst, by het ronddraaijen der Globe 
in rechte hoeken boven den Horifon kUmmen. 

394« Voor de fchuine Spheer plaatfe men den 
Horifon dat hy een' hoek , wdke ook , met den 
Equator maake , en zie hoe in verfchillende rich- 
tingen , naar de verfchillende hoegrootheid van de 
helling des Horifons^ de Zon en Sterren boven den 
Horifon klimmen. 

395. Om de Paralelle Spheer tanteduiden , be* 
hoeft mea zelfs niet eens den Horifon te gebrul* 

ken: 



NAAR DB NIEUWS CONSTRUCTIE. SKj^ 

ken : de Uurcirkel zelf kan kier ten Ikrifim 
i^rekken , en by Jbiet rpnddraaijen der Globe , dn 
S 41 gemelde dgenfcbappen der Farablk ^Anr 
aanwyzen. 

395. Laat ons onderftellen dat de biweegbaar^ 
Meridiaan de Horifm zy van een zekere plaats, o»* 
der den Equator gelegen, dat onze beweeghaart 
Hart fin op eenen zekeren graad van Noorder ol 
Zuider Breedte gezet zy, en dat de UurdrM 
Harifon izy^der beide Poolen van de Aarde , ^n 
zullen Wy tegelyk Rechte — Schume en PmtafeUi 
Spheer zien afgebeeld. 

1' . • ^. ■ 

< 

LV. P R o B L S M A. ' 

ZJ/V twee dagen te vinden , op welken de Zon 

loodlynig zal zyn hoven zekere Plaats , tus^ 

fchen de Keerkringen. 

397» Men brengt ten dien einde de plaats , voor 
welke men begeert te weeten , op welken dag 
ét Zon 9 va den Meridiaan zynde^ loodlynig boven 
zal (laan , aan de EcUptica , en de Dag in den 
Almanak, welke met bet punt waar deze plaats 
de Ecliptica fnyd overeenkomt, zal de gezochte 
dag zyn ;. op dezelvde wyze vindt men ook den 
tweedon dag , met de plaats ook aan de tegenover* 
gefielde zyde der Ecliptica te brengen , waar de« 
xel ve weder de Ecliptica zal fnyden , en ook even 
200 den tweeden dag aantoonen , op wdken de Zom 
des Middags ten ia uuren in 't Zenith zyn zal ^ 
deze bcwerkiog rust daarop , dat d^ XkcUnatfa 

der 



> I 



yx) Gebruik der. AAKb^Gunft 

der &n gelyk moec zyn aan de BreeJte der 
- Plaats, om docff derzelver Zenitk te bunnen gaan» 
en. dat de Dec/itMie der Ztn werkelyk gelyk ï* 
aan de Breedte der Plaats , op bet oogenblik dat 
deze plaats de Ecliptica fnyd. — Men vindt op 
deze wyze , dat op den 6 September en op fleör' 
• April de Zon door het Zetnth gaat Van Partt* 
mariio , en op ii Augustus en jo AprU op dea 
Middag recht boven Cep-f^erd Itaar. 
. 398. Men kan by deze gelegenheid aantoonen, 
boe geene plaatfen , dan die tusfchen de beids 
keerkringen gelegen zyn ^ de 2on t^\'eéinaal dea 
Jaars op den Middag in haar Zenitk hebben , en 
dat onder de Keerkringen gelegen plaatren ééxt- 
maal des Jaars de Zen in haar Zenith hebben, 
die onder den Keerkrittg van den Steenbok den Qt 
December, en die onder den Keerkriitg tan dt 
Kreeft den ai ,Juny. 

399. Ook zal het niet ongepast zyn hier aan 
te meiden, dat op deze beide dagen, op weiba 
de Zen in het Zenith is , de Bewooners deier 
plaatfenop dit oogenblik geen fchaduwe geeven, 
't geen hen den naam van fchMAnrimzen hetft 




KMR Dfi NIEUWE CONSTRUCTIE. ^f 

Bewooners zich naar het Zuiden richt , en zf 
dus den naam van Tweezijds fchaduwgevendtn ver* 
kregen hebben, S 99; den Horifon op de Breedte 
.eener tusfchen de Keerkringen in gelagen plaats 
zettende , zal men zulks zeer duidelyk kunnen 
aanwyzen. 

400. Op dezelvde wyze zal men ook de bena» 
ming van Rondamfchaduwgevenden voor de Be- 
wooners van de Poollanden , en die van Eenzyis 
fchaduwgeyèndefi voor de Bewooners van de ge- 
matigde Lucbtdreek^, S 100 , door den Horifon 
op verfchilleude Breedten te plaatfen , kunnen ver- 
klaaren , het gebruik der Globe , reeds door ons 
zoo duidelyk ontwikkeld , zal ons , zoo wy ver« 
trouwen, genoegzaame toelichting gegeeven heb* 
ben hoe dit op de beste wyze te kunnen aaih 
wyzen* 

LVI- Problema; 

Te vinden de Lengte van den kortfien en lang* 
ften Dag f op eene bepaalde Breedte* 

m 

By voormeld : op eene Noorder Breedte van 
40 graaden ^ en op eene Zuider Breedte 

van 60 graaden. 

401. Men herinnere zich hier, dat alle landen,, 
welken Benoorden Atn Equator gelegen zyn, hunnen 
langften Dag hebben als de Zon in het ie punt 

.van Cancer is, en hunnen kortften als dezelve ia 
*t I® punt van Capricornius is , terwyl. voor de 



fod . Osmiüis mK Aarj> - Globe « 

Zmideljke hndcQ aet het omgekeerde plaats heeft; 
0121 dus den langilen Dag te vinden op de Noorder 
Breed$e vaa 40^ 9 (lelie men de Artificieek Zon 
in Cmoer^ den Breedte Cirkel op oc en 6^ Lengte^ 
en dtis net in de beide Nachteveningspunten , brea« 
gen den 40c graad van den 1^ Meridiaan der Globe, 
HféÜR gehcd in graaden verdeeld is , onder den 
Breedli Oirktl, ter linkerhand van de Artificieele 
£on^ plaatfe den ieM^eegbasren Meridiaan aan de 
Artificiê^ Zon 9 en draaije vervolgends de Globe » 
%ot dezelvde graad van 40 graaden Noorder Breedte 
•onder den Breedte Cirkel ^ ,ter rechterhand der 
Art^doeie Zon , komt , wanneer de Uurwyzer 3 
HUfeil na Middernacht^ en dns 15 uuren voor 
tie lengte van den langden Dag , op 40 graaden 
Naerder Breedte^ zal aamvyzen. 

40a. Om nu ook de Lengte van ^en Xortfim 
Dag voor den 40e graad van N. Breedte te vinden , 
zette men de Artificieek Zon in Capricomius 9 bren- 
ge den beweegbaare Meridiaan aan de Artificieele 
Zvn^ en draaije vervolgends de Globe, tot de 40© 
graad van Noorder Breedte weder aan den Breedte^ 
Cirkel ter rechterhand der Artificieele Zon komt, 
wftnneer de Uurwyzer 9 uuren 0% voor de Lengte 
van den Kortflen Dag , op eene Noorder Breedte 
van 40^ zal aanwyzen, 

403. Op dezelvde wyze, doch met verwisre- 
ling van de Lengte der Zon^ vinden wy voor de 
Lengte van den Langften Dag op de Paralel vaa 
4Jo^ Znider Breedte 18 uuren 40^ , en voor den 
'^ortften Dag $ uuren ao'. 

i^vn. fro« 



■mJ 



KAAR DÉ NISVWB CöNSTAÜCTIS. SQ) 
LVU. P R O B L £ M A. 

Te vinden de Breedte van eene Plaats , «A 
waar de Langfte Dag van eene gegeeven 

lengte is. 



6y voorbeeld: van i8 uuren. 



» < 



404. Wanneer de geheele Dag 18 Uuren i^,* 
clan is de lengte van den \ Dag, dat is van den 
doorgang der Zbn door Atn Meridiaan tot aan 
derzelver0«</?rg-ij»^ ,9 Uuren: men plaatfe dus dea 
Breedte 'Cirkel even kts by het vorige Problema^ 
de Artificieele Zon op het ie punt van Cancer of 
Caprtcornius , (want de Lengte der dagen is gelyk 
op gelyke graaden van Breedte , Benoorden en Be^ 
zuiden den Equator,) brenge vervolgends den ^^« 
weegbaaren Meridiaan aan de 2^n , dan is het zeker 
dat alk pTaatfen onder deze Meridiaan gelegen , te 
gelyk Middag hebben , fchoon zy niet tegelyk de 
Zon zien Op^ of Ondergaan ; men draaije vervol- 
gends de Globe tot de Üurwyzer 9 uuren na deil 
Middag aanwyst, wanneer men ziet welke graad 
van Aen Meridhsan onder den Bre^^dte» Cirkel is: 
het is deze graad nu welke de gezochre Breedte zyn 
zal ; dusdoende vindt men voor de Breedte eener 
Plaats, welker langfte Dag van 18 uuren is,- 57^ 
Noorder Breedte , zoo men de Artificieele Zon in 
Cancer gezet heeft , of even zoo veele graadert 
Zuider Breedte , 200 men die in Capricornius gezet 
beeft. ~ Óp dezelvdc VA^ze vindt men de Breedte 
iener Plaats , wier Kortftie Dag van eene g^e» 

ven 



304 V. Gebruik DBa Aard -Gu>BB 

venl lengte moet zyn , wanneer men maar bedage 
is , om voor eene Zuïder Breedte de Zon in Gjh- 
cer^ en voor eene Noorder Breedte in Capricornius 
te plaatfen. — - Wy moeten hierby doen op- 
merken , dat het tot de oplosfing van het Fraag* 
ftuk niet volftrekt noodzakelyk zy^, dat men eerst 
den beweegbaaren Meridiaan 2Lzn de Artificieele Zon 
brcnge ; waar dezelve; ook moge Haan , als men 
de Globe maar op het gegeeven Uur zette , lost 
men dit Vraagftuk op dezelve wyze op; wy heb- 
j)en dit maar vooronderfteld om duidelyk te zyn. 

LVÜL P R o B L B M A. 

m \ 

Die twee Dagen te vinden , op ^elken de 2!on 
^ . op een gegeeven Uur op eene zekere Plaats 

opgaat. . * 

By voorbeeld: te Parys ten 5 uuren» 

' 405. Plaats den beweegbaaren Meridiaan op Pa^ 
rys9 en den Hor i/on op de Breedte van Parys; zie 
welke der op de Globen getrokken Meridiaanen *t 
naast met het 5e uur voor den middag, op dea 
Uurcirkel aangeteekend » overeenkomt , en breng 
het punt van den Horifon^ waar diezelvde Meri^- 
diaan den Horifon fnyd , aan den Ecliptica , en dit 
punt zal in den Almanak den begeerden Dag 
aanwyzen ; zoo zal dit zelfde punt des Horifons 
aan de tegenovergefteldc zyde der Ecliptica dea 
tweeden Dag aanwyzen, en wy vinden dus voor 
de beide gezochte Dagen den a^ April^a den 75 



• NA Aft DE NÏÉüWÈ GONSTRüCflÈ. gojj 

Augustus; indien 'ér cgter geen der Merididanok 
het 5^ üur voor den Middag net fnyd, mag men 
den bmeegbaar^n Meridiaan zo'o veel verfchuivett^ 
dat één dezxelven jui3t op dit uur valle. 

V 
LIX* P R o B L E M A. 

£>e Ascenjio reSa van V midden des Hemeti - 

voer een* zekeren Dag en Uur te vinden. 

"... ••■ . 

406. Door de Ascenfio re&a van Jut middeh 
des Hemels^ verft^at tpen den graad des Equatorsi 
die op het gegeeveii Uur .aan den Meridiaan isj 
toen lieeft dus , om denzel ven te vinden , de Globe 
Op de Lengte én Breedte der Plaats te ftetleh » 
de Artificieeie Zon op den bepaalden Dng j en 
de Globe 'te draaijen dat de Uurwyzèr üet Uur 
aanwyze; wanneer de graad van den Yitmtl Equa'* 
for\ die op dat oogenblik den Meridiaan pasfeert,! 
de Ascenfio reüa van het midden des Hemek is i 
dus vindt men voor de Ascenfio re&a van het 
midden, des Hemels^ op den 35 April, te Pafyt§ 
ten 5 uuren 's morgens 2gQ^. 

LX. PRÓBLBMAé 

Té vinden hoe iaat het is te Parys , i^anneelr 

men op den 9 September dt hoogte der Zon 

aldaar voormiddag heeft waargenomen 

te zyn 30 graaden* 

407. Men plaatst den heweegbaaren Meridiaan ett 
fforijfbn Toor Parys y de Artificieek Zon op deil 

V ■ 9SC|I4 



9^i:j^e|ixber» fchrpeft den Verticaal in 't Zeidth 

'^t ^, lyi draait de Gbbe tot dat de ArtificiuU 

J^g^ 3a^ hoogte op den Fèrticaal aanwyst, dan 

'zai de Vunvyxer 9 uusen 15^ voor bet gevraagdo 

Uur aantoonen. 9 

X^ Pr.OBL£HA« 

« ■ • 

/>^ 7V ^^ W^^« 9 dat de Zon een zeker 
AüHMh moet hebben , op e€iC gegeeven 

Dag en Plaats. 

Siy voorbeeld: Hoe laat bet is te Parjs^ op 
den 9 September ji als de Zon des voor- 
den* Middags een Azimuth beeft van 
30 graadenf 

4ó6* Men plaatst Atnbewéeghaaren Meridiaan en 
Borsfon op Amfteldam , de Artificieele Zon op den 
9 September, fchroeft den Verticaal in \Zenith v^st^ 
ftelt denzelven aan de rechterhand dos MeriJiaans 
op htt Azimuth van 30 graaden , en draait de Globe 
tot dat de Artificieele Zon den Verticaal fnyd , wan- 
neer de Uurwyzer 10 uuren éfl ^ voor den ge- 
vraagden Tyd aanwyzen zal. 



LXn. Pro* 



LXIL PaoBXrSMiu 

t 

jDdf IkelifMie itr Zm gegeeven zjnde f e qnk 
15^ NoorMjk 9 /e vinden de Lengte der Z(tn 
< 'f/l A Eclipticéjeh den Dag van UJaar. 

• 409* Daar de Zon tweemaal dezelvde DeeHfutk 
tk heeft ^ ciens voor* en eens na den ai Juny^ 
moet men ten minde weeten of men in het Voöf* 
of Najaar fidt te zyn ; wy ftellen , dat het gegeeven 
voorbeeld in *t Najaar zy » dan draaije men dt 
Globe tot dat de 15^ (benoorden den B^uator} 
van den beweegbaaren Meridiaan , aan de zyde der 
daalende Teekens , in dewelken de Zon na den 
dX Juny zich bevindt , de Ecliptica fnyde , welke 
aldaar 4^ aa^ voor de Lengte der Zon ^ en den 
96 Augustus voor den gezochten Dag zal aanWyw 
zen; men kan hetzelvde ook met den Declinmie^ 
Cirkel doen , zonder de Globe te draaijen* 



LXilL P R o B L & M 



1 



Te vinden of de Planeet Penus Morgen- of 

Avonds Ster is. 

410. De Planeet Fénus 9 welke van wegens haa« 
rt hab^^heid by onze Aarde zich dikwyls ondet 
eén* zeer grooien hoek aan ons Oog vertoont^ 
is eveh daarom cene der fchoonfte en heldeHte 
Sterren, welken wy boven onzen Horifon zien flön^ 

lieren ^ en beeft» omdat zy reeds vroeg mr Zon« 

Va nc 



y ' 



|o3 Gbb&uxk DER Aaki>*Glow 

ne Ondergang , en zelfs fomtyds terwyl dezelve 
nog Op is 5 en ook kort voor Zonne Opgang 
van ons gezien wordt , den naaffl van Morgen^ en 
Av^nd- Ster verkregem: dezelvde Ster dus , dié 
wy Jvond' Ster noemen , is het ook » welke wy 
Morgen •Sttr gewoon zyn te noemen ; om nu te 
weeten of Fenus Morgen- of Avond-Sitr is, be- 
hoeft men flecbts te onderzoeken of de Planeet 
de 201» voorgaat 9 of volgt; gaatzy de Z^i» voor- 
uit, dan is zy Morgen-Ster ; volgt zy de Zm ^ 
dan is zy Avond -Ster; om zich hiervan te over- 
tuigen zy het volgende ten voorbeelde : onder- 
ftellen wy dat de Lengte der Zgn zy 3^ 10^ , cu 
de Lengte van Venut 4t 99^ ; zet op beiden de* 
ze gegeeven Lengten de Artificieele Zon^ en een 
zeker Teeken voor de Planeet Fenusy plaats den 
Hort fin op ecnige breedte , welke ook ; breng de 
Zon aan den /j^x/^r Hort fin; doe dezelve Onder- 
gaan , en gy zult zien dat Fenus nog boven den 
fFester Hort fin zal zigtbaar zyn , en als Avond" 
Ster Ichitteren, — Dan wanneer nu Fenus eene 
teruggaande beweging heeft, de Zon nadert, zich 
*n derzelver (Iraalen verliest, en eindelyk aan de 
andere zyde van de Zon zigtbaar wordt , gaat 
zy de Zon vooruit^ en wordt alsdan Morgen^Ster; 
ftellen wy , dat de Zon nu 41 10® Lengte heeft , 
en Fenus at 35° Lengte , ftellen wy op deze beide 
graaden weder het Teeken voor Fenus en vopr dé 
2ö«, brengen wy Fenus aan den Ooster Hort fin ^ 
dan zien wy haar vóór de Zon opgaan , en dei^ 
Morgens als Morgen • Ster flonkeren. 
41 X. Wy behoeven dus flechts^ om tf weeten 

.of 



HAAR DK mEXJWB CoflSTRVCTl&. y% 

c 

«f Fenus Morgen-- of jfvofuf-Ster zy , haare Lengte 
te "kennen , op deze gevonden Lengte een zeker 
Teeken op de EcBptica te Hellen , en een ander op 
de Lengte der Zon » en te onderzoeken of zy vóór 
de Zm» C^ of na dezelve Ondergaat , wanneer 
wy tevens zien , hoe lang wy haar vowr- of na 
de Zm als Morge»^ of AyQnd^Sfcr zuil» kunim 
zieu. 

LXIV. Prdbjlbma* 

De Tegenvoeters van eene zekere Plaats te 

vinden^ 

By voorbeeld: van Amfietdam. 

41 ft. Men plaatfe ten dien einde dtn beweeghaaren 
Meridiaan op Amfleldam , zoeke de Breedte van 
Amfteldam , welke men bevindt te zyn 52^ 30' 
Noor der Breedte; nu telle men aan de tégetiovcr- 
geftelde zyde van den beweegiaaren Meridiaan $ül? 
30 ' Zuider Breedte , welken ons vocm: de Tegen» 
voeters van Amfteldam aanwyzen een zeker punt 
in den Stillen Oceaan^ ten Oosten 'N. Zeeland^^ 
op eene Lengte van aol® 31* 'en go? ui* Zuider 
Breedte; wanneer men nu den Horifon op AmfleU 
dam ftelt, znl men zien , dat deze ook tegelyk 
Horifon vin de Tegenvoeters van Amfteldam is ^|^ 
waaruit dus volgts dat de Zon voor de Teg/snvo^* 
ters van Amfteldam Opgaat » . ;ijs zy voor Amfteü 
dam Ondergaat, en voor de Tegenvoeters van AWH 
ftéldam Ondergaat 9 als zy voor AmUeliam Öp>-' 
gaat ; dus het aldaar MtiAemacht is , als het 

Va . by 



I 



_ ■ t ■ 



^ 
\ 



by on3 Miidag is 9 en omgekeerd ; vmtiA d «. 
verder volgt dat bet (Hth en ;^/ - jmiit def 
Hemels (lecbts betiekkelyke punten vyn ^ en du 
dus twee Keizigers » vb& Oost- en WintwaaH 
voordreizenden , eenen IHg verfcbil in teliing zo^ 
den hebben , wanneer zy ettander aan de tegen- 
Qvergeftelde zyde der AwdCg op iSoP afilanxls ia 
Lengte van de plaats, van welke zy beiden vtcv 
trokken waren 9 weder ontmoetede. Laat ons ver- 
on derftellen dstf twee' Reizigers tegelylk op den 
X September dés middags ten ia uuren AtnfteU 
dam veriaaten , dat de cen^ welken wy A zuHen 
noemen, Oostwaart opreizc, en 15^ in 24 uuren 
afleggen , en de ander, B , vlak Westwaart op- 
reizende , ook in 24 nuren 15 graaden aflegge » 
dan zal 

A , I5gr. afgelegd hebbende yfcbryven aSept* x uur 

(namiddag. 

30 • • • 3 ^^^* A uur namiddag. 

60 • • • 5 dito 4 uur namiddag. 

90 • • • 7 dito 6 uur namiddag. 
150 • • . II dito 10 uur namiddag, 
i^ .•.!!» dito II uur namiddag. 
180 . ' . • 14 dito o uur middem. (*) 

doch 

(•) Wy Terkieien hier de okdmOuog den 14 S^icember o on 
Êliddefmchti voor den 14 September 12 uur IVlüIdcrnaels, om» 
te dezdve minder twyfielacfatig is ; hec moesc één* dsg en één 
mir laatcr zyn dao ifl September teit 11 nur namiddag , en dus 
den 13 September ten ta Midderoadit} doch deo «gei ten 12 uup 
nlddemachc« Is hef nieit meer den ise maer den 14e ten- o uur, 
emdit wy den Dag met Middonidv sewoon xya te bcjpnoqi» 



t^ASJk éE mBIJWË CcdliHhKüctiE^ ^fl 



dodb 



30 
60 

150 

16S 

z8o 



10 uur Yoomidéi^ 
6 uur voormiddag; 
6 mir voormiMagi 
ft uitr toórMdd:^. 
I uur Toomiddag. 
o utiritifdiérnichti 



B 9 15 gr. aijgereisd hebbende ^ fdhryït i^ Sept. i x uut 

(voorriiiddagi 
5 Sept. 

5 *ito 
7 dito 

II dito 

ift dito 

13 dito 

en aldus zal A den 14 Septetnber rchryven , ww^ 
neer B flechts den 13 telt : een Voorbeeld 't v0^1k 
de waarheid van dit gexegde bevestigd , Vnid^ 
men in de Reis van den FhinfcheH Zee^kdpiteih 
Marchand, welke den 14 Deoember, 1790, uit 
de Haven van MarftHU naar de Noordwestkust V«fe 
Noord' America ^htzmèta Kaap Hom om, vh» nf^ 
gezeild » .om aldaar Pélteryen té koopen , en met 
de^hren in CMna handel te dryven: deze, van èt 
Nüotdmtfkusit van Noord-^AmoHca vertrokken zfti' 
de, k*m[ op deö fS^fcveAbfet, 1791, te Macao 
in Chim -aan , wanneer men aldaar reeds den a6 
telde 9 en was dus verpllgt eeUéU Dag in. zyné 
telling over te flaan , eh den iolgenden niet Sa- 
turdag s6 November j maar JèttiAfg ü7 Ibf&itmlkr 
te fchryvén. 

LXV. PROBtEMA. 

Den ftand der Ecliptica hoven den Morifon ie 

keren kennen. 

413. Het kan van zeer veel nut zyn , dat men 
den ftand der Ecliptica boven onzen Horifon weet 

• V 4 te 



J I 



V 



ft|A Gbbru^k j)br, Aard "Ouam. . . 

tc onderfcheiden , omdat het in en naarby denzélveii 
is 9 dac men é^- JPJaflC€t$etf, zoeken nioet , omdat 
xncn daardoor ook beter de Sterrebeelden van dea 

Diennriem leert ond^rk^nen, en omdat.de ftand 

» ■ ■ • • 

der B^Hptica boven onzen . Hor i fin jzoo zeer ver* 
fcbiUende is ; men plaatfe den Horifin eejss opi de 
Breedfêrysüfi Amftpldam , tgt hate de Globe ééne 
omwenteling om haarea As. volbrengen , «dan ^al 
men zien pp boe verfchillende plaatfcn de Eclips 
tics den Horifin m Meridiaan fayde*. 

414. OrxK dus ten allen tyde den iiand der Eislip^ 
tica boven pnzcn Horifin te kenne, plaatfe men dea 
iewegbaaren Meridiaan en Horifin op de Lengte 
.€n Bree3te^\ der plaats , de ArtificieeU Zon op den 
gcgeeven I^ag , en draaije de Globe dat 4e Uur- 
wyzer het Uur aanwyze; dan zalmenb. vt voop 
Amft^datn zien,, dat de Ecliptica den i Augustus» 
.'s morgens ten 21 uur, in het Noord- Oosten bo>- 

yen onzen, ^flr//i;f komt, den Meridiaatt op ^Ti^ 
hoogte. fnyd, en in het Zuid- Westen weder aan 
den Horifin komt; daar integendeel op u Decem«> 
bcr, ten 8 uur. ifl' *s Avonds, de Ecl^tica den 
Horifin in het O. N. O. fnydende , 504*^ hoog 
in den Meridiaan is , en in bet W. Z. W. onder 
onzen Horifin daalt, daar wy integendeel ten allen 
tyde den Equator denzelvden ftand boven onzen 
Horifian zieii behouden', gelyk dit niet moeijelyk^ 
yalt op. d^ Globe te doen opmerken. 



LXV(. Pro- 



V(AAa DB NIEUWE COMSTRDCTIB. ^ 

LXVI. Problema. 

ÏFannêer men *s avonds eene ef andere heldere 

Ster den den Sterrenhemel ziet fihitteren j 

door middel der Globe te vinden , tot 

welk gefiernte zj hihoort. 

. 415. Men neeme door middel van het Quadfant, 
\$ aia berchreven , de Asogte dezer Ster en der- 
selver AümuiA waar , plaacfe den bewtegbaaren 
Mtridiaan en Horifon der Globe of) de Lengte en 
Breedte der Plaats , waar de waarneeming gcfchied 
is, fcbroere den Verticaal in 't Zenith vaat, ftelle 
^ denzelveo op *t gevonden jlzimuth der Ster; nu 
, brenge men den beweeghaaren Declinatie-Cirkel over 
den Verticaal, dat hy den gevonden graad vao hoog- 
' te op den Verticaal fnyde , dan zal de graad , wel* 
^ken de Declinatie-Cirkel op den Equator des He- 
iw^_ fnyd de Atcenfio re£la der gezochte Ster zyn , 
-XI de graad des DecHaetie-Cirkeh ,viel\ie den graad 
'an hoogte op den fetlicaal fuyd , zal de htcli- 
■vtie. der Ster zyn. 
41$. By voorbeeld : Op lieii 39 November neamt 
len te Amfieldam * 's avonds teil 13 uuren-, in het 
A, O. ten Z. op de hoogte van ai° en 36® Aü' 
futh eenü Ster waar, welke men begeert te keii- 
icn ; men plaatfe dus op de Lengte en Breedte 
»n Aw^eldam den beweeghaaren Meridiaan en H»- 
ifin , de Artificieele Zon op den 09 November 
Ie Globe op 10 uuren 's avonds , den Verticaal op 
^^. 1^" Avmuth ten Oosten den Meridia^a , en dea 
"" V5 LJeclh 



^4 Gwft^iK «IE& AAiU»-Gc«W 

Decünatit- Cirkel over den Ferticaal^ dat hy de 
di^ Tan hè^gtè fiiyd ^ datn Xal dez& ' de 198^ van 
Jlscenfio reSa op den Equator fnyden , terwyl de 
10^ Zsider'^ Dedicatie ^ 4oar den üi^^ gread van 
hoogu wordt aangewezen i dus beeft de gezochte 
Ster eene Zmder - DedinotU (want zy ftaat on- 
der den Egtuuor) van 10^ , en erae Ascenfio reüa 
van 198^ , waarmede wy in de Catalogus van Ster» 
rm ^Bden » dit de gezochte Ster ih Koom Aair 
vsa de Maagd is« 

> LXVn. P R ^ B L £ M A. 

tkn Tfd féH het Hoogflê Watet torn tem tekirt 
Plaats op €tlf gêgeeven Dag ie vit 



By vooifbeeldt te AmflOdam den ^i Augus- 
tus^ x8öi» 

4x7. Men zoelce i* volgens , 5 337 » ^eh tyd van 
de nficTdelbaare Conjunftie der Maan in de Maand 
Angttetus, iBoi , en leide daaruit af de Lengte 
der Maan op dien Dag , en uit deze gevondefi 
Lengte de Lengte voor den 31 Augustus; wy 
hebbrti in gemelde § voor de Lengte der Maan deri 
ST Auè«stus gevotiden jt go ^^^ „^ ^0 pj^at-r 
fe mcii op deze gevonden Lengte de Artificieeh 
ifadn^i tti zocke den Tyd' vün den doorgang van 
de Maan doof den Meridiaan^ wüarvoor löcrt 
vintin 8 uuren 5* 's morgens; nu zocke men de 
lengte der Maan voor 8 uuren 5' om het jnistd 
üür van d«n doorgang Van dezelve door den Meri* 

diaan 



. / 



diaan te vinden , volgeoi $ Sd^ i. ^^^ ^^^idt dus. 
doende 31 5^ 40' Lengte der Maan op dea 3^ 
Augu&cus 1801, ten 8 uuren 5' 's morgens , en 
door deze gevonden Lengte nu 7 uwen 50' voor 
den tyd van den doorgang van de Mom door det^ 
Meridiaan ; wy kuimea de JBreedee der Maan kier 
yerwaarloozen » omdat deze)ve dicht by de Z^nm^ 
fianden ftaat. — 3^. Het Uur vta d^ d90|^ 
gang der Maan door den Meridiaan gew)ndw 
hebbende 9 telle men by hetselvs^ htt {Jv d^ 
plaats, bL 140 9 en bekomt * voor ket middelbaure 
Uur van bet hoogfte water te Amfteldsm^ dea 
%i Augustus 9 i9oi y 10 uure» 50' 's morgens* 
4"^ Zoeke men of de Maan in haar Apegeum , P«r j- 
geum of Aüddelbaare afflanien' is ; men teU na- 
melyk by it i^"^ 98^ / Lengte vaa het Apog^ i8oo« 
1 xo 39 50^ voordeszidfsbew«iiiij^r 

en bekomt at 26^ 7' 57* voor de Lengte Vaff 
het Apogeum der Maan voor 1801 , daar nu de 
Mann ruim 3 Tèekens Lengte heeft , moet zy 
gerekend worden in haar Apogeum te zyn ; -— Men 
trekke im van de Lcngre der iZon ••5*8*' 
af de Lengte der Maan • . • S 5 



^.è. 



en bekomt voor dea Aflland van O en C ^3^ 
»et4eztn Aflland nu van Zon en Maan zoekt 
men in de Tafel van het verfchil van Tjd^ bL lS9^ 
in de Colom vtn het Apogeum , de Vereffeidng 
van Tyd voor het hoogte water , waarvoor men* 
vindt 5cf voor^ welke afgetrokken van den geyon* 
dett midddbaaren tyd van 10 uuren 50*, bekomt 
ven voor deb waaren Tyd van bet hoo|^ water 

te 



te AmJieWam , den 31 Augustus 10 uuren o^ '5 
morgens» 

^418. n Vöotbecld r Hoe laat zal 'het Hoogfie 
i^ter te Archan^d op den 31 Augustus^ x8oz» 
f laait hehhenf 

Men plaatst nu den heweeghaairen Meridiaan op 

Archangel^.tVk vindt Toor den Tyd vaii den mid^ 

delbaaren doorgang der Ma^n door den Meridiaam 

van Arehangetf uuren 50' ; de Leng<;e der Maan 

gefteld zynde 3« 5^ 40^ zoo als zy was te Am^ 

fieldam ten 8 uuren 5' ; doch hoe hat is het t& 

Archangelj als het 8 uuren 5' te Amfteldam is ? 

dit zoeke men volgens het III Problemaj wan* 

neer wy vinden dat het te Archangel 10 uuren 

20^ is 9 dus is de Lengte der Maan ten 10 uuitn 

flo^ te Archangel 3« 5*^ 40' ; hoe groot zal dan de 

liengte der Maan zyn ten 7 uuren 50' , en dus 

d vuren 30? vroeger? wy vinden voor de vordfr*. 

ring der Maan in Lengte , op de ecliptica dei: 

Globe , voor a* uur i^ 30', en dus. de Lengt9 

der Maan voor den gevonden tyd 31 4^ 10' , 

en door middel van deze Lengte voor den waaren 

doorgang der Maan door den Meridiaan van Ar^ 

changel . . • • , 7 uuren 46' 

by *t Uur van Archangel bl. 140 6 o 



\ 



^m. 



13 46^ 

komt voor den middelbaaren tyd van 't hoogfie wa^ 
ter te Archangel 13 uuren 48', met den AffianS 
der Zon en Maan , vindt men nu weder in de 
Tafel bU 139 in de Colom van het Apogeum 50*; 
¥0df , voor de Vereffening » eQ aldus za uuren 56' 

Mid. 



I «TAAfi. DS HnuwB Gonstructib; pf 

Middag voor den tyd van hoogftc water op den 
T^i Augustus te ArchangeL 

419* Deze beide voorbeelden met elkander ver« 
f;eleken , doen ons duidelyk het nut van eenen be^ 
w^êeglmaren Meridiaan zien » die gelegenheid geeft 
siowel van *t vtrfchil van Lengte als Breedte 
iu 't gebruik der Globe zich te kunnen bedienen ; 
I in dit geval komt het verfchil van Breedte in 't 
geheel niet in aanmerking , maar wel het verfchil 
Tan Lengte. 

LXVin. pROBIrEMA. 

Te toonen het groote nut 9 dat de Bewomert 
der Noorder PooUanden van de Maan trek^ 

. ken kunnen» 

410* Men plaatst den Horifin op eene Breedte 
van 70 a 75 graaden , en de Artifkieele Zon in 
Capricornius 9 wanneer de Zon voor deze landen 
het laagst onder den Horifon gedaald is ; laat 
ons nu ondcrftellen , dat de beweging der Maan 
in de Ecliptica gefcbied , dan vinden wy door 
middel van haare beweging in Lengte ^ die op de 
Ecliptica der Globe uitgedrukt (laat, haare Lengte 
voor eiken dag haares Ouderdoms , en deze geteld 
byQTeekens, de veronderftelde Lengte der !Zön^ 
vindt men gèmakkelyk de middelbaare plaats der 
Maan voor eiken Dag , 't geen in dit geval ge« 
noeg voldoet; plaatfende nu de Maan op ^gH 
aflland van de Zon^ wanneer zy dus dns 3 dagea 
©ud is, zicA wy baar reeds is 't Z. W. ten Z. 



\; 



opgaan; verder voortgaande, komt 2y al hooger 
en hooger boven den Hèrffin 9 en in haar ie quar» 
tier zynde , gaat zy reeds ten 6 unren 's morgens 
Ofi^ en 's avonds ten 6 nuren Onder j en blyft 
düs ift unren boven den Meridiaan , terwyl wy 
lim, dat de Maan een* dag of vier verder dan 
het xe quartier gevorderd zynde , en dus ii| dag 
oud zynde , in' 't geheel niet ondergaat , en derhalve 
geduurende eene groote acht dagen , juist den tyd 
van haar grootfte licht, beftendig bovenden Horh 
fon blyvt ; deze Aardbewooners trekken dus een 
zeer groot nut van ^e Maan : zy zien dezelve 
geduurig by afwisfeling en beftendig «dan , wan- 
nen^ zy haar meeste licht geeft* 

LXIX. P. JU o B I. X M A. 

UêtTên fit Minuten tyds te hrengen tot Graa* 

den en Minttten van den Equator ; óf Graa* 

den en Minuten van den Equator te bren^ 

gen tot Uitren en Minuten tyds* 

4^1. Men plaatst ten dien einde de Globe zoo, 
dat de Xn Uuren net op den 360e graad des 
Hemel Equatort^ en dus op het begin der telling 
te (laan kome ; dan komt elk Uur, elke Minuut 
Tyds overeen met eiken daarmede overeenftem- 
mende Graad en Minuut van den Equator , en 
het is door deze overeenfteroming dat men vindt, 
by voorbeeld , dat ; 5 uuren 45' tyds na den 
Middag (want het is met dt' Middag dat de Sterre- 
kondigen hunnen Dag beginnen, 5 1Ó4;) 86^ ts< 

ma* 



HMM, DE rafiOWl tfoMTRUCTÏB; 3x9 

makeii — dat 5 uuren 45* ^sMpgens ti66^ 15' van 
den Equator uitmaken -— dat a8^ van den Equa- 
ter z uur 5^^ uianaakea en 158^9 zo uuren 32% 
enz. 



19* 



o. H o OF O S T U K. 

i 

'OSBRÜIK DBR Hé^MEL- EIT AaRD-GLO« 

bén naar db constructie van 

Adams. 

5. 41a. Wy hebben % In het IH Hoopdstxjk de$ 
II Boeks, eene vergelykende befchouwing gegee* 
ven Van onze nieuwe Conftruéïje der jtard Globe 
met de oude ConftruAi^, daarmede voomamelyk 
bedoelende , de Condruflüe der Aard- Globe vol- 
gens den Hr. Adams, terwyl wy, in het IV 
Hoofdstuk, van dat zelfde Boek, eene Befchry- 
ving der Hemd- Ghbé gegeeven hebben , insge- 
lyks ingericht naar de Conftruétie van den Hr, 
Ad ams: niets is dus gepaster dan dat wy , in dit 
Boek,, over het Gebruik der Globcn bandelende, 
en in het vorige Hoofdstuk over het gebruik 
der Aéird- Globe , naar onze nieuwe Conftruélie 
gehandeld hebbende, nu overgaan om in dit 
Hpofdftuk over het gebruik der Hemel- en Aard* 
G&i^ , "volgens de Conftruftie van den Hr. Adams 
te fpxeken ; daardoor toch zal onze Leezer nog' 
Ijeter in ftaat gefteld worden , het voor en nadeet 
^r beide Conllrudtiën te leeren kennen ^ Gl^beii 

naar 



^ao GBBkUlK DBR: HeBIBL- BN AaMD-GIOBEI^ 

naar het famcnftel van den Hr. Adams bezit- 
ten de , daar ook deze Handleiding toe te kunnen 
bezigen'9 en wy gekgeadheid hebben j het gebruik 
der Hemel' Globe j voor welke wy nog altoos de 
ConftrucHe van dien Heer als de beste houden, 
aantetoonen. — Wy zullen egter deze Verhan« 
deling over het gebruik der GJoten van Adams 
zeer kort kunnen zamen vatten , omdat wy alle 
de ophelderingen, welken wy in het vorige Hoofd* 
ft^k gegeeven hebben., hier kunnen achterweeg- 
laaten , en men de aldaar gegeeven Voorbeelden 
gebruikende de refuliaaten derzelven ook aldaar 
vindt ; dus wy ons mede kortheidshalve van het 
geeven . van voorbeelden , als het niets aan de 
duidelykheid ontneemt , zullen onthouden ; wy 
volgen dan alhier de in het vorige Hoofd (luk op- 
gegeeven Voordellen , en zullen aantoonen' hoe 
dezelven op de Hemel- of Aard -Globe kunnen 
opgelost worden, 

423. Het I pROBLEMA vervalt hier, omdat wy 
goen beweegbaaren Meridiaan en Uurcirkel aan- 
treffen; 't is waar, wy treffen op de Aard' Globe 
van Adams ook een' beweegbaaren Meridiaan ^ 
én op de Hemel 'Globe een' beweegbaaren Decli^ 
natie 'Cirkel aan, doch deze van een ander ge- 
bruik zynde , zal hetzelve waar het te pas komt 
door ons nader worden aangewezen, 

434. n Problbma: Te vinden hoe laaf bet op 
eene gegeeven plaats zy , als het op eene andere 
plaats Middag is: Tot het oplosfen van dit en' 
eenige volgende Problemd^s moeten wy aanmer- 
ken ^ dat de Aard'^Globe van Adams omringd 

- is 



; kAkVi 0£ Ct^NSTRUCTIE TAN AtTAKSU ')A| 

. is vtn cenen grcToten iroper$n Ctrkd^ wélken '»«n 
Als eenen aigemeenen Meridiaan moet aanzien ; dat 
Hien de Zêtij ais bêftendig iii denzelven ftaandc , 
Kicb moet voorileilen ; ea dat.dus elke plaats^ die 
aan de geieekencie.zyde van deseu Cirkel tusfchen 
de Nmtrd i^oottti het Zmdpunt des Hortfimi^ eoo 
de plaats Nomrdér Breedte beeft , of t^isfcheti hét 
Zuidpunt des Horifons en de Zuid/Ml f zoè^ dfc 
plaats Zuider Breedte heeft ^ gebragt wordt iMidt 
dag heefu «^ !fc^. Dat men 9 de Uurtelllng voer 
•eene zekere plaats willende regelen 9 verpligt is^ 
4eze plaats eerst aan dosën aigemeenen Meriaiaan 
te brengeii^ en dan den Uurwyzer te verfchuiyen 
en te (lellen óp die XII, die het hoogst J»ovea 
ëen Horifön ABC , Fig. 40^ verheven is;. -*;- 
3^é Büt de . Uuren op onze nieuw gegYa^erdé 
Jtafd-Gleben zoodanig ingericht zyn , dat het KH9 
{/iwop den Meridiaan Chier.incen* AardPfkflcufli 
digen zin genomen ^) van ^mfteidam (laat ^ idos ét 
edgemeene Meridiaan zelf Uurwyzer is , ftl^ toeft 
de Uurtclling van Amjf eldam gebtulku ~ g^^ Dat; 
daar de Uurteiling op de OIobe van de ASliter^ 
band nnar de linker&and gaat i oindat dè ^Gloï^i 
(gelyk de Aarde werkclyk ook doet O van het FFh^ 
ten naar het Oosten veronderfteld wórdt om haai* 
As te draaijen , men I Uur öp j^ aan de ttnkeri 
hand van Amfléldam 4 en XI Uuren op i5<^ ted 
Oóitenytïi Amfitldam geplaat.<t ziet^ Verpligi: vk^ 
in bet onderzoek van het verfehil der Uundliqg^ 
gelyk In dit Problema , altoos het getal der Usieit 
omteketreii^ dat is voor XI Uuren ^ I Uörrvfiof 
jLUmen^ U Uuren 9 enz. te tellen $ winn^^neil 

X f «9 



Sftd GftBRUlK DBR HeMBL^ EN AaRD-GMBEIV 

VU eenige plaats fpreekt ten Oonen van AtHfid^ 
dam gelegen , en iprekende van eenige pUuss ten 
fVesten van Amfttliam XI Uuren voor I Uur, 

X voor U (Juren , enz. te tellen ^ omdat bet 
werkelyk I Uuren is op alle plaatfen ," die ondir 
den Meridiaan , waar het XI Uur op de Globe 
Haat , . gelegen zyn ^ en XI Uuren is op alle 
j^laatfen, die onder den Aftridiaan l Vnr btwetten 
^imfieldam gelegen zyn, als het te AmftéUam 
Middag Ift; dus 4 om dk PtoUema optelosfen, be»- 
innere men zich » dat 5 de UitrtiUing dar Gkéa 
Toor jttikfiHdam ingericht zynde ^ men Amjleldam 
aan dcii Meridiaan brengende 9 XII Uoreit telt; 
en Ml de Globe terug , dat is naar <le linkerhand 
bewegende 9 Petefsharg vm den Meridiaam mem 
brei g:n^ niet direft het Uur vindt , dat men lt 
Pfitn^rg tdt, als bet te AmJMdam Middag ib^ 
]n..&r juiat omgekeetd bet Uur^ dat ncn te Aan 
fh^é^m telt als het te Petersburg Middag is; dm 
Ui rvvyzer (hier de Metidtaan zelf O wyst dus op 
^it cojenblik 10 uuren tC , 't welk volgens onfl^ 
bovengemelde aanmerking omkeerende ^ dat is voor 

XI ^ 1 Uur tettende ^ heeft men i uur 50' voor 
den tyd te PePetf^trg^ als het te AmfleUtm 
i/Hóda^ is: imnidrs ^ wanneer het 10 uuren iqF 
ttJjm(léldcm\%^ als het te Piterthurg Middag ia^ 
moeten 'er nog 1 «uiir 50' verlopen eer het iè 
Aiafrodém Middag Is^ en dus aldaar Middag zyiK 
dê, is UK I uur ^ gltleden dit bet te Petershof 
MM^i^ was; 

4«5. Wil -men ^gter dit ProNema diieft opWïK 
Sm^ dan fcaeie man lietaidve oai, bmgé Pmn^ 

iurg/ 



kitg aan den Meridiaan ^ ftelle den Uunv^tef oj^' 
XII Uuren , en brenge vervolgends Amftttd^m aati 
den Meridiaan , dan zal de Uurwyzer (nu Voojf 
Petersburg gefteld,} 1 uur 50' aanwyzen* -^ Zo0 
ook^ voor het A« voorbeeld, § ^j6^ brengé toert 
2\r# 2Wi( aan den Meridiaan ^ Helle den ÜurWyzef 
op Xn Uuren , en draaije de Globe tot Péfert^ 
èurg aan den Meridiaan komt: dan zal de Üur» 
lvya^r.5 uuren to' voor het gezochte Uor aam 
livyzen* 

426. Itté ProblèMa t ffoe laat ts het ié Peking^ 
eds het te Ureenen 7 uur 30' voormiddag is f Mèik 
brenge ff^eenen aan den Meridiaan ^ zette deti Uui^^ 
wyzer op 3CII Uuren ^ en draaije de Globe dat dé 
Uurwyzer 7 üurcn cö' voormiddag aanwyze } 
dan teekene men aan ^ welke graad vatt Lengte *ef 
aan den Meridiaan zy , Czynde in dit geval lOöJ**,) 
brenge nu Peking aan den Meridiui^n ^ Verzetï6 
den Uur\vy2er weder op XII Uuren , en b^ge deil 
loof graad weder aan den Meridiaan i dan tA dè 
Uuifwyzer 1 uur, 10' namiddag voor bet gezóCt^ 
ie Üur aanwyzcn* 

4^« IV« pR0fiL«MA« ff^aar is het tttiief* 
Machte als het te Peking Middag is? Mcri brengt 
Paktng aan den Meridiaan , en viitidt de£elvdi 
opiosfiug als wy, % 178, hebben opgef^eeveii* 

4^8. 'V* PROBLEMAI Te inndefi hoe laat het j^ 
tene tekere plaats is , als het Middernacht tp êekê 
esnikre is. By voorbeeld t Ms het te AflraHak Mï^ 
dernflCtit !s 5 hoe laat is het datt te AmféAi^f 
Wy Mgch ^ S 444, dat de ÜUrtelllng Wtlf'iJfj» 
Èalim gebruikt wordende , de MiHOoM mf 

X A ÜMü 



9^4 GxnElVQt BSlt HBMB&- £N AAHD-GlOBEtf 

Uurwyger is: men brenge dus voor dit Pr^bkwuf 
jffiracan ,Z2Xi de tegenovergeftelde zyde d^ alge^' 
weeneH Meridiaansj dat is aan dat gedeelte, dat tus-i 
fchen de N. Pool en het Noordpunt des Horifons. 
gelegen is, (de Noot, bl. iia geplaatst, ook hief> 
op toepasfende ,^ dan wyst ons de Meridiaan zeifi 
8 uuren, 50' voor het gezochte Uur aan. 

j^^. VI. Problema. Te vinden waar het Midr 
dernacbt is , als het 5 uttren , 30' nadenmiddag ta 
iVeenen is. Men brengt Wtenen aan den Mtrir: 
diaan^ plaatst den Uurwyzer op XII Uuren, en 
draait de Globe , dat de Uurwyzer 5 uuren , 30? 
nadenmiddag aanwyst y , en ziet onder de tegen», 
overgeftelde zyde des JHeridiaans alle die plaatfen^ 
$ üSb opgenoemd , welken op dit tydiUp Atid'^ 
dernacht hebben» . 

430. VII. Problema. Dit Probleiaa kan niet 
wel op deze Globe worden .opgelost , omdat men 
den Bemei' Equator hier mist; doch wy zullen ia 
de plaats van hetzelve het volgende plaatfeo. Da 
Uurwyzer te ftellen voor een gegeevetf Dag. Mei» 
zoeke in den Almanak den graad der Ecliptica ^ 
in welken de Zon dien Pag is , brengen dezen graad 
nan de Ecliptica , welke op de Globe zelve getee^ 
kend \^p aan den Meridiaan^ en (lelie den Uurwy- 
zer op Xn Uuren; dit Problema behoort. eigenlyj^ 
toegepast te worden op de Hemel r Globe; op de 
Jtard" Globe kpmt het zoo zeer niet te pas , wanfj 
dit doende zou Amfleldam^ of eene andere plaats 1^ 
welker Uurtelling men bezigde , juist niet aan dei^ 
if^idiaan zyntegelyk met den graad der Ecliptica^ 
io welken, de Zon dien dag (laat, en men zou dut 
-4 f / Wer 



r VAAR BB CONSTRUCTIK VAN AdAMS. J9^ 

bier eenigszins zich kunnen verwarreif ; om deze 
ceden komt ook de Ecliptica op de Aard -Globe 
fiiet te pas , want dan sou de graad dërzelve , ia 
^velken de Zri» (laat, altoos met den Meridtaan 
der plaats moeten OTereenkomen^, omdat men zich 
altoos móet verbeelden dat dé Zon têü dm M&i'^ 
lüaan der Aard* Globe geplaatst zy ; voot ónze 
nieuWis Conftruétie vervalt dit \Problema\ omdat 
zich de Uurtelling aldaar van zelve"yoor i^xk 
Dag^ van welken men fpreekt, regelt ; voor dè 
Hemels Globe daareiltegen, geeft dit Próblema altöod 
gelegenheid , om de Globe te aftellen oveVeenkooH 
(lig den (land der Sterren opeen zeket Ubr; want 
heeft mén den Uurwyzer voor den' gegeeven dagf 
geregeld ,' dan heeft men de Globe maar «.te draai^» 
jen , tot de wyzer het voorgeftelde Uur aanvryst!;? 
en heeft men de Globe gefield voor de Pools* 
boogte der plaats , % 433 5 dan ziet men alle de 
Sterren boven den Horifon verheven , welken , opr 
djen Dagen Uu)c , op de gegeeven plaats zigt« 
^aar zyn; , . .•• 

431. Het VIII Sroblema vervalt ook, omdat, 
wy hier geen heweeghaaren Hori/on zzntreffta. -. \ 
. 43a. IX Próblema : De' Geographifche Lengte 
en Breedte eener Plaats op de Ghbe tewindemi \ 
dit Próblema wordt op dezelvdewyst opgelost || 
y&sx is geen verfchil dan dat onze BtéridiaiA 
vast ftaat; en dus de Plaats onder denzelven moer 
gebfagt vrorden, om te zien welke graad van . 
den jS^M/9rtegelyk.»met 4enzelveii aao den^vAfo^ 
diaanis. .:;i;./ 

^ . X 3 433. Hei; 



|«^ CrB^Um DBR ZIBBIBL- BN AaKD^GLCABN 

433^ H^t X Problema wordt bief , |[elyk itf 
leeds, I ^94 9 zeiden, vervangen door het V(A« 
gende. De Ghbs te ft$tlen ep de Poolshoogte vim 
$êne zekere Piaau i hetzelve is betrekkelyk zo« 
wel tot de 'Hemel- als tot de Aard^ Globe-; meb 
verheft, om aan bet Voordel te voldoen, do 
JVoordpeol der Globe , zoo de phats N* Breedte 
)ieefc, of de Zuidpool ^ zoo de plasits op een Z. 
fif^te gelegen is , zoo veele grttaden boven "itn 
Hor'^on «Is de Breedte den Plaats is , dus op 59^ 
$1^ VOM Amfieldam^ op 48^ 50' voor Farjr^ 
enz«^ en brengt ineti , op de Aardr-Globe^ de Plaats, 
op wier Poolshoogte men d^ Globe gefléld heeft » 
tevens aan dep Meridiaan^ dan ftaat de Globe 
Bcfwél op de tengie als op de Breedte V)m die 
plaats , en de Hórlfon 4eelt dan de Globe op de* 
^dvde wyze in t\;ifée'deeleD, UIs obze beweegbaare 
Bofipfn de Glob« üw'tmze nieuwe Cönftruftie 

«loet, S 30 
434. XI ProbCémai lym tyd tdnden Op^^eio 

Ondergang der Zon voor eene gegeeven pldats jbp 
ièn^ zekeren Dag des ^aars^ te viHdèn. Dit vooiw 
ftel behoort eigerlyk tot de Hemel- Globe ; flien flölt 
dd Globe ten dien einde op de Poolshoogte der 
phats, zoekt de Lengte der Zon voor dien Dag, 
krengt den gcvoödèn graad van Lengte aan déh 
Jdfei^ldiaTiH^ plaatst den UurWjtfcr op XU Üuftö-, 
en brengt dezen zelvden graïd 'aan den Oóstir Hü* 
^on, om den C^^m^ der Zw, en aan den^^i« 
tif Horifbtt, t)m het Uur hatór ^tnkrging ü 

43^- De 



\ 



WAAR V» .C(^fSTBJ2CTI£ VAK AdaMB. ^ 

. 435» De (^losfing van bet XII Probi:#bma -is » 
hst gezegde in de voorgaande $ Jn ^t oog hou* 
dende , iietzelirde a]s $. ^97. ^ . 

436uJUIIfiftQB{«i»f A 1 f)ÊQr.midddwm dm Bre$iêm 
Orhdde» Tyd pan Jen Op-.JULOMdérgémg derZm^ 
voor oeff zekeren Dag en Plaats ^ u vinden» •— > 
Dit voorftd behoort alleen, tot de Aard ^Giote» , ^ 
Wy hebben hier geen iewitgbaaren Broedte-CirM ^ 
doch gebruiken in deazelv^ plaats den Horifin def 
Globe ^ (dien wy,oni reden dat hy tot verfchiUende 
«inden Joan gebruikt worden , met den Hr* Adabis 
aok IkvtT ictk. Broeden papieren rand willen no&* 
men : deze Breede paphrerémd kan 9 waaneer men 
ée. Globe op.de natemelden wyse dek , ook deu 
Cirkel verbeelden , welke het verlichte gedeelte tder 
Aarde van het duistere afTcheid ; te weeten : men 
«indt op de achterkant «vanden AJbrMMM» der j§ari» 
Gêoioj wanneer sy naar de ConIWuAie van den Hr« 
AoAMS ingericht is , aan dt- Noordpool eene ver- 
deeling van .de iMaanden 'des Jaars , ingericht naar 
de Declinatie der Zon^ voor eiken Dag; (lelt mea 
nu de Globe zoodanig dat de gegeeven Dag :net 
dea Broeden papioren^rand Cnydt 9 dan zal deze den 
fland des Broedto^Cirkt/s ^van onze op de nieuwe 
wyze gemonteerde ^ard-^Ohbe verbeelden ; en 
veibeeld men zich «de Hon in den algèmeenen Ma^ 
oidiaan op den graad van Declinatie , welken de Zon 
epdieiiDag^ heeft yte'ftaan ^ dan zal het gedeelte der 
Aarde, 't .welk boven- Ata Broeden papieren rand 
ifoAcsan is , het gedeelte der Aarde vertoonen , 
dat op een zeker tydftip van dien Dag door de 
JEMUverMefatvwordt; alle -plaacfeni welken door den 

X4 Broo^ 



^ QeMKVU. 0BK. H£M£L^ XN AaUD -GLtBEN 

Jiree^en rand ann de liukenyde der Zon 9 wanneer 
de^ Nt Popl der. Globe namelyk van ons afge* 
kcerd (laat 9 gcQieden word^ , zien de Zm Op» 
gaan 9.. en allen die aan de rechterhand der 2oh 
^oot di^n zelvden xand gefneden worden ^ zien da 
Zon Ondergaan. 

437. 3(1V PROBLBBCA. 7V W^«i weikc piaatjir^ 
de Zon tegeffk mes Ao^eldam zien Opgaan pp 
4en S May. — Men plaatfe de Globe dat de ff 
May den treeden tand fnyde, draaije de Globe toQ 
Amfieldam door dien rand aan de linkerhand der 
Zon gefneden worde ; dan vindt men » even als 
in $ 301 f alle plaacfen door den treeden rand ge« 
Ibeden , welken de Zon tegelyk met Amfteldam ziea 
Opgaan^ 

438. XV PaoBL^BfA. ?V vinden veer welke^ 
plaajtjen de Zon OndergaaS^ als op den $ May Sa 
^n^fieUam de Zon OpgaaS. «r- De oplosfing van 
dit Problenia dezelvde zynde als $ 30a , herleeze 
men hier ilecbts dezelve met toepasfing op de 
Globe van Adams. 

439. XVI Problema : Te, vinden voor welke 
flaatfen de Zon Opr en Ondergaat , ais heS Mid* 
dag is te Amfteldam op den 5 Afay. -- De oplos« 
fipg is weder dezelvde als % 303 , alleenlyk her^ 
ini.ere men zich dat men Amfteldam aan dea 
f^eridiaan moet brengen, omdat , deze nu altoo». 
den Jp^clinatie • Cirkel der Zon verbeeldende , alle 
plaatfcn aan deazelven moeten gebragt worden, als 
men de Globe zoo vn} ftellen. dat bet voor d^ 
zelve Middag zy. 

440. XyU PROBLBH&: J'eviiuieutvor ws^t.^ 

flaaP\ 



VAAR DS CONSTaUCTIE VAS AHAMS.^ Jj^ 

plaat fin de Zon Ojh en Ondergaat , op eetC g^get^ 
yen Dag en Tyd% buiten den Middag: mtVL plaatse 
de Globe roo, dat de gegeeven Dag djtXL^ breeden 
papieren rand fnyde , en brenge. Bet gegeeven Uur 
aan den Meridiaan zoo \iZX,VQQx^AmfteldamS&^ 
gelyk in 't voorb. $ 304 ; anders moet men eerst 
de plaats aan den Meridiaan brengen , en den 
Uurwyzer op XII Uuren Hellen , om dezelvde 
uitkomst te vcrkrygen als , $ 304.^ is opgegeeven; 

441. XVIU Problema. Te vinden hee laat het 
is te Amfteldam , als den &4 /tug. te Mexico d$ 
Zon opgaat. -«- Men ftelt de Globe, dat de 24' 
Aug. den Breeden rand fnyde, en brengt Mexico 
aan den Breeden rand ter linkerhand der Zon : daii 
zal in dit geval de Meridiaan als Uurwyzer 12 
uuren 50? voor het gevraagde Uur aanwyzen ; * 
wierd 'er egter gevraagd hoe laat het by voor« 
beeld op 't zelfde oogenblik te tVeenen ware, dan 
zou men eerst fVeenen aan den Meridiaan moeten 
brengen , den Uurwyzer op XII Uuren moeten ftcl- 
len , en dan Mexico aan den Broeden rand brengen , 
om te vinden het Uur , dat men te Weonen telt , 
ais de Zon te Mexico opgaat. 

44a. XIX Problema. De Lengte van den Dag en 
Nacht te vinden op eene zekere datum ^ voor eene 
gegeeven Flaats. — <• Men plaats de Globe , gelyk 
meermaalen gezegd is , voor den gegeeven Dag , 
brengt de Plaats aan ^ den Broedden rand ter liii* 
kerhand der Zon , ftelt den Uurwyzer op XH 
Ui^n , en draait de Olobe , tot die Plaats weder 
ai^ den Breeden rand ter rechterhand der Zon 
^|k)mt, wanneer .de Uurwyzec.j[iet:gezochto Uiv 
^ X 5 zsüh 



830 GSBKOte DER HEBtSIr^ ICN AARD^GtOBElf 



eal aanwyzen; men pasfe verder degenuudite 
xnerkingen, S 307» ^P ^^ S toe. 

443. XX Pkob^&ka. De Aard^Qiobe éds eem 
TeiJurhm te gebruiken ^ cm de venrisfeUwg der 
Suifeentn tn het verkngen en korten der hagen mam 
te wyoen. — Mea trekke met kryt een' Cirkel op 
den vloer der kamer , verdeele denzelven in twatif 
dtelen, welken de ra Teekens der Ecliptica vtr^ 
beeldeft zuUen , fp fchryve by leder derzelveo het 
karakter , 't >velk men aan ieder dezer Teekens 
gewoon is xt geeven , bierby in 't oog iioodende , 
dat men het Teeken S5 tegen *t Noorder, en ^ 
tegen 't Zuider gedeelte der kafaier plaatfe. — Ver- 
volgends plaatst men de Globe op de Pools-hoogte 
vanédi graaden, dan verbeeld de breede papiere 
rand de Ecliptica of Zomweg ; nu plaatst men de 
Globe op den op den grond getrokken Cirkel in 
«^ zoo,, dat de naald van het Compas, 't;geen 
onder de Globe geplaatst is , net het Noordpunt van 
't Compas wyze ; voorts plaatst men in hec mid« 
denpunt van den op den grond getrokken Qrkel een 
Tafeltje mist eene kaars, welker vlam ten naaste 
by even hoog als het centrum der Globe iryn 
moet : dan zullen wy in dezen (land ons den 
Zmerzonnefiand zien voorgafteld^ hec verlichte 
gedeelte der Aarde zal ons nu door het gedeelte 
der Globe , dat naar de kaars is toegekeerd , jen 
door dezelve verlicht wordt ^ worden aangewe» 
ttn. Op dezdvde wyze zal men ook den Winter- 
tonneftand^ en de ftand, der Aarde op de r dagen 
der Nachteveningen kunnen verbedden, door de 
Globe ia deTtekeQfr¥in<[p9 V i)f £^ te.pteat* 

lèn. 



KA2ÜL DS CcmTVCaCTXE VAN AHAMt* Jjj^ 

fèn 9 altoos in *t oog houdende l^ de beweging 
der Globe te zorgen, dat de Naald beRendig op 
dé Lety van *t Compas blyve, om daardoor aan 
te toonen boe de Aa der Aarde beftemdig naar 
hetzelvde punt des Hemels gericht blyft ; door 
deze bewerking xal men de gevolgen. Wélken wy 
S 3x4 ï ^i^ ^^ '^^ de vorige J 5 verhandelden, heb- 
bén afgeleid, ook hier bevestigd zien, en aldus 
een algemeen denkbeeld kunnen verkrygibn van de 
verwisfeling der Ssrifoenen; daar de Cirkel, die 
het door de kaars verlichte gedeelte der Globe 
van het ouverlfchte gedeelte afïchefd , te onbe- 
paald is, om de juiste lengte der dagen op deze 
wyze te bepaalen, enmen hfer den Breedte -Cirkel 
mist, die ons dit ly^m^^^i^n^ zou kunnen leeren.. 
-444. De oplosfing van dit Problema, zoo als 
wy dezelve zoo even gegeeven hébben, is dezelv* 
de die de Heer AoAtes geeft ; iy is egter eenig« 
zms omfla^ig , en niet altoos praAicabel , hoe- 
wel ze dan wanneer ze uitvoerbaiar is , gantsch 
niet 'ongefchlkt is ; men kan egter den op den 
grond getrékken Cirkel tnisfen, als men maar, in 
het plaatfen der Globe , ten opziehté der kaars 
het volgende in aéht néémt : i^. Om den (land 
dér Aarde ^geduurende den Zomerzonnefland te ver« 
beelden, plaatst men de Globe' zoo, dateeneljrn, 
üit 'het' middenpunt der Globe tot de Vlam der 
kaars getrokken , het TecKen ® op den Breëdm 
rand (nu de EcSpticd) der Globe Ihyde. — 2^ Om 
den (hnd der Aarde géduurenUe den H^merzonne^ 
/difi^: te verbeelden ,^ pl»ltst men de Globe 'zöo, 
diezélvde lyn door bet Teeken ^ gaat. — - 

3^* Om 



53^: GbB&UIIL DBR HsMBL^ BN AA&D-GLOSSlf: 

3^« Om den (land 'der Aarde gedaurende de 
J^achievcfiing van de Lente re vertoonenv plaatst 
men de Globe zoo, dat de lyn, uit bet ceotiuia 
der Globe tot de kaars getrokken , door bet Tee* 
ken van V gaat* — 4^. Om. den ftand der Aardt 
geduurende de Nachtevening van den Herfst aan 
te wyzen, moet de Globe zoo geplaatst worden, 
dat de meergenoemde lyn door het Teeken ^ 
gaat y omdat in deze verfchillende (landen der 
Aarde de Zon altoos van ons in de daarby op« 
gegeeven Tcckens gezien wordt ; tevens moet men 
altoos zorgen dat de Noordpool der Ghhe altoot 
naar hctzelvde punt der kamer gericht , en do 
Globe op 662^ Poolshoogte geplaatst blyft ; dt 
lyn, welke men zich yxL bet centrum der Globe 
tot de vlam der kaars Czetrokken verbeelden moet, 
15 de centraale Zonne(^al , die ons by het rond*' 
draaijen der Globe op dezelve de plaatfen aan^ 
wyst , in welker Zenith de Zon dien dag is ^ en 
welken men zich gemakkelyk kan voordellen , door 
op den Breeden rand der Globe ^ op den graad dei* 
Ecliptica , in welken de Zon dien dag is , een ze- 
ker puntig Teeken te plaatfen ; dan wellicht ge^ 
voelt men , dat het dczelvde uitwerking zal heb- 
ben of men , om de Globe in de opgenoemde 
flanden met betrekking tot de kaars te plaatren^, 
dezelve öm de kaars heenen draait , da(i wel of 
men de kaars van plaats doet veranderen ; en' 
bieruit leiden wy de navolgende eenvouwiger op- 
losfing van dit Problema af. 
445. Men plaat(e de Globe , altoos vooraf op 



.'^HAAR B£ CONSTRUCTIB VATf ADAM»i ' $}| 

ét Poolshoogte (^) viui 661 graad geplaatst zyn^ 
de, in het midden op cene groote Tarel , en 
doet eeiie kaars , welke de Zon verbeelden moet, 
rondom dezelve bewegen , welke ons aldus .door 
haare vetfcbillende verlichting der Globe , in de 
verfchillendc Teekens der Ecliptica geplaatst zyn* 
de , de verwisfeling der Saifoenen , gelyk boven 
gezegd is , zal aanwyzen , terwyl de beweging 
;der kaars om de Globe ons den Tcbynbaaren S^aarr 
kfkfche loop der Zon zal voorftejlcn- — Ein- 
delyk willen wy hier nog by opgemerkt hebben, 
dat het gebruik van eene kaars ook by onz^ 
nieuwe Aard - Globe met veel nut zal kunnen ge^ 
bruikt worden , daar men alsdan , door middel des 
Breedte Cirkels.^ de hoogte der kaars zoodanig 
kan fchikken , dat de affcheiding van licht en 
duisternis net onder denzelven kome , en aldus 
qeer naauwkeurig ons het gevraagde doie kènne«. 
446. XXI Problema. Te vinden den dag^, op 
wolken de Zon voor het eerst Op-^ en voor het laatst 
Ondergaat voor élke plaats ^ welker Noor der Breedu 
grooter is dan (56J graad. — - Men brengt d« 
plaats^ voor welke men den Dag weeten wil dat 
4e Zm aldaar bet eerst Opgaat of voor bet laatst 

Cht- 



P):Wy bezildeti Wer bcflcndfe de nlcdn^iiig P^thhnetti 
•m des te verfttanbaarer te xyn ; het U waar, het is in dit ge- 
Tal eigenlyk geen TooUhtogf , welke men aan de Globe geeft, 
«Bidat de Bmiê rund Yiiet den Hêrfflm^ mnr de EeUptiea vei^ 
èeeld, en de vettieffing van de iV. PtW boven den Mrê§é§m rmmi 
verbeeld dus eigenlyk de hoegrootheid van den boek» weOm Oé. 
4r it JUriê ihet de RtUftitm maakt. 



|j4 GBBaiOK muL HssiEtr. BM^iLAiuMGMinir 

OniJergaatj aan den Mtridiaafi ^ tc^ wcetens aaÉ 
die zyde van den^eken, vKaar de graadra van deit 
Eguator af beginnen te tellen, en du&, wann«^ 
de gegeeven plaats op 80^ NoorrJcr - Breedtt ligtf 
onder den 80^ graad ; vervolgends beweegt mea 
de Globe alzoo in derzelver ftoel, dat die plaatt 
net den Breeden r<»7^ fnyde; dan zie men achter op 
den Meridiaan welke Dagen van de aldaar gefne» 
den verdeeling der 12 Mannden nu mede door den 
Breeden rand gefneden worden : de eene van de- 
zelven zal de Dag zyn dat de Zon op de gegee* 
ven plaats voor het eerst Opgaat^ en de andere 
de Dag dat de Zon voor het laatfte Ondergaat } 
dus ziet men, de gegeeven plaats op 80^ Noor-' 
der Breedte gefield zynde , dat tegelyk met de 
plaats aan den Breeden rand zyn de ^3 February 
en 19 O&ober ; wanneer men nu hier by op« 
merkt , dat om den M February aan den Breeden 
tand te brengen , de noordpool meer moet ver* 
heven worden , en dus ook de gegeeven plaats 
meer boven den Breeden rand ryst, en derhalve 
verder in 't verlichte gedeelte der Aarde komt^ 
S 421, dan blykt hieruit dat het op den 23 Fe« 
bruary is , dat de Zon op een Noorder Breedte 
van 80^ voor het etrzt Opgaat , en dus den 19 
Odlober voor het laatn Ondergaat \ en , inderdaad , 
wanneer wy in plaats ^ van den 19e den 29 Ofto* 
ber aan den Breeden rand brengen , dan zien wy 
de gegeeven plaats , of wilt gy de Par aki vjm 80? 
N. Breedte , niet meer ia 't verlichte gedeelte der 
Aarde komen* 

447* 



\ 



KAAR DB GOH8TRUCTIB VAN AD^M» gjf 

447. XXII ^OBLSMA. Den dag it rittden^ ép 
ii^iken de Z/m imr kef eerrt niep QndètgtMt 9 be» 
nevens den fjd dèP dezehe heJhnMg buiten den M^ 
f {fin Uyft^ voer elke plaats^ wier N^ Breedie greo* 
ter 'is dan 66\ graad. — De opliMfiffJB vair dit 
Problema komt zeer na overeen met b«t Vorige J 
men brengt egter nu de gegeeven plaats aan. de 
andere zyde dea Meridiaam^ te weeten: aan dk^ 
op welke de No*, van de Pbol af beginnen te tel- 
len ; brengt vervolgends de plaats aan den iÈr$$den 
rand^ en ziet wéïke dagen van de verdeeftig op 
den achter kant des Meridiaam tegelyk met dezeltts 
aan den Breeden rand zyn 9 en dezen ^sullen de 
dagen zyn, op wdke de Zm voor het eerst ea 
laatst niet Ondergaat 9 waaruit «hen v^téer^ voU 
gens 5 3aa , den tyd kan beekenen 9 dat zy be» 
ftendtg boven den Harifin Myft. 

448. XXIII Problvma. De Heegte der ZM 
boven den Horifon op' en buiten den Middag te 
vinden. — Dit Problema moet men dgenl^ 
op de Hemel -Globe oplosren» — Men ftelt dè 
Globe op de Poolshoogte der plaats 9 zoekt de 
Zons plaats in de EcKptiea 9 ftelt op den^^elvden 
graad der Ecliptica^ die op de Globe geteekend is , 
het beweegbaars Zonnetje , brengt hetzelve aau 
den Meridiaan^ ftelt den Uuwryzer op ia uur^, 
draait de Globe tot dezelve 9 uuren voormiddag 
aanwyst , ao dit het gegeevM uur is , fchroeAf 
den f^erticaa/m *t Zpw/M vast, brengt denzelves 
ovef het centrum van het beweegkaare Zonnetje^ 
en -aSn welke graad hetzelve op den Fertkaal aan-" 

wyst. 



V 

$%6 Gebrtok dbr Hsmbl- bn AahikGlobe^ 

wyst, welke de Hoogte der Zon xyn zal's mor* 
gens tea 9 uuren ; voor Js Midéfaghoogu dep 
Jhn^ brengt men de Zon aan den Miridiaan^ en 
onderzoekt even boo , door middel van den Fer* 
ficaal^ hoe veele graaden dezelve boven den Uo<t 
rifon verbeven iSé 

449* XXIV PR0BLBMA« Ütt hegin en einde 
det Morgen-^ en AvonUfchemering te vinden^ -^— 
.Wy zagen, § 315 , dat de Morgenfchcmering be- 
gint, als- de Zon nog 18^ onder den Horifon (laat^ 
en eindigt, als de Zon even zoo veele graadea 
onder denzelven g4.'daald is; ten einde nu de^en af- 
ftand van 18^ onder den Horifon gtmakkelyk te 
kunnen vinden , heeft tnen op de Globen , naar de 
pon/h-uftie van den Hr. Adams, op 18 graadeu 
afllands van den Broeden rand ^ die voor dit 
Problema weder den Horifon verbeeld, ^cn* Cirkel 
van kqperdraad geplaatst 9 derhalve het beweegt 
baare Zonnetje op de Z?»^ plaats, en den Uur- 
wyzer op ia uuren gexet hebbende, wanneer de 
Zon in den Meridiaan is , brengt men de Zon 
aan ótzeu Cirkel van koperdraad onder den Ooster 
Horifon^ om het begin der Morgen fchemering, en 
aan denzelvde-i Cirkel onder .den fFster Hnrifon^ 
om het einde der Avondfchemering door den Uur- 
wyzer te zien aanwyzcn- 

' 450. XXV Problbma. Het ^zimuth der 2^n 
fOor een* gegeeven Dag , Uur en Plaats te vinden. — 
De Globe op de Poolshoogte der Plaats , den Uuf- 
wyzer voor den ge^eeven Dag gefield hebbende « 
fn de Globe gedraaid hebbende, tot de Uurwy^ 

Ber 



MAAR DB CONSTHUCTIB VAN AdAMS. 33^^ 

«er het gegeeveii Uur aanwyst, vindt men, door 
middel des yèrt kaals j even als ,§ 327, gezegd is, 
het Azimuth der Zon. 

451. XXVI PaoBLEMA. De Maans plaats^ 
gelyk ook die der ov:rige Planecten , ten allen tyde 
op de Globe aantewyzen. — — Dit Problemay dat 
ook almede tot de Hemel- Globe behoort , laat zich 
op deze Globe niet zoo gemakkelyk oplosfcn} 
enkel voor de Maan of voor ééne Planeet kan 
men het beweegbaare IZonpetje gebruiken , w4n^ 
neer men hetzelve op de Lengte der Maan of 
Planeet ftelt, doch men kan niet wel de plaatfen 
van alle de Planceten te gelyk op de Globe aan- 
ivyzen , omdat de Globe rond zynde , men dio 
dan allen zou moeten vastmaken » 't geen welligc 
verwarring geeven zou. 

452. Uit de zo even gemaakte . aanmerking 
volgt van zelve , dat het XXVII Problema ook 
niet voor deze Globen gefchikt is. 

453« XXVllI Problbma. Ten allen tyde van 
den Dag te vinden de plaats , in welker Zenith de 
Zon ftaat. — Om hierin te llaagen verheffe mea 
de Noordpool der Globe 66i® boven den Breeden 
randy wanneer dezelve weder, |elyk in $ 409, de 
Ecliptica verbeelden zal; nu brenge men de plaats ^ 
welker Uurtelling men volgen wil , aan den Meri'^ 
diaan^ plaaiTe een zeker teeken op den gegeeven 
' Dag iii den Almanak , dan zal , de Globe ron*? 
draaijende, dit Teeken op de Globe alle de plaats 
fcn aanwyzen , boven welken de Zon , op de yer«^ 
fchillende Uuten, die de Uurwyzcr wyst, (laat* 

454* Over hec XXIX Pro9L£MA hebben wy. 

Y niets 



338 GmkviK du Hemel- en AAR-D-GLOitEr? 

Bli:t8 niijers te zeggen ; alles berust daar op de 
bierekening vae de jiiisie plaats der Maan : kent 
men die , dan is de oplosfing op lieide de Glo- 
1)CQ overeeakomOig den nart van Iiaar ramennel 
de^lyde. 

.. 455» Over hek XXX Probleha hier te willen 
tptAm zou niet te pas komen: de ^ard-Chbe is 
^\klML.Aard-Glabe ^ en itand van Sterren kan men 
Uer DÏeC mnwyxen , en op de Hemel -Qhbe zyn 
de viste Stenen allen geteakend ; Ata laat ons hiet 
«idtfzoeken koe mm de Ascettfio reSa «u Deeiimitie 
éttSttrreiit dmr middel der JisasUGJoiefkan W»- 
denf — * Ten dien einde brengt men de begeerde 
SUTt by voorbeeld, ^rd»r»f, a^ den Meriéiaair^ 
CD .ziet. welke graad des Equaton te getyk met 
denzelven den Meri^aan fnydt : deze zal de As*- 
tfft^Tt^ der Ster zyn; voorts merke men opwel* 
ke fraad des Xeridisans door de. Ster zeWe wordt 
aangewezen , en deze zal de Dalütatie det Ster 
sya ; dus vJOden wy dtjftctnfia re&a van Ar&urmt te 
gyTiiii** ^i' yta zjne Deelinatie ao^ 13' Noorden. 
.. 456. XXXI pROBtBHA. Ben Of- e» Ondtrgmg^ 
«mwp va$te Ster ep 'd* Gltbe te nudm, -^ M«i 
plaatst de Hemel-Gkb* op <le Poolshoogte der 




Ptaar DB ConaTftUi&Tix van Ajums. 33.9 

r der Ster zal aanwyzen* én den tyd van dcfe 

Bvu- Oni.Wgang willcQde kennen , brengt men 

melvde Ster aan den IVetter Horifin , wanneer 

Ji& Uorwyzer den tyd van den Ottdtrgang der Ster 

^al aanwyzsn. 

^57. XXXU en XXXin Problrma. Te vinden 
9Üe Sterren * 4'< Op «CV f K'gffven Flaatj nht Onda^ 
gaan i of allen die , welken op dezelvde Plaats ttotit 
CfpgaoH , «ƒ, altotx onzigibaar srin. Beide deze 
Problema's worden door de Hemk- Globe zeer ger 
makkelyk opgelost : wanneer men de Globe op 4c 
Poolshoogte der Flaats fldt , en dus de Br**d( 
rand den Horiftn der ?Uat6 verbeeld, en mep 
de Globe 001 haar' As beweegt, dan zullen 2ll« 
die Sterren, welken moit ondergaan, ooit niet qndejE 
di^n Horifon daalen, en die, welken nooit Opgaatt^ 
ook niet boven dcnzclvcn komen; voorts worde^ 
de gevolgen, welken wy, % 344 en 345, uit deff 
froblema't hebben afgeleid, ook hier kenbaar; 
want daar de afllnnd van de M. Pool tot de^ 
IJorifan (in onze Noordclykc gewesten) gelyk '^ 
9an .de Breedte der Plaats , zo raakt eeqe Steir^ 
.welker afüland van de N. Pool gelyk is aan df 
Breedte der Pluts in bet Noordea^ üecbts den /fih 
rijbn zonder on^ denzelven te dealen , en gag^t 
^ met onder ; is nu de aflfaind van zodapig 
esne Ster van de Pool gelyk aan de Brefdte^ datt 
Boet faaare DeclintUie gelyk san bet Compliment v^ 
Sreedte zyn , $ 17 en 18 ; om diezelfde n^ 
Ciyd ook eene'Ster, welker Zmid-ji» Dteünatifi 
-(voor site plaatfen vi'yitt B^eedU', iVMnah^i^ gii- 
^k is un 4ea^flbud ^M^itttvt ■ma.imBmJin, 
■ Y a iechn 



NAAR DE Constructie van Adams# 341 

Almanak zoeken moet; en het is om deze gelyk* 
vorraigheid in de oplosfing, dat wy niet nodig 
oordeelen het gezegJe omtrent den Acronifchen Qp- 
en Ondergang^ in 5 348, alhier te herhaalen. 

459. XXXV Problema.» Dtn Tyd van den Her 
Uafchtn Op- en Ondergang eener Ster te vinden* — 
De oplosling. van dit Problema op de Hemel" 
Globe- IS dezclvde als wy die,S 351 en' 31a > ge» 
geeven hebben. 

460. XXXVI Problema. De PlaaS{ te vinden ^ 
»'elke eene Ster in V Zenith heeft , op een* gegee* 
ven Dag en Uur. — De oplosfing van dit Pro- 
blema is op de gewoone Gtoben eene der moeje- 
lykllen, wyl zy de verééniging der beide Cloben 
vcreischt; om derhalve met te meer duidelykheid, 
de oplosfing van hetzelve hier te geeven, zullen 
wy ons van hetzelvde voorbeeld, 't geen wyj 353 
gegeeven hebben , bedienen ; wy vroegen daar : 
Boven welke plaatt ftaat /tr&urus , ah het t>p den 
31 /ftiguttus te jlmfteldam i uuren 31^ V avonds 
is? — Men nceme dus beide de Globen , ftelle 
denzelven beide op 'dé Poolshoogte van Amfteh 
dam , brenge op de Aard" Globe Amfleldam aan 
den Meridiaan y en op de Hemel -Globe den graad 
der Ecliptica^ in welken de Zan op dien dag ftaat, 
zette den Uurwyzer op ia uureti, en draaije dè 
Hemel" Glóhe tot dat de Wyzer 8 i'uren 31' na- 
middag aan\\^\st ; nu zocke men op de Hem^* 
Clobe Aröurus^ fchuive den bewregbaaren Dectt* 
natie" Cirkel, welke op de Hemel- Globe gevonden 
woedt op Ar&urus , zie welke graad des Egua* 
tors 'er op de Hemel -Globe ten 8 uuren .31' aan 
den Meridiaan is , en trekke denzelven van de 

y 3 ^s- 



Jscen/io te&a van JÊtBurés ^ welke door dco 
pecÜniiU "drl^i wordt iaöge wezen , tf, tó 
JtrSiüt^s ten 0^//^Jf tüü den MeHdUfak ftsAU öf 
trekte de Jscehfió fèÜa tan jtrSurus iif intn écA 
gtisid des Efuators^ die aan den Aterfdhiaft (tÉktp 
zo 'JMÏürus ten /jPSr/^^ dïés Mèridiaam ftaat : hiefi 
Hoor bekomt nien den boek, welken de DecHnatt^ 
'Öh'kèf 'van Jrèuras op' dit oogenblik met deA 
Meridiaan maakt; de graad des Eqitatm^ wdkë 
Sian den Mtfidiaan is V ia in ons geval db ^87^ 
craady tn JrQurus Raat ten Wekten Van den 
•Mri^ji»l< , derhalve vaft ' . . ' aé^r^ 
iigetrbkken vóór de jfscenfio reSa vaü 

Arautus. •' . • ^ri 38 

•' . . ■ ■■lil' 

, , rest 75^ fi%' 

9soor dm Jioek. wèQcen de DecUnatie^Grkel van 
^ir^urt^ q;idit oogenblik met den üfer/iZ/Mifmaakt^ 
serwyl wy tevens moeten ojpmerken, dat de ZXf* 
cHnatie^Cirkêl ttn fFgsienym den Meridiaan ftaat^ 
omdat 9 gelyk wy boven zagen ^jfrüurus reeds doe»: 
den Meridiaan gegaan is. — Nu moeten wy ook 
den beweegbaaren Meridiaan op de Aard* Globe in 
dezelvde pofUie brengen, dat is, wy moeten deu« 
2elve mede 75^ oa' ten fFesten van den algemee^ 
men Meridiaan (lellen; wy obrerveeren derhalve 
welke graad des Equators 'er op de Aard- Globe 
«an dttt Meridiaan ftaat, of, dat hetzelvde is, wet- 
Ie de Lengie van Amfteldam zy , waatvoor w}r 
vinden na^ 31' : van dezen gevonden graad nu 
trekken wy af 75*^ fta% de grootte van den boven 
gevonden hoek, omdat de Declinaiie- Cirkel ten 
H'ifam vu den JUtrUkkin saoct üaaa ^ waot ftoi^l 

de 



« 



NAAR DE CONSTRUCTIB VAN AoAMS. 343 

dc DecIiuatie^Cirkel ten Oosten , dan nK>est hy 
l>ygetdd worden , en wy bekomen dus 307^ jü' 
voor den graad, op welkea wy den bffweeghaanek 
Meridiaan otiztt jtard'' Globe motltïisïïtXltai dit 
gedaan zyüót^ zoeken wy de Declinatie van Ar&u^ 
rus 9 welke nm op de Jletnd-Globe it graad i$ , 
die ^ooxAr&ufUs zei ven op den Declinatie CirJk'ü 
wordt aangewezen 9 en deze gevonden hebbende , 
zoeken wy denzelvden graad op den beweegbaar en 
Meridiaan ttx Aard-Globe^ wanneer de plaats der 
Aarde, dié riiet dezen graad overeenkomt, de* ge- 
iochte pfaats zyn zal , boven welke Arüurus op 
den 31 Augustus 's avonds ten 8 uuren 31' ftaat, 
^t geen dus het Noordelykfte pi\nt fjan 't Eiland 
St. Domingo is, en niet, gelyk % 353; door eenie 
dtüikfdl , ftaat , het Zuidelykfte. — Uit het boven 
gezegde leiden wy af: i®. Dat wanneer eene Ster 
in den Meridiaan is van een zekere plaats , de 
Deélinasiè 'Cirkel van die Ster coikcideers intt den 
Meridiaan der plaats. — u^. Dat wanneer eéné Ster 
niet in Atti' JMeridiaan van die plaats is, de DecK" 
natie^Cirifet tnet den Meridiaan een* zekeren hoek 
maakt, welke altoos gelyk is met deri Hoek, wel- 
ken twee verTchiiïende Meridiaarien der Aar^Ghbt 
met elWandet^n* maken , dat is, aari het verfchil 
vRn Lengse der plaats , in wier Meridiaan dé Ster 
i9, met de plaats, voor welke men de óbfërvade 
'dóet,wèUc verfchil van \,tsi^t Oostwaari is, wan* 
neer de -Ster nog niet door den Meridiaan gegaaii 
\i^ y w: WestwdoTt zo die Ster reeds door 'den Me^ 
ridtaan is ' gegaan ; ^kx) ftaat dan Jr&urus Dp den 
31 Aiigm wanneer het te Amfteldam 8 uuren 31^ 

Y 4 '8 ayonds 






1^ Gbbruih der Hebibl» xn AardOlobkn 

's avonds is ^ in den Meridiaan van eene plaats 

welke 75^ aa' Westwaart van ^Imfieldam gelegen 

is. 3^. Dat de boek , welken de DeeUnatie-Grket 

met de Meridiaan der plaats » voor welke men 

pbrerveert , maakt , (niet in AtJuMeridtaan 2yn^ 

de,) gelyk is aan den tyd, welke *er nóg verlopen 

snoet, of reeds verlopen is, sedert die Ster in den 

Meridiaan geweest is ; en derhalve fttat ArBmrus 

ten 8 uuren 31' in den Meridiaan van eene plaats» 

welke 5 uuren 5' in tyd Westwaart van Jmfteh 

dam gelegen is , omdat het ten 8 uuren 31^ 's avonds 

5 uuren 5' geleden was , dat die Ster te Amfteh 

dam in den Meridiaan was geweest; en hieruit 

leiden wy de volgende eenvouwiger oplosfing van 

dit Prohlema ^f. 

461. Men zoeke ie op de ffemel^GMe den tyd, 
van den doorgang van ArSurut door den Meri^ 
jdiaan^ op den 3< Augustus , waarvoor wy vin» 
den 3 uuren a6'; deze trekken wy af van 8 unren 
3 1' den opgegeeven tyd , wanneer wy hekomen 
5 uuren 5' voor den tyd , welke 'er verflreken is 
zedert den doorgang van Ar&urus door den Meri^ 
diaan; nu brenge men op de Aard - Globe AmfieU 
dam aan den Meridiaan ^ zttte den Uurwyzer op 
ia uuren , en draaije de Globe tot dat de Uurwy* 
zer 5 uuren 5* aanwyst: dan zullen alle plaatfen, 
.welken op dit oogenblik onder den algemeenen 
Meridiaan 9 (welken wy nu als Declinatie* Cirkel 
van ArSurus motton befchouwen,) gelegen zyn» 
ArBurus in haartn Meridiaan hebben, en eene 
plaats , wier Breedte gelyk is aan de DecUnatie van 
Arfturus , zal deze Ster in haar Zenith hebben» 

4611. Uic 



KOSSTRUCTIE VAN AdAMS, 3^5 

: gellelile in de vorige S kunnen . 
Wzea jzemikkdyke oplostlng van het 
ml/lema alktden. ff^aar is hel 3 uuren 
i uuren 31"/ avonds te Amfteldam is? 
tyd op de gezochte plaats vroeger 
1 dan op (Ie gegeeven plaats, fprcekt bet 
fve^ tlac rie geduchte plaats Ka ff^esten van 
Wdam gtlegen is ; men trekke derhalve van 
ren 31' af 3 uuren oS', wanneer nen 5 uuren 5* 
Fboud , welke 5 uuren 5" de gezochte plaats 
fisle/yk van /imftiUlarn moet gelegen zyn : dus 
rengt intn op de Aard-Globe jlmfteldam aan den 
il/ïfïrfwiïfljfiett den lliirwyzerop ia uuren, S'4a4, 
' en draait de Globe loc dat de Wyzer 5 uuren 5' 
wyst, wanneer nlle die plaatfen onder den A/m- 
^Mau zullen zyn, welken 3 uuren a6' zullen tel- 
len als het te Amfteldam 8 uuren 31' is ; had 
bet omgekeerde plaats, werdt 'er gevra^d, waar 
het 8 msrtn 31' w, als het te Amfteldam 3 uuren 
^' is f dan zou de plaats 5 uuren 5' Oosfwaart 
van Amfteldam moeten gelegen zyn , men zou dan , 
Jlmfteldam aaji den Meridiaan gebragt hebbende, 
de Globe naar de linkerhand moeten draaijen, 
tot *er 5 uuren 5' onder den Uurwyzer gcpasfeerd 
-waren, en deze dus 6 uuren 55* aanwees, wan- 
neer wederom alle die plaatfen onder den Meridiaan 
zouden zyn , welke 8 uuren 31' tellen als het 
3 uuren aö' te Amfteldam is. 

463. Over het XXXVII Problema hebben 
wy hier niets bytevoegen : het gezegde, $ 3^4 
en volgende, geeft daaromtrent alle nodige ophel- 
dering. 

ÏS 4«4. 



^44 Gebhuir dbk Hemel» bn AARiyGtoiRir 

*8 avonds is , in den Mtridiaan van eene plaats 
welke 75*" aa' Westwaert van ^Imfieléam gélegeil 
ia. 5*. Dal de hoek, welken de Declinatle-OrM 
roet de Mtridiaan der plaats , voor welke men 
pbreiyeert, maakt, (niet in den~MeriJiaaH zyi> 
^e*) gelylt is aan deo tyd , welke 'er nog verlopeo 
fnoet , of reeds verlopen is , zedert die Ster in den 
Mtridiaan geweest is ; en derhalve fbat ArOwriit 
ten 8 uuren 31' in den Mendtamt van eene plaats* 
welke 5 uuren 5' in tyd Wcstwaart van Jmftet- 
dam gelegen is, omdat het ten 8 uuren 31' 's avonds 
5 uuren 5' geleden was , dat die Ster te Amfteh 
dam 'm den Meridiaan was geweest; en hieruit 
leiden wy de volgende ecnvouwigcr oplosfing van 
dit Problema af. 

461. Men zoeke v op de Hemei-Globe den tyd, 
van den doorgang van AiSurus Anor den JWieri- 
4iaany op den 3J Augustus , waarvoor wy vin- 
den 3 uuren a6'; deze trekken wy af van 8 uuren 
31' den opgegccven tyd , wanneer wy hekomen 
5 uuren g' voor den tyd , welke 'er verftreken is 
zedert den dooi^ng van Arlturm door den Meri' 
Jiaan; nu breuge men op de jfard-Ghbe AmfieU 
dam aan den Meridiaan , zette den Uurwj'zer op 
ia uuren , en dmaije de Globe tot dat de Uurwy- 




NAAR DE CONSTRUCtlE VAN AdAMS. 345 

46a. Uit het gefielde in de vorige § kunnen , 
wy ook eene zeer gemakkelyke oplosfing van het 
volgende Problema afleiden. fVaar is het 3 uuren 
a6' als het 8 uuren 31"/ avonds U Amfteldam is? 
Zodra die tyd op de gezochte plaats vroeger 
moet zyn dan op de gegeeven plaats , fpreekt bet 
van zelve , dat de gezochte plaats ten fVesten van 
Amfteldam gelegen is; men trekke derhalve van 
8 uuren 31' af 3 uuren a6S wanneer ^jen 5 uuren 5* 
overhoud , welke 5 uuren 5^ de gezochte plaats 
JVestelyk wm- Amfteldam moet gelegen zyn : dus 
brengt men op de Aard -Globe Amfteldam aan den 
Meridiaan ^üe)! den Uurwyzcr op ia uuren ,$ 424, 
en draait de Globe tot dat de Wyzer 5 uuren 5' 
wysty wanneer alle die plaatfea onder den /l/m* 
diaan zullen zyn, welken 3 uuren 06' zullen teU 
len als het te Amfteldam 8 uuren 31' is ; had 
bet omgekeerde plaats , werdt 'er gevraagd , waar 
het 8 uuren 31' ix, als het te Amfteldam 3 uuren 
q6' is f dan zou de plaats 5 uuren 5' Oostwaart 
van Amfteldam moeten gelegen zyn , men zou dan , 
Amfteldam aap den Meridiaan gebragt hebbende, 
de Globe naar de linkerhand moeten draaijen, 
tot *er 5 uuren 5' onder den Uurwyzer gepasfeerd 
waren, en deze dus 6 uuren 55' aanwees, wan- 
neer virederom alle die plaatfen onder den Meridiaan 
zouden zyn , welke 8 uuren 31' tellen als het 
3 uuren aó' te Amfteldam is, 

463. Over het XXXVII Problema hebben 
wy hier niets bytevoegen : het gezegde , % 3f4 
en volgende, geeft daaromtrent alle nodige ophcl- 
dering. 

Y5 ^i 



464: XHOLVUl Pr^blsma. Tê vindm h$e tarnt 
1M is te Amfhidam ^ ali'4m$ Ar ii$$'^g opgé-^ 
f;eeren Sierren in het tmriih is ékr Bbmts , iwü 
ii^k$ Vf Cntréffmèewt Au «4» Sb Prol^méf moét 
op eeile dkrgelyke wya» iIb het XXXVI opgeloat 
wordeor; ihen soèkt ter'^veribkO Tan Lettgie in tyd 
tiurcben^te phata, wdkcr UunelUag iien yolgc» 
en de plakcs; böVeni welke de Ster moet ftten, op 
4e volgende wyM^WfnlMKagt Min^;..depkat8 
l)0viB|i welke d« Ster «ivoigeoe % 9(8, Aüd noet, 
«an ètnMmldiiam , 2et:denUurwjfserop ia uoren , 
brengt Ai^&dmm tiia-êinyMeriilktaM ^ en ziet 
welk Uur de Wyaer «mwyvt (Jf) :- de» tyd <ia 
ons 'geval d vnren • so'^) zil liet ^veiichtf^ van 
2>M^r^ d€rl>eide plaatfen in tyd xpi^ eved'voa 
veel nu. noèt de Ster v»>èaa».dooi^g\èoór 
den Memeaém verwyderd syn^ en dair JMyiMr 
Oostwaarti van jtmJMdêm.güisg^ ia , -aoet ook 
de Stef ten' Oettin van den 3IefidiÊBn flaanf nM 
zoeke dan nu het Que van den doorgang van « 
van Casfiopeü ddor^ den Meridiêém op den 10 Sep- 
tember , waarvoor men^vindti nnr itf'; van deiten 
gevonden tyd trekt men af a nuren lo' \ jsynde 
de tyd , welke 'er Aog verlopen moest err ë van 
Casfiopea in ètn Meri^éunt van AmfteUam waa , 
cp het oogenblik dat ay in den MetiMêa» vta 
Moieow ftaat, en vindt 11 uuren 5I voor den ge- 
zochten tyd. - : . , 

4(55; XXXIX Problima. Wdke Ster fimi V 



(*) Men moet wel bedacht zyn«altoo8 de platts, die het 
Ouwêêfê gdcseo ^, ket ttnt mm éca M$riéi04m m 



KAAR DB Constructie van A^ams. 

horen de Straat van Gibraltar , als het 5 uuren 
35' ^5 avonds j op den tg November^ te Amfleldam 
is? — Men brengt Amfteldam zam den Meri^ 
diaan , zet de Uurwyzer op Xd uuren , brengt 
Gibraltar aan óm Ateridiaan , en ziet welk uur 
de Uunvyzer aanwyst , welke ons o uuren 41' 
voor het verfchil van Lengte der beide plaatfeQ 
aanwast ; uü brenge men op de Hcmel-GIobe den 
graad der Ecliptica aan den Meridiaan , in welken 
de Zon op den 15 Noveinber (laat 9 (lelt den Uufi» 
wyzer op 12 uuren , en draait de Globe tot de 
Wyzer 5 uuren 35' namiddag aanwyst , dan zal 
deze ons den (land der Sterrebcelden , mids wy 
hem vooraf op de Poolshoogte van Amfteldam ge- 
field hebben , ('t geen wy altoos in deze Proble^ 
sna^s onderftellen ,) aanwyzcn ; en nu volgt dan 
ook uit het te voren beredeneerde , % 460 , dat 
tene dier. Sterren op dit oogenblik in den Meri-' 
diaan van Gibraltar zyn zal , welke voor o 
uuren 41 minuten door den Meridiaan van Am^ 
'fteidam gingen ; derhalve van 5 uuren 35' afge- 
trokken zynde o uuren 41* bdLomt men 4 uureh 
54' , welke 4 uuren 54* , men aan den Uurwyzer 
brengen moet , wanneer men onder den algemeenen 
Meridiaan der Hemel -Globe alle die Sterren ziet 
ftaan, welken als het te Amfleldam 5 uuren %f 
is in den Meridiaan van Gibraltar zjrn zullen , 
terwyl de Breedte van Gibraltar , 36^ 6' , ons dd 
Declinatie , welke eene Ster moet hebben , die tege» 
lyk in 't Zentth van Gibraltar moet (laan , geeft , 
waardoor wy duS vinden, even als % 359, dat 6t 
mast bykomende Ster is 7 van de Zwaan. 

466. 



34^ Gebhuik dzr. IEcmel- eh Ajud-Omuen 

466. XL , XLI en XLU Probleha. &t punt 
des Htmtls te viiid-:it , omder hetwtik tent xtktrt 
Jilaan Of «en' gegeeveii Dag en Tyd gelegen s^, — 
Eene Ster te viitden , welke Qp een' gegteyen tyd im 
demsehden FerticMUti Boog mtt eeite zekere Plmats 
van ons gelegen is. — ^a D» Boogte te vinden bo- 
9en den Horifon van een zeker pont des Hemels > 
dat met eene zekere plaats tveriinkomt. — Wy 
vereeaigen met opzet deze drie ProMenia'st omdat 
wat tot verklaring derzclve te zeggen was door 
ons S 360 tot 365 gezegd is , ea \vy nu maar 
IBOecen laatooiien hoc dezelvcn op de Globe van 
Adams opgelost moetea worden. — Zodra 
wy 7 van den Zwaan, op de hy het vorige Pro- 
hlema veiklaardc wyze als in den Meridiaan van 
CibraJiar , en naby derzelver Zinith (laande op 
den gcgeeven tyd hebben lecren kennen , zyn wy 
inllaat , -daar 'er juist op deze plaats geen Ster 
gi^vonden wordt, met een potlood cene lüp op de 
Globe te gcevcn , welke ons het juiste punt des 
Hemels zal aanwyzen , onder het» welke op den ge- 
geeven tyd Gibraltar zal gelegen zyn; zetten wy - 
nu de Uemei-CMe weder op 5 uuren 35' , en 
brengen wy den Ferticaaiy in 't Zenith vastge- 




VAAR DE CbNSfltVCTIB VAN AdAMS. 349 

467. XLIII Problema. Me de plüatfen te yin^ 
den^ welken op yerfchillende tyden dezelvde Ster in 
haar Zenith heiben, — Men zoekt de DécHnatie 
der gegeeven Ster , houd een pennetje aan den 
Meridiaan der Aard-Giobe op de gegeeven Decli* 
natie, en draait de Globe rond , dan zullen alle 
die plaatfen onder de punt van het pennetje door- 
gaan, welken op verfchillcnde tyden deze Ster in 
haar Zenith hebben. 

468. XLIV Problema. De Aseenpo relta en 
DccUnatie der Zon op een* gegeeven Dag te vin* 
den. — Men zoekt hi den Almanak den graad 
der Ecliptica, in welken de Zon op dien dag (laat, 
en brengt denzelven graad aan den Meridiaan der 
Hemel 'Globe, dan zal ook tegelyk met dcnzelvea 
de graad van de Ascenfio reSta der Zon aan den 
Meridiaan zyn, terwyl het getal graaden op den 
Meridiaan tusichen den Equator eu Ecliptica de 
'jDeclinatie der Zo» zyn zal., 

469. De oplosfing van hét XLV Problema, 
ïs volmaakt dezelvde als wy die § 369 hebben op- 
gegeeven. 

470. XLVI Problema. Den tjd te rinde^t 
van den doorgang eener Ster door den Meridiaan. — 
Men brengt den graad der Ecliptica , in welken de 
Zon op den gegeeven Dag ftaat , aan den Mert9 
diaan der Hemel - Globe ^ zet den Uurwyzer op ia 
uuren en brengt vervulgends de Ster aan deu 
Meridiaan, dan zal ons deUurwyzer den gevraag- 
den tyd van den doorgang der gegeeven Ster doot 
dcü' Meridiaan aanwyzcn ; voorts kan men ook 
het gezegde , S 374 5 ^^'^^ beproeven , en men zal 

de» 



I 



3S» GuKutf DS4 Hemm»W AamhGmpbit 

dszielvde ii|tkoiii£tefi oapsagna , inm^t JVen 
BMar in *t ^g houd cUe mea 09 d^^C'.jC^W* 
Ttn de £<m Cpttkmde ,. altoos dèa gcw4 ■ v4lK 
Bdiptieë bedoelt y iu wdkeiii de £«n op dieo ^ 
fliut. 

471. Het zo even gezeftde ü ubt ncneDde ^ 
nl OWD oek het volgende XUVII Prom^ma » 
•m dtn Pfd yan den daorgê»g dotr de» MtridituiB 
van het ï*. punt van jSriei tt.vinden,' geBUkkdyt 
fcutmen «plosfen. 

47a. XL VIII Froblbua, Tt vinden hot loMt 
Èet il op zekere plaats * wanneer etne bekende Ster 
4enê bepaalde hoogte bereikt heeft. — Men Helt 
'de Hemel- Globe op de Poolshoogte der plaats, 
hnnp. den graad der Zon voor den gegeeveo da^ 
san den Meridiaan ^zH den Uurwyzer op lauurea^ 
fchroeft den ferticMl 'm 't Zenith vast, en dtaiüt 
de Globe tot dat de gegeeven Ster aan den f^tr^ 
ticaal, beoosten of bcwesten den Meridiaattf öea 
gevraagden graad vïia hoogte unwyst. 

473, Ten op2kht< van het pinden der Lepgte 
eetier plaats door Sterrekundige waarnemingen ^ 
waarvan vfy 'm het XLIX Proilema Tpfricen , 
Itunnen wy bier niet meer byvoegen : bet daar- 




HAAk im, CamTKocra yae Amms* 3gf^ 



475. Lu PnoBLSMA* Den. off and ie 
$usfchen twee gegeepen pl(uafem. *«— Het begin 
der S 387 geeft genoegsaamdeoplpsling van dit 
Froblema , op elke Globe » \veike< ook ; voort» 
moet men de gemaakte aanmerking ,. S 388, ook 
hier in acht neemen. 

476. Omtrent den jfnguluf Pefiiionh^ of het 
LUI Problema , hebben wy ook hier niets by 
te voegen. 

477. LiV Probluca. De Rechte ^ Schume^ 
en Paralelle Spheer deor middel der. Gloien te ver* 
toenen. — Wy , zooden » vag de Globen vjw 
Adams gebruik makende» by voorkeur tot do 
oplosling van dit PreUema de Hemd-* Globe vep« 
kiezen ; ftelt men de beide Poolen van dezelyc 
in den Hmpm » dan vertoont men by de osh 
wenteling der Globe alle de verfchynrelen det 
Rechte Spheer; plaatst men die op eene zekere 
Poolsfaoc^e , dan verkrygt men eene Schuine Spheer ;• 
en plaatst men emdelyk den As der Globe te lood ^ 
zoo dat de Equator met den Horifon coincideere , 
dan zal men de vcrrcbynzelen , die by eeue Para^. 
lette Spheer plaats hebben» gemakkelyk kunnen 
verklasu-eti: zie § 39 en volgende. 

478. LV PrOsleMA* Die twee dagen te wr»*. 
itn , ap welken de Zon loedfytiig zal zyn boven ze^ 
kere Ptaat't , tusfcken ds Keerkringen. — Mea 
zoeke eerst welke de Breedte zy der gegeevöi 
plaats , voorts draaijc men de Globe , tot dat di^ 
Ecliptica , die op de Globe getrokken is,; ^ezett 
zelvden graad van Breedte op den algemeeneia Aft- 
Tidiatm Ifayd^ en «oekt.eiadelyk WjBlke.jp^rg i% 

\ den 



55^ Gebruik Dsa Hbmbl* en Aabjo-Globen 

deii Almanak met den graad der Ecliptica over- 
eenkomt. Daar 'er nu altoos twee graadea 

der EcUptica zyn zullen , welken denzeivden graad 
van Breedte fnydcn , zoo zullen 'er ook twee 
. dagen des Jaars zyn , op welken de Zon loodly« 
Tïig boven de plaats , tusfchen de Keerkringen go 
kgen , ftaan zal. — Voorts herleeze men hier 
het flot van $ 397 en volgende. 

479. hVl Problema. Te vinden de Lengte 
yan den kortjien en langften Dag , op eene be* 
paalde Breedte. — — Daar de langfte dag voor 
alle Noordelyke Landen plaats 'beeft , op den ai 
Juny, plaatst men de jiard'- Globe zoo in haar* 
lloel , dat de 21 Juny van de verdeeling > welke 
op deachterzyde des Meridiaans gevonden wordt ^ 
den Breeden rand net fuydc , brengt vervolgends 
' den gegeeven graad, N. Breedte van den eerften 
Meridiaan^ welke geheel in graaden verdeeld is» 
aan de Breeden rand ^ ter linkerzydc des Merh 
diaans^ en zet de Uurwyzcr op 12 uuren, draait 
vervolgends de Globe tot dezelvde graad, aan de 
Techterhand des Meridiaam , den Breeden rand 
fnyde , wanneer de Uurwyzer het Uur, 't welk 
de Lengte van den Dag uitdrukt , zal aanwy* 
^cn. — Vraagt men naar den kortjien dag voor 
eene gegeeven iV. Breedte^ dan moet de ai De- 
cember aan den Breeden rand gebragt worden ; 
en wordt 'er van Z. breedte gcfproken, dan valt 
de langfie dag op den ai December, en d(L kort-- 
fie op den ai Juny. 

480. LVII PrOblema. Te vinden de Breedte 
wn tene Plaats > alwaar de Langfte D0g van 

eenc 



f 



KAAR D£ Constructie van Adai^is* 353 

tene gegeeven lengte is ; by voorbeeld van 18 
uuren. — - Is de plaats op eene iV. Breedte ge» 
legen, dan fielt men de Globe ^ dat de 21 Juiiy 
den Breeden rand fnyde^ brengt den beweegbaaren 
Meridiaan aan den algemeenen Meridiaan ^ zet de 
Uunvyzer op ia uuren , en draait de Globe tot 
de Uunvyzer 9 uuren aamvyst , en ziet vervol- 
gens welke graad van den beweegbaaren Meridiaan 
door den Bresden rand gefneden wordt ^ welke 
de gezochte graad van Breedte zyii zal. 

481. LVin Problbma. Die twee Dagen te 
vinden^ op welken de Zon op een gegeevfn Uur op 
eene zekere Plaats opgaat; by voorb* te Parys 
ten 5 uuren. Breng Parj^s aan den algemeenen 
Meridiaan^ zet den UuFvi^zer op ia uuren, eH 
draai de Globe terug , tot dat de Uunvyzer 5 
uuren voordennxiddag aanwyst ; beweeg vervol- 
gends de Globe in den ftoel , tot dat Parys door 
den Breeden rand gefneden word, en dan zal de 
Breede rand juist die twee Dagen op den achter* 
kant des Meridiaans fnyden , op welken de Zon 
te Parys ten 5 uuren opgaat, 

48a. . LIX Proble^üia. De Jscenfio reSa van 
V midden des Hemels voor • een* zekeren Dag en 
Uur te vinden. — Hier toe behoort men eigen* 
lyk de Hemel- Globe te gebruiken. — Men ftelt 
de Globe op de Poolshoogte der Plaats , brengt 
den graad der Ecliptica aan den Meridiaan , Jn 
welken dé Zon op dion Dag ftaat, zet den Uur* 
wyzer op 12 uureil , en draait de Globe, tot 
dat dezelve het gegeeven Uur aanwyst : dan zal 
tok te gelyk die graad des E^uators aan deji. 

Z M€- 



'i . . 



S54 Gebruik der IIembl- bn Aaro<jlobbn 

Meridiaan zyn, welke voor dien tyd de Ascenfiê 
reSa vau het midden des HemeLs zyn zal. 

483. LX Problema. Te vinden hoe laat het 
is te Parys , wanneer men op den 9 September 
de hoogte der Zon aldaar voormiddag heeft waar'» 
genomen te zyn 30 graaden» — Ook dit Problema 

behoort tot de Hemel- Globe. Men plaatst 

ten dien einde de Globe op de Poolshoogte van 
Parys , draait de Globe tot dat de gmad der 
Ecliptica^ m welke de Zon op den 9 September 
ftaat , aan den Meridiaan is , zet den Uurwyzer op 
ia Uuren , fchrocft den Ferticaal in 't 2^ith vast, 
en draait de Globe terug tot dat de reeds ge- 
melde graad der Ecliptica den £0'. graad op den 
Verticaal fnyd , wanneer de Uurwyzer 9 uuren 
15' voor het gezochte uur zal aanwyzen. 

484* LXI Problema. Den Tyd te vinden y 
dat de Zon een zeker Azimuth moet. hebben , op 

ter^ gegeeven Dag en Plaats. De Globe op 

de Poolshoogte der Plaats , en den Uurwyzer 
voor den gegeeven Dag gefield hebbende , be- 
weegt men de Globe en Verticaal , die in 't 
Ztfiith moet vastgefchroefd zyn , tot dat, de graad 
der Ecliptica , in welken de Zon dien Dag ftaat , 
den ^ft/c<w/ fnydende , deze laatfte op den Breeden 
rand^ welke nu Horifon is , den gegeeven graad 
van het j4zimuth aanwyze. 

485. LXII Problema. De Declinatie der Zon 
gegeeven zynde te zyn 15^ Noordelyk , te vinden 
de Lengte der Zon in de Ecliptica 9 en den Dag 
yan V Jaar. — Men draait de Globe , tot dat 
de Ecliptica den 15e graad N. Declitiatie op den 



MAAR D£ CONSTRUCTIX VAN AdAMS. ^jf 

Jlfcridiaan fnyde, en de graad der Ecliptica^ welko 
met denzelven overeenkomt, zal tegelyk aan den 
Meridiaan zyn , tervvyl men den voor denzelven 
overeenkomftigen Dag in den Almanak vindt, in 
't oog houdende of de gcgeeven Dag vóór of ng 
den at Juny zyn moet. 

486. Omtrent het LXIU PaoBLEMA hebben 
\vy niets nad'^r aantemerken, 

487. De oplosüng van het LXIV Probi^eica 
is even dezelve als $ 410* • 

488. De (land der Ecliptica boven onzen Horir^ 
fon wordt even op dezelvde wyze gevonden, ais 
^^y $ 414» gez^d hebben , in 't oog houdende 
dat men hier den graad der Ecliptica , in den« 
welken de Zon op den gegceven Dag (laat , aan 
den Meridiaan moet brengen om den Uurwyzer 
te regelen, en alzoo wordt het LXV Probi^ema 
opgelost, 

489. LXVI Problema. Wanneer men V avonds 
eene of andere heldere Ster aan 4en Sterrenhemel 
ziet fchitteren , door middel \der (^Hemel) Glbbe ta 
vinden^ tot welk gefiernte deze behoort. — Men 
plaatst de Globe voor de Plaats, den Dag en het 
Uur , fchroeft den Ferticaal in het Zenith vast , 
fielt denzelven op 't Azimuth der Ster , en zoekt 
welke der op de Hemel-Globe afgeteekende Sterreii 
met den gegeeven graad van hoogte overeenkomt. 

490. Over het LXVII Problema hebben wy 
hier ook niets naders te zeggen ; het geen wy 
^ar.vtn te voren gezegd hebben , $ 417 , voldoet 
•0]^ hier ; en wat het vinden van den tyd des 



556 Gebruik dik Hbmbl- Bii,AAft»<{Honir 

doorgangs Óet Maan door den JfmdÏMii betreft» 
dit is reeds uit tiet gezegde, S 454, daiddjfc, 
tetwi'l lüt bet geen over bet veilclüi nn Uur* 
telling, S 424 en volg., gctegd is, men faec ver- 
fchil vaa tyd op deze Globe moet ifldden , dat 
de Aiaa» te Jrckangel eerda door den èini^aam 
gut dan te Amfltidam, 

491. LXVIII Problema. 71 tttntm htl gnofe 
mat, dar de SeuwHen Ar NMrdtr- PttllMt^en 

va» da Maan trekken htmnen. Wanneer 

men de Hemel-Globe fielt op eene Poolshoogte 
van 70 a 75 graaden , en de Lengte der Zon^ 
even als in % 430, verondoilelt te zfn 9 Tee>- 
kens , en dus het ie. punt van Capricorniat aan 
den Meridiaan brengt, *t welk in (ht geval oniler 
den Hmfen zal zyn, en, de Globe nu ftll laatcn- 
de ftaan, acht geert op den fhnd der Ecliptica 
boven den Horifon, dan ziet men , dat dezelve 
op 4c graaden afihnds van bet i«. punt van 
Capricomitts reeds aan den Horifon komt ; en , 
by het ronddraaijen der Globe , du de Maan f 
eenen afTland van 40 graaden van de Zen bereikt 
hebbende, reeds boven den Hotifon komt, en dus 
opgnnt , wanneer zy 3 dagen oud is , op 90» 




\ 



NAAR DE Constructie van Adams. 357 

by 't rond draaijen der Globe in 't geheel niet 
onder den Horijin daalen , en verkrygen dus de^ 
zelvde Conclujie als % 420. 

49a. IrXIX Problbma. Uurtn en Minuten 
tyds te brengen tot Grasden en Minuten van den 
Equator 4 of Graaden en Minuten van den Equa» 
tor te brengen tot Uuren en Minuten tyds. — — 
Dit kan men mede zeer gemakkelyk door middel 
dezer Globe doen , wyl de Equator derzelve , zoo 
wel de verdeeling in Graaden als in Uuren be- 
vat , en dus de overbrenging zeer gemakkelyk en 
even dezelve is, als wy^S 421, getoond hebben ; 
met dit al moet men bierby in 't oog houden , 
dat de verdeelingen in graaden en die in uuren op 
den Equatoi^ onzer nieuwe Aard -Globe niet van 
het zelve punt begipncn , en men dus de XII van 
de verdeeling der uuren aan den Meridiaan moet 
brengen , en op de 360^ den Uurwyzer (lellen ; wil 
men dan Uuren in Graaden veranderen , dan heeft 
men maar het gegeeven Uur aan den Meridiaan te 
brengen, en de gezochte en daar mede overeen- 
komende graad zal door den Uurwyzer aange* 
wezen worden ; en moet men Graaden in Uuren 
veranderen, dan brenge men den gegeeven Graad 
•nder den Uurwyzer , en het gezochte Uuf^ zal aan 
Aen Meridiaan zyn. 



3 3 BL HOOFD 



3gS Gebruik der 



w^mm 



ÏÏL HOOFDSTUK. 

Gbbruiic der Spsug^RA Armillaris* 

$ 495. De kennis van het Gebruik der Spk^erd 
^rmWarh rust veelal op het gebruik der Globe 
fcelve ; ondertusfchen daar de Spheer meestal in- 
gericht is , om den betrekkelyken (land 'van de 
Cirkels , van dewelken men zich in de Sterrekunde 
bedient, te leeren kennen, en het in dezelve ge- 
plantfte Aard-Glohetje doorgaans klein is, kaïl 
dezelve niet van een zoo uitgeflrekt gebruik als 
de Globe zyn ; doorgaands gebruikt men dezelve 
om eenige ^/g-^wf^n^Problemas met dezelve optelos- 
fen , als daar zyn het 0/>- en Ondergaan der Zon 
en Maan , de verwisfeling der Saifotnen , het langen 
tn korten der dagen ^ enz. 

494. Wy hebben , % St6ï^!i66 , twee vcrfchil* 
lende foortcn van Spheercn bcfchrcvcn, welken o^ 
Plaat XI,Fig. 46 en 47, worden afgebeeld : die. 
Welke Fig. 46, is afgebeeld, is gcfchikt om de 
iraare beweging der Aarde aftebeelden , en die in 
Fig. 47 , om de fcJiynbaare beweging des Hemelt 
ons te vertoonen;. de in Fig. 46, afgebeelde 
Spheer , welke ingericht is naar de waare bewe- 
ging, heeft dezelve inrichting als onze nieuw ge^ 
tonflnseerde Aard - Globe ^ alleenlyk zyn de beide 
Xcüikringen en PêBkirktk dan dezelve bygevoegd ^ 

et 



V 



Sph/sra Armillaris. 



iS9 



en de Horifon^ welke op onze jfard- Globe maat 
een Cirkel is , word hier door eene v/akie kope^ 
ren Plaat verbeeld, welke het Aardbolletje om* 
geeft, em om hetzelve beweegbaar is ; deze ko- 
peren Plaat verbeeld ons dus hoe het vlak van 
onxen Horifon zich tot de vaste Sterreu , of 
den voor ons zigtbaaren hollen kloot des He- 
mels , welke door de Cirkels der Spheer verbeeld 
wórdt , uitftrekt , by het ronddraaijen der Aar- 
de verfchillendc gedeelten van den Sterrenhemel 
fnyd , en voor ons doet zigtbaar of onzsgtbaar 
worden, (doet opgaan of ondergaan^; draalt men 
dus het Aardglobetje , door middel van het knop- 
je G , om , dan ziet men dezen verwisfclenden (land 
des Horifons zeer duidelyk. 

495. Wil men den tyd van den Op- of Onder^ 
gang der Zon , by voorbeeld , door middel dezer 
Spheer zoeken , dan plaatst men den Horifon op 
de Breedte der Plaats , 't geen men doet door 
middel van een* halven Cirkel , welke in graaden 
verdeeld , en aan den Horifon vastgeklonken is ; 
deze V Cirkel verbeeld den Meridiaan , en wan- 
neer men dus den graad van dezen Meridiaan aan 
de N. Pool brengt , welke gclyk is aan den graad 
van Breedte der Plaats , zoo komt die plaats in 
't Zenith van den Horifon^ en de Horifon is ge* 
fteld op de Poolshoogte der Plaats ; dit gedaan 
hebbende, ftelt men de Artificieele Zon^ op den 
f raad der Ecliptica , in welken de Zon dien dag 
Haat , draait de Globe tot dat de Zon aan den 
Meridiaau zy , dat is tot dat eene rechte lyn van 

Z4 df 



9&> 



GBBaUtK 0EI. 



de Artificieelc Zon 9 tot bet middcnpimt van het 
Aard-Globetji getrokken » den Mmdiëan (de ^ 
Cirkel van welke "^y 200 even fpraken> fnydt^ 
plaatst den Uurwyzer op is uuren , • es brengt 
vervol^ends de Zon aan den Ooster Horifon , dat 
is 9 draait de jlard^ Globe tot dat de Artificioeh 
ZféU bet gedeelte des Horifins fnyde , alwaar Oost 
gegraveerd ilaat ; dan zü de Uurwyzer het uur 
van den Opgang der Zên aantoonen^ even gelyk 
hy het uur van den Ondergang der Zon zal aan* 
wyzen, wanneer men deJZbjy aan den fFesterHort» 
fin brengt. 

496. Om den O/- of Ondergang der Maan op 
deze Spheer te vinden , gaat men op dezetvde wy» 
2e te werk , ftelt eerst den Hors/on op de Pools- 
hoogte der Plaats , en den Uurwyzer gdyk met 'den 
dag, en brengt vervolgends het Maantje 9 't wdk 
eerst op den graad der Ecliptica gefield moet wor- 
den 9 in denwelkèn de Maan dien dag is , aan den 
Ooster of Wester Morifin , om den O/- of Onder- 
gang der Maan te vinden* 

497. Wil men deze Spheer als een Tellurium 
gebruiken , dan plaat(è men dezelve 9 gelyk wy 
$445, gezegd hebben, op eene Tafel, in 'c mid. 
den van dewelke men eene Kaars gefield heeft , 
en bewege de ^eer rondom dezelve , zoo , dat 
de As F G der Aarde beflendig naar het zelvde 
punt gericht blyft , en men zal op die wyze 
het zelvde nut als van de Globe 'er van kunnen 
trekken , terwyl men om de afTcheiding van het 
verlichte en iuistere gedeelte der Aarde naauw^ 

keil* 



SpHiERA ArMILLARIS. ^/Sl 

keuriger te bepaalen , zich van den Horifon kan 
bedienen , wanneer men denzelven perpendiculair 
met den vinger vast houd, en de Globe by liet 
knopje G in denzelven doet omdraaijen , alle de 
landen der Aarde beurtelings in het licht en in 
de fchaduw doet treeden , en door middel des 
Uurwyzers het verfchil van de lengte der dagen, 
in 't algemeen kan aamvyzen ; ten opzichte van 
de plaatzing des Horifons in dit geval , moe- 
ten wy nog aanmerken , dat wanneer men den- 
zelven in het vlak van den Cirkel* AF CM A, 
welke de Colure der Zonneftanden is , houdt , men 
den Rand des Breedte-Cirkels voor de beide dagen 
der Nachteveningen vertoont , $ 308 9 en dus ge- 
makkelyk aantoonen kan dat Dag en ^acht op 
deze beide Dagen over de geheele Aarde even 
lang zyn ; terwyl men , den Horifon met het vlak 
van de Colure der Zonneftanden in een rechten 
hoek plaatfende , den ftand des Breedte - Cirkels 
voor de beide Dagen der Zonneftanden heeft , 
S 444 , en ziet hoe , de Zon gefield zynde in 
6p te liaan » <)e N. Pool beftendig Dag en de 
Zuid -Pool beftendig Nacht heeft; gelyk men op 
deze wyze, het gezegde, J 300, in acht nemen- 
de, voor èlken Dag de verlichting der jtarde 
door de Zon vertoonen kan. 

498. Ht^Spheer^ welke gefchikt is voor de 
fckynbaare beweging des Hemels , en welke Fig, 47 , 
wordt afgebeeld, wordt op dezelvde wyze als de 
HemehGlobe gebruikt ; om dezelve dus op de 
Poolshoogte van eene zekere plaats te fiellen , be- 
weegt men die zoodanig in deszelfs doel , P S R , 

Z 1 dat 



^tSa GEBR.UIK DBH 

dat de graad van de Breedte der Plaatt de Hirf- 
Jon P S R in P fnydc , en dus de boog O P gelyk 
zy aan^de Breedte der Plaats ; nu draaije men het 
^ard^Globetje dat de plaats juist boven kome , zoo 
dat eeiie lyn van het Zenith der Spheer , door der- 
«elver Centrum getrokken , die plaats juist fnyde , 
ftclt den Horifon^ (de vlakke koperen Plaat,) die 
de Globe omrmgt volgens , J 495 , mede op de 
Poolshoogte der plaats , en deze valt nu in *t 
zelfde vlak met den Horifon P SR; en nu de Spheer 
omdraaijende , terwyl het Aard-Glohetje met des- 
zelfs Horifon blyft liaan , geeft ons dit het dui- 
delykfte denkbeeld van de Conflruftic der Hemel" 
Globe; de Spheer zelve verbeeld de Hemel • Globe ^ 
het Aard-Globetje ^ met deszelfs Horifon ^it bin- 
nen iu de Hemel • Globe veronderftelde Jlard^ 
Globe ^ en wy zien nu hoe de Horifon PSR, die 
de Spheer^ gelyk ook de Hemel- Globe ^ omringt, 
wezenlyk in 't zelvde vlak valt met den Horifon 
der Aard - Globe , die men zich altoos moet voor- 
ftellen binnen in denzelven geplaatst te zyn; ge- 
lyk ook de algemeene Meridiaan^ ORQPO, in 
welken de Spheer zich beweegt, in 't zelvde vlak 
valt met den beweegbaaren Meridiaan j die de Aard^ 
Globe onmiddelyk omringt, § 205. 

499, Gebruiken wy nu beiden de Spheeren^ 
om het zelvde Voordel optelosfen, dan zien wy 
hoe fchynbaare en waare beweging,' hoewel een 
▼erfchillende werking veronderftellende, echter de- 
zclvde uitkomst geeven , en het gebruik van eenen 
iiweegbaaren Horifon j die veel gemaks verfchaft, 

zal 



SPHi&RA ArMILLAILIS* ^fS^^ 

eal ons gemakkelyker en be vatbaarder worden^ 
daar wy zien dat de uitkom Hen door denzclveti 
voortgebragt dezelvde zyn , als of wy een* vasten 
Horifony die altoos zynen waterpasftn ftand be- 
houd,, gebruikten. 



IV. HOOFDSTUK. 

•De Toepassing van deKlootschb 
Driehoeksmeting op de Sterre- 
kunde gemakkelyk gemaakt, 
door het gebruik der 

G L O B £ N. 

$ 500. Zoo dra {men in het vak der Sterrekun- 
de zyne oefeningen verder wil voortzetten , i^ 
men verpligt tot de berekeningen zyne toevlugt té 
nemen ; van alle Sterrekundige Voordellen , welken 
men met ecnigen graad van naauwkeurigheid wil 
oplosfen , moeten de uitkomften door berekening 
gevonden worden 9 daar geene Globe naauwkcurig 
genoeg kan gerekend worden , om ais dan voldoende 
te zyn : het is voornamelyk de Khotfche Driehoeh^ 
meting , welke ons hiertoe de hand moet leenen ; 
deze te kennen is dus noodzakelyk voor elk , die 
eenige verdere vordtringen in deze verheven irc- 
tenfchap maken wil ; dan , dezelve kennende , moer 
men die oók op de Sterrekunde weeten toetepas* 
ièn , dat is, men moet weeten "w^Bbt hoekea eai 

Cir. 



■% . 



384 Gebruik dbr Globkn 

Cirkels men gebruiken moet om het algemeene 
Toorftel der klootfche driehoekmeting op het meer 
byzondere Sterrekundige voorjfel toetepasfen, door 
welke Cirkels dezelve gevormd wordt, enz. 

501. Het is hierin dat ons de Globe van zeer 
veel nut kan zyn ; want , inderdaad , alle de oplos • 
iingen op de Globe zyn oplosfingen van klootfche 
Driehoeken y en wy willen dus in dit Hoofdstuk» 
door de herhaling en ontwikkelbg van eenige der 
te voren opgegeeven Problemd's^ eenige Handlei- 
ding geeven , hoe de klootfche driehoekmeting op de 
Sterrekunde toetepasfen. Wy hebben , $ 13 en 
volgende , reeds eenige algemeerie denkbeelden van 
de klootfche Driehoeken gegeeven , welkeq te ber- 
leezen alhier van nut kan zyn. — Voorts on- 
derllellen wy nu, in dit Horfdftukj dat men zoo 
veel kundigheid hebbe in het gebruik der Globen , 
naar welke wyze dan ook ingericht,, dat men de 
ten voorbeelde optegeeven Fóorftellen op de Globe 
weete optelosfen , en dezelve daartoe weete t« 
flellen. 



I. 



R S T E L. 



Den tyd te vinden van de Opgang en Onder* 
U e^'fg yan eenig Hemellicht , op eene ge- 
geeven Breedte. 

501. Wy maken met opzet dit Voordel zo© 
tlgemeen mogelyk om het op alle Hemelfche Lig- 
chaamen te kunnen toepasfen. — Wanneer men de 
Globe , volgends de $ 1294 of 433 , op de Pools. 

hoogte 



IN DE KLOOTSCHB DrIBHO£RSM£TING« ^fig^ 

hoogte der Plaats gefield, en het Hemellicht aan 
den Horifon gebragt heeft , fchroe ve men den Fer^ 
iicaal in 't Zensth vast , en brenge den DeclinMtie^ 
Cirkel op de Ster, en den Fersicaal mede op de 
Ster; dan maken deze beide met den Meridiaan 
een' driehoek P Z S , Fig. 48 , welke de driehoek 
is , dien men voor dit geval moet oplosfen ; de 
zyde Z S van denzelven is gelyk 90^ , want de af- 
fland van een Hemellicht tot het Zenith is by 
derzelver O/h of Ondergang = 90^ 2 dit behoeft 
geen betoog ; de zyde P S is gelyk de aflland van 
het Hemellicht tot de P$ol^ die boven den Hori^ 
fon verheven is ; is de Declinatse van het Hemel« 
Jicht Noordeijk , en de Breedte ook Noordelyk , 
dan is de zyde P S gelyk het Compliment der De* 
cVmatie , en dus Scherp ; doch is de Declinatie 
Zuidelyk , en de Breedte der plaats Noordelyk ^ 
, dan is de zyde P S gelyk 90^ pius. de Declinatie^ 
en dus Stomp; en de zyde PZ is de afftand van 
de Pool tot het Zenith , en dus gelyk aan 't 0?w 
pliment der Breedte , derhalve altyd Scherp ; wy 
hebben dus in den driehoek PZS alle de drie zy« 
de bekend, en moeten de hoegrootheid van den 
hoek S P Z zoeken ; want , daar de Declinatie^ 
Cirkel PS met den Meridiaiin PZ coincideert als 
het Hemellicht S in den Meridiaan is , en de tyd 
van den Opgang van een Hemellicht afhangt van 
den tyd , welke \x verloopt tusfchen deszelfs 
Opgang en doorgang door den Meridiaan 200 
hangt deze dus af van de hoegrootheid van den 
hoek SPZ: hoe grooter deze hoek is, hoe 
verder bet Hemellicht van den Meridiaan ycrwy^» 

derif 



j^. GBKRUIK DBA GL»afeic 

dcrd is » en deze hoek is altoos de grooth wta- 
neer het HemeJUcht in den fkrifin Ihut» on* 
Aat de xyde ZS beftendig gejyk 9c<> ii, — ^ 
X)exe boek nu is JlMip , wanneer de zyde PS 
y&iw^ is , du is, wanneer de DKliaaih No^4^ 
Ijk (voor onze Nourdelyke gevresteo) is ; zy is 
9Kht all de zyde P S recAf is , dat ii , wanneer 
&et Hemellicht geen DecHnsti* heeft , eo fcherp 
VBDneer de zyde PS ftomp is, dat is wanneer de 
Deeffnstu Zuidelyk- is ; deze hoelc nu word wet- 
fcelyk oi^elost by het oplosfen van dit Problema 
op de Globe: kent men denzelven dan brengt men 
dien in tyd over, trekt hem ven den tyd des e/oor* 
gMgt door den Meridiaan af, om den Opgang, 
of telt hem daarby op , om den Ondergang van 
cec Hemellicht te vinden. — Deze hoek SP Z, 
wrordt Uurhoek genaamt , en is gelyt aan de » 
Dagboos van het Hemellicht, S So* 

n. VOORSTBL. 

Dt AmplitHdo van eenig HemeUicht tt vinden. 

Tot ile nplosfins van dit ProUsma ivordt 




IN DB Klootsche Djiieiioekbibting. 367 

gelyk aan het Compliment van dezen hoek ; is deze 
hoek rechi , dan is de Amplitudo o , want dan 
gaat het Hemcllicht net in *t Oosten op , of in 
*t Westen onder ; is eindclyk deze hoek flomp , 
dan is de Amplitudo gelyk aan dezen hoek viinus 
90^ , dat is , gelyk aan het fupplement van dezen 
koek. 

in. Voorstel. 

Te vinden welke de Lengte zy eensr plaats op 

e ene ge ge even Breedte , op welke de Zon op 

een* zekeren Dag te gelyk opgaat met eene 

andere plaats op eene gcgeeven Lengte 

en Breedte gelegen. 

By voorbeeld : Op welke Lengte op de 

Paralel van 40^ gaat de Zon op den 5 

May te gelyk op als te Amfteldam ? 

504. Men (lelt hier toe de Globe, even als 
voor het XIV Problema, in het K en II. Hoofd- 
ftuk van dit Boek, en brengt den Declinatie-Cirkcl 
aan de Artificieele Zon^ dat is, (lelt den zei ven op 
de Ascenfio reüa der Zony indien de N. I^^ol bui* 
ten het verlichte gedeelte der Aarde gelegen is, 
of op de Ascenfio re&a der Zon plus 180^ zo de 
Pool binnen het verlichte deel gelegen is , zo 
men namelyk van onze nieuwe Conftructjc der 
Globe gebruik maakt; dan, indien men van die 
van Adams gebruik maakt, is de algemeene Me^ 
ridiaan in dit geval Declinatiê^Citkei^ dan be^fr 



$68 Gebruik der. CloArm 

men twee Driehoeken : P B D , Fig. 49. welke ge- 
vormd wordt door den Meridiaan PD der plaait 
D op 40^ Breedte gelegen , door B P of den Decli^ 
natie 'Cirkel der Zon voor dien dag, en door de 
boog B D , welke de Breedte - Cirkel is ; en de 
Driehoek B C P , gevormd door den Meridiaan van 
jlmfteldam PC, (^want P is^e Noord-Pool,) door 
den Declinat ie • Cirkel PB, en door den Breedte^ 
Cirkel BC; — in den eerfien Driehoek is bekend 
de hoek P B D , welke recht is , de zyde PB, 
gelyk aan de Declinatie der Zon ^ en P D , gelyk 
aan 't Compliment van de Breedte der plaats D, 
in ons voorbeeld gelyk 50^, en de hoek, welke 
gegee ven is , is de hoek B P D , welken xsétxi weder 
op den Equator der Globe meten kan, — In den 
tweeden Driehoek is bekend B P , die aan bddc 
de Driehoeken gemeen is , PC, gelyk aan \ 
Compliment der Breedte van Amfieldam , en de hoek 
PBC recht ^ de gegceven hoek is de hoek BPC— 
I-Iebbende nu den hoek BPD en den hoek BPC 
bekend, kan men den hoek CPD in den Driehoek 
CPD gemakkelyk vinden ; want deze is gelyk 
aan den hoek BPD, min den hoek BPC, en het 
is juist deze hoek CPD, welken wy zoeken , het 
verfchil namelyk der Lengte van de beide plaat- 
fen ; voorts moet men hier opmerken , dat , zo de 
Pool P in het verlichte gedeelte der Aarde gelegen 
is , dat is , zo de Declinatie der Zon Noordelyk is , 
de Plaats D ten Oosten van de Plaats C gelegen is , 
doch zo di€ Declinatie Zuidelyk is, is de Plaats D ten 
fTesten van de Plaats C gelegen. — De bePchou- 
wing der Globe zelve zal dit duidelyker maaken. 



09 DB KlOOTSCHB .P^nHOBUMSTING. 4|(^ 



IV. V O Ó 1^ 9 T E té 



• . • ' « • • • 



De Brtedtê der Pkais — de Diclinatiê ^ > 
Zen r* en de Hoogte dfir Zon gegeevea .«.^ 
zyiKé^ — V^iisiéi^hetUurymdenDag. 

- 505* Ten eitide -den driehoek te leeren kennen ^ 
Wélken men , om dit /^cw/f/Z-optelosfen , nodig heeft , 
aftelt men de Globe even al» voor het XXUI Pro* 
blema, $ 3^3 en volgende , doch brengt daaren- 
boven ook den Declinatie^Cirkel x)p den graad 
der Zon voor den gegeeven Dag : dan heefc mes 
•den driehoek PZS , Fig^48 , welke gemaakt wordt 
door den Meridiaan der Plaats P Z , den Declinatie^ 
Cirkel dQT Zon PS, en. den Fetticaal ZS; de zydc 
•PZ is dus weder gelyk aan het Compliment van 
de Breedte der Plaats; PS is gelyk .^an het Com^ 
.pliment yan.de Declinatie der Zon of aan den af^^ 
fiand der Zon van de Pool^ en de zyde Z S gelyk 
aan V Compliment van de hoogte der Zon of aan 
den affland der Zon van V Zenith; de zyde PS is 
fikerp , wanneer de Declinatie der Zon Noordelyk 
is, en ftomp^ wanneer die Declinatie Zuidelyk is^ 
en de zyde ZS.is zliydi fcherp ; de drie zyden vaa 
dezen driehoek zyu dus bekend; de hoek, weljj^ 
hier gezocht moet worden , is de Uurhoek S P Z : 
deze kan nooit Homp zyn , wanneer de zyde P S 
ftomp is , dat is wanneer de Declinatie der Zon 
Zuidelyk is , omdat de Zon dan nooit tusfchen 't 
Noorden en Oosten , of tusfchen 't Noorden en 
IFesten ftaan kan ; doch wanneer de zyde P S 

Aa fcherp 



fcherp is 9 kan de Uurhoek SPZ Jiherff tifiof^ 
zyn: men moet éxi alsdan uit dé omftandighedüi 
%ireeten optemaken, en zo al niet, dan moet men 
ook JnaH boek S ZP berd^enèn; ial de boek SPZ 
0omf ^yn 9 dan moet dt bode SZP fcherp zyn ; 
deze ktfi ondertosrcben niet fiherp zyn » wanneer 
de Zon eene groo^e boogte bereikt heeft, wyl ze 
dan te naby den Meridisam fiaat; docb is de boelc 
SZf ftomp^ dan is ook de bode SPZ zeer zg* 
lüsr fibêfp; beeft man dezen hoek gevonden, da» 
trekt men denzelven , zodra men de graaden , dié 
dezelve bevat, in Muren veranderd beeft» van x% 
Quien af, zo het voordenmiddag is , om bet. Uur 
van den Dag te vinden ; is de hoogte der Zom 
nadenmidd;^ gemeten, dan geeft de boegroodietd 
van dezen hoek het Uur zelven* 

506. Voor de vattt Sterren kan dit Voorfid me^i 
de dienen ; alleen moet men dan mistar het Uur 
van den doorgang der Ster door den Meridiaam 
zoeken, om den tyd daarnaar te kunnen berekenen ^ 
dat is , men moet de grootheid van den hoek 
SPZ, in tyd veranderd , by den tyd van den^door? 
gnng der Ster door den Meridiaan iyteUen , indien 
die Ster reeds door den Meridiaan gegaan is, of 
van denzelven aftrekken , indien die Ster nog niea 
door den Meridiaan gegaan is. 



V. Voor. 



V. V O O «. • T 1 i* 

Oegeeven syndet De Brudêe ê» PbMi. «m 

dê Dedinatie der Zon fm em imadvew 

Jzimulh «^ te vinden lm Uuffou 

di» Dage 

507* De oplosfing van dit Vooiftd roBt op^ df 
oplosfiog van denzeivdeu Driehoek, waarvan wy ia 
bet even voorgaande Voordel gefproken hebben) 
aUeenlyk wordt nu de hoek PZS , wdke de 
boek van het Azimuth is 9 als bekend veronder«p 
field , daar de zyde Z S onbekend is , en men moet 
denzelvden hoek SPZ als in het vorige Foorftel 
zoeken ; wy hebben dus hier niets meer by te 
voegen , daar het uit het te voren gezegde ge- 
noegzaam blykr, hoe mea dezen Drielioek op de 
Globe vinden kan. 

VI. V o o R a T E L. 

Ve Dedinatie en ^scenfie retta der Zm g^ 
geeven zynde, derzelyet Lengte te vinden. 

508. Hiertoe heeft jnen den Driehoek ABC^ 
Fig. 50, optelosièn : in denzelven is AB de Efua^ 
ter 9 gelyk aan den afRand der Zm» tot het naastte 
Xfnchtevenhigspunt ; BC wx Declinatfe^Cirkti^ 
l^lyk de gegeeven Dtclinatie i de hoek ABG 
fvdüf ; en de zyde AC de Ecliptica j de g> 
socbte zyd^^ deze zyde gevondep hfbbtnde^ 

Aaa tod 






kent men den affland der Zo» van l«et naaste 
Nachtevêèngspunt op de EcUpiiea j en dös derzd- 
ver Lengte. •» Men kan ook op dezelvde wyze, 
wtoneer «en dengcaid dea Equatert kent, dlelii 
den 'MeriéÜman ftaitt , ' den, graad d^ EcUpticm 
vinden , die in dèn MefUitmn tegdyk met deiv- 
zelven ftaat ; want in dat geval is B C de Merim 
diaan.^ Was dit Voorftel omgekeerd, de Lengte 
gegeeven. en werd de Dectinatiè ói dicinfie r^m. 
gezocht, dan moest men :gebnilk maaktn vaa isen 
hoek CAB , . die gelyk ^3!^ is > en mèn heeft 
idan weder drie bekende , ééne asyde A C , en twee 
hoeken CAB en CBA, welke laatfie akodt 
reda is* 

Vn.. VOORSTEI^ 



. Ten,aïkn tyde den hoek té vindeéi wdkem ie 
EcBptka met den Meridiaan maait* 

509* .Hiertoe zoekt men eerst den graad des 
Equators^ welke op het gegeeven tydfHp in den 
Meridiaan is, $ 406, 48is (*>, vcrvolgends den 

graad 

(•) WÜ men dezen graad door bcrcckenlng vinden , dan gat 
wen op de volgende wyzc te werk: Men zoekt de* ]^/r#ji># 
nam der Z9n voor den gegeeven dag, trekke deielve af vm 
ZCo'^f verandere dit overfctaot in tyd, *c welk het uur van dea 
doorgang van het iê« punt van Arits door den J^UridiaMm zal zyn; 
Toons trekke men dit uur af van het gegeeven uur , wanneer 
liet gegeeven uur isaitr h^ en dit ovérTchot wederom hi gFÊÊh 
ém veranderd zynde , zal deze de graad zyn» die ia den Mtrh 
^iës» fiaat ; dtn zo het gegeeven Uur wêtgtr is dan de i^r- 
fMf Vaa liet te. punt na Jln'it éooi öea i^#rWM« ','möéc 



IN Dl^.KiQOTSCItt^PlUKHpWttaTINQ. JJ^ 

• 

jraadckr Sdifaics^ókm^t (i}en2;el ven overeenkomt , 
4508, en lost daarna denDriebpék P Z 3 » Fig«, 48!, 
jop: in dezen Driehoek is P.dePpol derfl^^r^A/, 2 
'de Pool Aix Eglipticê ^ en. S de griaad der Ecliptica^ 
die in den Meridiaan ftaat \ 9Z is de colure der 
rZonneftanden ^ en dus is PZ gelyk aan de afllau* 
den der beide Poolen ^ gelyk SL^l^i PS is de Me^ 
ridiaan » en .dus gelyk aan den aflland van den ge- 
vonden ^aad der Ecliptica van de Pool , gelyk 
het Compliment der Dtclinatie^ zo die Noordelyk 
is , en dus jn dit geval fcherf; o{ gelyk aan 90^ 
plas de Declinaticj zo die Zuidelyk is, en dus in 
dat ^^ytdX fiomp;, tervvyUZS .een Breedte pinkel 
is , gelyk 90^ ; de hoek , welke gezocht moet wor- 
den , is den hoek ZSP, welke de Breedte Cirkel 
met den Meridiaan maakt; deze bekend hebbende » 
kent men ook den boek 9 dien de Ecliptica inet den 
J^exidi^an m vkt , want laat AD, Fig. 48 , At Eclips 
, tica zyn ^ dan'is de hoek P S A , ^ien At Ecliptica mtt 
den Meridiaan maakt , g^lyV de' hoek Z S A minus 
^en hoek Z S*? ; nu is de hoek Z S A recht • en dus 
. is de. hoek P § A £elyk het Compliment van de hoek 
2SPi deze i^pejk nu, welken de Ecliptica met den 

' . Meri* 

'ihtt -ce^fcevtn tob mm het «ur vtn den doorgang vn An'êf 

«^^{etrakkca j^oi^en m en bet overfchot in graaden veranderd 

Forden , welke gevonden graad daa niet de Asanfi* rtetm van 

liet midden det Hemels zelven li , maar het fypphmtnt dairran . 

'iJOi men moet denaetven dos van sdo** afbekken O wannéér men 

.«ftCT :4oor*de2e berekening voor den doofgaiig van Arkt metr 

jifn 2a uuieii iu tyd verkrygi^ moet mco de Ai^9mft,r9iim der 

Zr» voor den voorgaandcn Dag neemen, omdat hler^nk blvkt. 

>d*t het Ic funt .Tan ArUi ra midderaacht door dein JBifUiêsm 

pau: ■■;> 

Aas 



^7» ÓnSlltOTlf tVk GrOrttM 

MeriJtaèn tnUkt ^ïÈ/ckêfp lan de OosfzjiB èe^Meri^ 
'aiiianff Gn )r#ii^' ftin 'dèsiftlfa tPistzyde^ winneet 
'een der ftimmenêe Têekent in den Meridiaan is ; 
'Aothftomp aan de OffsnjÜe tnfcherp aan de /i^i^ 
;eyi/^ 9 Avanneer een der "daalende Teekens aan den 
'Mertdiadn is; is de hoek, dien de£e//>/f)^iimet den 
'Mtrt^aan maakt , /^A«ij^ , dan is het de hoek PSA » 
dien men zoekt; doch is hy fiomp^ dan is hdC 
'iden hoek PSB, dlta men eigenlyk zoekt. 

VnL V o o R 8 TE té 

Gegeeven zynde r De Sfe&die der Plaats » — • 

de JDeclin'atie en Ascenfie re&a etner. Ster ^- 

te vinden , weïie ^aad- van de Eclipticê 

$egehik met jdezeJfe aan den Hèrifin is* 

510* Dit Voordel kan men niet 'dooreenen n^ 
kelen Driehoek oplosfen : wy moeten hiertoe eertt 
weeten welke graad des Eguators *er aaft den 
Meridiaan is , als de gegeeven Ster aan deii He^ 
rifon is , en dezen gevonden hebbende , vcrvolgendt 
den graad der Ecliptica zoeken , welke* *er aan dén 
Horifon is , als de gevonden graad des Equatert 
«an den Mwdïêan is , het maakt hier ègter 
een verfchil in fommige 'gevallen of men vraagt 
naar den graad der Ecliptica , welke tegelyk met de 
Ster aan den Oè%ter of Wetter Harifin h , dan of 
men vraagt naar den graad der Ecliptica^ welke p 
wanneer de Ster aan Adn Oester' Horijbn is, te gé» 
lyk aan den ÏFester Horifon is , of omgekeerd ; 
wy zullen dus van beiden een voorbeeld geeven. 

5ti« 



2N Dx booncias DRigBoiKniiTmcu 's^ 

SXI* h. FoarbtM: gefield dat 'èr gevraagd 
^.ordc naar dep graad der Bdipüca^ welke te fjb^ 
)yk met een zekere Ster aan deo Ooit ir cf Wèstir 
Horifan is| ];]!an heeft mea eerst in den Drieboék 
PZSy Fig.: 48, PZ gdyk het Compttmenf ^an ie 
^ree^ der Phat$,.PS gdyk de affiand der S^ 
pün dê (boven den Horifon verheven) Pbol^ en 
2S gelyk 90% waarvan men moet zoeken den hoek 
ZP S ; dezea gevonden hebbende , en van de jÊt^ 
unfio rees der Ster afgetrokken zynde, verkrygt 
men den graad dtsJSfustors die aan den Meridiaan 
is 9 indien de Ster aan den Oester fforf/en veroii* 
de^l^Id wordt te ftaan; of indien de Ster aan deii 
iPetter Jlorifin M^U moet de hoek ZPS by dé 
Ascenfio re&a der Ster bygetdd worden , om deb 
^raad vani den Eguater te verkrygen , dié in 'den 
jileridiaan ftaat ^ deze gevonden zynde , htefk men 
weder ^z«8.verfchiUeade gevallen, welken acht vetw 
fchiliende..4rielioe^en ter optoafing geven. 

if. Kan het. gebeuren » dat het naaste Nacht» 
ifveningspunt ,9 dat, «is het Nachtevenixfgspnnt, *t 
welk het naast aan de Ster Haat, het Nachteve* 
ningspunt van de Lenie of het Nkchtevelüiigs- 
poQt van y zy t 

d«. kan het zyn 9 dat het naaste Nachtevei» 
»uigspunt het Nachteveningspnnt van de Hètftt 

.Voor het ecrite geval is Fig. 53 en 54 gefchikti 

^yoor het tweede geval is. Fig, 51 en 5a gefchikr* 

jtt «Kan het xyn» dat» het Nac^teveiiingspont 

«aa.V het njmte. zynde, dit Nachtevenuigsimnt 

Aa 4 aan 



32^ ' QEfnU,üiK DBS. CrLOt^lir 

aan .deielvde zydé ièrMBri'diaans met de Aser 
.2y,.dat is'ten OArJM.van denzeiveti; wanneer dé 
.Ster aan den Oosier Hérifitt ftaat ^ wannéér mea 
don Driebojek ABC,' Fig. 54, of teii fPèsten^ A% 
^e. Ster- aan defi* JVeitêf Hori/bn cfUat , wanneer 
men den Driehoek' AG'H » Fig. :53-9 nkoet oplosfen. 
. . 4c% Kan bet:plaats hébben, dat het Nacbteve^ 
•DH^gspunt' van. £s bet naaste zyndc, dit Nacht* 
.eyeuidgspunt. zzjX .de^elvde zyde das* Meridiaam 
^et. dd Ster -zy, dat is .ten Ootnn van denzelven^ 
wanneer- ds Ster- suin dcu Oouer Horiftn , wter 
.voNor de Driiphoek A B C , Fig. 51 , of ten fFei^ 
ten,, ^\s ' de . Ster aan. den ff^ester Ihrifon ftaat» 
waar voor de Pciehoek AGH , Fjg. S^t go- 
fchikt is. . .V . ; ' 

15e.; Kan h^t gebeuren^ dat, het Nachterehhig»» 
punt v^a V het naaste zynde ,' dit Nftchteve» 
jiii^spunt ;aan de andere zydc iits Meridluam met 
de Ster .zy ^ ?dat is ten 09stên , wanneer de Ster 
iian den Wcster, Horifon ftaat, Of ten Westen^ 
fvanneer de Ster aan den Ooüer Hot-ifon ftaat; 
la welk geval deDriehoek AGH, Fig. 54, moet 
opgelost wprden^; als de Ster aan den JFes^er 
Ilorifün ftaat, en de Driehoek ABC', Fig. 53» 
als de Ster aan denOoi/fir Uorifon ftaat* 

6e, Kan het zyn, diat, het Nachtevehingspunt 
van £s het naaste zynde, dit Nachteveningspunt 
aan dcaudcre zyde des Meridiaans met de Ster 
zy , dat is ten Ooiten ,^ wanneer de Ster aan den 
JVcster Hêrifin ftaat,, of ten W^tun^ wanneer de 
Ster aan dop Ooiter H^rifin ftaa| , wanneer dé 

Drie*. 



SK DE KlOOTSCHI DUEHOBKUStmo. 'g^f 

«Driehoek AGH^ Fig; gi , moec opgelost #w* 

den, als de Skt aan den fi^efter Uorifon Üaatvt 

*eft de Driehoek ABC, Fig. 52, als de Ster aan 

den OMer Hovifon is.'' : . : 

ïn alle de^evierFiguuren is HAB AtEquator^^ 

HBC de Hartfom — GAC.de EcUpticu -- DE 

de Meridiaan — B hec Oosten en H het ^ei/«« 

en in alle de achi Driehoeken is de hoek C A B 

•of HAG 'dé' hoek 9 dien ét. Ecliptica met den 

Equator maakt , wirike bekend is ; het verrchil is 

' énkel in den hoekTlB C , of GH A : deze is fikitp 

in dé Drielióekéïi ABC, Fig; 51 en 5a, en HQAf» 

^i?* 53 <^n^49 en dus gelyk aan den hoek, dioi 

de Equator met den Horifon maakt, en derhalvie 

gelyk 't Complimettt vm ■ Breedte ; doc(i fiomp in 

ée Driehoeken AGH,.^Fig. 51 en ^a, en ABC, 

Pis* 53 P» 54Ï ^ dus- gelyk 't Supplement van 

étïi boek A B C , iii Fig* 5 r en 5a , gelyk de Breedte 

'$elpe plus 9^^ ; de zyèe A B wordt in den Drie- 

hoA 'ABC, Fig. 5t , aldus gevonden : FB 

is de boog dies Equators Tm den Meridiaan tot 

den Horifon , welke altoos rgelyk 90^ \s\ hier nu 

afgetrokken de boeg FA, die gelyk is aan den af* 

ftand van her ndatu Nachteyeningspunt van den 

Meridiaan j blyft AB over; laat ons veronderftei- 

•len, dat de graad, welke op het gegceven oogen* 

t>lik in den Meridiaan ftond, de i6oe graad was, 

dan 20U de boog FA ao® moeten zyn , (want 

het Nachteyeningspunt van éh heeft 180^ Ascenpo 

teSUti) en de zyde AB zou dus 70^ moeten zytf ; 

in ddi Driehoek ABC, Fig. 52, moet de boog 

Aaj AF 



378 GxBKirJJt J>8Jt <?xouji : 

AF by doi boog FB bygetdd worden ^ «t 

dos, ia dit geval onderflelkiide dat de ooo^ grud 

aia den MmJiMsm was^ sou AF weder m^ 

zyn , eo dus de zyde AB gelyk iio graaden.; 

10' de Dnehoeken ABC» Fig.54,eii AGH,Fig. 

5^ CR 53 9 wordt de zyde AB en AH even op 

op dezdvde wyze gevonden, als de zyde AB 

in den Driehoek ABC^Fig. n» ^ ïn de Drie* 

hoeken AGH, Fig. 51 en 54, en ABC, Fig. sa» 

wordt de xyde AH en Aftop dezelvde wyze 

gevonden » als de zyde AB in dm Driehoek ABC » 

Pig. 5^; de zyde AB is dns fiherp in Fig. 51 

en ƒ4 9 doch ftmf in Fig. 5» en 53 ; zoo is 

ook AH fdierp in Fig. sa en 53 « doch ftmp 

m Fig. 51 en f4; derhalve hebben wy in de 

Driehoeken ABC, Fig. 51 9 5^» SS ^ 54» la- 
kend de zyde A B , en de beide boeken CA B en 
ABC, en moeten de xyde AC zoeken: deze ge* 
T.-tndcn hebbende , is het Voorftel opgelpst; want 
danr het puot A een der Nachfevtmngtpwtnn ^ 
is kan men ook weldra . de lengte van het punt C 
virid<:n ; iii Fig. 51 , is A het Nachtewmngspunt 
van ïG: , en beeft dus 6 Teekcns lengte , en is 
AC gelyk 56^, dan is de Jengtc van Iictpqnt C 
gelyk 7« a6^ ; om dczeWdc reden , hebben wy. 
ouk in den Driehoek AGH,Fig. 51^ 5a, 53 en 
54, bekend de zyde AH en de bejde boeken 
G H A en G A H , en rcoetcn de zyde A G zoeken. 
51a. II f^oorkeeid: Wanneer 'er gevraagd wordt, 
welke graad van de Ecliptica 'er aan den Ooster 
Horifon is , als 'er eene zekei? geg^even Swr aan 

den 



4isn Wêsttr Horifon 19 ; of omgekeerd ^ welke 
•graiid vm de Ecliptica *er aan den Wister Hdri« 
Hm is 9 als de gegeeven Ster aan den O^x/^ Ho» 
jrifon is f verlengt men in den Driehoek ABC» 
Tig. 51 bjr voorb. (nadat men den graad der Equa^ 
Ut gezocht heeft, welke *er op het zelfde tydllip 
aan den MerHiaém is, 3 de zyden BA tot in H« 
de zyde BC totjn G, «n de zydc C A tot inG; en 
dan is de Driehoek G AH htt fitppkment van den 
-Driehoek BA C; de zyde GA is dus htifuppU^ 
mens van dê zyde CA; en de zyde AH het 
'fuppUment van de zyde A B ; en de zyde G M 
geiyk de zyde BC; de hoek GAH.gelyk de 
hoek CAB, gelyk At Jtkmmheid der Eclipticai 
«n de hoek AH G, gelyk het fupplement van den 
hoek ABC , dus ia Fig. 51 :en 521 , gelyk de 
Breedte der Phtas plus 96^, en In Figi 53 en s^ 9 
gelyk het compliment tan die Breedte ; dé zyde 
'AH kan weder gevonden worden , wanneer men 
Hechts weet wdke graad van den Equator *er in 
-P aan dmlkkridlaan is , en of het Nackteveningt^ 
fm$t A' dat vAi V of éh sy» en of het zelve 
tan dezdvde zféle des Meridiamtt met de hi den 
'Herifin veroAderRetde Ster zy, waartoe men uit 
*deze vier Fig« dié moet nemen , welke op zyn 
gevtf toepasCUyfc is ; ftaat het naaste Nackteveningt* 
'punt aan dezdvde zyde van den Meridiaan \ 
ém is de tfdt AH /Icmp ; maar ftaat het 
tfaèhUpenimgspimt aan de andere zyde des Aferi^ 
diaéni'9 ** >« de zyde HA fckerp; zoo is ook 
In dezeivde gevaUen de-zyde AG, we!ke mcu 

zoekt , 



-X' V'.o ■••■■»■,• *' K^ t." •"> 

, " ."•■..-. 1 

éëhoêi^i^iamamtukvt FenicMl-MÊi dm ' 
MsridtMéÊÈ mmk$ «*-— iü i* 4t Dmg êmkof 

. M Jhclifunie vêm aOê iSStmtm ji 
swfit#ii i$$ di$» FtrHud ftoêu. 

• • ■ I 

515. Men zoekt eerst den grttd des Equamt^ 
welke cq;> het gegeven oogenblik in. den tiiiri* 
Maan (laat , f 509 , en moef dan den Dridioek 
PZrS, Pig. 489 oploafen; in denzelven is P Z je- 
9yk aan bet complimeitt van Ja Braadta Ar Ptasitp 
en de hoek PZS gelyk aan den gegeven kodkj 
dien de Verticaal met den Meridiaan ma^t? dese 
beiden syn ftandvastig ; al bet overige in deseii 
Driehoek is veranderiyk ; want zoekt men ^ by 
voorbeeld , de jtscenfio reHa en Deühatie van 
eene Ster^ die {p? hoogte heeft 9 dan is de zyde 
Z S gelyk 80^ ; is de hoogte der Ster scP , dan 
is dp zyde ZS gdyk 70^ enz. Men bepaak: 
dus eerst M^elke boogte de Ster heeft 9 wier Af 
cenfio reSa en DeeUnath men zoeken wil ; deze 
geeft ons de grootte van de zyde ZS 9 die altoos 
fcherp\%^ en men vindt daardoor de zyde PS9 welke 
fiwip oïfcherp zyn kan, als de hoek PZS ftomp 
SS 9 doch alleen Jiherp is« als de hoek PZS 
fcherp is; .is de zyde l^S fckerp^ dan is de Ak 
elinatie der Ster gelyk 't compHment van de zyde 
PS QÏ^oerdefyk)^ en is de zyde VSftomp^ dan 
Is de Decünatie der Ster gelyk PS minus 90^ 



\ V 



IH SB SUMTSCHff DrI1H0B£MK^NO« ^ 

ilüiijefyk)i faètft mtn P$ gevonckn, dih soèkt 

inèti ook den hoek SPZ; (hiai na de Pirikad 

%S tea Om/m dei JkUrêdiaam^ dan telt kien deit 

hoek SPZ by, by den graad dis E^u4f$rs^ ditf 

in den Meriiimm ftaac i én men bekomt' dé ^ 

r^/tf r^dtf der Ster ; doch (laat die Fmitaal ten 

^x/é;iy de!» Meri^amts , dan moet dezelve van den 

graad des Eqmaan^ die In den Sttridiaan ftaatt 

ifgetrokkeü #ordèn ; isoekt men op deze wyzd 

dé DecHmnie en Asctnfior re&a op eiken graad vaii 

Ao^é, zoo vindt meü alle dè Sterren, valken in 

éita rehicèal Vtk$Xi. 

i 

XI. VOiiR#TEt. 

Gcgèèven zyhde : De Ascenjio re&a tn 2)ès 

cUnatie van twse Sterren , welketi op 'hét 

zelfde oogenblik in denzsifden Firti^ 

' iaa! waargenomen zyn — te vin^ 

den: de Breedte der Plaats^ 

5T($. laiat Zf !Fig. 5tf, hét ir^VA, P de 
Poo/f A de meest verheven en B de laagfte Ster 
zyn ; dan is A P dè afltapd Van de eene Ster tot 
de Pool, BP de afllahd van de tweede Ster tot 
<le Pool, en de hoek APB het verTchil van de 
^scénfio réSa der beide 'Sterren ; men koekt ^nu 
in den Driehoek APB den hoek PBA; \irafl« 
éeermcn, en dit wórdt, tot de oplosQng van 
dit Problema , vereischt met de meest mogélyka 
liaauwkeurigheid gerchicd te 2^n , den hoek PZ A» 
of het Jzimuth der beide Sterren^ heeft ivaargen(M 

men. 



IN DE Klootschb Driehobksmeting. 3^ 

van de Pool^ en zoekt nu den hoek ZPB: dezen 
gevonden hebbende , en denzelven by de Ascenjio 
recta der Ster B bytellende, indien de Ster ten Wes- 
ten des Meridiaans (laat, verkrygt men den graad ' 
des Eguatpn , die in den Meridiaan ftaat ; of den 
hoek ZPB van de^ Ascenpo reSa der Ster B 
aftrekkende , indien die Ster ten Oosten des Afm- 
diaam ftaat , verkrygt men weder den graad des 
Equators , die in den Meridiaan is ; en dezen gevon* 
den hebbende, kan men zeer gemakkelyk het Uur 
vhoe Iaat het is berekenen , gelyk wy in 't vol-* 
gende voorbeeld zullen aantoonen. ^ 

XIII ^Voorstel. 

Ten allen tyde den graad des Equators , welke , 

in de Meridiaan flaat , door berekening te 

vinden , of deze gegeeven zynde het 

Uur hoe laat het is te vinden^ 

519. Wy hebben in de Noot bl. 37a reeds 
gezegd, hoe men den graad des Equators^ welke 
in den Meridiaan flaat , ten allen tyde kan vinden , 
doch wil(en thans, om het menigvuldig gebruik 
van dit Voorftel, door eenige voorbeelden het- 
zelve nog duidelyker trachten te maaken. 

I. Voorbeeld: IVeike graad van den Equator ftaat 
V op den xa November ^ des avonds ten 10 uuren ^ 
in 'den Meridiaanl 

' Mfen zoeke de Ascenjio reSta der Zon^ voor denf 
ia' November, $ 368, welke is . aoS^ 'i^ 
en trekt deze af van • .• gdo 



B b wan 



^€8 Gebruik des. Globem 

of 6 uuren a' *s avonds voor den tyd wanneer de 
dS5e graad aan de^ Meridiaan is ; 

of 

van si2S'^ 

trekt jnen af de 4scenfio reöa der Zon 144 30' 



rest 90^ 30' 
welken , in tyd veranderd zynde , geven 6 uuren a^ 
voor dea tyd dat de 935^ graad op den 15 Aug. 
aan den Meridiaan Haat. 



V. HOOFDSTUK- 

Gebruik der Globen in de Zon- 
newyzerskunde. 

5^0. De Gnomons 9 of Zonnewyzers 9 waren de 
oudfteTydwyzers, welken men gebruikte; al vroeg 
bezigde men de Lengte van de Middagfchaduwe 
der Pyramiden om de hoogte der Zon te bcreke^ 
ren , en den tyd wanneer dit IJemelIicht in den 
Meridiaan flond te beilemmen; de berekening van 
de hoogte der Z?«, uit de ]engtc der fchaduwe 
van een' perpendiculair ftaande ftok, ^u^t op eenc 
eenvouwdige oplosling van oenen rechtlynigcn drie- 
hoek 9 waarvan de édnc lioek aan de brtfis reche 
is, wiens bafis gelyk de lengte der fchaJuwe is^ 
en de andere rechtshockszyde gelyk de hoogte van 
den (lok ; de hoek , welken de Ilypotenufa met de 
. Bafis maakt , en die eigenlyk gezocht moet wor- 
den 5 is gelyk aan de hoogte der Zon. 



IN DB ZONNBWYZBRSRUNDE. ^ 

5^1. Even zoo rust ook bet maaken van al- 
lerlei foort van Zonncwyzers , op de Klootfche DrU^ 
hoeksmeeting ^ en liet wordt, na deze aanmerking , 
niet moeijelyk te begrypen, hoe men door mid- 
del der Globen allerlei foort van Zonnewyzers kaïi 
famenftellen ; het grondbeginfel , waarop derzelver 
zamenftel rust, moet egter vooraf , voor wy over- 
gaan om te befchryven, hoe dezelve door middel 
der Globen befchreven kunnen worden , wat nader 
ontwikkeld worden; hiertoe is onze nieuwe Cpn- 
Ilruftie der Aard -Globe byzonder gefchikt. 

52a. Men plaatfe ten dien einde de Globe in 
cenc donkere kamer , welke flechts door ééne 
kaars verlicht wordt , en welkers vlam zoo na mo- 
gelyk met het middenpunt der Globe moet over- 
eenkomen; de Artificieele Zon wordt op den dag 
der Maand geplaatst , C^elké ook , dit doet *er 
niet toe O de DeclinatiC'^ Cirkel Ti'm de Zon ge- 
bragt, en de kaars zoo gefield , dat eenelyn, van 
de kaars tot het middenpunt der Globe getrok- 
ken , de geteekende zyde des DecHnatk -Cirkels 
fnyd ; natuurlyk werpt nu de DecUnatie^ Cirkel 
eene fchaduwe op de Globe , en het is deze fcha- 
duwe, en inzonderheid die van de geteekende zyde 
des Declinatie-Cirkels ^ op welke wy ons oog raoe^ 
ten vestigen ; deze fchaduwe over de Globe gaan- 
de , fnyd ook den Equator derzel vc , en by het 
ronddraaijen der Globe verandert dus ook. deze 
fchaduwe van plaats , fnyd eenen anderen graad vai\ 
den Equator; plaatfen wy nu eens de Globe op 6 
uuren voormiddag , dan zien wy deze fchaduwe 
éien graad van den Equator fnyden, welke op 90^^ 

B b 3 van 



van den Meridiaan der plaats afligt ; 5 uuten 
voor den midchg, dat is des 7 uuren 's morgeas 9Z&\ 
de fchadüwe, 75^ van den Meridiaan afgerekend 
den Equator fnyden , ten 8 uuren de 60^ enz. — » 
dits zal ook weder ten 4 uuren namiddag , want 
d^ (htat met 8 uuren voormiddag geiyk, de fcha** 
dnwe den Equatw- op te^ afftand van den Meri-^ 
diaan fnyde; — ten 5 uuren op 75^ enz, 

5*3. Wanneer vry nu ons verbeelden deze 

uuren op den Equator op de gevonden graaden 

aangeteekend te hebben , ge]yk dezelven werke« 

lyk op den den Equator onzer nieuwe Globe onn 

ringenden Cirkel geteekend zyn, de Globe op de 

Poolshoogte der plaats (lellen (*)^ en dezelve ia 

den Zomefibyn brengende, zoo plaatftn ^ dat de 

Noordpool der Globe juist naar het Noorden ge^ 

keerd zy , dan zal de fchaduwe des Decünati^ 

Cirkels ook het Uur des Dags aanwyzen , wai>i 

neer wy namelyk den DecUnatie^Cirkel m een 

rechte lyn tusfchen de Globe |en de Zon in bren» 

gen , dat is zoo plaatfen dat het vlak des Z)d» 

clhiatie- Cirkels door de Zon gaat; wy züUen 

gclyktydig deze fchaduw van den Declittatie-Cirkel 

op den HorifüH zien fchynen, en dus ook aldaar 

den graad der vcrfchillcnde uuren van den dag 

aanwyzen , waar men denzelven op den Horifon 

zou moeten plaatfen; dan wy zouden, op deze 

wyzc handelende , altoos den Declituitie ^ Cirkel dt 

f OH moeten do^n volgen y en denzelven geduurig 

ver» 

(^) 1d (Ucq zin namelyk aU wy umttcot dp GJobe na iVOMtt 
ï ^33 ^ VCrklwd hcbb.ca.. 



IN DB Z0NNI&Wy29ltKU)fD£« f^ 

iFtvzctten om te kuBnen weeten hoe laat bet ware; 
deze manier dus om den tyd te vinden is inprac* 
tfcsM^ maar geeft ons met dit alles de waare 
wyze aas de hand om den tyd door middel van 
de fcbaduwe der Zon te kunnen weeten« 

504. Wy zagen zoo even 9 dat het vlak van 
den OtcUnatie " Cirkel door de Zon moet gaan ^ 
om het Uur ,op den Equator der G|obe aan t9 
wyzen, en dat wy den DecHnatio - Cirkol de Zon 
oioeten doen volgen ^ om ten alien tyde te kunnen 
weeten hoe Iaat het is ; dus wyst ons dan de 
Hand van het vlak van den DecUnatie ^Cirkel dor 
Zon bet Uur van den Dtg aan ; maar laat ons 
dan de helft der Globe wegnemen , tot op het 
tlak van den Equator^ even gelyk de Globe, Figé ^ 

57 , verbeeld wordt , en op dit vlak alleen den As 
der Globe (jSlooi welke altoos ket Vlak des DecU* 
fiatie-Cirkels been gaat, S ^0 plaatfen, dan zal 
immers de fcbaduwe van dezen As op het vlak van 
den Equator bet Uur aan wyzen , en zie hier een* 
vouwdig den Zonneivyzer; de Uuren , die deze fcba- 
duwe zal aanwyzen op dit vlak, zullen naauwkeu« 
rig overeenkomen met de bovengemeldb graaden, 
en de hoek dus, welken de fcbaduwe der Zon^ 
of liever de boek , welken de gemeene fneede van 
Wide de vlakken (namèntlyk van het vlak van 
den Declinasie-Cirke/j en bet vlak van den Zonn^'- 
wyzer ,) met het vlak des Meridiaans maakt , geeft 
OT8 het punt, op hetwelk wy het begeerde Uur 
moeten plaatfen. — De 57 Fig. diene tot op* 
Iwlderfaig van dit ons gezegde: PNpZ verbeeld 
de Globe , van dewelke men het Noorder gedeelte - 

Bb 4 \tot 






392 Gbbruik DEk Globbn 

tot op het vlak van dcri Equator ZANB hccfir 
weggenomen , zynde alleen de Meridiaan ZPN 
als een bloote Cirkel blyven (laan; CP verbeeld 
den hs der Globe , rechthoekig op het vlak van 
den -ff^t/j/ör ftaande, S de Zon, welke dit vlafc 
verlicht, enDPEp A^w Declinatie-Ciriel der Zon ^ 
welke door het 3e Uur namiddag gaat , tcrwyl de 
fchaduwe van den As C P , welke hier de wyzer 
is, mede op dat uur valt^ de gemeene fneede DE 
der beide vlakken maakt^ dus een* hoek NCE 
met den Meridiaan^ welke hoek het Uur tan- 
wyst. 

515. Deze fchaduwe van den As der Aarde 
kan men zoo, wel op elk ander vlak als op dat 
van den Equator vangen , en' men onderfcheid 
hierna de Zonnewyzers in Equinodtiaale — Hori^ 
fontaale — Vèrticaale — Meridiaan en Polaire 
Zonnewyzers, 

De EquinoÜiaale Zonnew>^zer is die welke op 
het vlak van den Equator befchreven wordt. 

Hort fontaale zyn zulken, welken op een Hori^ 
fontaal vlak befchreven. worden. 

VertieaaU zyn de zoodanigen , welken op elk 
ander vlak befchreven worden; eigenlyk gefproken 
moet dit laatfte vlak perpendiculair op den Horifon 
ftaan ; doch men begrj^pt ook onder dezclven allen 
die , welken op een achter overhangend of voor 
overhangend vlak befchreven worden. 

Meridiaan Zonne%vj^zers worden in het vlak 
van den Meridiaan geplaatst. 

En Pö.Wr Zonnewyzers ftaan rechthoekig op 
den Equator en Meridiaan. 



IN D£ Z0NN£WYZ£RSRUNDB« 393 

Ee^C EquinoRiaale Zonnewyzer te befckrjvtn. 

526. Om dus een' Equimöiaale Zonnqwyzer te 
befchryven , behoeft men , daar de Declinatit^ 
Cirkel rechthoekig op het vlak /van den Equator 
Aaat 9 den Cirkel » welken men op de plank 
trekt , op dewelke men zyn' Zonnewyzer wil be- 
fchryvcn , maar in ti\ gelyke deelen te verdee- 
len, wyl alle de Uurhoekeu even groot zyn, op 
dit vlak een' perpendiculair voor wyzer te plaat* 
fen , en hetzdve juist de helling v<in den Equa^ 
tor met onze Horifon te geeven; dat dit zoo is^ 
dat op eenen Equino&iaalen Zonnewyzer alle de 
Uurhoeken gelyfc zyn, daarvan kan men zich lich- 
tclyk overtuigen ; 'er gaan immers , gelyk wy 
meerroaalen ^ S a34 , gezien hebben , alle uuren 15 
groadcn van den Equator des Hemels door het 
vlak van onzen Meridiaan , indien wy eene bewcc- 
gende Aarde veronderftellen ; of 15^ graaden van 
den Equator der Aarde door het vlak van eiken 
Declinatie - Cirkel j als wy de Aarde ftilftaande 
befchouwen ; en derhalve moeten dus ook alld 
de Uurhoeken van 15? zyn , dat is die van I uur 
nademiddag of XI uur voormiddag van 15® — 
van ir uur namiddag of X uur voormiddag 30® — 
van III uur namiddag of IX uur voormiddag 45® 
enz.; het vlak ANBZ , Fig. 57 ^ verbeeld dus 
in dit geval het vlak van den Zonnc\\7zer , en 
een op hetzelve getrokken Cirkel, in 24 deelen 
gedeeld, geeft ons de plaats voor elk uur. 

517. Dit zelfde grondbeginfel , hetwelk wy zoo 
even verklaarden , geld in allerlei foorten van Zon* 

Bb 5 ne'- 



J9f Gbbrvim dih Globsh 

nervjzets; de boek» welken men te zoeken heeft, 
is altoos de hoek , welken de gemeene fneede van 
het rlak , op hetwelk men den Zoncewyzer ver- 
vaardigt , (het zy hetzelve Hórrfonfaa/ of f^rti^ 
caal of hellende is ,) en het vlak van den Decli" 
natie "Cirkel met den Meri^aan maakt ; wat den 
RürlfbntMkn Zennewyzer betreft, zie men Fig. 58. 
PNpZ ia wederom de Globe, van welke h^ 
bovenfte gedeelte tot op het vkk van den Hori^ 
fin ANBZ i^ weggenoraefi , S de Zon , welke 
dit vlak verlicht, DPEp het vlak van den Decli* 
natie ''Cirkel der Zon ^ D£ de gemeene fneede 
van het vlak van den DecUmatie^Cirkef tn Httri^ 
/bn 9 rni óc hoek N C £ de hoek , welken deze 
gemeene fneede met den Meridiaan PNpZ maakt, 
welke het unr in E aanwyat, op hetwelk ook de 
fchaduwe des viryzers CP valt. 

508. Zoo ziet men ook, in Fig. 59, een' Pirti» 
taaie Zonnewyzer afgebeeld , in denzelven is PNp Z 
wederom de Globe, van welke de eene helft tot 
op het vlak van den Ferticaal ZBNA , op het* 
welIc men den Zonnewyzer befchryven wil , is weg» 
genomen , S de Zon , PEpD het vlak van den 
DecUnatie - Cirkel der Zon , D C E de gemeene 
fneede van dit vlak met het vlak van den F^^ 
ticaal ZBNA, en de hoek ECN, de hoek, 
Avelken deze gemeene fiieedc met het vlak van 
den Meridiaan PZOp maakt, welke het Uur in 
E aanwyst , op hetwelk dan ook de fchaduwe des 
wyzers C p valt ; de wyzer is dus ook hier de As 
der Globe , in de natuur de As der Aarde , of an- 
ders ccne paralellc lyn aan dezen As , doch in dit 

ge- 



geval het gedeekQ van dén As d»t nasr de Z^dpool 
p gaat , daftt bet in de vorige gevallen , en ook 
dan wanneer de Zotinewy^er naar het Noorden 
gekeerd is , het gedeelte van den As is , dat naaf 
den Noordpool P gekeerd is, 

Ilorifintaale Zonnewyzert $e befchrjven^ 

529. Om idus een' Horifontaalen Zotmtivjzer té 
bcfchry ven , trekt men op de plank , op welke men 
den Zonnewj'zer teekericn wil, een* Cirkelden ver- 
deelt die in 360°, even als men* zich den Cirkel 
A N B Z , Fig. 58 , verdeeld moet voorftellen , trekt 
voorts ééne middenlyn Z N op dezelve , welke den 
Meridiaan verbeeld , en begint van dezen Meridiaan 
de tellmg der graaden tot dczelven op de i8o* 
elkander ontmoeten } op dit begin der telling plaatst 
men in N, XII, men plaatst voorts den Horifon der 
Globe op de Breedte det Plaats ; dan nu merke 
men op dat de fchaduwe des wyzers CP altoos 
den Horifon aan de tegenovergeftelde zyde van 
den Declinatie' Cirkel fnyd; om dit duidelyker te 
l>eyatten, moet men in acht neemen, dat DPE de 
ftand van den Declinatie- Cirkel der Zon voorliet 
\^ uur nadenmiddag is , dat de fchaduwe van dezen 
Declinatie- Cirkel ook werkelyk in D op den /A* 
ri/bn zal vallen , doch dat de fchaduwe van den As 
of Wyzer CP in E valt , en het dus de hoek NCE , 
welige door de boog NE gemecten wordt, ei- 
genlyk is dien mta bekend moet hebben, om de 
plaats van het V« uur te wceten , om deze reden 

zou 



'«'..■« 



ir? DE ZONNEWYZERSRUNDB. )gj^ 

BCP recht moet zyn , dat is, dat het vlak vaa 
den Wyzer niet naar de eene zyde meer moet 
overhelen, dan naar de andere. 

Fertkaale Zonnewjzers te befchryveftm 

530. Verticaak Zonnewyzers kunnen rechte ^r- 
ticaale en hellende Ferticaalen zyn ; beiden kunnen 
naar verfchillende ftreeken des Hemels toegekeerd 
ftaan ; wat de eerfte betreft , tot het vervaardigea 
van rechte Fertkaale Zonnewyzers , gebruikt men 
altoos den Ferticaal der Globe ; zet dus den Hori^ 
fon op de Breedte der Plaats , en fchroeft den Fer^ 
tlcaal in 't Zenith vast, voorts moet men weetcu 
welken hoek het vlak des FerticaaU^ op *t welke 
men den Zonnewyzer befchryven wil , met den 
Meridiaan maakt : maakt dit vlak een' rechte hoek 
met den Meridiaan , dan is het een Zonnewyzer 
welke recht tegen 't Noorden of Zuiden gekeerd 
flaat, gelyk de laatfte in Fig. 59 wordt afgebeeld; 
in beide gevallen , plaats men den Ferticaal Z A , 
Fig. 59 9 net op 't Ow/- of Westpunt van den 
Ilorifon , brengt den eerften Meridiaan op 15^ van 
den he^veeghaaren Meridiaan , en ziet welken graad 
dezelve van den Ferticaal fnyd, en brengt dezen 
graad op de volgende wyze over op de plank op 
welke men den Zonnewyzer befchryven wil; men 
trekt op deze plank een* Cirkel, ZBNA, Fig. 59, 
verdeelt denzelven in 360^ , en bepaalt welk punt 
men onder in N, Fig. 59, en welk punt boven 
in Z wil plaatfen; is het nu een Zonnewyzer te- 
gen 't Zuiden^ welken men moet maakcn , dan 

be^ 



/ • 






tegint men de telling vaa 't pmtt N ^ tti tod 
bet een tegen 't Noorden is , van \ punt Z ; yan 
dit punt nu , hetwelk het begin .dö- telling bc* 
paalt, telt men ool^even veel graaden als de Dg^ 
clinatierCirkel op den /^^icm/ fnyd ^ .en .plaatst 
aan de eene .zyde der XU , welke altoos op 't 
begin der telling moet ftaan, XI, ea aan de an- 
dere ayde I ; voorts brengt men den êerfien Meri^ 
diaan op 30^ vin den besveegbaaren MeHdiéutn » eu 
plaatst nu op een gelyk getal gr;aaden als de eirflt 
Meridiaan op den Perticaal &yd X en Q 9 en 
iLQo ook met de overige uuren } op den Zon»e* 
uyzer tegen '/ Zuiden moeten de voardemiddags 
uuven ter rechterhand van de Xll^^en de namid- 
dags uuren ter Hnkerhamfi van XII (laan , waimetf 
namentlyk de plank zoo vdor ons ligt , dat het 
centrum van den op dezelve getrokken Cirkel naar 
ons toeligt. Voor Zonnewyzers tegen 'r Noorden ; 
heeft juist het omgekeerde plaats ; de W'yzcr 
moet n\i met het vlak des Zonne\\7zers een' hoek 
pCN, gelyk aan het CompUmait van de Breedte 
der Plaats , maaken , en voorts recht op het vlak 
ftaan ; hier geld weder de aanmerking , die wy 
S 500 f reeds maakten: de Tchaduw fnyd het vlak 
van onzen Zonnewyzer weder aan de tegenoverge- 
Helde zydc van het punt , waar de eerfte Meridiaan 
den Verticaal der Globe fnyd; het is op de Globe 
cigenlyk de boog ZD, welken men voor het IV® 
uur, by voorbeeld : vindt , doch de hoeken N C E 
en DCZ zyn ftriks hoeken , en dus gelyk ; om 
deze reden komt het 'er niet op aan , dat onze 
Verticaal maar \ Cürkel i5< 



■» 



IN DS ZoNN£WV2SJLS|LIIIIDE. ^ 

Pan het ZuuJen afwykende FhrticM/e Z^nm^ 
ntwjzers ie bejtkryven. 

531. Indien iiet vlak» op betwdk men tGoim 
Zmwwyur befichryvèu wil^ wel FerHcêél is , mar 
niet jpecht tegen 't Zuiden of No9rden fiaat , moet 
laen inauwkeurig den boek kennen ^ welken bet* 
xelve met den Meridiaan ma^ , en op desen ge«^ 
vonden boek den Ferticaal br^g^n ; liat ons en«» 
derftellen dat men een' Zennewyzer tegen het ZmH^ 
Üarten wil maaken^ dsm maakt dit ^ak een' bodt 
rm 4g^ met den Meridiaan ^ waarom men dn» 
den Ferticad in 't Zenith gefchroefd bebbende % 
en den Herifon (^ de Poolsboogte gefteld zynde^ 
den Perticaat aan den Ihrifon op 45** van deit 
Meridiaan af^ en dns in bet Z. W. plaatst « net 
Qp 9^^ afdands van bet punt des Horifims 9 te- 
gen welken de Zonnewyzer moet te ftaan komen; 
deze Zonnewyzer ondertusfchen zal niet den gc«» 
beden dag :Wyzen : hy zal wel alle de miren van 
den voordemiddag , maar niet alle die van den 
nademiddag wyzen ; om nn te weeten boe lang 
deze Zonnewyzer na den middag zal wyzen, 
brengt men de a^ Zuider Declinatiè van den 
Declinatie' Cirkel aan den Ferticaal^ en ziet boe 
^oot de Vurhoek is, (de boek, dien de Dectinatle* 
Cirkel met den Meridiaan van jAyi^^^^m maakt;) 
deze zal in ons geval 49^ zyn , welken , in uuren 
overgebragt zynde, 3 uuren xd' geeven; even na 
3 uuren na den Middag zal dus des Wimers de 
Zon dit vlak v^aaten ^ ^ n zy derhalve van 4 

uuren 



4 



*. 



IN DE ZONNEWVZERSKUKBE. 401 

punt des Horifon in A ; brengt den eerftm Merü 
diaan op 15** aan de JVestzyde des beweegbaaren 
Meridiaans; ziet welke graad van den Ferticaal 
hy , van 't Zenith afgeteld , affnyd , en teekenc 
op gelyken afïland in graaden , van N tot in I ^ 
I Uur; voorts den eerften Meridiaan op 30^ bren- 
gende om het II Uur te .vinden, enz. — Om nu 
op zoodanig een' Zonnewyzer den Wyzer te plaat- 
fen,s moet men , wyl, het vlalc van den Meri^ 
diaan nu met het vlak van den Zonnewyzer geen 
rechten hoek makende, ook de Wyzer op dezet» 
ve niet recht ftaan kan , de lyn kennen , welke 
men de fubjlilaire noemt , en boven welke de Wy- ' 
zer te lood moet te ftaan komen : om deze te vin- 
den, brengt men den eerften Meridiaan ten Oosten 
des beweegbaaren Meridiaans , dat hy den ffori^ 
fon op 45^ , en dus in 't Z. Oosten fnyd ; (deze 
aflland tusfchen den beweegbaaren Meridiaan en 
het punt ^ in 't welk den eerften Meridiaan den 
Horift>n fnyd , moet altoos gelyk zyü aan den 
hoek , welken ons vlak met den Meridiaan maakt ,) 
en ziet nu op welken afiland van het Zenith de 
Ferticaal door den eerften Meridiaan gefneden 
wordt , waarvoor men vindt in ons geval den 
boog Z K , welke gelyk os)\^ is ; op dezen af* 
ftand nu, van 095 van N tot in L geteld, trekt 
men de lyn CL, welke de fubftilaire zyn zal ; 
verder ziet men welke de graad is , op welken 
de Verticaal den eerften Meridiaan fnyd , 't welk 
in dit geval aój is, gelyk de boog PK, 't welk 
de hoek zyn zal, dien de As der Aarde met de 
fubftilaire lyn L C maakt ; nu trekke men eene^ 

Cc lyn. 



lyn» ABj^ Fig. tfif ^vfn lang als CN, tn ftBH 
andere AC » w^ke met de eerde AB 099* W>A 
van fdÜ^ suakt « voorts de pirfiêo4icvb9k$ B C ^ 
dan zal de driehoek ABC de Wyzer zyn, welk# 
Of dcz^flZcMiiiewy^er recbthoekig op CL aioec ge* 
plaatst worden ; moest deze 21onaewyier tegen bet 
tfoord ffcsten ftaan , dim zou alles omgekeesd zyn 3 
by zou dan beginne te Vyzen als deze eind^gt » 
en dus flechts van 's loiddags ten 3 uuien tot 
aan den Ondergang der Zon , doch de Wyzei( 

zou dezelvde gedaante bebpudeiu 

f 

Jickier rf voor overhellende Fer$kmk Z^imewf^ 

zers ie befcbryven. 



533* Ten einde een duidelyl^ denkbeeld te 
ven 9 (^ wat wyze men ook achter- d voor onet^ 
hellende Ferticaale Zonnewyurs^ en die ^veps ook 
nsQr 't Oosten of Westen afwyken , moet maaken ^ 
moeten wy vooraf aanmerken. 1^. Dat wilde men 
de^elven direél door de Globe befcbryven, men, 
bchalven de Cirkels , welken dezelve omringen, nog 
^nen Ipsfeu halven Cirtrel zou moeten hebben , 
welken men op een willekeurig vlak zoude kunnen 
plaatfen; gefteld , men wilde een' Zonnewyzer maa« 
ken , die op eene N. Breedte van 60® teg^n 't Zuiè^ 
Oosten ftond , en oxf acbter overhelde , dan zou 
men, zie de 61 Fig., op étnHorifon FBHE dezen 
iialven Cirkel in D en B moeten vastmaaken , zoo* 
dat de gemeene fneede D B van het vlak van dep 
Borifin , en desx Cirkel met den Meridiaan F H 

ten^ hoek B TH van 45^ maakte , en d«nzdven aoo 

veel 



\ 
i 



IN ¥^9 ZoNK»WY2^Jl3HUHD£ 4^\ 

ved Wff de NoQidppoI P doen overhellen ,^ dat 
de boog ZA op den Fèrfic^l ZAE gelyk ao^ 
was , wanneer men op^de te voren omfchreveu 
wyze de Uureo op dit vlak A B C D zou kifonen 
l^<ph|yvfn; d^ de by voeging van zoèdaBig eeu^ 
i Cjrkel by de Glpbe k^n men misfen, indien men 
b§( volgende in 't oog houdt (♦Jli, — gP. Ds^t een 
Virtkikale Zonnewyzer tegen \ Zuiden gelyk i» 
aan eeo* H(^ifontaaUn , welke befchreven wordt 
yoor eene Breedte^ welke 90^ verfcbilt m^t de 
JBr^e4(f 9 voor welke de f^er(icaale moet befchrevea 
worden: dus is een rcrticofile tegen \ Zuiden j on 
•au&JSr^edte van 60^ N. Sreedfe befchreven worden-» 
de, gelyk aan ttiClkripmMkn vooreeneZ. Breedte 
van 30^ ; doch daar de Zonpewy^ers voor eene 
geijlde BiPt^e 4e*elvcl^p ay^, kan men zich dus 
vergenoegen , eenen Firticaalen voor eene N.Mrecdis 
van 60^ willende befchry ven , eenén Hoxijbntaalm , 
voor eene N. Breedte van 30^ te maakea ; dat dit 
;^Q0 ia 9 blykt uit de 59 Fig* : neemt men daar bet 
Verticoéde xlak Z B N A aan voor Hort fin van eene 
zekere plaats O , 4an zal het Zenüh van dez6 
plaats , juist in den Ibrifin OQR van 't Fèrti» 
c^ale vlak Z^NA vgllisp» en de hoog OZ dus 
^elyk 9Q^ zyn. 



Fer^ 

fcheefhoeklge klootfc^e Drichockéii ^r w^4^t\ ^ Glohpi li^ 
te pas komen , kan men denzelven apait, voor Globen m yer? 
fctÓcnde srootten by de mtgeeven deies bekomcB»' 

Cc Sk 



4Q4 Gebruik oer Globsk 

f^ertjcaak Zonnewjzers door Horifontaalen te 

befchrjyen. 

534* Om diezelvde reden kan men ook f^efti^ 
taak Wyzcrs , welken van het Zuiden naar het 
Odsten of Westen afwyken , door middel van Ho- 
rifontaalen befchryven , het zy dan dat dezelven 
perpendiculair op den Horifon ftaan , of wel op 
denzelven voor- of achter overhellen ; alleen wordt 
hier een verfchil in de Uurtclling, door het van 
het Zuiden afwyken van"^het vlak veroorzaakt , 
geboren , op *t welk men dus behoort acht te 
geeven. Wy zullen eerst aantoonen hoe men een* 
op den Horifon perpendiculairen , doch van het 
Zx/fV^»- afwykende Verticaal^ en vervolgends hoe 
men achter- of vooroverhellende Zonnewyzcrs 
door middel van Horifontaalen befchryven kan. 

535« Wy onderftellen , dat men eenen Zonnewj^ 
zer tegen het Z. Oosten ftaande , op de A^. Breedte 
vati 60^ , door middel van eenén Horifontaalen be- 
fchryven wil : zoo ftelt men eerst de Globe voor 
de Breedte van 60^ , en den btiveegbaaren Meridiaan 
op o^ Lengte, fchroeft den Verticaal m \ Zenlth 
vast^ en brengt denzelven aan den Horifon \n het 
N* Oosten ; dan is deze Verticaal een quart boog 
van den Horifon der Plaats, voor welke de Ho- 
rifontaale zou moeten dienen , en men moet dus 
de Pool van dezen Horifon kennen , om de Lengte 
en Breedte der plaats te bepaalen , voor welke men 
den Horifontaalen zal moeten maaken ; om deze te 
vinden , moet men aanmerken , dat een boog , wet 
ke uit den Horifon (van de Breedte van 60^) 

45' 



IN D£ ZONN£WYZ£RSKUNDE« 4C^ 

45^ van het Zuiden naar bec Oosten door het 
Zenith getrokken wordt , een Ferticaal is van den 
Horifon der te zoeken plaats , omdat deze boog 
xechthoekig ftaat op den Fèrticaal^ zoo als dezelve 
thans ftaat. — a°. Dat dit punt der Aarde , 't geen 
onder deze 45^ graad gelegen is , ook overal even 
verre van d&n yerticaal 9 óio, de Hcrifon der te zoeken 
plaats is, afftaat, en dus de Pool van dezelve is. «— 
Het punt der Globe , 't welk onder dat punt van 
den Horifon gelegen is , 't welk met de gegeeven 
afwyking desl Zofwewyzers overeenkomt, zal dus de 
Plaats zyn , voor welke men den Horifontaalen be- 
fchryven moet; en derhalve , daar wy bepaalden den 
Zonnewyzcr t^g^n het Zuid-OosUn te willen maa- 
ken , zoo zal ook dat punt der Aarde , 't welk 

onder 't Zuid -Oostpunt des Horifons gelegen is, 
het begeerde punt zyn ; 't welk in ons geval ligt 
op de Lengte *Van ^^ , en op de Z. Breedu van 
van 21^; om dit nog duidelyker te bevatten, be* 
fchouwe men Fig* 60: de Cirkel ZBNA is de 
FerticaaljOp welken men den Zonnewyzcr befchry* 
ven wil ; deze ftaat rechthoekig op den Horifon 
D B £ , en om deze reden ftaat ook de Horifon 
DB E rechthoekig op den Verticaal ZBNA, 
en de Pool des Ferticaals ZBNA zal dus in 't 
vlak van dezen Horifon DBE zyn moeten, $ 04, 
dan van A tot in D zyn 45^ , omdat de hoek 
ACD van 45^ verouderfteld wordt; tellende nu 
van D tot in T mede 45^ , zoo zal ADT 90? 
zyn , en 't punt T dus 4e Pool des Verticaah 
ZBNA, welke tegelyk de Horifon der Plaats is, 
▼oor welke men dtnHorifontaêkn befchryvenmoet. 

Cc 3 die 



^oé» GBBRtTÏK DER GLOBETI 

'die gelyk zal zyn aan den Ferficaajen 2BNA; 
brengende nu oj) dit pitat des Mortfbns den eerfien 
M^rhiiitin , zoo zd xmen zien , dat dit jpünt ai* 
Z. Breedte heeft , en 50^ in Lengte verfchHt mefc 
den RléridiaUn PDp , dat ts met den teii^eghaOm 

ren Mefididanm 

53Ö. Öeie Breedte gevonden hel>b'€hde, ftelt 
ineïi dé Globe voorai^ N. Breedte ye^ta ats de^ 
'5:elvé Fig. 63 verbéeH wordt, dan ial P E ge- 
lyk fliS zyn , en bet VlaSc AËBD het X^lak o^ 
Tifetwelk de Zonnewystt moèt befchrévén worden $ 
nu brengt mèn dtn bméh^auren Meridiaan , Wel- 
ke in Fig. 53 door den Cifke! PZpN ver- 
beeld wordt, 50^ beoostên den eerden MdridiaSn 
jPFp zoo, dat de boog f'iE van dèft Eqüdttr 
AQ^/E gelyk 50^ iy; dan is de heweegbiu&e 
iferidhan de Meridiaan derPlJiate , voor welke mcfn 
•den Horifimtaalen Zonneivpét befchryven moet , en 
'de ecrfie Iflerldiaan de 'Méridiadn der Pïaits , 
voor welke men den VerticaaJen miakén wil; op 
Tiet vlak DBËA des ZonrfeU^Ys trekt toen de 
Ijm A B , en tiit het ceifthnn C 'deirzefver <ieA halven 
Cirkel A E B , en vc^dceït dfenzelvrtï in léo*^ , plaat- 
fcnde in E , op 90® afftand vatt van A en fi , de 
XII voor het uur vïn dffn MïAdftg ; nü zie men 
op welken graad van dén )ffdrifdn , van bet Noord- 
punt E dcszelven afteftende , de ehrfte Itferidiaan 
in G den Horifon fnyd , 't welk in onS; geval 24* 
js', en trekt de lyn CG, weTke de fubftilaire zyn 
zal , omdat de hoek E C G de boek is , welken 
de beide Meridiaanen m het vlak van drti Börsfdn 
met elkander maaken ; om im de vCbrdetolddags 

uuren 



IN BB Z0KNSWY2X«.SKÜKDE. J)/^ 

luuren op tlacen Zonnewyter «atateteekenea , t^(m 
men opfaeiten, dot, daar de eerfiv Mètidiium 
jLlitnds ji;o? met den beweegtaaren Meridiaan in 
Léogte TeffcMlt^ en nu voor het XI^ uur 15^ 
Bieeff Ocstmnmis op moet flaian , deze ook 15^ 
nftder aan den ieweegbaarên MieHdlaan moet ge» 
Wagt worden: dus zal voot het XI* uur, de «^ 
fit Mmtbaan in de ririiting Pip te ftaan ko* 
m^ ^ wtinnecar deéelve den thrifin ten Noorden ia 
het punt K^ op 9^ ran het punt O, of de fub^ 
fiHmre eal fiiyden; even veele graaden nu telt men 
vtn fi tot in XI , en teekent daar het Xi« uvr 
aün; venrolgends brengt men den eerfitn Mkrh 
^imm Ufog 15^ laeer tm bék Ooften , dat is op 
no^ afllands van den beweegbaaren Meridiaan 9 ziet 
op hoe veek gtaAdeii van het pimt Gdezelve den 
Horipm A iMder fnyü, telt 3ietaélvde |^al van E 
tot in X 9 en tcekent daar 10 uuren aan, en zoo 
voorts met alle de voonniddlg Uuren, 

537% Oili nu ook de Nmfnidéags uuren op de^ 
z&si Zonnewyzer overteb r fengen , brengt meti den 
terften Meridiaan weder iti eyn' eetfien (land , op 
50^ afftands van den bewèè;gb^aèreÊ$ Mmdiman 4 ea 
na dcnffdven 15^ naar het Wetten hew^eade 4 dat 
18 op ^^ van dea beweegbaaren Meridiaan plaai^ 
fende, feal deeelve den Herifm eigens in L titf^ 
den; deze bo^ GL nu weder vto £ ttaat B ge- 
teld zynde ^ teekent men in I^ I Uur aaa ; ven- 
volg^ids plaatst men den eerfien Mèridhan op 
6&^ «lllaad via den bemegèaorin Mèrididim^ wkü 
weder üip hoe véd graaden vta het pant G dek 
wet^n Mmdhau dea IBHfin üxyA ^ m teetott 

Cc 4 op 



IN D£ ZONN£WTZBRSKUi«D£. 40^^ 

XK)k op het verfchil van Uuitdling acht geeveo^ 
£a denzeiven op de volgende wyze, welke met 
bet in S 535 en 536 gezegde in verband (laat , 
befchryven. 

539» Willende by voorbeeld : op de Breedte van 
60^ een' Zonnewyzer befchryven , welke tegen het 
Zuid «Oosten ftaat, en ücP achter overhelt, zoo 
■plaatst men de Globe op de Poolshoogte van 60^ > 
«n den beweegbaaren Meridiaan , zig Fig. 61 9 op 
o graaden Leogte , en den Verticaal in het Z. Oos^ 
ten in de richting ZI ; nu zoeke men de Lengte 
en Breedte van het punt der Aarde , 't welk met 
de sucj^ graad des Verticaals j zynde bet punt G» 
overeenkomt , waarvoor men vindt 41^^ Lengte 
Oostwaards van den eer/f en Meridiaan af , en 7^ 
Breedte; dit punt G zal de Pool zyn van den Cirkel 
A B C D , welke , volgends J 533 , het vlak is , op het 
welk deze Zonnewyzer moet befchreven worden ; 
hong de Zonnewyzer voor over dan zou dit pun; 
wel in denzelfden Verticaal ^ maar onder den ffo- 
rifon moeten gezocht worden. — - Men plaatfe 
dan de Globe op de Poolshoogte van 7^ Breedte , 
even als dezelve in de 64e Fig. wordt afgebeeld ^ 
en den beweegbaaren Meridiaan 41J beoosten den 
eerfien Meridiaaft^ omdat de gevonden plaats be-' 
oosten de plaats ligt , voor welke men den Zonne- 
wyzer wil maaken , trekke op het vlak, op 't 
welk men den Zonnewyzer maaken wil , weder de 
lyn AB, en den halven Cirkel AEB, en verdeek 
denzeiven als na gewoonte in graaden ; nu zie men 
waar de eerfie Meridiaan PFpG den H^ri/bn 
fnyd y en ttekke uit dit . punt G de lyn C G , wel- 

Cc 5 kc 



lid OÉfth^ÜIlL Ü£ll GlOBEN 

ké de fulfiHakt tyn M ; vocMs gaat üfem 0{^ 
liè^selvtle wyzé te werk alè in hét vaófgiaüde gfr> 

uuren op dit vlak aanteteekenen, en maakt ook 
tenen Wy^er Wtuni^aii de hó* göyk moet «yn 
tfth 7^9 de gevondeü Bftedte vah bet punt G* 

540. Voorts möfet men^ hl het ftellën van nof^ 
x^\ itchter overhangende Zónttewy«:eT9 ^ - nog aaiv 
melken , idat hét xn uür üiet ^ fdjk in de ttcktt 
Pirtitanten in üe loodtyn te Ilatn komt^ maat dti^ 
iö achtet overbangetide Zonnewyiers, die tegeü 
het OMen geticht ftaan ^ de loodlyn buiten de 
Kit uun>n ifö het O^imr valt, en^ iii die naai- het 
a^èn gericht ftaan ^ naar het WesPm ; ia V9^ 
overhangende hééft net het Otogekeetdé plaats: odi 
lAe hoegfO(ytheid van de^èn hoek te vkiden , flek 
tnen den Ihripm dér Gtobe, AB, l^g;. ^ , ^ 
dezelve met den ÈgfiuMr GD eèft' hoek C&A 
"^an 45^ (gelyk Aan de ^fW^ing VaU het vlak 
Van önten Zonnmvyzet i^ali den JiUhtüiaan ) mao» 
ke ; de Horifbn AB verbeeld dati dén yèrticmU 
ZE, Fig. 6r, en ét Equator CD dén l^t' JiiMf 
2PM, P!][?. fït ; nu (fchmeve roéh deti f^rtkasi 1)1 
ïret iKwfrt Z, Fig. 65, vast, eh bfcnge dctizelVéti 
in het punt I , ^ vto -de doertheede des jfiTy»»*- 
türs en Htfrifons E : deze VtnhtMl zA dian vetbeel- 
tien de quart boog BPA> Fig. 5i, vitt het v!ak 
van onzen Zonnev^yzer , en de driehoek I K Ê , 
Fig. 65, ifl alles gelyk zyit aan den driehoek 
ZAP, Fig. öi ; dus ohs nu de zyde IK, dat is 
het aantal graaden dat ^ op den FèrtkMat van 
de Hdfifin i tot aaA den Ètfyat^- K gevonden 

wordt. 



Wtyrdt, Aé iitw^g viui de IMdKyb van hlet. ta; 
iMt M ataWysieh , geinérkt de boog P A , Fig. tf t , 
gèlyk 13 aan dte hoek ATP, Wdfce de gfetófettife 
fneede pTP vM Itet vlak v&n èeib AhHdkmHy 
ttt hèt Ylife vaïi den Ét)ttnè#yziét niet de ge^ 
tteene fiieede C T A van het vlafc T^ti èen' <yp deh 
Uoïmewyüer rtch Aöetóg fttittde "Fifiicanl É G C N 
Tüet het vlak van den Xottrieiwyztr Makt'; «ö dte 
l)oog AP, Fig; (ïi, gdyk ii aan den boög ik , 
Fig. (%w 

iJ4r . MèniiiUhi "i^ysurs , zyn dexttlketi , weftett é({) 
wn PittkM vïA , het geen fh de richting vati 
'den Mèrfdtaah ftaat * getcefeend tvorden : deïehrtti 
izyn dus ahoos ittht tegen 't Öaw^ t^f tegen *t 
thttén getïeht; fti fceide gcvatten» de Wjrsre vto 
derzeiVer befdilyVing dezÈ^vde , alleen \^ ^ 
tegen \ Obsttfh '«t)arttemiddaé valï èóhiïett Üp^gffg 
tot XI tmttfn , eti dte tegwi ^t ïhA^ vmlHxüx 

namiddag tot Zonnen Ondergang ; om dezelven te 
befchryvèn , tïvkt men 6etie lyti AB , Fig. 66 , 
paralel aan den Hori/bn^ en uit A een' Quartcir- 
fcd CD, demrclfcen men In cjb*^ vtrAeeïd; nft A 
door K tfrtkt iheti de ï^n AE, fcoó Att de tioék 
E AB igelyk ifyumliët tMp/Mem Van Öe J9fS»f2l^6 
•der Maa« , dös de boog IC C )^an 37J is j lö- 
gevü Wy ons ttoorfleHen idfecn 4onn€\vyfcfelr vadr 
dfe Nootdcr Breedte van gli^ te betAt^dtt; töt 
het pnnt F Ier At nrén hn de )yn ÏG pèrpwiica- 
lair dp AE,'ch ift (>,'Jfe'ö*tft«ii««öf ^Tttti 

Cir. 



«jwdt, ^è i/firyltMig vto de l'óödïyh van htetita; 
MiJt i»l atbWyieh ^ getaéfkt de boog i?A»Fig. «t; 
gdyk t3 adn deö hoek ATP, Wdfce de gfeiöfeèttb 
rneéde jpTP i^ het ^ak vin èeH MtHdhAh^ 
XA hèt ♦IA viïi den ÉottAëT»yzfct met de ge^ 
tt éene fiieede CTA van het vlafc T^n èen' öjp dèh 
IBotoewyÉc* ttch Aoelrig ftttttde PiHicanl 2 G C N 
tiet het vlA vim den XottriëwyWr Makt'; êft Ab 
*oog AP, Rg; <Ji, gdyk tó aan Aén boög iR , 
^ig. (^* 

I * • 

y4t . MirtSinêH "ivfiJtrs , zyn dettlken , weftett é^ 
«fn J^/ftA»? ViA , het geèh th de tidftihé Wn 
'den Mhiaihah ïtaat * geteefend tvorèeA : de^hrtti 
zyn dus altoos rctht tegcfn '^t ^MeH i>f tbgdn *t 
ihttén gertcht; in teidè éeildfen ft de Wyi^fe v«h 
dèridter befirhtythig dezëTvde , alltttt w^it ^ 
-tegen 1 06x/ï* "voorttertidda j Vttii èóhiïen C^J^ïh^ 
tot XI nmreti , en die tegen 't' )l^»^ vwi t wir 

namiddag tot Zonnen Ondergang ; om dezelven te 
befchryvèn , t*dtt men tóie iyö AB , Fig. 66 , 
paralel aan den Horsfin ^ en uit A een' Quartcir« 
tel CD, detmelfcen men Irt sb** Verdeeld; n* A 
door K W*t tten ^ IJ^ AE, iwó d^ de iioék 
È AB jgelyk *y ^*m hot OhHplhneHt Van fle ^/«W*^ 
•der ïfaatS , dös de boog ^ t *an 37J is \ In- 
gevü 'rt^ ötts itooi'fteHett ^tóeh 4önne\vyiar vWr 
de NbtWNIer B'feédte vah ^J^ te befWiiijlrrihJ tÖt 
het pnnt F (ttdt ntóh hn /de iyn l^G ^^brpuiida^ 
7atr <yp AE,'èh üït Ó ,'JÖs • (tötrtto i <tetf ^T^ 

Cir- 



4ZX Gebruik der Globen 

■ 

Cirkel HFI;vandefen halven Cirkel verdeeld men 

den Quartcirkel HF in 6 gelyke deelen, eb trekt 

door deze verdeeling de lynen Gi, Ga, G3, 

G4, 05, Gd ; vervolgends trekke men de lyn 

L M paralel aan de lyn A E » en eindelyk de Uur- 

lynen i, i, a^s, 3, 3,. enz. eindelyk plaatfe 

men in de beide punten met 6 geteekend , recht- ' 

hoekig op het vlak van den Zonnewyzer, den Wy« 

zer , welke in de 67® Fig. wordt afgebeeld , en 

'die deze eigenfchap moet hebben , dat de beide 

bcenen AB en CD gelyk moeten zyn aan den draal 

van den 1 Cirkel H F I , en het dwarsbalkje B C 

gelyk de tusfchenwydté tusfchen de beide lynen 

JiE en LM; deze Zonncwyzer , zoo als wy den- 

, zei ven nu befchreven hebben, is gefchikt om naar 

het Weiten gekeerd te (laan ; moest dezelve naar 

naar het Oosten gekeerd zpi, zyn e inrichting zou 

dezelvde bly ven , alleen zou dan de hoek A in B 

moeten vallen , de Zonnewyzer derhalve een te* 

gcngefteldc richting verkrygèn, en de voordemid- 

dags uuren daarop aangctcckeiid worden- 

PoJaire Zoimewyzers te befchryvsn. 

541, Een Polair Zonnewyzer (laat recht tegen 
\ Zuiden gericht , en wordt befchreven in een 
vlak , 't welk in de richting van den As der Aarde 
ligt., en dus met den Horipm een' hoek maakt , 
die gelyk is aan de Breedte der plaats , of recht- 
hoekig op den Equator (laat; om een' zoodanigen 
Zonncwjzer te maaken , trekt men op dit vlak de 
Ibfifintaale lynAB, in D op dezelve dt perpen- 

di- 



IN BB ZONNEWVZERSTRUVrDE. 413; 

dicuïaire DC, Uefchryft uit C al8 centrum den $ 
Cirkel EDF, en verdeelt denzelven in ia gelyke 
deelen ; door deze verdceling trekt men uit C- 
de lynen C7, C8, C9, Cio, Cii,Cia,Ci,' 
Ca, enz. en door deze punten de dwarslynen, 
die men in de Figuur perpendiculair op AB ge- 
trokken ziet , en plaatst eindelyk in D perpendi^ 
culair op het vlak rfes Zonnéwyzers een ftyltje , 
't welk de lengte van CD moet hebben. 

Algemeene aanmerkingen omtrent het maaken 
van Zonnéwyzers door middel der Globen. 

543. Wy hebben in dit Hoofdfluk altoos ver- 
onderftelt , dat men zich in deze bewerkingen van 
eene naar onze nieuwe manier ingerichte Aard- 
Globe bediende ; wil men zich echter van eene 
naar de manier van Aoams gemonteerde Glo- 
be bedienen, dit kan men even goed doen, en 
wy zullen hierna aantoonen wat men daarby in 
't oog te houden hebbe; wy willen thans al- 
leen nog maar eenige regelen voorfchrv'ven , die 
hoe zeer zy niets tot het weezen der zaak toe 
of afdoen , egter het gemak kunnen bevorde- 
ren. 

544. Men za} dan wel doen in 't oog te hou- 
den , dat men , wanneer men door middel der 
Globen een' Zonnewyzer befchryven wil , voor* 
üf den beweegbaaren Meridiaan op de Lengte van 
o graaden brengt , en dus op den eerften Meri^ 
diaan ftelt. a^ Dat men de Globe zoo plaatst , 
dat de eerfte Meridiaan onder den breedcn koperen 

ring. 



4I« QtmVll^ £^E|L Qj^QB^K 

t 

iVig» aQder9 ^ €.^101*6 ^r ^nneftande^, U^^b^^ 

teeke^ pla^fst , 't welk oos van ^^i^ oi^veraod^-i 
lyVeü flsknd deir GI.Qb^ k^n yerzekcrea; m^ vePv 
j^gt hierdoor dit geoaial^, dat deze kop^^n rikig 
xeif Uiirwyzer wordt , en dat men di^s y dpn kef^ 
weegbMren Meridiaan op 15^ , pp 30^ aflland^t 
(i:^«, van den eerften MerU^^att^ br^gei\de 9 deze 
graaden niet behoeft te (ell^i^ 9 ouar de* Uurea 
gebruikt, welken, op den de Globe omringende, 
koperen Equator godheden zyn ; zoodat voor XI 
Uuren voordeiimiddag het I^ Uur nadenoiiddag on- 
der den koperen ring te ftaan komt, voor II Uur 
imdenmiddag bet X Uur , even zoo gelyk dan ook ^ 
voor I Uur nadenmiddag, het XI Uur, voor II 
Uuren het X Uur, enz. onder dezen zelvden ring 
komt ; dat de Uuren I^ier omgekeerd worden , komt 
daarvan daao , dat ihen in het bewegen des b€t- 
weegbaar en Meridi4kfm dcnzelven .van het Ocsfeuj^ 
naar het fVesten moet draaijen , terwyl de Globe ftil 
ftaan blyft , daar , men dcuzelvert met de Glohe 
draaijende, de eene met den ander' van het JVes^ 
Un naar het Oosten draait. 

545. In het bezigen van de Globe van Adams 
tot het maaken van Zonnewyzers blyft alles het- 
«elvde, alleen is hier de Algemeenc Meridiaan 
betzelvde dat op de andere de beweegbaare Meri^ 
diaan was ; en daar deze nu vast ftaat , moet men 
de Globe zelf draaijen : deze Algemeene Meri^ 
diaan is dus ook de Uurwyzer, en de Uuren wor- 
flen op dezelvde wyze onder denzelven gebragt, 
lis in de vorige % gezegd ia ; het beweg^ van 

de 



IN D£ ZONNEWYZ^RSKUNDE. 415 

de Globe in 't laatfte geval , en het laaten Ililftaaii 
van dezelve in het eerde is hier het eenige oqp 
derfcheid. 

54(S. 'Er is maareen geval in het welke men zich 
niet van den , dé Globe omringende , grooten Cirkel 
als Uurwyzer bedienen kan , te weeten dan , wan» 
neer men door middelvan eenen Horifontaakn Zon- 
iiewyzereeu'^r//ViM/^i»,die van 't Zuiden afwykt, 
befchryven wil , % 534, 538; doch in dat geval 
kan men pp de Globe van Adams , ter plaatfe 
daar de eerfte Meridiaan 9 van denwelken de Uur- 
telh'ng begint, te ftaan komt, den Uurwyzcr 
plaatfèn , en op onze nieuwe Globe plaatst men 
dien afsdan boven den beweegbaaren Meridiaan ^ 
en alles blyft hetzelvde» 



N 



E. 



\ . 



u 






/ 



CATALOGUS 



VAN DB 



600 VOORNAAMSTE 



STERREN, 

ZIGTBAAR TE PARYS, 

« 

BEREKEXO) VOOR DEM I JaNUA&T iSoO, |UA& 01 
HISUWSTE WAAHraUCIlfGEN. 



DOOI. 



MICHEL LEFRANgAIS LALANDB. 




"j)"*"!'- - 



C • ) 






< 



k • 



r- - 



h Ty* 



. M r 



♦ . . I . 



;. .' <■> '/ 



. • 



i 



>#j •; ■ » f 



• • t 



« ♦ f 

■ t » ■ 



L 



"W 



^*k^w^^ Tïi 











C 3 


9 










ie Parys, berekc:id voot ilcn i Jjnuiry i3:o, naar de 
nieuwfte wiaiatcminBen. door Michel Lbfuanïah 






NAAMEN ' 
G R O T. E 


ASCENS. RECTA 
voat 1 janu, iBoo 


1" 


midddË. 
DECUNAT 


1" 




, 


U. 


M 


C. M. S. 


S-Tlen-I G. M. S. 


Ï.Tien 






7 '■•''^■"''■' ■ • - 





i 


u.4+.'J 


4i,. 


14. 4.2i. I\ 


-r- .":3 






1 Walvisch, . . z 


t.'. 


9 


a. 18.44 


45,i 


9-55-M. 2 


— «o,t 






» Casfiopca. . . A 


0. 


aj 


S.aö.ta 


49-f 


ÏI.49.3S- ^ 


+ so,c 






C idem. . . A 




as 


0.18.3a 


4«.0 


si.4r.351. ^ 


+ 19.9 






t Andromcil» . 4 


0. 


27 


7. c. t 




23.IÏ.40. > 


+ .9.9 






i Andfomcda . ; 


0. 


ab 


7- S.53 


45iS 


i5.45.57- ^ 


+ ao.t 






a. CasCopes . . z 


0. 


55 


MB.ae 


49.r 


5j.aö.r8. ^ 


+ '9.9 






6 Wll«Kh , . S 


0, 


37. 


B.23. 6 


45.' 


10. 5- 7- z 


— 30,1 






^ Audromeda . 4 


0. 


7,7 


9.ii.aö 


4r>4| 


13.10.43- ^ 


+ 19.6 






1 CaiDop". ■ 4 
; visfcUeii . • 4 


-^ 


!7 
38 


ö.iö. 5 


W,l 


16.4S. ö. N 


+ 19^ 








40,1 




+ 'y,« 






3S. V Andram. 4 


0, 


39 


g.4».!i3 


48,8 


^.59-iti. ^ 


+ 19,» 






y Casliopca . . s 
ij. li Audrom. 3 


0. 


44 


tl. 11. II 


5»rf 


s9.jr.49. ^ 


+ '9.7 






u. 


45 


ii.as.aa 


49.C 


37.14.46. ^ 


+ I9J 






^ Toolfier . 3.3 


0. 


5' 


13. Ö.50 


197.5 


B8.I4.Ï5. ^ 


+ »9,S 






( Vi>rcheD . , t 


3. 


5Ï 


13. 8.3 J 


14Ö.S 


6.48,41. N 


+ I9,n 






„ Wslvlsch . 3.4 


0. 


5! 


14.37-53 


45.* 


11.14.35- Zi 


— 19.4 






PAnd..n,=d. = 


0. 


59 


I4.3M' 


49,1 


34.Ï3.3'»- f 


+ 19,0 






CajfiopM . . 4 


0. 


S9 


I4.4S' • 


53.= 


54. 4.57. ^ 


+ 19 4 






<■ Visffhen . . 4 




s 


15.49.19 


46/ 


Ö.3I- 4. ^ 


+ ").3 






46 Androm. 4. £ 




II 


ir.39.a4 


51,9 


44.28.37. > 


+ '9.1 






J Casfiopc» . . l 




13 


ie,ia.50 


67.! 


59-1 '-33- K 


+ '9.1 






S Walvisch . . 3 




14 


iS.jo.a? 


43.' 


9.13. 4* ? 


— 18,4 






43 Andromed» 5 




16 


18.50,16 


53.3 


(4.33. B. ^ 


+ 19.0 






«g idr^m f 




ta 


iJ.33-34 


53,S 


45.S3.IS. ^ 


+ '1,9 






^ Vült-hcn . . 4 




31 


ao. 11.57 


47.1 


[4.ia.48. ^ 


+ iB.li 






ff id.m . . 4.J 




a:' 


ai.37-43 


47.; 


I. 7- 7. N 


+ IV 






p idem . . 4.p 




31 


ïa.45.19 


46 ,r 


4. a 3.34. N 


f '8,5 






rt) Androme da 1 




3' 


ai.48. a 


55.' 


49.40-a3. K 


+ 'B,5 






iio.«Viirchenj,5 




3^ 


a3.4Mi 


47.^ 


a. s.54. w 


+. .«..} 





NAAftlLN 


middelbaare 


5 


middelb. 


5- 




eo 


rtSCENS. RECTA 


iï 


DECLINAT 


1 






CROOTE 


oor I Jsnu. iBoo. 


f 1 


voor . Jaou 
1800. 


il 






U. ^^J G. M. S. 


S/llen.! G. J>J. S. Is. Tien. 








1. 3S 


23^4-5i' 


43.1-110.59.39. ^f— i^rt 






' CuGopei ■ . 3 


1. 40 


15, a.30 


63^ 


ïa.40.39. N 


h IH,3 






; WalvLich . . 3 


I. 4a 


35.a4.lo 


4*>3 


11.19.31. z 


- J8,, 






»Noord.Orieh.3^ 


I. 41 


a5.a5.*ï 


50,8 


18.3S. 3. K 


h iB,( 






■y Ram . . A 


I. 43 


25.3B.a7 


4^.9 


18.1B.41. N 


b la.i 






^ Rara . . 3 


1. 44 


35.54.11 


49.' 


19.4B.35. t^ 


1- ia,> 






53 /"Caiflopc» 4.5 


I. 47 


ïö.39.36 


73,0 


?l.l6.37. N 


f lB,o 






u' Wtlviscb. .4 


I. 47 a6,49.!£6 


4l'il 


13.30. as. Z 


- 17,9 








'■ s« ïSss-ts 


54,3 


41.a1.4S. N 


1- •7«' 






« Visfchen . . 3 


I. sa 


a7-f5-34 


46.3 


I.47.3I- N 


+ 17.Ï 






■ Ram ... - 3 


1. 5'^ 


aB.58.51 


50. 


11.30-16. N 


+- "7,5 






^Nüord.Drieh,4 


1. 58 


19.35.18 


5ï,7 


14. 3. 7. N 


+• 17* 






y idem . . 4 


!. 5 


31.tti.s9 


S::.? 


ïi.S4-58. N 


■*- I7,« 






• Walviïcll 3.1c 


a. 9 


31.18.46 


45.4 


j. 53.30. Z 


— 17.0 






JS Cufiopea. 4 


3. IJ 


33.11-53 


7'tC 


66.a9.34. N 


+ 16.B 






K WUmch . . 4 


2. lü 


Ï4. 4.21 


43.4 


13.11.43. z 


- I6pi 






. idem . . 4 


a. lU 


34-33. 4 


47. 


7-3:-34. N 


+ i6.e 






1. =3 


3S-:9. 8 


4=.t 


tfl. 7.39. z 


- 16,3 






S Idem . . 3 


2. 99 


37-1 B-3Ö 


4Ö, 


0.31.15- Z 


- lörf 






• idem . . 3 


2. 30 


37.3B.93 


43,< 


.a.4M3. Z 


- «5.9 






g IVfleiu . . 4 


3. 31 


37.39.10 


59. 


48.a3..6. N 


+ "5^1 






3S X-eljr -. . 4 


s. 33 


3 7.50.13 


sa. 


a6.so.5B. N 


+ «S.8 






f Watvi'ch . 3 


s. 33 


38.14.15 


46.6 


3.33.16. N 


+ 15.G 






^ idem . . 4 


». 34 


38.33. 9 


48.C 


9.IS.4S. N 


+ 15.7 






w idem . ■ 3 


a. ï5 


38.39. 9 


4-.,a 


14.43.33. Z 
19.15.14. z 


- 15,8 






, ,' EridBlui . 4 


3. 3fi 


ÏU.54. 3 


4', 


- .5,6 






39 N.v.d.Lely 4 


ï. 3Ö 


39. 0.2Ö 


53, 


18. 34.3'». N 


+ 15.G 






^ fcrrtia . 4 


3. 36 


39. 3. 9 


fi4. 


55- 3.16. " 


+ ir,.6 






,6 P' idem. .4 


3. 37 


39.30. 3 


5S 


IT.^P.'S. N 


+ 15.5 






^I rfZ.v.d.LcJï4 


tt. SU 


39.33.38 


5l.3jifi.2f;.47. N 


+ 15,5 






T i-UUl,. . . 5 


3. 40 


40.S. 31 


Ö1.4J5..5Ö.10. N 


+ 17.4 






1 ,' Eridnan . 4 


3. 41 


ir. S9,fly 


40.B, 31.49' S'. Z 


— 15.1 






:t Perfcus ■ 4 5 


a. 4S 


41.1r.53 


5<>o,jl. ?.14. N 


+ '5,' 


' 











1 











C 5 > 






, 






"naamen 




ï"? 


laiLltldb. 


h\ 






CD ASCENS. recta] 


Il 


DECUNAT 


^t 






GROOTE 


oor 1 JMU. iBooJ 


1'^ 


voor 1 Jinii 
iSco. 


iM 






in Sttmn. 


LJ. ai. 1 G. IM. S. 1 


.Ticn.1 G. HS. Is.Ticnl 






ïi Tt i'ïiicui . 4 


3. 4ft 


4i.io.iy 


5Ö^ 


3S.51.l4. Wl-f. '5.31 






•n EtiAaia . . i 


ü 47 


41.39.56 


43,B 


9.4I.57. Z — 15,'-| 






K Walvisch .. 4 


1. 4<J 


41.15.1= 


47.9 


3. 6.16. N 


+ 14.5 






y rcrfcuï . . . ï 


1, 5° 


45.36. 3 


6ifl 


5a.41.47. N 


+ i4,;i 






d Waiviscii . a 


2. 53 


42.57.19 


46.6 


3.18. s. N 


+ '.S,I 






15 r Pcileui . 4 


a. 51 


43. ö. 7 


56.7 


iB. 3.1J- N 


+ '4,7 






K Erldaan . 3-A 


a- 54 


43.«.35 


£9.8 


14.36.ig. Z 


— H'S 






in ft tdem . . 4 


ï- 54 


43.36.51 


44,0 


B.lj.lB. Z 


— »4« 






QniCt:usrif.!l.5 


3- 55 


43.48. 8 


5r.3 


40.10.30. N 


+ 14.J 






i idem . . 4-5 


*• 57 


44- 9.57 


55.8 


il- S.M. N 


+ 14.? 












J R»m . . . . 4 


3. " 


45. ï.10 


S-W 


ia.57-45. N 


+ '4.' 








i. 4 


4S-S1.41 


3;,y 


39.46.50. Z 


— I4,r 






( Eridnan . . 3 


3. (• 


46.31.51 


43.7 


9.34. e- z 


- 13.* 






^ ?eri"cu» . . a 


3. 10 


4?. 3 1.41 


6b.'; 


49. 8.11. N 


+ 13,S 






lö Eriduo . . 4 


3- >i 


47.19.19 


39.9 


31.3B.13. Z 


— .3.f 






y7 »• Wilïiich4 


ï- " 


47-39-S7 


46,8 


a.56.fty- « 


+ '3« 






2 GinlTc . . 4 


3. '3 


4K. 14.47 


71,0 


59.13.44- N 


+ 13.4 






3 idem . . 4 


J. 1* 


48.30.46 


70, 


58.lo,30.' N 


+ 13.4 






, Srior ... 4 


3. « 


48.a«.sR 


48,4 


8.19. 5. N 


+ >3.3 






1 GirafTc . 4-S 
, 5 ^üc^ . . 4 


3- '5 
j. tt 


43.43.38 


67.3 


5*-Uii. N 


+ '3.3 






49. 5.1» 


4B.7 


9. l'44- N 


+ ii,a 






3^ »PerrL-ui . 5 


3- '7 


49. U. 5 


6m 


47.17.37. T- 


+ 13.1 






17 Eridain . 4-5 


3. 31 


50.10.30 


44.. 


5.4fi- 1. Z 


— 11,9 






j^ 4 Perfew . 5 


:. ac 


50.35. 7 


61. 


47.3°-54. N 


+ 13.8 






■ Erid»»n . . 3 


3- M 


50-53. ° 


43. 


ro. 8.i4. 2 


— 11^ 






!•) Ciidain . ■ 


3- =5 


51.14.5» 


SV> 


31.1tS.;3 2 


— 11. Ö 






10 Slier . . 4- 


;. 1(1 


51.4". 9 


46. 


0.14.10. Z 


— )3.5 






i perfoü» . . 


3. 3' 


51.1 i.n 


63- 


47. 8.1a. ^ 


+ 13,3 






il , Idsn . 


3- 3 


51.54.5i 


Co. 


41.5Ö. 3. ff 


+ 11.1 






f Eridaaa . 


J. 3 


53'35- 3 


43) 


10.2 6. 5a. 2 








< Plcladcn . 


3. 3 


S3.S4.l6 


53.013.18.40. ^ 


+ ".9 






•ö T EriiUMi 


3. 3 


54.io.i3 


41,3 11.44- '• 2 


- 11.B 






17 ideft . . 


3. 3 


54.33' e' 


38.3 33.4M7.' Zj— "'r 







NA AMEN 


miJdelbaarc 


g^ mldüdb. 


S 


Ti 






en 


ASCENJ. RECTA 




s^ 1 






GROOTE 
der SicrrcD. 


.roor 1 Janu. iSoc 


i" ."'"yo-!™ 


2 


f 






U. M. 1 c. M. S. 


S,ncn.l C. M. S. S.Ticn | 






•' Unun . . 4-5 


4. 4' 


-70..U.Z3 


.W 


13-54.11- W 


-t- 








3 z idcnl ... 4 


4. 44 


70.57.3,0 


46,7 


3. 6.15. N 


+ 


(,.( 






j 1 Kociliw . . 4 


4. 44 


70.59.411 


.111.3 


32.30. 9. N 


+ 


tfi 






9>' Orioo . . 4.5 


4- 45 


71.16.57 


50,4 


13.11. 17. N 


+ 


6.5 






13 CiralFc . . 4.5 


4. 4f 


71 -=5.1 7 


79.'^ 


60. 7.a6. N 


+ 


6»4 






• Kocilicr ... 4 


4. 4> 


71-54.39 


64,1 


43.30.41- N 


+ 


0.Ï 






10 Onon , . 4.5 


4. 4S 


71. 3.4* 


4Ö,.-i 


1.33.50. N 










8 t Ko;tQcr . 4 


4. 49 


7». r-sï 


63,7 


40.46. 7. N 


+ 


6,2 






103 * Stier . . ^ 


4. 51 


71.47.14 


53.5 


n. 17.30. ^ 


+ 


bfi 






131) CirjüTc . 4.5 


4. 51 


,-a.4B.(3 


Bi.4 


Sn. 11.49- N 


+ 


6.C 






10 • Hoaaet . 4 


4. 53 


7i. '.+» 


6ï,7 


4D.iü.S5. N 


+ 


E.i. 






.H^ A 


4. 5? 


r-l'i4-5t 


18.0 


21.^8.53. Z 


— 


5.5 






^Eriilaan.. .4 


4. SB 


74.30,».» 


44.3 


5.21.14. 2 


— 


5.'/ 






69 X idera . . 4 


5. ' 


7J.55.4-i 




9. I- 7. z 


— 


s.: 






CAPBLtA ... 1 


S. = 


75-ïa> = 


66,1 


45-46-4I. N 


+ 


4,7 






Sf.H«j . . A 


s. * 


75.59-" 




i6.iO.5i. Z 


— 


4.y 






Riou. 1 


3- S 


76.13.53 




a.3C.iö. z 


_ 








so -r Urioa . . 4 


5. h 


76.S3.Ï4 


41/ 


7.4.1°. 2 


— 


4,6 






a Stiek ... .3 


5. n 


73.34.51 


sa,6 


38.35.34. N 


+ 


4.2 






y Orion ... 2 


S. IJ 


73.3Ö. 5 


47.9 


6. 9.30. ^ 


+ 


4.t 






i Oriaii .... 3 


7&.2nM 


45.= 


3.35.35. z 


_ 


4,0 






^ Haw ... 3-4 


5. ac 


79.55. 7 


IIJ.6 


:cj.SS.39. 2 


— 


3.5 






3 Orion ... 2 


5. 1» 


Sc.2<5.5i 


4S>7 


0.27.119. Z 


_ 


S.3 






3Ö ■• iütm . . 4 


5.=.. 


Eo. 33.51 


43^ 


7.37.=a. z 


— 


3.3 






. Haas .... 3 


5. «4 


Ëo.sy.44 


39.? 


.7.53-10- z 


— 


3.» 






3y X Orion . . 4 


5- 24 


Ui. 1.9° 


49i4 


9.^7.33 N 


-h 


S.» 






• Duir .... 4 


5- 11. 


8[. 1.59 


Sifi 


33.37.»- z 




S.a 






43 B. Orioo . 6 


5- =" 


8l.-.3.a4 


44, 


5.iJ.34. Z 


_ 


-.' 






i Orion ... 3" 


5. « 


yi.34.4» 




e. a.53. 2_ 








; s,l., . . . . , 


S. =ti 


G1.35.9fi 


SJ,<i 


=1. o.jo. N + 








t Orion .... 4 


S. a( 


8 1.30.57 


4-i,6 


1.20.-7- z- 


3.» 






133 Stiet ... 5 


5. 37 


81.50.13 


35.6 


15.4S.1Ö. N + 


s,9 






)C r Oriaa . . 4 


5- *9 


Sl.IO.B3 


45.1 


1.43.41. z — 


a,8 





X • 1 



NA AMEN 


miridclbsare 


S^ n.idd=lb. 


-ir 




en 




g^ DECUNAT, 


sa 1 












ïoor I Janu. iBot- 


2 f voor.jm 


s? 








0" i8co. 9" 




der Sicrren. 


V. m. 1 G. M. s. 


5.ricn.) C. M. S. Is. Titn ! 




i "J'-»"' » 


5. 31 üi-)0, 5 


^5,4 a. 3.34- Zp 


— a,6 




■ Duif . . . . = 


5- 3» 


Gj. 6.10 


3=,S34-li-Iï. Z! 


— =.4 




> Ilsis ... 3.4 


S. ïö 


S4. 2.1S 


37.1=^.3<..7. Z' 


- s,\ 




13» Stier ... 4 


5. 37 


04.1 1.13 


55,1 14.19. ■ 6- « 


+ s.i 




14 f H.«, . . 4 


5. 3I 


B4.1.7.4Ï 


4n.7,'4..';-;.iS. z 


— B.C 




• OtioQ ... 1.3 


5. i^ 


B-1.34. 3 


4=.5 


>«. 4. -^ 


— 1.7 




f Hmi . . . 3.4 


S- 43 


85.40.45 


38,5 


W.S4.IS' Z 


— »>■; 




J Koeiflcr ... 4 


5. 4; 


85.45.5' 


7hS 


i4.lS- 0. N 


+ 1:5 




^ Duir , . . . z 


5. 44 


E5-Si>.59 


S".'^ 


J5 S'.io. Z 


— M 




» Orion ... 1 


t. 4. 


86. 5.10 


49.0 


7.ar.l3. N 


+ i^-- 




jS KOCIÜCC . 3.3 


5. 45 


tl6,lï,4B 


66.= 




+ 1.4 




ï iOem ... 3.1 


5. *<• 


ËC.31.13 


6... 


!7.n. 3. N 


■f- 1,5 




iti . Kuj . . 4 


5- 4? 


86,40.13 


4..0 


I4.ia43- Z 


— 1,1 




> Dnif 4 


5. SO 


87.37. a 


M,B 


35.13.1 1. Z 


— 0.'. 




Cl ft Orton . ■ 4 


s- 51 


87.SO.39 


49.1 


9.3a. 9. N 


+ o,£ 




iJïT«cellnËeii5 


5. SI 


R-.59.it' 


54.7 


«.iS.44. -^ 


+ o.a 




■ Ofioo ... 4-5 


s- 51. 


89. a.iS 


Sl.4 


t4.4'5.5i. N+ 0,, 




'■-•••■' 


5. 5; 


3g.lf^30 


40,7| 14.55.29. Z'- 0.;, 




a Lynx. ... 4 




90.ay.3S 


79,559. 3.4I. N 


— 0,1 






ï:_» 


'/>.4I. » 


S4.3I3J.3Ï. 9. N 


- °'^ 








gi.42'5> 


54.4 


2'..3d.i3. r 




J gr. Houd . a.3 


6. li 


«. 9-3 ' 


34,6 


29-S9. 1. Z 










93'' 7. 17 


47,7 


4.4I-J4. N 






J gr. Hond . a.3 




93.aB.3l 


39.7 








3 Duif 4 




9i'4a. 5 


31.!: 




+ 1.3 




, Tvveclmicn . 4 


6. .7 










94-1Ö l» 


53.'!ao.iy.34 N 






IJ Ecnlwom . 4 


6. =3 


95.31.15 


4E,G 7,18. 7. W 






y Twcclinicn a.3 


6. aP 


g6.r..i6 


53.0 1Ö.33.1S. r 






41 CïrafH; . 4.5 


6. 3° 


97.3D.ao 


94.r67.45.5-l- N 






Ij Ecnlioom . fl 


6. 30 


97.19.17 


49.6 


.0. 4-tO. N 


_ a.6 




, Tweelingen . , 


6. 31 


97.54.1? 


S6A 


35.18.57- ^ 






13 CiiilTe . 4- 


f>. i'- 


98. 0.57 


9B.0 


Sa. 5.39. ^ 


— ».7 




s;TnfeeliOE"1-5 'S. 3 


98.fio.54 


53.6 


13. 5.S<i. I* 






i,r,.'f . . . - ' fi. 3* 


^9^4. 5S„ 


.=aü 


m.ï?. ••• ï 


J^-J4 







ISA AMEN 


miUdelbsuirc 


h 


raiddclb. 


iv 






co 


ASCEKS. RECTA 


il- 


DECLINAT 


=t 






GROOTE 
der Sterren. 


voor > Jinu. 1800. 


il 


ni£" 


i^i 






U. M.1 C. M. S. 








13 tenhoora . 4 


6. 37 99-» '-31 


4fi,™ 1.37.13. P.— J.i 








6. 40 


S9-3J-43 


59^34.ri-lï. N 


- 3.3 






m er- Honii . 4 


6. 43 


1^:0.35.35 


33.6 


33,17. 7. Z-b 3.0 






18 ,4 idem . . 4 


6. 4? 


101.44. 5 


41.3 


13.47.36- Z+ 4.0 






13 • jdcm . . 4 


6. 47 


10r.4a.14 


_*^' 


16.48.13. Z+ 4.1 






. Bf. Ho.:d . . 3 


6. 5' 


icii,^i.33 


35>4 


13.4Ï.1Ö. 2-1- M 






l Twcclineen 3 


6. 52 


103. 3.30 


53^ 


30.51. 3- ^ 


- 4,5 






* er. HonJ , . 4 


ö. 54 


10j.3fi.18 


33.9 


s7.39.3l. Z+- 4.6^ 






34 «J idem . . 4 


ö. 55 


ioj.40. 3 


37.r 


a3.31.iS- Z -1- 4 7 






y idem ... 9 
' gr. Hund . . I 


6. 5S 

7. 


103.40.3Ö 


40,3 


15.30.48. Z 


-H 4.7 






lOS. 3-S2 


36,5 


26. 4.5I'. Z -t- 5,1 






/ Tweelingen . 3 


7. B 


lO^ 2.ï3 


53,9 


1..SO..6. N_ 5.$ 






1 idem .... 4 


7. :3 


loM.lp.l3 


56,= 


iB.IC5B. N 


_ 6.» 






■ gr. Hond . . s 




109. a.4S 


35,6 


Ï8.55-H. z 


-h 6,.'. 






kt. Hond . . 3 


r. ifi 


109. 4 38 


_f? 


H.4D.5ii. N 


- ".T 






■ CdSiiw . . i.a 


7. " 


110.117. ia 


57,9 


33.lB.S4- N 


- 6,7 






69oTwee!In3,4.S 


7. ** 


iio.53.33 


65.7 


17.19-49. N 








Pjocïo?* . . l.i 


7. 39 


iia.ia.i7 


47j> 


5.43-39. N 


- 8,7 






a6 Eecilioom . 4 


7. 3= 


ni.Si.ï( 


43." 


9.5.ÏB- Z 


+ 7,8 






, Twc el ineen 4 


r- *i 


113. S.15 


54,6 


14'S»-S^- N 


- 7.8 






Pollux . , =.3 


7- 3J 


ii3.i5-4a 


63,3 


i8.»!^5i. 1*1- ïj 






( Schip ... 3.4 


r. 41 


u5.13.l9 


37.9 


14.31.53- Z 


+ 8^ 






Setiip .... 4 


7- 43 


it3-3r.3fi 


4'.7 


13.ÏI.18, Z 


-(- 3.'' 






M e Idem . . 4 


7. 4ij 


117- 3 5.5 


S3j 


J3.ai.i4. Z 


■H 9.1 






rs iJem ... 4 




II7-5r-4S 


46rfl 


3.^1.10. N 


— 9.1 






{Sd.p...., 


7' 57 


llg..S.ie 


3t,6ii9.ïö-3a. Z 


+ 9,7 






+• Kreeft . . 4 


7. 58 


119.JS.45 


54^=<(. fl..8. N 


- 9.1; 






.0 of t'sdJp i.A 


7- 59 


119.45- 6 


3B.5Ï3-44.4. ? 


+ 9.9 






57 GinfK: . . J 


S. i 


[90.Vj.I7 


80.363. 6.81. N 


— 10,0 






£ Kreeft . . 3.4 


8. fl 


nl.24.5ï 


4B,B 9-47.31. N 


— :o,4 






, . iT. Beer 4-5 


8. it 


i3j.as.5i 


76,Biö"l.2i.l4. ^ 


— 11^ 






30 henliooni . 4 


s. ir 


113.54-53 


45.' 3.IS.4'- Z 


f IM 






1 i Kydn . . 4 


B. =7 


,36.45.45 


47,- ö.ïj.31, N 


— 13.3 






> Kreeli ... 4 


8. S3 


rï7.55.w 


51.5-.1.I0.49- N 


— J1.S 






r , HyJr« . . 4 


8. 3J 


ije.ii.16 


47.» «. 6.4'. N 


— 11.4 





il NAAMtN 1 DiidddhMrc 


■^ 


middc 


b. 


fi^ 




1 




Sb" 






|| 




11 


to KSCESS. RECTA 


II 


DECLINAT 




















PROOTE 

■ der SierTcn. :~ 


w . J^u. ,&=.. 


1" 


voor 1 Janu. 


ii, 






J- m| g. m. s. 


S,Tien.| G. M. 








3 ivjï^it ... 4 u. 33iJB,i9.iB 


SMia-Sa-M- 








jt Eenhoorn . 4 H. j4 


a3. 3^.59 


44>'> 


6.3.. 9. 


Z+ ..^ 






, HjJra 4 


8. 36 


23. 2.Ï1 


48,-: 


7. B.43. 


N- l!,4 






J idtm . . 4.5 




31.13. a 


47.'; 


6.41. 0. 


N- .!.= 






r, KreeFc ... 4 


8. 4S 


131.(4.53 


49.3 


ii.:5.^3. 


Pi 


- i'.a 






1 gr. lieer . . 3 


X. 45 


iïl.:i.-15 


6;,S 


4ii.4';. 1. 


~ 


- i3.a 






«a KrccTt ... 4 


3. 4B 


IÏI.S3- 


AQ,i 


>2.3r.=p- 


N 


- «3,4 






» gF. Deer . j.4 


8. 50 


i;2.!ia.3a 


6ï/ 


47.50-15. 


N 


— 13.5 






.7 IJem ... 4 


8. 54 


i3:;.3fl.:o 


£8,0 


39. 14- 36- 


N 


— 13.7 






, Kreeft ... 4 


S. 55 


134. 13.30 


43.9 
4M 


Il-l7-f8. 
3- 9. 7- 




— 13.9 






ai i HS'dri . , 4 


9. 4 


I35-59- 


— '4,4 






38 Lyra ... 4 


9. 6 


136.35. 9 


56,7 


,7.38.27. 


N 


— 14^5 






40 idem ... 4 


9. 9 


I37.la.ï9 


SS.7 


i5-lï-49- 


K 


— 14.7 






1 K Leeuw . . 4 


9. IJ i3B.'l4-3fi 


si.f 


17- 2.«- 


K 


— 14.0 






;3 /i Et. Eeet 4 


9. i6'38Ji-S? 


73,l|63-.'i3.ï= 


N 


— 15.1 






24 4/ K>-. IICCP4.S 


g. ir 


139. 7'SÏ 


a3.f.|,-c..4l.33. 


N 


— 15.' 






•I HïüRA ... I 


9. 1: 


r39'='5.»5 


44JJ 


7-47.47 


Z 


+ 15.0 






« gr. Beer . 3.4 


g. ip 


133-50.57 


Gi, 


52-31-55- 


N 


- 15.B 






X Leeuw ... 4 


9. eo 


140. 4." 


51.7 


2J.io.33 


N 


- 15.Ï 






S g idem . . 4 


9. ni 


14a.17.it 


48. 


12 10.4-; 


N 


- lfi.4 






+ Sc,„p .... 4 


S». =3 


140.4a.4j 


35.5 


34'.33-J7- 


Z 


+ 15.5 






1 H>dr. ... 4 


9- 30'U».34.13 


46,0 


0-14.57. 


Z 


■t- ISA 






1 Leeuw ... 4 


9. 33]l4i-3<ï.5a 


43,4 


10.47-43- 


N 


— IS.9 






■ idem .... 4 


9. 34 


•43-37. 5 


51,5 


14-41- = !. 


N 


— ifi.l 






jp V ar. Beer i 


5. 37 


.44. 9.:.6 


6fi,S 


59.50.12 


N 


— 16,2 






u u;..-uw . . . J 


9. 41 


i45-ao-ï3 


5'.S 


!6.56.;5 


N 


- l6,S 






1 id^'m . . ■4-S 


9. 47 


146.51.37 


43,' 


,o.2M'i 


N 


- >6.7 






«■ idem ... 4 


9. 50 


147.34.25 


47.7| B,59.ï5 


N 


— 16.9 






N Idem . . . 2 


9. 5f 


149. 6. 7 


49.317.44. C> 


N 


— "7.1 






„ Se.»r,t . . 4 


9. £8 


149.14.39 


4l5,ï O.SS. 6. 


N 


— 17,1 






k........ 


9- S3 


i4i.35'3o 


48,3 12.56.34 


~N 


— 16. <? 






Ij. Hydra ... 4 


10. 1 


iïc.:s.3i 


44.0 [1.32. 3 


Z 


+ 17,4 






U gr. Beer . 3.4 


ia. i 


151.14.38 


55.4J3.S1.3Ï 


N 


— 17,? 






IC Leeuw . . . s'io. t 


rsi.ts. I 


5P.o!i4.;i4.36 


N 


:=-JM 











^ " * 




, 












AAAAltN 


middelbitre 


^'^ 


1 middelb. 


1 


Sr 






an 


ASCENS. RECTA 


i| 


DECLINAT. 


j| 


1 




CROOTE 


TOOT 1 >nii. iBco 


1^ 


voor^jjOT^ 








derSwrrcn. 


IJJMJ 0. M. S. ISTien) ti. M. 


S. 


k-nen 








(0. 1 


131.34.s1 


37-7'4l- B-13. 


"TF 


17.0 






>■ Leeuw . . . ! 


10. ï 


If 1.13.47 


49,plio.so.i5. 


"7.7 






#• gr. Beer . . 3 


19. lo 


iSa. 35.17 


S4.sU:.30. 3. 




— 


I7,S 






42 i« Hydr«. .3 


ia 16 


151. C.ió 


4-'>ï 


15-49. S 




+ 


.8,. 






ï t Leeuw . . 4 


10. 9a 


I5S.34- 3 






N 


_ 


IB,S 






j7 kL Leeuw 3 


ia a? 


i5S.5i,aü 


5'."- 


33- 0-4" 


*K 


~ 


l»,r 






4 . Hj-dra . . 4 


IC. 40 


159-30.39 


44.1 


15. 8.59. 


Z 


+ 


18.8 






54 Leeuw . 4.5 


10. 45 


iQi.ii.iij 


49, r 


:3.4B.45. 


N 




■8,9 






* gr. Beet . . a 


10. 50 


»6i.=1.35 


55 3 


57.27- S. 


N 


- 


ip,i 






« llrdra ... 4 


(O. so 


161. 30.34 


44 .B 


"7-M. 7. 


Z 

N 


f_ 


19-' 






* tT. Dclt . . 3 


ic;. 51 


i6i.4t).4Ö 


s-,a 


öMy-i-i- 


— 


19.1 






j; Leeuw , . 4.5 


10. 55 


163.4^.33 


46,n 


a.ï4.S!>. 


M 


— 


I9,ï 






il X ET.Beer 3^ 


te. s* 


lfi4.33-ï: 


51.3 


15-3 1.56. 


N 


— 


"9.3 






» Hi-dn . . 3.4 




ir,i,37.a0 


44i° 


si.<4. 


z 


+ 


15^ 






J Ucuw . . a.3 


11. s 


105.51-41 
l(ij.55-53 


43.0 


11.37. B. 
I6.JI.I9. 


"n 


— 


19-4 






j Leeuw . . . j 


11. 4 


47,6 


— 


iy.4 






;t ♦ idem . . 4 


11. b 


iCfï. 37.^3 


45/1 


a-ï3 SI. 


z 


+ 


•9,5 






ii f ur. Beer 4 
54 ' Idem . . 4 


II. 7 


tÖÖ. SJ. 7 


49.0 


34.39. lö. 


N 


- 


I9>5 






IE. 8 


lfi6. S4.13 


49' 


34.1». 5. 


N 




19.5 






J Hïdn ... 4 


II. 9 




4W 


!3.4I-1S. 


Z 


+ _ 


>9.^ 






r Leeuw . . 4^ 


rïTTT 


1Ö7.4Ï.11 


■<6,5 


7. 7-26. 


~N 


— 


"üT^ 






r Idem ... 4 


11. 1; 


163.W.1Ö 


46,S 


"■37-49. 


N 


— 


I9,fi 






14 1 llTilm . . 4 


11. l; 


16Ï.37.SO 


<I5>3 


9.45.41- 


Z 


+■ 


19.6 






15 y idem . . 4 


ir. 15 


lfi!l-43.iS 


44.S 


16.3S. 4. 


Z 


+ 


I9j7 






» Leeuw ... 4 


II. i( 


i(^j. 14.41 


4'^.3 


3.S7-Ï9. 


N 


— 


19,7 






k DWA . . 3.1 


II. i^ 


Iu9.5c.1a 


•■iC,! 


70-=S 53- 


~N 


~ 


~ïk7- 






( Leeuw . . 4.5 


11. ao 


170. \A<> 


«'S,? 


1.54- 4 


Z 


+ 


>9J 






« Hyda . . s.4 
21 8 idera . . 4 


11. 3J 


'70-74-5.; 


44>a 


30-44-ï''> 


2 


¥ 


19.Q 






II. a? 


171.3». 7 


4S,'i 


9.41.43. 


=^ 


+• 


19,9 






51 u Lceaw . 4 


11. fl7 


17Ï.40.3S 


4V 


0. 16.51 


" 




■•J.B 






ï7 j; Hydra . 4 


II. 35 


I7>40.jl 


4Si] 


17-14-» 7. 


Z 


+" 


19,0 






X gr. Beer . . 4 


n. 3ï 


»73.5i-3<= 


40.5 


l3.sj.aj. 


N 


— 


19.9 






3 ► MtóSd . . 4 


ir. 36 


>7:. 53.50 


4fi.: 


7-39- 7. 


N — 


'9.9 






5J Lwaw . . 4 


it. 33 


i74-»4.44 


4M!'!i.'Me. 


N — 


10,0 











f It 


> 












iSAAMEN 


miildclbosre 


5^ mi<ldclb. 


»r 






en 


ASCENS. RECTA 


g^ DECLiNAT 


ë^ 






















i'oor ; Janii. i8c« 


= £- vo->r,J,u.u. 


Ss: 






d^T Sterren. 














ü. il. ! ü. M, s. 


S.TicD| . C. M. 


S. ts.Tirn 








II. 30 


174.4!.3? 


4,^9 


5I.4t-=ö. 




- 30,0 






^ ■^lA.^GO . . 3 


il. 40 


175. 4« ö 


46,H 


3.SS-39. 


^ 


- 00,1 






^ llyJra ... 4 


ir. 43 


«73.4ï'l5 


4S,o 


ÏM7-*°- 


z 


h aa,o 






> Sr. Bc«r . . 2 


II. 4! 


175- 43-31 


4«,< 


54.48.M. 


N 


— 90,0 






33 . Uydr» . . 4 


II. 46 


irö. 37.3a 


4?,6 


16. 3. 9. 


Z 


+ ao,o 






* llnar 4 


M. SB 


"79-31 -47 


40^ 


ij.36.40. 


Z 


■+- 30^ 






, idem ... 3.4 


11. 


I79-57-S3 


45.; 


1I.ÏO.1?. 


Z 


■f 30,3 






i ff. Beer . . s 


10. s 


i3i.ai.4? 


4.'Ï-.S 


58. 8.40. 


N 


— aD,o 






> R..f 3 


ia. 6 


iGi.33. 3 


46.! 


i6.as-43- 


Z 


+ ao.Q 






, Jh^ijJ . . 3.1 


"• '° 


iSi.35. 7 
1111.53. 2 


4Ö.0 


0.26.49. 

15.33- 54- 


N 
Z 


— ao^ 






J «.HM . . . 3..1 


4Ö^ 


+ 9o,J 






P id=m .... 3 


u. 34 


i35.s8.3ï 


46rf 


12.17-14. 


z 


+ 19.9 






A'liair*. Deren. 4 


;3. SS 


iSrt. 13. 3 


4S,l 


13-44. 3. 


a 


— 30,0 






> Dnilc ... 3 


u. «. 


iBlS. 11.55 


39A 


7o-S3.aS' 


K 


— >9.i 






Ï.Miagd . . .3 


13, 31 


187. S5-58 


4rt.o 


0,10.58. 


Z 

N 


+ 19,9 






t gr. heer . . a 


13. 4S 


ig 1.17.45 


41,0 


S7- i-i 3 


— iy.r 






J Maasrt ... 3 


.3. 46 


191.a1.57 


45,7 


4.3g.att. 




— 19.7 






rï'ihartv.Kaarl.i 
■ Mij^d , . . .1 


13. 47 


151.39.3s 
193. 3.13 


41,8 
45.0 


39.34- e. 

II. 9.9Q. 


N 


— 19.6 

- 19-5 






) iJ.-!l. ... 3-4 


13. oo 


194-53.57 


4Örf 


■I.S-.53. 


Z 


+ iw 






,;j _.,,..iU . . 4.3 


IJ. , 


1ys.a1.a9 


47,1 


15. 0.44 


Z 


+ iy.3 






^,1 i.tfm . . 4.£ 


-,.. B 


i^ö. 59.87 


47," 


17. IJ. 34. 


Z 


+ 19,; 






j. llyJra ... 3 




lyT. ,. y 


48,5 


33. 6.33. 


z 


+ 19.: 






1 Ccntaiinu • • 3 


M. ^^ 


197.30.44 


50.3 


3S.3g. 3. 


z 


+ 19.1 






. MiJica . . .1 


..... 


I9'1.40. S 


47.0 


10, 6.43. 


l 


■t- "9-9 






/ sr. Beet . . ; 


IS. .6 


i9a.S7-35 


37.0 


S5.sB.ae. 


N 


— >9t" 






, Waügd ... 4 


■ 3. Il) 


19;. 3.JI 


47.3 


11.39.43 


z 


+ "9iO 








13. as 


aül. 7.3a 


461O 


0.36. s< 


ft 


- ia,7 






r Cciimunii . 4 


13. 3« 


204. 33.3S» 


53," 


40.4.. 4- 


z 


+ 111,3 






T Ovrenwcidcr 4 


.3.3« 


204.26. 16 
204.ÏÜ.35 


43.3 
51,6 


iS.:7..l6. 


Pi 


- .M.3 






(i cViiiuutui ■ 1 


13. 3^ 


33-30.30. 


z 


+ 1E,.1 






. gr. Keer . . a 


13. 40 


304.54.40 


S6fi 


50.19. 1, 


N 


— IB,^ 






-■,«0slenivcider4 


13. flO 


=0). 37- 3^ 


4irf 


16.47.53. 


N 


— tB,n 






■ idem . • . 3 


13. 4S 


so5. 17.34 


4:,o 


19.34-33- 


^— iB^ 









C « 5 








NAAMCN 


middelbaare 


T< — 


taiddelb. 


p-J 




en 


ASCENS. RECTA 




DECUNAT 


°f 




CB.OOTE 


TOOT 1 Jïnu. 1800. 


3? 
1" 


voor I Jjnu. 


Eg 
JÏ 




U. M-lG. J*I. S- |S,Titn| C. M. S. 


s.ïion 




i e cciiuuimns 


13. 65 


10^.44.93 


5ï,B,JS.ïJ.SiJ. /.,-^ 17,6 




« Dnuic ... 1 


13. 59 


ae^.44-ï!i 


=■^4 


SS 30. 3. Ni— lr.4 




. Maiad ... 4 


14. " 


310.33.34 


47.7 


9.ÏO. 3. Z-t- 17.3 




93 . idem . . .4 


14. « 


111.ÏJ. a 


46,9 


5. 1.5S. Z+ 17,1 




« Oifcnwcider 4 
AscTUftu» . . 1 


14. ö 


1II.34-M 


31.1 


:3.43.S9. N — I7.< 




M- 6 


Hl.38. 3 


4=,B 


lM3-55> r<— ]8,9 




K nuwd ... 4 


14. 8 


na. 4.31 


48.3 


1 3.16.33. z 


h 17.0 






■4. 9 


i 11. 11.34 


34 .0 


+7- 0.44. N 


— 17.0 




> Idem ... 4 


.*. V 


sii.iö. 7 


3>. 


5J.17-44. K 


— 17.0 




9 M«gd ... 4 .4. 18 


>M.=S.J3 


4'''.3 


I.i3,i8. Z 


■t- 19.6 




( Osftmv.iacr , 


I4> 18 


SI4.35-*ö 


31.0 


J3.4Ö.SS* '^ 


— 16,S 




t idem ... 4 


(4. aj 


ilS43. 3 


3S.9 


31.15.aS. N 


- lö,3 




y idem . . . i 


14. SH 


icö. o,t7 


36,5 


]9,i( 35. N 


- iS.a 




S « kL Heer . 4 


>4. sK 


--17. 1.47 


— 4,'> 


7Ö,35- C, K 


— 16.0 




K,.0(fenw.3.4 


14. 31 


3I.".49-3S 




17.17. 5. N 


- iS,3 




rÖlfeciiSdec 3 


mT 33 


H7.S4. I 


"43,9 


14-35.44- N 


— 115.9 




W ^ WwgJ < 


'4- 33 


»l8. 7.53 


47/^ 


4.46.H. ?. 


+ 15.3 




iopV.IkrgMen.4 


.4. !6 


ïtj. fl. 7 


4S>4 


3.44.47. N 


— 15. ö 




i Oifemveidcr 3 


■4. 3Ö 


213. 3-40 


39.4 


37.55.33. N 


— 1S.Ö 




,' Wascicii. a.] 


14. 40 


319.37.30 


43.5 


(S.n-sE. Z 


+ is,i 




a^jïUiitnwtiii. 4 


14. 41 


Mo,3ï.l9 


41>fï 


19.56.31. M 


— '5.3 




r Wccfirchaal 4 


14- 50 


M3.34-afi 


4-.8 


7.4S.4e. Z 


+ I4.B 




g U. Beef . . 3 


14- 51 


MI.51.54 


— 4.9 


74.58. M. K 


- I4.Ö 






.4.5a 


iflj. 5 5° 


53,3 


24.19. I. Z 


-1- i4.r 




f Oifenwciaer 3 


.4-5* 


ii3-iö. 7 


34,0 


*t.lT.i6. N 


— 14.5 




■ WccBrchul . 4 


15. l|il5.ï3.33 


50/J 


19. 1.16. Z 


+ 14.1 




$ idem . . .3.1 


15- 6 


MS.33-5Ï 


47.4 


«■37.59. z 


+ 13,8 




1 OircBweider 3 


'5' 7 


ilS.51.33 


3fi,3 


Jl. 4.IÏ. K 


- 13.7 




1 wolf ... 4 


tS. 8 


ïs?. 1.31 


38.3 


.19.54.37- z 


+ 13.7 




, Wcetfcha.! . 3 15. 13 


110.10.3I 


43.S 


9-S5 37. Z 


+ I3-> 




SiMU"euwtia.4 


IS. 17 


vt9-ti-i^ 


34.' 


A 5.13. N 


— IJ,t 




11 >' kl. B«er 4 


rs- "7 


139.33.30 


- a.4 


73.32.S8. N 


- I3.I 




1 Kiooa ■ . . 4 


IS. =o 


139.51^ 


37.339.48.13. N 


— 13.0 




iJtDrasli . . . 3.4 '5- ao'ijo- 7-30 ' I9.8'S9.40-I3. n'— d-q 






15 



NA AMEN 



en 



CROOTE 

der Sccrrcn* 



middelU 
DEOJNAT. 



tl 

ë ar I voor ijamu 
S ^ I 1800. 







l8 Scorpioen • 4 
i Ophiucus • • s 
0* Scorpioen • 34 
y Hercules , • 3 
rlierculet • • 4 

AlTTAUU • • • 1 

(f) Optducus • 4 
£0 A idem • • 4 
Y) Dnak • . -3*4 
3 Hercules . • 3 
29 A idem • • 4 
T Scorpioen. 3*4 
i Ophiucus • a.3 
o* Hercules . . 4 



middelbiart 

ASCENS. RECTA 

voor 1 Jano. i8oo. 

U> M.| C. M. S. ls.TIen| O. M. S> |s.T?cn 

9,8 

+ 9»5 
+ 9»4 
— 9»« 



15 A DraaiL • • 4 
^ Hercules • 3.4 
t) idem • • 3*4 
f Scorpioen • • 3 
^i idem • • • 3 



u,^ 5Curpiocu • 4 
25 s Ophiucus • 4 
27 jc idem • • 4 
e Hercules . • 3 
i| Ophiucus • • 3 



21 fi Draak • 4-5 
a Hbrcules» • 8 
i idem . • • 3 
g kL Beer. • • 4 
ir Hercules • 34 



22 ? Draak • • a 
f Ophiucus • • 4 
53 ¥ Slang • • 4 
} Ophiucus • • 4 



6. 
6. 
6. 
6. 
6, 13 



6. 14 

6. 17 

6. so 

6. 21 

6. SI 



240.58.7 
241. ii.fti 

fi42.15.47 
243.16.a8 



6. 22 
6. 23 
6. 23 

6. 28 



6. s8 

6. 34 

tf. 36 

6. 37 

6. 38 



6. 39 
6. 45 
6. 48 

6. 53 
6. 59 



7. 
7. 

7. 
7. 

7. 



1 

6 

7 
7 
8 



243*25.50 
244.17.95 

a44«55 .33 
245. 12.25 

245. 19.40 



47*1 
48,4 
47«4 
54»4 
39f7 



245-a4«a3 
245.48.45 

245.51.43 
046.32.19 

246.54*53 



20,9 
54i7 
5r>3 
45.a 
iit9 



247* 6.30 
248.26.21 

249* O'S? 
249. 18.25 

249.35. 3 



249.42.12 
S5I* 8*23 
252. 3*14 
253- 9*40 
254*43.4i 



255. 18* a 
256.22.56 
256.42.17 
256.44. o 

257. I.I8 



38,8 
42,2 
55f6 

49»4 
28,9 



— 2,6 

34*5 
30,8 
57»8 
60,5 



60^ 
42>5 
42,8 
34>5 
5i»5 



7* 8 257. 3.24 

7* 9 257.l5«l6 

7* 10 257.23*36 

7* 10 257. 36. 1 



18,6 

40.9 

37*0 

— 99,0 
3I»3 



53i5 
So,4 
55»i 



3« 9*57. ^ 

749.30. Z+ 

4.1I.89. Z 

25* 5.47* Z 

19.38. o. N 



46.47«55« Nj-^ 9,0 

25.58.23* Z+ 8,6 

16. 9.38. Z+ 8,5 

2.26. 5. N— 8,5 

61.58.14. N— 8,4 



21.56.10. N 
11.55.48* 14 
27.47* 3* Z|+. 
10. 8.SI. Z-f« 
42.51. 39« N 



— 8,3 

- 8,3 

8,3 
8p 



69.11.59* N 
31.58.25. N 
39. 18.44. N 



33*54 •41* Z+ 7*' 



37.41.15. Z 



37.39.20. Z+ 7»o 



10.30.28. N 

9.4ï*53. N 

31.13.52. N 

15.4745. Z 



54*4424* N 

14.37.50. N 

25. 5*14« ^ 

82.20.27. N 

37. 2.41* N 



66.57*40. N 
20.52.48. Z 

12.37*38. Z 



— 7,8 

— 74 

— 7^ 



-h 7,1 



— 6,5 

— 6,2 

— 5.8 
+ 5tO 



- 5*« 

- 4.6 

- 4.6 

- 4A 

- 4»5 



— 4.5 
+ 4kS 
+ 44 



24.46.57* Z+ 44 





en ASCENS. RECTA 


fl 


middetb. 
DECIJNAT. 


llll 






GROOTE 
der Suma. 


iroor t Jaim. 1800. 


n 


„„,u«. lil 






U. iVI.I C. M. S. ISTienl G. M. S. 


s-n-J 






J itagunrliM . 3 'ft. tl, 272.1,41 , 


S7-S 


HJ.SJ.44- 


üp 0,7 






10 . idem , a.3 


18. Il 


ars. 43. ai 


S9.7 


34-37.36. 


Z— 0,5 






. Slang ... 3.4 


■a. 11 


ii7i.44-''7 


46,4 


3.5Ö. 6. 


zU 0,9 






109 IlGccuIci , 4 


ia. 15 


1173.47.39 


.18,1 


ÏI.41.31. 


M+ iȕ 






ASwlttMiU. .3 


■ 3. 16 


173-54.IÖ 


SS.7 


»S.30.S4. 


Z[— 1.3 






L - Arend . . 4 


tU. 94 


176. 4.48 


49.0 


8.^13.14. 


d— 3,1 






« X DnA . . 4 


1». as 


a7iS. 9.IÏ 


-«?.a 


73.33.3». 


nU. ■,! 






4 Lnui .... 1 


ia. 30 


«77.3J.Ï8 


30,4 


38.30.35. 


tiU- 3,t 






*S»gIct«riu» H.4 


.8. 31 


178. 17' '8 


.10 3 


a7.io-i4. 


zL 1,8 






1 Arend .... 4 


18. 17 


379- 3.S0 


47.7 


4.SS.48. 


zL— 1.: 








.ü. •tö 


s79.10.33 


B83.0 


BÖ.33.4:. 


n1+ 3,5 






II t Herculet . 4 


r8. 18 


27V.SI.SO 




7.S8.36. 


N> 3.3 








8. 41 


a8a 40.34 


33,D 


33. s.as. 


N 


+ w 








iB. 41 


1io.4s.44 




iG.3i.4I. 




— ,3,7 






9' Slwg . . M 


.8. 46 


181.34. 4 


44." 


3.SÏ-"-l. 


N 
N 


+ 4.^ 






J' Ucr . : . 3 


IB. 4? 


iBi.Sl-4a 


ï^5 


3o.3y.14> 


^, 4." 






oDiMk ... .4 


iS. 4f 


sZz. 3.34 


"3,3 


S9. B.50. 


N 


+ <,< 






J SiBilMriui . S 


18. 50 


a83.s3.13 


17.5 


30. 8.S4. 




— 4>? 






• Arend . . 3A 


18. SI 


081.38,13 


40.9 


14.4B.3a- 


N 


+ 4.! 






11 1 idem . . 4 


18. 61 


383- 4«i 


4«.i 


e. c.33- 




— 4.> 






> Lier .... 3 


18. 5i 


iei.sl.S5 


3Ï<7 


ja.Bs.39. 




+ 4J 






• Sigiiuriui . 4 


■e. S3 


383. 10.17 


SiS 


31. I. 4 


Z 


— 4.S 






jo Dmk . . 4>5 




ï33.ll. 5 


— 37,i 


7S.ll.34. 


^ 


+ 4.» 






r S«silUriiil . 4 




383.3634 


S6,4 


37.S«.4'' 


z 


— 4.7 






K Aniinoiii . 3.4 


■ B. S6 


a33.S4'3' 


4?.9 


S.io. 9 


z 


- 4,« 






7 Arend . . 3-4 


lil. 5» 


3B4. 3 15 


41.4 


13-3+43 


Pi 


+ 4.- 








1». -ir 


3B4.II.SO 


— 10,4 


?l. 1.38 


H\+ 4.S 






* SlglUVJUt . 3 


18. 58 


084.37.49 


S.1/ 


11. 19.39 


2^ 4,9 






3 D«ik ... 3 


19. 13 


388. 6.59 


0,6 


G7.18.35 


frf+ ö,3 






K Zwaan ... 4 


19. U 


18a. 7. S 


»o,7 


5,1. 0.31 


n[+ <S.b 






d Arend . ■ ■ 3 


19. "5 


188.51. fi 


45.3 


I.4J.4Ï 


«;+ M 






'B T Druk 4.5J'5- "9 


389,49.36 


— IS.S 


73.SB.4I. 


N+ 6.B 






■r idem . . . AI9- » 


s89.54<ta 


S.o 


05.19-51. 


n|+ 6.Jf 






-, Vol . . . . 4|i9. ao 
'r ■ 


190. 5.4j 


37.5 


24.16.19. 


N+ 6,9 









C i» 


) 








NAAMEN 


uüddclbaare 




njlddelb. 


\h\ 




en 


ASCENS. RECTA 




DECUNAT. S3- 




GROOTE 


,<><«- r JMH. iBc». 


u 


voor, MO. il 




der Sterren. 






"- 




U. M. |G. M. S. 


S.Ticn 


\ C. M. s. Is. Tien 




P z™.. . . ; 


19. aj 


990.311.51 


"ö,3 


»r.ja.5il. ry|+ 7.1 
6.58. 5. «1+ 7,1 




fl Arend. ... 4 


19. 24 


391- 4-4= 


4Ï.7 




X idem . . 3« 


19. 26 


39101.54 




7.17.31. Zj— 7,3 




, AmoQOÜs . 3.4 


19. <i6 


2yl.35.Jl 


4C,3 


Ma-59. Z+ 7A 




9 Zwaia ... 4 


■ 9- 3' 


s92.46.16 


ï4. 


49.45-53. N|+ 7,7 




a Pi'1 . . . 4 


15. 31 


iyl.47-a5 


40.Ï 


17-33.55- N 


+ 7J 




3 idem . .4 


19. 3» 


893. O-SS 


40.3 


17- i.Ji. N 


+ 7.8 




Il * Umk. 4-5 


!9. 33 


syj. 10.39 


- a,9 


69.19.31- N 


4- 7.9 




y Ahend , . 3 

t Zw.«> . . 3 


19- 37 


294.11. 8 


42.5 


10. 8,18. N 


+ SJ 




19- 39 


194.40.40 


aa. 


44.3B.5». N 


+ 8,, 




gt ArKKD . 1.9. 

q AndnDÜs . . 3 

A AllENQ . . 3 

y Pyl . . . 4 

J AntmoÜï . 3.4 


19. 4t 


2«-lS->5 




8.at.ij. N 


•*• S.< 




19. 4a 


295.34.'3 


46.0 


0-3-), 19. N 


f e* 




19. 45 


a96.a2.i5 


44>i 


5.5515. N 


■^ 8,s 




[9. So 


a97.s7.ao 






+• 9.S 




10. 1 


300. 14.41 


4Ö.5 


1.34.1 1. Z 


- 10,1 




((■CnPRicuLiN.3., 


ao. 7 


301.38.11 


49>9 


13. 6.47. 2 


— lOö 




a' Ueni . . 3 


ïo. 7 


3°M4. 7 


50,c 


13- 9- 3. Z 


- ,0.8 




jo c, Zwara . 3 


w. 7 


301.45.10 


al,2 


4G.13- 6. N 


+ IM 




A CapHconl. 


10. 10 


30a.ao.19 


5"^ 


lS-aj.5'. zl 


- 10* 




y Zwnn . . 3 


20. 15 


303.45-45 


i'-: 


39-37.a7. N 


+ n.i 




Ii j Zwaan . 4 


:o. 31 


j05.18.1fl 


36,7 


19.42^0- N 


+ 11.5 




j üolpbjn , . 


30. 114 


30j.54.47 




10.3a. 4- P 






J idem . . 4 




SoS.Bp.ao 


42.' 


r3.59.42. N 


^ ",9 




ri Arend . . 4 


lo. ai 


SO?. 0. i 


46.5 


1.47.30- Z 


— 11.0 




llolphyn . . 3 


10. aB 


307. 2.29 


43,; 


13.S4.Ï3. N 


+ IJO 




a uulpiiyn . 3 


10. 30 


W-35.tl 


41, a 


15-13. 0. IS 






J idem . . 3-4 


20. 34 


i0B.31.4r 


41,1 


l4-2i. l. N 


•)■ "tó 




£, ZwAftN . . = 


Jo. 35 


3cB.39.10 




+4.3-1.21. N 


+ 13.6 




e Watermm . 4 


=0. 37 


309,12.33 


48/ 


10. IJ. 0. Z 


- „f 




j, Dolpbyn . 3.4 


10. 37 


309.ao.40 


41," 


13.a4.50. W 


f ".7 




. Zwam ... 3 




309.Jt.45 


36,0 


jj.1j.41. ^ 


*• .J.» 




54 A Idem . , 


50. 40 


3°9-54-I3 


34,9J35.45.45- " 


+ II.C 




„ Ccpheus . 4 


20. 41 


310.17.49 


i«,4 61. 3.40. N 


+ '1,9 





NAAMËN I middelburc Si- midddb. | g-~ 
en ASCENS. RECTA |^ DECUNAT.I ||: 

C R, O O T E voor ( Jinu. 1800. | | voor i Jwu-I g g 

I p " tBcc. I 9 

óa Siemn. i(j^ ^j p_ ^_ g_ Is.Tien) r,. M. S. *S.Tiw 



iB / Zwtun . , 
6i C idem . , 
y kl. Furd . 

f M. Punt . . 

Pcgifu) . . . 



i7 



a kl, Piird , 
X Ccphcm , 
^ Ciprlcofn, 
j Wiicniua , 3 
■ Ciprloom, . 



3 CcpheiM . . 

)■ CipHconi, . 
ji of^Z,VU 4 



I Ptgtfat , 

10 « Zuid. Vit 4|at. 

J Cipricom. 



jio. 17.47 
3U. 05,45 
3t4>Bt-5l 



317-53-37 



318.48.15 
3:0.15.13 



jaa. 14.46 

313-M.44 

3a3' 3S- 



323- 44' 5! 
313.48 < 
333.53.1'' 
S33.5y.40 
333-5 



«3-l5'S3- 
C.aö.sB. 



. H[f IS. 
■ N+ 14, 
. Kj+ 14.= 



.NU. 

:£"■' 



69.^1. 1. 

44-41 Sï- 
I7.3M9< 
Ï3-5S.3I- 



N+ 15,7 
Z— 15,» 
Z- 16. 



50.1?. 4. 
a7.SO.4B. 
X4.-H. 3.. 
S'.49.S4. 



te. 



395. a6.i4 
ja 8, sa .90 
js8. S4. 

aifr 9.5! 

3a p-35. 

330. I.ÏS 
330.58-5^ 

331. 3J-5S 



;B,i7.so- 

6.58. 

M.49-S1. 

ïS-sr.M- 
ï.30. 



Z- I7.Ï 

. N + 









C *o 


) 








NAAMEM 


middcllia.irc 


5^ nüddd.. 5^ Il 








> S 


II 




en 


«CEN3. RECTA 


|.? DECUNAT, 
















CKOÓTt 
der SieiTca. 


i'oor 1 Jinu. iko 


fï"^i>- 


'A\ 






U. M.l G. m. S. 


^.Tien. C. M. S. S. Tien 






y »w.c.ai»Q . 3 


'ïn 


3j1.3S.to 


iB*,34. 3.iO, iM,+ ,7.6 






. Cephew . . .4 


19. Il 


333.49.44 


46,; aaj-iö. z'— 17,6 






* WwcrAin 4.5 


ia. IS 


Ï33.«.« 


4M Mai». K+ 18.0 






f idem ... 4 


23. I< 


JM.8r-52 


4V] ..a.w. Z 


— 18,1 






jB Zuid. VI. . .3 


11. K 


3ï5. l.'7 


5I,Ö;33-*'-4l. Z 


- 18., 






S LczMd . . 4.5 


11. ai 


335. 'S-' 3 


37,.l4^i.u. N 


+. 18 3 






,7 J Ccpt.eus4.5 


ia. aa 


ISS-aO-'s 


32,957.*3-3Ö. N 


¥ "B.S 






7 Ldwrd ... 4 


aj. aa 


WS-iS-SS 


36^ 


49.15.34. N 


+ i8,:- 






( Waterman , 4 


«. =i 


J3Ö.16. 4 


4'i.3 


t. 8.31. Z 


- IB^ 






>oriZuid.Vi»4 


19. 3c 


J37.a3.:3 
IÏ7-5ï-i'ö" 


51-S 


ia. 4.Ï8. z 


- t8^ 






7 PCBUIU. . . . ; 


n. 33 


44^ 


S-t7.iö. M 


•V 18,6 






t Idem.... 3 


13. 34 


j3B.14.s9 


41,1 


29.10,49. M 


■*■ iBj 






«, idem .... 4 


13. 37 


(39.'3.SS 


47,1 


a,.39.i5. N 


■h i8,s 






^ ii!cn» ... 4 


23, 4e 


140. 5.19 


41^ 


S3.3Ï. 9. N 


\- ie,t 






fc Waiermsn . 4 


11. 43 


i43;sï.j' 


«,o 


3.38.18. Z 


- >3.S 






1 Cephea» ... 4 


1»- 43 


ijo.3B.4a 


ï'/ 


rtj. J). 9. N 


■t- iK,|; 






S Waiennai) . % 


ie. 44 


141. 0.15 


48.1. 


16.5t.41- z 


- 1B9 






F<lUAL«Ai;r ,. . 1 


ia- 47 


«1.38.34 


50,1 


■.0.40.39. z 


— 18;! 






* Andram. . 3-1 


11. S3 


343-"''> 


*t^^ 


41.1^.31. n 


f 19^ 






/i vuntum . . t 


=3. 54 


.U3.aS-35 


4,^.7 


a*t4 iü. N 


f 19.2 






B I'cjalii» . . . a 


23. S4 


543.31.3 1 


43.C 


27. 0. e. N 


+ 19,ï 






a idL-m . . . ï 


■ï. S5 


J43-»». 


44^ 


14. ». 3. N 


■H 19.4 






BG f. VVucnn. 4 


12. 55 


44.41.10 


43^ 


31.15. 6. Z 








« idem . . 4-5 


33. 4 


34Saï.lS 


4»^ 


7. 7.19. 2 


— I9>5 






y Visfthen . . 4 


ȕ. 7 


MM'.53 


4^ ,..,.40. „ 


+ 19,1 






16 t. Androm. 4 


IJ. »8 


J5i.57.'o 


43>'4^aa.3i. N!+ iga 






17 1 Idem ... 4 


13. al 


J5I. 5.14 


4^ 4=.- 9.4a. N|+ I9,v 






,9 . idem . . i 


33. 31 


i53.!8 51 


43.643.13^1, N|+ 19,9 






y Cepheul . 3.4 


lï. 31 


JSM8« 


35,S,7S .30.57. N+ 19^ 






19 Vlsfthen . . 5 
iPvitfchenT* 


;3. S'. 


ï57.5.1.Ji 

4a;46.ar 


4ö,l| 4. 8.33. Z\— iOfi 






»j. 5= 


46,1 6.49J11». Z 


— 30^ 






■ ANDHIM. 3-? 


IJ. s>* 


JSO.jr, 5 


4'*.o,i?- 59-37. N 


-t- «^ 






1 CasBopca . 24 


U- 59 


359.j8.41 


..6.7 'sS. 9^7. N 


-^ «M 












1 





BLADWYZER 

DER ZAAKEN, IN DIT WERK 

BEGREPEN. 



Waarby men nog gevoegd heeft de UitleggiQg' 
van verfcheiden Kunstwoordeu , wier Ver- 
klaring in hetzelve niet gevonden wordt. 

NB. De aangehaalde getallen wyzen de $%f en fiiü 
de bladzyden aan* 



A. 



A ANTBtKKINGiKRACHT OOeiIlt tnCO 

de kracht mee welke alle lAg» 
cbaamen naar de Aarde daa« 
len ; men noemt dezelve ook 
wel gewigt^ zwaarte i -zy is de 
uitwerking van ecne alsemeene 
kracht» die in de gincrche Na- 
tuur verrprcid ia , en ip alle 
Ucchunien zowel als in dt 
kloot der Aarde benisc ; zy is 
te gelyk met de middenpunt^ 
yliedendê kracht yd^ oorzaak van 
de beweging der Planeeten om 
de Zon. Aantrekkingskracht der 
Aarde op de Maan , S X35« ^ti 
Maan op de Wateren der Zee, 

195. 

Aardb Is ^e derde Planeet van 
de Zon af; haar aflVand en om* 
loopstyd, 66. grootte «n mid« 
dcniyn» 67, 68. Sattelliet, zie 
^Iaan. Algemeene begintelen 
van dQrzelver beweging, é^-133. 
bet vlak van baar* looplinn^, 7o. 
jaarlykfche beweging, 7o^^6. 
dagelykfche bewcging,87. helling 
van haar* As, 9a. blyft altoos 
Paralel san zichzelve, 92. 

i^ABO-GLoüt, dirkels die op de* 
zelve gevonden worden , 45. 
nieuwe ConftniAle, 69^-133. 
Oide ConftruAit, 302. vergc- 



lyktng der belde CoQfTro^iW 
SOI— 907. dcrzelvcr gel^ruik «. 
ft67—4at, 424— 433*436— 447» 
449»453»46o— 465»475»477— 
481, als een Tcllurlum tei gie- 

bniiken, 30''— 314» 443-r-445» 

AARDRYKsKrNOR , Aa^drykakun* ' 
digc Meriiiiaan, ii8. verbind 
tusfchen Aardryks- en Sterre- 
kunde, 354. en volg. 

AcBONisciit Op- en OwUrgmg^ * 
ÏÖ7, 347 f458- 

Afklimuinc crchufnfche^y b do 
aflland tusrchcn hét Nacbteve- 
nil>g^punt,en bet punt van dén 
Equator ^ dat inct een Tiemel« 
licht tcgclyk onderf»aar; het ft 
de fom of het verflrhil van de 
rechte klin?ming en bet Jsaê» 
fionaal verfcbil, 386, 474. 

AVMBTiNGEN der Planeeten y 68. 
. van de Aarde, 68* 

Apstanoen, aflland van bet iSr* 
uiik « 42. Aiftand der Nacht- 
evening van de Zon is geen» 
zins de sfftand der Zon van 
de Nacbrevening 9 375* Hoe 
men de afilaoden der Planeeren 
van de Zon meet» fl«;4, 2*6m 
Aiflaiiden van allt de Planeeian 
van cf« Zon , 66. Ati^nnden Ats 
Uemellicliten van de Aarde, 



P%é.OWTtZi%, 



lioe zeer onderlcbeiden, Cchy 
nen egcer dezelvde ie zyn , wan* 
neer wy ons de Sterren als in 
eene botte iao<|Lffe(ituift voor- 
dellen, 8a Amanden der Sa* 
tellieten, worden op PU V 

fevonden* AAlaaden van de 
faan tot de Sterren gep.ven de 
Lengte op 2ee» 382. den Af* 
ftoip ce viadcn uisfcbeo twee 

Apwtuho Via een* Zonaewyzef, 

531- 

Almanae^ t40^i(5T* . veide^hig 
der jaaren , 149* Maanden , 
Weeken en Dagen, lóo— >i62. 
JuliaanTcke Almanak, 151- Ore* 
' jgtfiaanfehe Alfnanak , 150. £eu« 
"-tèlldinJreifdè AlHMnft, Mi^ 
102. Tab. UI— VC. 

Almucantarat noemt men eenen 
Paralel aan den Horifim getrok- 
ken Cirkel, sa. 

Amphiscii, zie Tweezyosscua- 

OUWIOEN* 

AafPLiTtiDo C^éyétf Zon of Ster* 

TËtitié vinden 9 S&4, 474«Sö3. 

imSftttxspotftha tl oeeidta^ zit 

iCtiöuLfn vosirmiin (de} te vin- 

dtn^ 3po. 
AiiNOMAUK, waare 61. middel* 

baare, 6ü 
AirrAacticüs z(e Arcticus. 

ANTJCRONBS zie TBGINVOETBRS. 

ANTiEcn noemt men die bewo- 
*ners der Aarde, welken onde^ 
denzelvden Meridiaan woonen, 
en dezelvde Breedte hebben « 
docb de ecne ten Noorden en 
'de andere ten Zaidgn van den 
Equator woonrn; zy tellen bon- 
nen middag en de andere uuren 
van den dag op betzcivde oo* 
genblik , docb de Winter va^ 
den eenen heeft plaits als de 
'andere Zomer beeft, (^elyk liet 
voor deo eenen Lente is als bec 
voor den anderen Herfst is; de 



Sterren , welken de eenen altoos 
zien , vertoonen zich nooic 

. voor de anderen, enz. 

AppkLivtt t^?. 'bewq^ van het 
Aphelium^ 58* 

ApooKUM der Zon C lengte van 
het} is de Plaats der EclipiUa^ 
in welke de Aarde op bec verse 
van de Zon af \u Oer Maan» 
118, aoo. beweging van beu 
lelve^ eoo. 

Apsiobm f §8. lyn der JÊpfiden, 58. 

AqARIUS, tle WATBtMAlt. 

Archcus , de Foétu MHcus is 
de Noordpool • én de Polus An» 
tarSicus is de Zuidpool der 
waereki* 

AnoumMT van Breedte, 191 • 

Aribs, sie Rmh. 

Arm iLLARis , zie Sphbsr. 

Aa, ffn rondom welke eene be- 
weging geichied , 6 , 88. As 
van een* Cirkel, 4. As der Aar- 
de, 83, 89. De As der Aarde 
altoos evenwydig met jsicbzel* 
ven» go'^gu 

AsCtNHONAAL VlUSCIttL , Xis 
VERSCHIL. 

AsctN^io okLiQUA, sfe Scvomi 
nuMMma 

ASCBNSIO RBCmi'» Üe KBCBTB 

KtnrMiitffi. 
Ascn, rie SCHADOWLoozEit. 
Aspect, ftand eenerFhmeet, ren 

opziichte van eene andere, 100- 

danigen tyn de qutdfMunrat eo 

de koppelingen. 
Aurora of Daceraad , zie San* 

ITBRtlcnT. 

AvoNT»TBR,4io. is dezelvde als 

de MoRCBNSTBRy 41a 

AeiMUTH , 113, het Azimuth 
ecner Ster aan den Hemel re 
neten, 229. hetzelve op den 
Horifbn der Globe re vinden « 
230 , 327 , 4SO. Den tyd re 
vinden, dat de Zon een zeker 
jfzhnyth moet hebben op een* 
gegeeven Dag, 4^), 484. 



B. 



Bmoi , gr. Deer, 228. kl.Beer , loi. 

BtciNSRLBN (algemeene) der 
Scheer . it-^'45. van den loop 
der Üaneecca, '46— dB. van dt 



beweging der Aarde <Sp*»i3a» 
van den loop der Maan, T33<»- 
142. van de fchynbaire bewe- 
(^ing des Hemels, «o6»-<258% 



Be 



\ 



RLAi>vr29afc 



IswBCiNo (dageljrkrcbe) is het 
cerfte vtn alle verfcbynfelea, die 
xich ter wairnemfiig opdoen , 
sia , a^i. JurlyJiibhe beweging 
der Zon , Si4« is fchynbiar en 
wordt veróorxiakt door de be- 
weging der Aarde , 249. Uur» 
beweging der Maan , 13<$« be« 
«egteg der luappen vtA óm 
Mun, 110. der ^pyMWf 
floo' b«weg)ng vtn de knoopes 
der Planeeten, 6^ van derael* 
ver JffiAn , 58* van deo Ar 
der Aaide, 90*^2. fcbynbatie 
beweging des Hemels . 909. 
akameene befcbouwing van de- 
zelve. 2o8«p4ÖO» 

Bol of Spheer wordt door de be- 
weglns vtn een* QikeJ otn zyn* 
As gebocen, 4* syn midden- 
lyn, 5. Pookn en As , <^ /»• 
Oiu of ftraal, $• 

BooGSM (balve OagboogeaD jo« 
de Uurnoek van ten Hemellicbc 
is by dcsxelfs Op^ en 0«4^. 
geng gdyk aan den UtUnH 
J}agèe^9 50a. 



Bovm Pl ëmt êêm^ 85. 

Babidtkh i(kogm^tf€kii Ito. 
^ie ikmgte iwndm Jpooi, fiited- 
ten dec HenMlttcbicn , 105» 
Breedte -Cirkel» 8a« iQn^ ge- 
bruik , 398. om den Op* en Oe» 
dergüng der Zon en de Lengte 
van Oag en Macbi te vinden , 
300— .322. boe het gebrdt eens 
JSreÉda-driiisop de Globe vm 
Abams te veigoeden, a%6» 
Geoemrt/bkt en Hdheêüirfffkf 
Breedte , 8i. Bctedte der 
Maan. 191. tevioden aMe pIwk- 
fcn, die op dexelvdc Dieedte 
aeb^ WH » ad6 , 41^. de 
Breedte veq eene plêaw te «in- 
den, a^iyw de hmgff» Dag tan 
e«ie fegee^en Leng» la, 404, 
aSow de Breedte eener pl^eis, 
ooor middel, vnn de OeclliMtie 
der Sterren te vindcHi,365h door 
mi^idelvan tweeSceneiaWelli** ■ 
op *i ^elvde oogenbMk Ifi de% 
xelvdeA Verticaal IbM»» 91^ 
ByacuABUwx, i8i. 



c. 



Cancbr, tie Kuipt. 

CARnicoamin » tie Stiinbok. 

Ciam. . syve vetdeeling in ^raa* 
den, 13. IHk>I va» etn* Cirkel » 
22. As van een* Cirkel , 1 1 , ij^. 
Grooce en kleine Chtels » 8 , 
99«.33. de g ffoe t e Cirkels 
gaan door bet middenpunt der 
Kloot 9 9* deeltn elkander al- 
toos in twee gelyke deelen , 9b 
bunne verdere eigenfchappen , 
11, ia, »3» «4. as, van de 
kleine CIrkeb wordt ie deCTric- 
boekameilng peen gebroik ge- 
maakt, I3, vooffeaamfte Cir- 
kels der Spbeer« xle Horifin^ 
jgfe^»r,J feridto g», Edipiica^ 
Coluri^ Tropicl^ ParsUlU^Cir' 

uiêcUtmtU' Cirkels ^Aïïeêdtê dr- 
kêU , 87« Cirkel van MtUm « 
137» 144* Maan-CirkelenGuU 
dennal» 137». 144. Zonne 
Cirkel* I45. Cirltti MnmlmUc* 
Mê^ i47« CifMa» die op de 



HemiUGlohê gevonden won^, 
44«Cirkels van de AardmGtoèej^^. 

CoLuai. ;êi- jAARoRTYDsnengN. 

CoMyuTATiK is de hoek in het 
midde ipunt der Zon gevormd , 
tnslbben de plaats der Aarde ^ 
en de plaats van eene Planeet » 
tot de Ecliptica <»ver'ebragt. 

Complement en Supplement , 
17 « '8 Men noemt ook fom- 
tyds Supplement^ hetgeen aan 
oen', boog ontbreekt om s6e^ 1^ 
te maaken : in dien nin noemt 
men hei Stppkwêewi vam éem 
Knoop dtr iéaam^ 188. 

CoN)UN'CTiE der Pbneeten, 84* 
hoveiiflo en benedenl^e Con- 
jon^ie, 85. der Maaaofnfair 
we Matn • 136. ConpinoHln der 
B4aeq door middel der SpÊiktt 
berekenen , isp. loradelwiie om 
deielre naauwkeuriger door de 
Sfemkumügê BpëtSém te bcre- 
benen, 185. 

854* 



jLADtirTStEïU 



71 . 75 t '9'- «l«toc beTchry- 
viPR der EcHprioi, 7«, 7Ö— 79» 
Twaalf Teekcns derEclipüca, 

73. worden door de alietters 
o , I , ft 9 3* enz. onderfcheiden 

74. den ftand der Ecliptica bo* 
ven den IIoriloQ te vinden , 
413, 48«. 

EEN*Yf»SSCHADOWlGEH » DCWOO- 

. nera der gemtatigde Luchu 

ftreek, 100. 
Eersten MeridUuttmi^» (verfchil 

in de plaatfing» van den) 119. 

£BUWlCOUURBIfOB AlMANAK , 

bladz. 102 Tab. III--V1. 
£LLiPs;de loopkring der Planee- 
ten zyn Ellipfen, 47. ook die 
der Aarde , 70. en der Maan , 

i.^4« 

Elongatib , is de hoek, onder, 
welken wy étti aOland eener Pla- 
neet van de Ztm tien, wanneer 
deze boek tot het vlak van de 
E€liptica wordt overgebragt« 

BMBOLisMisaiE Maanerchyiien , 
zie Toegtvoegdt Maancfcbynen* 

Epactbn van den Almanak, i«i« 
^cerrekundige RpaAcn » 184. 



Tafelen der Epaften , tUtix^ 
102 , 131* de iLft€tk van ten 
Jaar te vinden, 159* gebrek in 
deEpaften, iS3* Epaélen van 
Maanden, 184. ' i^^g 

Equant, een woord van de oude 
Sterrekunde.Het is een Cirkel, 
die zoodanig geplaatst is, dat 
de beweging eener Planeet 
rondom bet middenpuuc vio 
dien Ciikd eenpaarig z^. 

Equator, xyne bepaaiinc, 93. 
zyne Poolen lyn de. Poolen der 
Aarde, lo:. zyne PêféUUi^^ 
30. Eqoacor der Aarde, 95, 
vlak van den Eqoator der Aar« 
de, loi. dififltom van dezelve 
de Dreedte tetelicn , lao» gclyk 
ook deDecUnatle, loa, Eqna* 
tor der nieuwe Globe ^ 9^. 
EqnatDriaale Zonnewyzer, 5&o, 

Equinoctiaale lyn , 92, Equi* 
noAiaale Zoonewyzer, 526.. 

EvBNAAR, zie Equator. 

EvENWYOiGiiEiD van den Aa der 
Aarde, 90— 93. Evenwydigheict 
der gezTchts(haalen,zie Ami/- 
laxis der vaace Sterren. 



F. 



FKisTEN Cbeweeglyke) 142. b«< Pttscbfèest te vinden, 
Paascbfeest, 156. denTydvan i59« 



G. 



Cbbrutk der Glohen^ 867—54^. 

Geocrntrmche Lengte en Breed- 
te der Planeeten , is haare 
Leiigte en Breedte uit de Aarde 
gezien, 77, 8t. 

Gbocraphia , zie Aardrtks. 

KUNOB. 

Gesternten, zie Sierrebeeldcn. 

Gevolgen uit de befchouwfng 
van de Cirkels der Spbeer afge- 
leid, 35. 

Globbn, alsemcene bepaaling, i. 
Nieuwe ConfhiiAie der Aard- 
Globe verecnigd als *t waare In 
zicli beide de HgnuU en Aafd" 
Globe ^ 2. Befcbry ving van deze 
nieuwe Conftruaie, 69—133. 
gebruik dezer Globe, 267— 421. 
gebruik der llcmtU en Jhrd" 



Glohe van Adams , 423«-i492, 
gehruik der Globe in de kloot* 
fche Driehoeksmeting, 500^19. 
gebruik dar Globe in deZonne* 
wyxersknnde, 520—546. 
Gnomonica , zie Zounewyzirtm 
kunde. 

Graad \% het 360e cedeelte van 
een* Cirkel , 13. Graaden der 
Aarde, 119, 120. Grudenvan 
Lengte zyn niet eveiT gioot » 
388. haare grootte in Myleti» 
hiadz. 396. oen graad des boa- 
tors die in den Meridiun lOttC 
te vinden, 406, 482, 510. ' 

GnKGORiusCverbeteringen in den 
Almanak, door Pinsl 150. 

Grootheden der Pianceien , 

Gul« 



9 L A D W T Z E K 



of Reerirnngttr, 149* 
JfiBicntt 147* 

JiuiRomrty-MBDBii der Niidit- 
cveiftiicen , 96« es Zo in ie ftin » 

' »f 9*. 



JupxTERyde vyfdePlincetvtn de 
Zon «f; syn tffttnd en onloiqis- 
tyd, 60, 67. middenljm en 
^ootie, 68. SateUkceii^t üe 



K. 



KttRKIUMGIMt 99* 

Klbinb Cirkels» sie drJbbs» 
KimiiEND. Klimmende tetkeai* 
zyn die, welken de Zon^ediH»> 
rende den Winter en de Ltnc» 
doorloopt » door zicb «11e 4>igen 
meer en meer «e veibefen , 07. 
Knoopen eter PJaaeecen^ ^3» 04, 



Si» BflweghigiltrKnMiMapA»» 
Kitopen der Mtm, i^^bjotn 
noemi dieOniakenboofil» Dnn* 
iLOTllatfft), lay. buBM ooloop» 
140* 
REACHrCiniddcIpoiitMjfeuiM- 



L. 



Iekgtrn dir Zon, 74. #e Iciv- 
te der-Zon gegEeven tyiitle , dér- 
zelver recbce klHEmink^fe sta- 
den, so8« der Pfanee^^ 74, 
77* Geocentrifdieen nemNsei^ 
trircke Lengte, 77. «oc ^ 
Kcliptic» ovcige^rif ie Lengte » 
83. dezelve op de Glolie tin \t 
wyzen, 329, 451 Atidfiüie of 
Geogfopkifekê Lengten , iip* 
van waar zy eerekend worden » 
119* zy worden door de Uur- 
hoeken gevonden, a8i. en door 
de Zon Eclipfèn en afftanden van 
de Mato en Sterren Stekend » 
379^383. dezelven op4k Globe 



f "^rto aen, «93 t 43t. Lengt» 
der Srefien, 105* 

Letteref (Zo ndag») i 4ff» Htn- 
delwyzc om doÈlven to vin* 
den, 146. 

LooPRRiNO Is de Cirkel of dg 
kromme lyn , die teiie Pfin^c 
befchryft, 57. vallen niet in liet* 
zeivde vliB met den loopkring 
der Airde, 8i. 

Lucht Dampkring, zyne uit- 
werking op de RéffüSIg^ ii6m 

Lt7CHT5TREBK, ruimte op de op- 
peivlakte der Spbeer tusfbhen 
twee evenwydige CIrkcÏB bE* 
grepen, 99» «<»• 



M. 

MAAif (BednMni vw den Lo6p 
der Maan) 133^. 142. biar om- 
toopstyd, 136. baar affhmd, 
1369 1^8. Syt^é^kê en Peri9^ 

^^^ifbkê omloop, 136. Blaanfaar, 
137. bcar ApogeuRi en Perl* 
geum , 138 , soo. fchynbaare 
grootheid der Maan , 138. wee- 
zenlyke grootheid der Maan, 
48* bEEiE faeUing , 139* baaiE 



Breedte, 191. baare Vofben»» 
ging, X36. htare Knoopen » 139, 
140 , i88« baare Pbafet , i4i« 
baareEcIipfcn. i8i. Hindelwyztt 
om deConjur Aie der Maan dioor 
middel der Epaften te vinden ^ 
159 'f ^f>* hiiTE Lengtien SreeJ' 
te te vindtn , 187, 191 , 193» 
Grbruik van de bew^ng der 
Maan om de Lrngte op Zee rt 
vicden , 38a , 383* MüAt^ 



r V k o w- it' n i, %i 



MAMt-CllUL. 137t ■44* 



tnwa Aird* (Baba, ia6— lil. 



Mjiat «W.W*?. ï** .-^^ 
■lMi.dev(meMHMKla>iBad, 
"vtndeAs'i hiu ■HuM ^» 

nUdsDhrB « poona, «. " 

HlKCITRIOltdBBUKe PllDMt MB 

de A«t bot iBltwl van de Zm . 
en OBWapKrdt M , <?. nld' 
denirn «■ pMm, 6S. 

'VUd«to)n7.aa4< >mj.AtfC 
fjtakwdiff HMAua, 118. 

..KkBo^ HaMna. im. Oof 
Ifirau «u t« «ocMctW, 

•iWa.Der'^'^ "^ ^ ""' 




4laa«i, a?a. tnrcegiaofe M-ri- 
diaa.» vindeClJobe viaADfiM, 
413. lyn eebrulk, 410. cfec 
mtne mndiiUH dot //mk; eu 
/tarJ-GMuK, 2Ü1(, 404, wonlt, 



te «Üw* I7«i 47A> lInniMii' . 
. ma het it pnt VM JH» Snor ■ 

den MtrlAnm, «75. 

MBitRT(DEF.N<,welken dcTeekrn*. 

van cUd Zoiliik nndultleB ,7$. 

MéTRUPTOSEofZonEqtiióe, 153. 

MtTRE, 365. 
MraDAÜ, 120. 

MwoAOLïNCcenO te trekken, s:5. 

HlDDSLBAAR. Mlddclünorc lyJ, 
ttS4> MiddCIbjine (rewc^ngdtr "* 
Zont >Br< der Planeeten, 61. 
liet Hun. 130. 

M<DOBm*N ir«D een' Cirkel , t ,B- 
wordt oofc ni<)<leiilyn van een' 
^<l oT SphMr fMMmd, «u- 
>ne i te CM arttondo» Jeta.' 
. An lMWIKi|> WN di'i 4. tÊÊÊwU- 



•^JfeffiiJSr 



NiAUlTtT der.VMte StmcBi ale - nfen oter bet ZnM ftnt 

deielve «cbiff dli «ctfc. >le Ztalik. ■ • 

NArHTKYSHiNCgelTkheklderDi- Nhhbkik, sle ideawe Mun. 

f>en en Ntchien «p den d*g dei MotUDUniin noemc men bM poot 
N*chievevii«en, 91,96. Ce. der EtBftkM , du go meden 
/snwder Nichteveniniten.ios. WtMjdcnl ia ven de beldedoor- 
A(n*ad der -ïlechtcveDing vin rnjrdliïpn vu dca Ihrtfim ca 
dl ZoD . of doorging ven bet de Et^tlm, 

■ eeiSe punt de* lUmt doot den NocuiMLTit, sla P»ol, BmMt > 
■SI/rUlMaM, S75< DttUmaiU, O^j^Amt. 

NACBTEvtMiMog •C»UL( ale NooRi»N(e«n der vier BotCl- 

Bimairr Jtr dardi. |iuuen dea Hmdf , Ut. 

N&iiiK of «oeipuot, dit ncbt 



B L £ # t i É TÊii 



O. 



Omloofin der Planecteo, 66. Oi» 
Joot>en der Mao, 136, 137. 
hoe de omloopstyden der Fla- 
neeten te vinden, 155 • 

ONBescHAouwotff , bevironers der 
verzengde Lucbtftreek , 99* 

Onderoano der Hemellichten • 
door mMdel der nieswe Atrd* 
OIobe ie vinden, 995, 331, 
337» 34i- door niddtl der Glo- 
be van Adams, 434* 456* 
der Sphaera armillarli ,495« door 
berekening, 500* 



OostttN» eeti der vier tlaóMfittttk 
'ten des Henels. ai 1* 

Cn^oANGdérHemenlclfteA doorniSd^ 
del der nieuwe Aard «Globe te 
vinden, 295, 331 «337 •342* door 
middel der Globen van Adams, 
434 9 456* ^^ Spbsra annillaris^ 
495* door befefceningf fdft. 

OfPosiTiB eeiwr Planeet « 84* 
OppOffrie der IMill of VOilé 
Maan, 141* 

OltDINAATBN» 7» 



p. 



MAScRBmPaascIr'Maaft, 15e, igd^ 

PAAAtLAiit, (Htfrilimuult^tto. 

ParaüBilf van boOHte, tii« ««^ 

Horifoncaale PanllaBis der 

vtstt Scirren Is oncind^ fcMo^ 

waarom dcrzelter gesigfflftraa* 

l<n ala.evciiwfdiB befcbomré 

worden* iio, 

PMiAiSLUut, kleine arknlen 

•venwydig aao den Bquatot , 

30 , I20* PëfüUlUn aao de 

Ecliptica , 31. PüruUUim aan 

den Horiron noemt men Alnd» 

eantaraih^ 39* 

PsMUMBaA', «ie ByfÜMimw, 

Pjcftiisci noemt men die bcwo« 

uera der Aarde» wehccn op de- 

zelvde Paralel woonen, en inA 

dvzélvde ^€ei^ hebben, dbcb 

wier Un§iê iKo^ verfcbilc : de 

ecne celr dus middag als de an- 



gengaan iJlendoordl? ZM« M 
hure looi^kringefi ^n RUif • 
ftn, 5;^' i^ï/Mrt der Plancecen* 
5S. iMMTf «n w^dtlkëcfê Ano- 
malie der Plsnéecen s 59* duor» 
lóopett feen gelyke bootten in 
fedyke cyden, 59, 0o^ miêêéi* 
tmmré en wamtê ^«weec , 61* 
4e Mkoml^ mym mntirÊélfr éan 
de tydem , 6a. haare loopkHn- 

5 en lielleo op hec ifiak der 
leiipilca , 63 , 64. haare kaoo^ 
petij 64. de yierkoMen haarer 
omloopstyden zvn als dê Teer» 
lingea der- affitmdeajii, baare 
afltanden van de É^ en o«h. 
loopaiyden. 60. aitlandcnvan 
de^tfrd^, 07. een vottwd^ ge- 
tallen om zkh de afllandcn der 
Pbmeecen te verbeelden, 5^. haa^ 
re roiddenlytieh en grootcin , 6a;« 



dcre atiddermaekt ceJt; ly beb- • PilaWTARiuii , ia een werktuig 
•— . j_—.__._ #.**»_ j _ j^^^ iiiiddcl van héiwelk n.en 

de afHanden en omkMpstjrdcn. 
der Planeeten kan leercn kennen. 
Pool, wat die Tn 't a'gemeen is, 
6 9 aa. Poolen der wacreld of van 
étv^Bquatar ^%^ De Noord- Pool 
tFnlas kêreafii vel atéffca*) i$ 
de Pool , die wy Heii i bandéU 
wyte om die te lêiered kennen, 
aa7 , S2lt« haare hoogte wai>r ie 
neeueo . 22Ö. Pool der Sttipm 
tica^ 84* Pool dee Borlfont^ 

w«i' VIII uc ^«vii , ^« wv ^Nirwv 8ft , 34 « tOo« 

'behoort ooder derxelver rang* Pool» itooGTS,WÉt die i^^ff, to8.de 
4^ de vltkkco iMUCr loopkrin- Olobe ni dii«lf etft ttdcd , 4^3« 

Poo»- 



bcii deiélvde fiii(beoen op den 
xelFden tyd, en zien dezelfde 
Sterren boven hunnen üori/biim 

pBaioDM C^fuBaat^che)^ 148 

Pft&iaai,xle komd^fiaadawigêa. 

PuAsBt der Maan, 141. 

Plaats van eene Planeet op de 
Globe aantewysen, gao. 

^LanbbTBn, algemeene beginre- 
len van baaran loop, 46— 6é» 
Verfcbtl der Planeeten en va^te 
Sterren ,47. Volbreogea haaren 
loop om de Zon , 47. de Aardo 



Ff 



Br L- A D W> f & E B. 

PooL-fTKR is eene der eerde bew^ing bevac.de loopkrbgea 

Sterren, welken men nodig lieefc der Planeecen . 

te kennen, foi. Probluua's ^mlggméeBs tnhfZfmm 

PJUMUM MOBiLB, is de djgetyk- deie) 968. i 

fcbc beweging • nee files wac Probiitoss of Mêêü eqotde t 

daarvan Utumg^ i 4e tvadÊ 153. 

Q- 

QoADaaNT, befchryvliigvattbec- (Ji^^oi^Tüint der Bftao » of 

. selve» aiftf fti4i.dttielfii ge* Quartier-Muot 141. Qaadia» 

bruik in l»c .mecea der boq{- tunita dcf Planeecen, 84* 

ten, 213* 

R. 



/ 



RAmos, zie 5tr»aL 
Radios vbctoa, t\t yoêrflraèlm 
lUCHTg KLUiMiifo; loi. de 
Ree il te kJimiiaag der Zon wur 
te nemen , ^45. de Rechte 
klimning der Stenen door 
middel der Hemel -Globe ce 
vinden, 4^ de Rechie klim- 
ming der Zon door middel der 
Globe te vloden -3^7« 4^ de 
Rechte. iLlhMBiBgdet Zon ge- 



geeveo lynde, denelver Leng- 
te te vinden, 50^* 

REoifca van den inhoud net de 
tydeo , 6a, Ven de afOanden 
der Plaoeetes met haare om- 
loopen, 6s* 

Rbditctib tot de SiU^em^ 83. 

RapaAcmi, 116. 

Rbokl (iUgemeene) voor de Wi> 
tergetydeo, 198. 

RoMDOincHADUmoBM , bewone» 
der bevtoozen Lochcftroek,ioob 



s. 



dAOiTTARiiTf , zie ^ekutter» 
SAucENBif, oorsaak der Stlzoe* 
fifii , 909* VerklaaHng van de 
affvislilTng der Saizoenen door 
middel onaer nieuwe Aard* 
Globe, 308^314. door middel 
der Globe n v«n ADAif5,443— 
44S* door middel der Spksra 

Satellieten, der P1aneeten,b«are 
omloopütyden , haare afftsnden , . 
zie PI. V. 

SATuRNua de zesde Planeet vtn 
de Zon af: haar omlooptyd en 
afdand 65 , 67. middentyn en 
grootre , 68 Satellielen , zie 
PI. V. 

ScHADüwB is in de verzengde 
Luchf (treek op den middag dan 
D&ar bet Noorden^ en dan naar 
bet Zuiden gekeerd, 99- ver- 

dwynt op den iQlddag stxk dien 



dag, dat de Zon In bet Zeuiih 
ftaat , 99. is in de gematigde 
Luchcftreefc op den middag ah 
toos naar het Zv/dlm gekeerd, 
100, gaar in de bevrozen 
Luchcftreek hec Compas rond, 
too 
ScBADDWLOozBif , zjo de bewo- 
ners der verzengde Luchtflreek « 

99- 
ScRucBnucHT, begin en einde 

der Schemering door de Gk)be 

aan te toonen, sas, 449* «^^ure 

niet alioos even lang . Sa6« 
ScnumB BLiumiro, 386, 474. 
Schuins nidbroaaldio , zie 

jffklimmlng, 
ScHuiNSHBiD van de EcUptkSfd 

boek van de ScUptUa met dea 

Equator^ 94. 
SCBUTTBR, 73- 

ScHYMBAAZ, fcbynbaire t^d of 



BLADWTZSJU 



wttre Tyd » xte Ttd. Scbyn- 
bMie beweging der PItneeien , 
Is litafe bewttgng uit eiuEeAar* 

de gesleo» 80. 

SwiMDi C C eM cen e) van twee 
vlakken, 64, 

Snilhuo der PJaneeieQ , . ile 
PU V. 

SouTiTu, sie ZomuftafÊd. 

Sfbpbe , beteckem eigcniyk nieta 
andera dan eene kloot , en men 
gebruikt bet woord Spkur dik* 
wylt in die be'ekenis» 4. In de 
Sierrekunde. is xy de verxaioe« 
ling of nabootaia^ der bemelfcht 
Cinelen,28- Jtrondbeginfelender 
Spbeer»i-w3. Sphvra Annillaf 
fis, aói— aö6. Spheer gefchikc 
naar de waare beweging, 264. 
naar de fcbynbure bewégina,a66. 
. bair gebruikt 493— 499* R^ckt$ 
Spheer, 89f i«93f 477- Scfmims 
Spbeer, 4o« S94 • 477- ƒ-"•« 
Mii of Evaófydigê Spbeer > 

41, 39»» 477- 
Steenbok, 7*r 

STEi^ZBuderWaefcld. 947* Stel 
jsel van Ptoèmtus »7>ao Brëbé 



■ en Copermleus^ 847. btwyten 

• voor de waarheid van bei fiel. 

* xel van Ct^alcaa , a48«-856. 
STBREiBEKMnit • ^ii* bumie 

ftand leert oot de gcJegendbeid 
vkn de verict^iDende landen on* 
ser Aarde ktonen , 357. 

Stbbeen, wyae on baaien .ftand 
aan den htmel of op eene Globe 
te bepaalen , loa, ft3>»ft34« 
worden onderfcheldcn in vatiê 
Sterren en DwasIJiemmm 47. 
haare pluuop de nieuwe OloJbe 
aantcwyxen, 339* ^ StcRtn» 
die op eene gegetven pluta niec 
opgaan, te vinden, g43t 457» 
de Sterren, die op eene zekere 
pluts nooit onilergaan, ce vin* 

. den, 345, 4$7- <*9ürgaM, der 
Sierren door den Mciidiaanf 
'372.470. 

SiRAAL (de) is' de { oiddenlyn 
eena bols of Cirkels . s* 

STRAALBinClIfG, zie keffüSUm 

Systbma MUMoi , zie ÈetZêi dH 
fTacreld. 



T. 



Tafil der Bpaften , Guldenge- 
tal , Zonnecirkel en Zondigs- 
letter, bladXm loa. der Sterre 
kundige Epaöcn, kladz. lie. 
der Tydmerken van de nld» 
delbaare Lengte en beweging 
van den knoop der Nfaan ^è/adZé 
IS9« van bet verfcbil van lyd, 
dat het hoogfte waier vroeger 
of laater voorvalt, enz, ^Wsr. 
139« van bet Uur van bet boog* 

• fte water voor onderfc heiden 

( bavens, hUulz» 140—143. vin 
de boe^oocbeiddergraaden van 
JLengtê op eiken graad van 
Breidte^ èUiJm, fioóT 

Tbqenvoitees, 128. de Tq^en* 
voeters van eene zekere plaats 
te vinden , 41a. 

Tbbkens van den Zodiak 1 deze 
jyn de twaalf deelen van de 
Eeilpiicm , en worden van het 

: Nachtevenfncspunt van de Len- 
te aljiKerekcnd, hunne naam^n, 
CD nerkteckena , 73. worden 



van de Geflemtens onderfchei* 
den , 74* Rlimmende Teekens ^ 
97« Daalende Teekens. 97. 
TkLLURiuM, de Aard- Globe als 
een Tellurium te gebruiken % 

308—314. 443—445* 
TsBUGGANoder Nachteveningen »- 

74» 9Ö. 

Toegevoegde Maanercbynen, 144* 

Trigonometeia, zie briêkout^ 
metlmg 

Twebungen, 73* 

TwEEXYOsscHADVWioeif, zynde 
bewoners der verzengde Lucht- 
ih-eek, 99. 

Ttd , CStCfteknndfge , burgerlyke) 
164. niiddeJbaare Tyd, 284* 
waare Tyd , 884. vecandeiing 
van den Tyd in naaden, a%x » 
i493f en der gttaden 'in Tyd » 
4at, 49^* de odiwenteling der 
Aarde is de maat van den Tyd, 
149. vereffening dea Tyds.sgj. 
oorsaaken van- net vencbil der 
waax« en nddilelbtafe tyd , a 85 , 

a85« 



n 



ri^^icarwvrarxiv 



' ' t0 nt«cm , 'têjé Va«l«alt èe- 
. 'iv^gkig vto M( QiMdftor, iiS* 
. V«tiettlenZoBiiftMnri«^5|»«te 
- vindM I welkt 8Mfi«| ?9r i»Mn* 

Mkeren VeitiGMiAaaflL a^Miiö. 
VftKnCAAI.» LTN »C<i*) tl deloodU 

Ivo. Hoek v«a ilefl Verdeail liec 

viiscHiai, ya» 

VuiTi «UDoer aBD vin éa Cfae» 
kelen d«r SrIhw lfrieat,:.«tr* 
(laat men dikwils bet vlak van 
Aie Cirkelen » veeleer dan bunoe 



. ••■ vkikk fiu è9i nie» *cr 4for 
.-wfiliM*aU nm atfei dac--^ 
. ii«aieilieb»in il^n Sfttator^.in 
', dii4f«r4^«oi«ie»54'^'oiken 
: dir vlaktenv 64^ Mac fNin -de 
' Mliaf dev vlakken * 64* ^le 
. kionkib|éii\dflr RÉMMfcen 9yn 
. vlakkM» 5?4 . 
Vtoio ctf .boofk Zee 194* en 

volgtDde. 
VoueTKAAL.Jweiac aan dt Ijm» 
j uicbK |rt^4fBapiiiii.t|f|- ZoM 

tot het middenpuot eener?M* 

tMi getrokken* 



w. 



Wagkn, Cgroote) si8. 
Watbrgbttdbn , zie Vloed en 
Ebbe der Zee. 

WATBRMAFfy 73. 

W£BG CHAAL, 73. ^ • 

Wkekbn , 162. 

W£STBif»een der vier boofdpunten 



des Hemels, sii. Verfcbfl van 
dagtekening of men naar hec 
Westen dan naar bet Oosten 
de waereld omreist, 4T9* 

Wmnm van de beweging der 

> IHtne et t n» 6s, os* 



z. 



Zn , Vloed en Ebbe der Zee , 
194— aoo. 

ZsNiTn , een Arabiscb woord , 
dat het punt des hemels bete 
kentynoar'c welkzicb deloodlyn 
richt: in *t Latyn wcwdt betzel* 
ve yertax genoemd ; bet ftaac 
tegen over bet Nadir, 34, Af^ 
Ihnd van het ZenitA tot de 
Pool, is gelyk 9Mn bet Compie^ 
ment der Breedte , 4ji« De lyn 
van bet Zenitk fltat loodrecht 
op de oppervlakte der Aarde, 
lo^. te vinden de |5laats in 
welk er Zenitk de Zon Haat , 335 , 
4{j3 , 397 , A78r de plaats te 
vinden in welker Zenith eene 
sek^ere Ster fttat , 353 , 460. te 
vinden hoe laat hec is als eene 
Ster in *t Zenith van eene zekere 

S laats flaat, 358, 464. te vin- 
en welke Ster *er 10 *t Zenith 
van eene zekere pitats Haat , 359, 
465. iWt plaacfen te vinden , 
welken dezelvde Ster in biar 
. ZuUih bebbeo , 3<6, éfij. 



Zodiak , hemellbhe ruimte of 
Zona van omtrent 17 graaden 
breed, die rondom den Hemel 
gaat . watrvin de Ecliptica bec 
midden Is , en welke bevat atle 
de punten des Hemels, waarin 
de Planeeten kunnen verfchy 
nen , 31 , 2é4* Teekens van 
den Zodiak • yz» 

Zoic, htar aHtand van onze Aar* 
de , 66 , 67 \ vin de overige 
Planeeten, 6é, 67* baare groot- 
te , 68. haaren loop door den 
Sterrenhemel waar te neemen » 
a37-**244. hatre Dedinatle en 
aftund van eene zekere Ster op 
verfcbillende Dagen éu Jam» 

249* 

Zona, zie Lucht f reek. 

ZONOAOSLETTBR, 146. TÉftI def 

Zondagsletter , hUtdz. loa. 
ZoNNiciRKRCs, 145. Tafel des 
Zonnecirkels, hhdz* los. 

ZONNCSTANDRN, 98. 

ZeNNBWTZZRs , grondbeginfèlefi 
wssrop derzelvcr (amenftel rust. 



B ^ïi L D ir Y Z Z Mi 

5t«.h«iidelwyf«o« deidf«o te . vooioviefiiMgflQde VoücmIv 

mftiken» d»^— 5<0« MfÊêO' > XmnÊtwywtn^ door Horifoii. 

Itel# Zonnewyüen te beCcbfi^ ciale tebefduyven, ss^licii* 

^n, 526. i^/^MM{r2onne- diiao.wvien tei|Hiflra, s^u 



wysersdoormldiieleeDeKGlobe Folain» Z'«oewysen 1» 

te mukeD, 5>9* fyriimÊk te keo . i^s. eigeiiieeiie aioaev» 

ntakeo, 530. Vcfticatle afw]^ • kiogba, 541—546. 

jcende vao bec ZoldeQ te mia- ZoiiiiBWTXERSKUNos,rfeèculk der 

ken, 531* achteiuof^poerovec. M>be in de> 5fto«546. 

Iitogende Vertioule Zonoewy. 2iflDiLTK,.tie IW, Oivcdc». 

xers te maaken,53> FtnUtuUê Dedhniie, HemttplKer. 

door middel ven UorlfonkuUt Zinm» reen der vier HooMkw* 

IB befUuyveot 594* >fceiw oC teadei ttnelt, $ii. 



DRUK- 



DftUKPElLEN Bsr VBRBETERINGIK 

tdz. 9c3 r. 9 en u nu codewtufsmi Jium^i ka JUctmfê» 

-«« %^ c»u ««■ henm ^ MMagtf leer JfMAyrfr. 

— — 241 r. 4 vM bovca #m# de vdorb ; lerx de te vdorb. 




tMt ai^«««'l iMf «oP 13' 
#■« gaitkljyii » ln> MoordtlyMr. 
271 ni4 via boves fsst SUiagiaéragw: Utt SUm§€mdrmger^ 
sao r.is vm tmJÊiukmtkar Atid-Obbe te/^yMfcar ntir de 

321 r. » VIS bMc» mcÊuef ttocico tarinw)M* •* docb welke 
«* (wiidt «wr dea Ojgjiiiii Clrtrf dec Jhm of 
▼•■ caBige Suff k« yhndfcl «Ofden. 

941 c. S ■ iftwr S 35< CD sii; lr*# 5 351 tn 35*« 

— usm ■ deoaehreo bdde; Uêi dezelvn 



St7 f*» vu udM— ihor jfk^Um sCa^. 

40» ■•VI vMi bovta A«^ fefdiroef; Uu fefdtroefd. 



ut K CAT4LOOUS VüM STERH&M. 



adz. to r. s ^viii «■dem #Mff > Hfdn; füt K Hydra. 

-.— II r. 4 «in tovcè jter in de coMn^tin de Asc rtA. 
I5ti4.itf } l«ff 154JS.16 

i3 1^ 4 ■ ■ fmmi hl de ]mL vcfUd. ▼» Decliiu 

+ 7*5i ^^^ — 7^S• 



BERICHT AAif de:t BINDER. 

jtb. I— VI. te phitfen tegen over Uadz, loa 
ab. MI en VTIL — — — — bladz. 13^ 

De ptMten moeten alle achteraan naar de rech- 
terhand uitflaande, geplaatst worden» 



t 1